528 doelen — de eerste 500 worden getoond
-
Herkennen het organisme dier.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
-
Herkennen het organisme dier.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het dier
-
Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: • zoogdieren • vissen • vogels • insecten Uiterlijke kenmerken (bouw): vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking
Te hanteren begrippen
het klein dier, het groot dier, de kop/ het hoofd, de snuit, de bek, de mond, het oog, de poot, de vleugel, de staart, de vacht, de veer, het haar, de vis, de vogel, het insect
-
Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: • zoogdieren • vissen • vogels • insecten Uiterlijke kenmerken (bouw): vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking
Te hanteren begrippen
de poot, het lichaam, het zoogdier
-
Herkennen dieren op basis van bouw.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • vissen ongewervelde dieren: • insecten Bouw: vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking
Te hanteren begrippen
de antenne, het zoogdier, de vogel, de vis, het insect
-
Herkennen dieren op basis van bouw.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • amfibieën • vissen ongewervelde dieren: • insecten • spinachtigen Bouw: vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking thermoregulatie: warmbloedig (zelf de temperatuur regelen door zweten, hijgen, rillen, vetlaag, en/of vacht), koudbloedig (temperatuur afhankelijk van de omgeving) ademhaling: transport van zuurstof Herkennen: Uit exemplarische lijst: organismen uit 7 afgebakende biotopen
Te hanteren begrippen
warmbloedig, koudbloedig, de naakte huid, de spin, de ruggengraat, het gewerveld dier, het ongewervelde dier, de amfibie, de spinachtige
-
Herkennen dieren op basis van bouw.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • amfibieën • reptielen • vissen ongewervelde dieren: • geleedpotigen: o insecten o spinachtigen • andere ongewervelden Bouw: vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking exoskelet (uitwendig skelet) thermoregulatie: warmbloedig, koudbloedig ademhaling (transport van zuurstof: bij gewervelde dieren via het bloed)Te hanteren begrippen
het reptiel, de geleedpotige, de andere ongewervelde
Voorbeelden
Andere ongewervelden: regenworm, naaktslak, zeepier, oorkwal, zeester, meshelft, kokkel, zeeappel, huisjesslak, zoetwaterspons, zwanemossel
-
Herkennen de belangrijkste voedingswijze van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: • zoogdieren • vogels • vissen • insecten
Voorbeelden
Voedingswijze: Schapen eten gras, kikkers eten insecten.
-
Begrijpen verschillende voedingswijzen van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten eters: • planteneters: eten planten (gras, bladeren) • vleeseters: eten andere dieren • alleseters: eten planten en vlees
Te hanteren begrippen
de plant, het vlees, eten
-
Beschrijven de voedingswijze van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedingswijze: zoogdieren: eten of planten of vlees of beiden vogels: eten vaak planten en vlees vissen: eten vaak planten en vlees insecten: eten vaak planten
Voorbeelden
Voedingswijze: Een koe eet planten (gras), een leeuw eet vlees, een beer eet planten en vlees.
-
Illustreren de belangrijkste voedingswijze van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belangrijkste voedingswijze: • zoogdieren: De meeste zijn planteneters (herbivoren), sommigen vleeseters (carnivoren) en anderen alleseters (omnivoren). • vissen: Afhankelijk van de soort zijn ze vleeseters (carnivoor), planteneters (herbivoor) of alleseters (omnivoor). • vogels: Veel vogels zijn alleseters (omnivoren), maar er zijn ook planteneters (herbivoren) en vleeseters (carnivoren). • insecten: De meeste insecten leven van plantaardig materiaal of plantensappen, sommige insecten leven van dieren.Te hanteren begrippen
de alleseter, de planteneter, de vleeseter
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • amfibieën • vissen Voedingswijze: Het voedsel wordt in het lichaam van het dier getransporteerd: van bek naar de maag waar het verteerd wordt. In de darmen gaan de voedingsstoffen via het bloed naar de organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden (uitwerpselen). • amfibieën: Als larve meestal herbivoor (plantaardig voedsel), als volwassen dier meestal carnivoor (vleeseter).Te hanteren begrippen
de omnivoor, de herbivoor, de carnivoor
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ongewervelde dieren: spinachtigen: Spinachtigen zijn carnivoren (vleeseters). Ze eten voornamelijk insecten. Ze gebruiken hun ‘kaken’ om de prooi te vangen. Voedingswijze: Bij de meeste ongewervelden wordt het voedsel getransporteerd van “bek” naar spijsverteringsstelsel waar het verteerd wordt. De voedingsstoffen gaan naar de organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden.
Te hanteren begrippen
de kaak
Voorbeelden
Voedingswijze: De schorpioen is een carnivoor want hij eet andere dieren.
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gewervelde dieren: reptielen: Afhankelijk van de soort carnivoor, herbivoor of omnivoor.
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ongewervelde dieren: andere ongewervelden
Te hanteren begrippen
de detrivoor
Voorbeelden
Belangrijkste voedingswijze: Wormen zijn detrivoor (afvalopruimers: eten dood organisch materiaal), zeesterren carnivoor en mosselen filteren hun voeding uit water (omnivoor).
-
Illustreren bijzondere voedingswijzen van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Bijzondere voedingswijzen: • nectareters: bij, kolibrie • insecteneters: miereneters, egels, spechten
-
Beschrijven hoe eicellen en zaadcellen bijdragen aan de voortplanting bij de mens.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de eicel, de zaadcel
-
Beschrijven de voortplanting van de mens.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: proces van bevruchting ontwikkeling van de foetus geboorte van de baby
Te hanteren begrippen
de bevruchting, het embryo, de foetus, de zwangerschap, de bevalling, het ouderschap
-
Illustreren verschillende manieren waarop mensen kinderen kunnen krijgen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Manieren waarop mensen kinderen krijgen: natuurlijke bevruchting kunstmatige bevruchting adoptie draagmoederschap pleegzorg
Te hanteren begrippen
de natuurlijke bevruchting, de kunstmatige bevruchting, de adoptie, het draagmoederschap, de pleegzorg
-
Beschrijven anticonceptiemiddelen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Anticonceptiemiddelen: condoom anticonceptiepil spiraal
Te hanteren begrippen
de anticonceptie, het condoom, de (anticonceptie)pil, het spiraaltje
-
Herkennen de voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • Zoogdieren hebben een draagtijd. • De jongen van vogels ontwikkelen zich in een ei.
-
Beschrijven hoe vogels hun jong ter wereld brengen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jong ter wereld brengen: proces van vorming van het ei, ei leggen, broeden, het uitkomen van het ei
Te hanteren begrippen
het ei, het nest, broeden
-
Beschrijven hoe zoogdieren hun jong ter wereld brengen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jong ter wereld brengen: proces van draagtijd, geboorte (levendbarend) en zogen
Te hanteren begrippen
de draagtijd, zogen, de melk, het jong
-
Beschrijven de voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • levendbarend: zoogdieren • eierleggend: o vogels o insecten o vissen -
Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • zoogdieren: levendbarend • vogels: eierleggend • amfibieën: eierleggend • vissen: eierleggend
Te hanteren begrippen
eieren leggen, de voortplanting
Voorbeelden
Voortplanting: Bijna alle zoogdieren krijgen jongen maar er zijn uitzonderingen zoals het vogelbekdier dat een ei legt.
-
Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend
Te hanteren begrippen
de paring, de bevruchting, levendbarend, eierleggend
-
Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend • reptielen: inwendige bevruchting, eierleggend of levendbarend • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend
Te hanteren begrippen
de inwendige bevruchting, de uitwendige bevruchting, de voortplanting
-
Onderscheiden dieren en planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
-
Classificeren organismen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organismen: • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten • flora: planten
Te hanteren begrippen
de vogel, de vis, het insect, het dier, de plant
-
Classificeren organismen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organismen: • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten • flora: planten
Te hanteren begrippen
de fauna, de flora, het zoogdier
-
Classificeren dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw • voeding • voortplanting
-
Classificeren gewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet • voeding • voortplanting
-
Classificeren ongewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw: uiterlijke kenmerken • voeding • voortplanting
-
Classificeren dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet, thermoregulatie • voeding • voortplanting
-
WT.035 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3
Determineren dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
-
Ordenen dieren volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Taxonomie fauna: de gewervelden: • zoogdieren • vogels • reptielen • amfibieën • vissen de ongewervelden: • de geleedpotigen: o de insecten o de spinachtigen • andere ongewerveldenTe hanteren begrippen
de taxonomie, het classificeren
-
Classificeren dieren volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
-
WT.038 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3
Tonen hun kennis over het organisme dier in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Manon springt tijdens de les lichamelijke opvoeding als een kikker en merkt op hoe ver zij kan komen met elke sprong. • Esther schrijft een verhaal over een avontuurlijke vos en beschrijft levendig en gedetailleerd zijn vacht, de sluwheid en de leefomgeving. -
Herkennen het organisme plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: zijn levende wezens
-
Herkennen het organisme plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de plant
-
Herkennen de basisdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisdelen: wortel stengel blad bloem
Te hanteren begrippen
de wortel, de stengel, het blad, de bloem
-
Herkennen de vruchten van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vruchten: van fruitbomen Herkennen: op basis van uiterlijke kenmerken
Te hanteren begrippen
de appel, de pruim, de peer, de vijg, de abrikoos, de kers
-
Herkennen de basisdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisdelen: wortel stengel/stam + takken blad bloem vrucht
Te hanteren begrippen
de stam, de vrucht, de tak
-
Herkennen planten en schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten en schimmels: bomen struiken paddenstoelen gras
Te hanteren begrippen
de boom, de struik, de paddenstoel, het gras
-
Herkennen de vruchten van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: • struiken • de eik, de beuk, de hazelaar, de kastanje, de esdoorn, de paardenkastanje, de notelaar Herkennen: op basis van uiterlijke kenmerkenTe hanteren begrippen
de kastanje, de eikel, de beukennoot, de hazelnoot, de bes
Voorbeelden
Vruchten: • De eikel is de vrucht van een eik. • De framboos is de vrucht van een frambozenstruik.
-
Begrijpen dat er verschillende planten bestaan.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende planten: • naaldbomen: bomen waarvan de bladeren de vorm van naalden hebben • loofbomen: bomen met bladeren die geen naaldvorm hebben • grassoorten: gras, tarwe, riet
Te hanteren begrippen
de naaldboom, de loofboom, de grassoort
-
Herkennen planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: • naaldbomen, loofbomen, grassoorten • mossen Herkennen: • Planten verschillen in uiterlijk en de plek waar ze groeien.
Te hanteren begrippen
het mos
-
Beschrijven de functie van de basisdelen van een plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een plant: In de taxonomie omschreven als ‘de flora’, verschillend van ‘de schimmels’ en ‘de fauna’ Functie basisdelen: • de wortel: houdt de plant stevig vast in de grond en zuigt water en voedingsstoffen op uit de grond • de stengel/ de stam: houdt de plant rechtop en brengt water van de wortels naar het blad en voedingstoffen van de bladeren naar de wortels (transport) • de bladeren: vangen zonlicht op en gebruiken dit licht als energiebron om met water en stoffen uit de lucht suikers te maken waardoor de plant groeit. Terwijl de bladeren dit doen, zorgen ze ook voor zuurstof • de bloem: trekt insecten aan die de bloem bestuiven waardoor vruchten ontstaan • de vrucht: bevat en beschermt de zaden • het zaad: uit het zaad kan een nieuwe plant groeienTe hanteren begrippen
het transport, de wortel, de stam, de stengel, het blad, de bloem, de vrucht, het zaad, de flora
-
Tekenen de delen van een plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: wortel stengel of stam bladeren bloem vrucht Tekenen: inclusief notatie van de functie
-
Herkennen de niet naaldvormige bladeren van bomen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bladeren: (paarde)kastanjeblad eikenblad beukenblad esdoornblad Herkennen: bladvorm bladnerf bladrand
Te hanteren begrippen
de bladvorm, de bladnerf, de bladrand, het eikenblad, het beukenblad, het (paarde)kastanjeblad, het esdoornblad
-
Herkennen de naaldvormige bladeren van bomen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bomen: • spar • den
Te hanteren begrippen
de sparrennaald, de dennennaald
-
Illustreren de relatieve leeftijd van loof- en naaldbomen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatieve leeftijd: de jaarringen van een boom de omtrek van de stam
Te hanteren begrippen
de jaarring
Voorbeelden
Naomi bekijkt de jaarringen van een boom en legt uit dat je hieraan kunt aflezen hoe oud die ongeveer is.
-
Herkennen soorten planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten planten (indeling van de ‘flora’ volgens de taxonomie): sporenplanten zaadplanten
Te hanteren begrippen
de sporenplant, de zaadplant
Voorbeelden
Zaadplanten: appelboom, zonnebloem, paardenbloem, eik, den Sporenplanten: varen, mos, paardenstaart
-
Herkennen schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schimmels: De schimmels zijn een aparte categorie in de taxonomie naast de flora en de fauna.
Te hanteren begrippen
de champignon, de vliegenzwam, het gist, de schimmel
Voorbeelden
Schimmels: weidechampignon, vliegenzwam, gist, schimmel op brood of kaas
-
Herkennen de basisdelen van schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisdelen: schimmel zwamvlok (schimmeldraden) vruchtlichaam
Te hanteren begrippen
de zwamvlok, het vruchtlichaam
-
Herkennen de paddenstoel als vruchtlichaam van een schimmel.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De paddenstoel - basisdelen: hoed steel paddenstoel ring sporen buisjes plaatjes
Te hanteren begrippen
de hoed, de steel, de paddenstoel, de ring, de sporen, het buisje, het plaatje
-
Herkennen wat planten nodig hebben om te groeien.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groeien: Planten hebben water en licht nodig om te groeien.
-
Illustreren wat planten nodig hebben om te groeien.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groeien: Planten groeien beter of slechter afhankelijk van: hoeveelheid water (vruchtbare) grond plaats in het licht of in de schaduwTe hanteren begrippen
het water, de aarde, het licht, het voedsel, de schaduw
-
Illustreren wat planten nodig hebben om optimaal te groeien.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groeien: Groei van planten hangt af van: hoeveelheid water vruchtbare bodem lichtintensiteit en -duur temperatuur (warmte of koude) aanwezigheid van luchtTe hanteren begrippen
de vruchtbare bodem, de temperatuur, de lucht, de warmte, de schaduw
-
Herkennen dat bijna alle planten op dezelfde manier voedingsstoffen verkrijgen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedingstoffen verkrijgen: De meeste planten maken via de bladeren hun eigen voedsel met zonlicht, stoffen uit de lucht en water (fotosynthese). De meeste planten nemen via hun wortels uit de grond water op en mineralen (‘vitaminen’ voor de plant). Sommige planten groeien ook in water met voldoende (al dan niet toegevoegde) mineralen. Soms is het nodig om extra mineralen aan de grond toe te voegen: bemesten. Water helpt bij het transport van stoffen in de plant, zorgt voor stevigheid en is nodig voor de ‘fotosynthese’.
Te hanteren begrippen
het zonlicht
-
Beschrijven hoe planten en korstmossen voedingsstoffen verkrijgen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: autotroof: Planten die hun eigen voedsel maken met zonlicht, water en stoffen uit de lucht. Korstmossen: symbiose: Een korstmos bestaat uit een wier (alg) en een zwam (schimmel) die samenwerken. Het wier maakt voedsel voor zichzelf en voor de de zwam en de zwam zorgt voor water en mineralen voor het wier. Ze zorgen dus beiden voor een voordeel voor elkaar zodat het geheel (het korstmos) kan overleven.
Te hanteren begrippen
de symbiose
-
Illustreren dat schimmels zich voeden met organisch materiaal.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
-
Illustreren de cruciale rol van schimmels in het ecosysteem als ontbinder.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Cruciale rol: Schimmels als ontbinders/opruimers breken dode organismen af en geven voedingsstoffen terug aan het ecosysteem, waardoor de kringloop van stoffen in stand blijft. Zonder ontbinders zou de natuur vervuilen met dode resten en zou de bodem uitgeput zou raken.
Te hanteren begrippen
het ecosysteem, de opruimer, de ontbinding
-
Herkennen de voortplantingsdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de bloem, de vrucht
-
Herkennen de voortplantingsdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het zaad, bloeien
-
Beschrijven de functie van de delen van een bloem.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie van delen: • de kelkbladeren: beschermen de bloem wanneer die nog in de knop zit • de kroonbladeren: zijn dikwijls kleurrijk en opvallend en trekken insecten aan • de stamper: is het vrouwelijk deel van de bloem. Bovenaan zit de stempel waar het stuifmeel op terecht komt. Het stuifmeel daalt via de stijl naar het vruchtbeginsel. • de meeldraden: zijn het mannelijk deel van de bloem en maken stuifmeel (pollen) aan met de helmknop en de helmdraad • het vruchtbeginsel: zit onderaan de stamper, hier zitten de zaadbeginsels van de plant (vergelijkbaar met eicellen van een mens). Als het stuifmeel die bereikt, gebeurt er bevruchting en ontstaat er zaad. Het vruchtbeginsel groeit daarna uit tot vrucht.Te hanteren begrippen
het kelkblad, het kroonblad, de meeldraad, de stamper, de stempel, het stuifmeel, de stijl, het vruchtbeginsel, de helmdraad, de helmknop, de bevruchting
-
Herkennen verschillende manieren waarop planten zich voortplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: Zaadplanten gebruiken zaden (via bloemen die vruchten worden of via kegels). Sporenplanten gebruiken sporen. Sommige zaad- en sporenplanten kunnen zich ook vegetatief (ongeslachtelijk) voortplanten.
Te hanteren begrippen
de bol, de knol, de spore
Voorbeelden
Vegetatief: • Bij aardbeien groeien nieuwe planten aan de ‘uitlopers’ boven de grond. • Bij knollen (zoals aardappelen) groeien ‘ogen’ op de knol uit tot een nieuwe planten. -
Illustreren de bestuiving door insecten bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestuiving: • Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraad naar de stamper. • Insecten spelen een belangrijke rol bij bestuiving wanneer ze van bloem naar bloem vliegen. • De bestuiving is een noodzakelijke stap voor de vorming van zaden en vruchten.Te hanteren begrippen
de bestuiving
-
Duiden het belang van bestuiving en verspreiding van zaden.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestuiving: • bestuiving: Het overbrengen van stuifmeel van meeldraad naar stamper. • Er zijn veel soorten bestuivers. Vooral insecten spelen een belangrijke rol. Minder insecten = minder zaden, vruchten en oogst. Verspreiding: • Zaadverspreiding: Het verspreiden van gevormde zaden naar nieuwe groeiplaatsen. • Zaden worden vooral door dieren (en de mens) verspreid, maar het kan ook via wind en het water. Belang bestuiving en verspreiding: • De bestuiving en verspreiding is belangrijk voor de overleving van planten. Eén van de belangrijkste redenen waarom organismen zich voorplanten: in stand houden van de soort. • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn (biodiversiteit)Te hanteren begrippen
de verspreiding van zaad, de bestuiver
Voorbeelden
Bestuiving: • Bijen verspreiden stuifmeel van bloemen via hun poten. • De wind verspreidt het stuifmeel van de mannelijke dennenappels naar de vrouwelijke dennenappels. Zaadverspreiding: • Vogels eten vruchten (of pikken bijvoorbeeld de zaden uit een dennenappel) en de pit (die het zaad bevat) valt op de grond. • De wind verspreidt de pluisjes van de paardenbloem. • De eekhoorn steekt eikels onder de grond als voorraad. -
Beschrijven het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geslachtelijke voortplanting: • Een bloem bevat meeldraden (met stuifmeel) en een stamper. • Bij bestuiving komt stuifmeel van een bloem op de stamper van een (andere) bloem van dezelfde soort terecht. • Na bevruchting (het samensmelten van stuifmeelkorrel met zaadbeginsel in het vruchtbeginsel van de bloem) groeit er een vrucht met zaad. • Uit het zaad groeit bij kieming een nieuwe plant. • Bij zaadplanten zonder bloemen maken de mannelijke kegels stuifmeel dat door de wind wordt overgebracht op de vrouwelijke kegels die zaadbeginsels bevatten.Te hanteren begrippen
de zaadvorming, de kieming, de geslachtelijke voortplanting
-
Beschrijven het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ongeslachtelijke voortplanting: Een nieuwe plant ontstaat uit een deel van één ouderplant, zonder bloemen, zaden of bevruchting. Dit kan doordat een stuk van de plant dat is afgescheurd (een stek) zich tot een nieuwe plant ontwikkelt of doordat de plant uit zichzelf nieuwe planten vormt door uitlopers, knollen of bollen.
Te hanteren begrippen
de knol, de bol, de uitloper, de stek, de ongeslachtelijke voortplanting
Voorbeelden
Knollen: aardappel Bollen: ui, hyacint Uitlopers: aardbei
-
Onderscheiden geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil: • Geslachtelijke voortplanting: Versmelting van een zaadcel (uit stuifmeel) en eicel (in stamper) leidt tot nieuw zaad. De plant die uit dit zaad kiemt draagt eigenschappen van de twee ouderplanten in zich mee. Dit zorgt dus voor genetische variatie. • Ongeslachtelijke voortplanting: De nieuwe plant is een deel van de ouderplant en vormt zo een identieke kopie (kloon). Er is geen versmelting van geslachtscellen en dus geen erfelijke variatie. -
Tonen hun kennis van ontwikkeling en voortplanting van planten in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bij het voorlezen van een verhaaltje over een prachtige bloementuin vertelt Amira over de bijdrage van de bij aan de ontwikkeling van deze tuin. • In een les over de woestijn vertelt Romain hoe de voortplanting van cactussen aangepast is aan de omstandigheden van de woestijn. -
Beschrijven de voortplanting van schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: Schimmels planten zich voort door sporen te verspreiden. Sporen worden in het sporenkapsel gevormd, opgeslagen en beschermd. Champignons: De sporen worden op de plaatjes gevormd en worden door de wind verspreid. Boleten: Buisjes produceren sporen en laten ze vrij waarna ze worden verspreid door wind, water en dieren.
Te hanteren begrippen
de sporen, de buisjes, de plaatjes, het sporenkapsel
-
Classificeren planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren • bouw • voortplanting
-
Determineren planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
-
Determineren planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Determineren: • bladvorm/naaldsoort • bloem
-
Ordenen planten en schimmels volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Taxonomie: • de flora o zaadplanten o sporenplanten • de schimmels -
Classificeren planten en schimmels volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
-
Tonen hun kennis van de organismen planten en schimmels in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Levi zorgt voor de planten in de klas en denkt eraan dat ze voldoende water en zonlicht nodig hebben om te groeien. • Klaas onderzoekt in een project over duurzaamheid en technologie hoe planten en schimmels kunnen bijdragen aan milieuvriendelijke oplossingen, zoals waterzuivering met bepaalde planten of het gebruik van schimmels voor de biologische afbraak van afval. -
Beschrijven bacteriën.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bacteriën: zijn eencellige micro-organismen zijn niet waar te nemen met het blote oog, maar wel onder de microscoop komen overal voor: op voorwerpen, in ons lichaam, in de natuur Er zijn voor de mens zowel nuttige (meewerkende) bacteriën als ziekmakende (tegenwerkende) bacteriën. Bacteriën vormen in de taxonomie een aparte categorie, verschillend van de fauna, de flora en de schimmels
Te hanteren begrippen
de cel, de bacterie, de microscoop, nuttig, schadelijk
-
Beschrijven de verschillende manieren waarop bacteriën zich voeden.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voeden zich op verschillende manieren: breken dood materiaal af werken samen met andere organismen (symbiose) Sommige bacteriën maken hun eigen voedsel met licht of chemische stoffen. Bacteriën: dragen bij aan de kringloop van voedingsstoffen in een ecosysteem
Te hanteren begrippen
de bacterie
-
Beschrijven hoe bacteriën zich voortplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bacteriën: eencellige organismen die zich snel kunnen voortplanten Voortplanting: via celdeling: Eén cel wordt twee identieke cellen Door die snelle deling kunnen bacteriekolonies snel groeien.
Te hanteren begrippen
de cel, de celdeling
-
Ordenen organismen volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Taxonomie organismen: de fauna: • de gewervelden: o zoogdieren o vogels o reptielen o amfibieën o vissen • de ongewervelden: o de geleedpotigen: ▪ insecten ▪ spinachtigen o andere ongewervelden de flora: • zaadplanten • sporenplanten de schimmels de bacteriën -
Classificeren de organismen volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen
-
Herkennen dat mensen leven geven aan nieuwe mensen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leven geven: De baby groeit eerst in de buik van de mama. Bij de geboorte komt de baby ter wereld en leeft verder buiten de buik van de mama.
Te hanteren begrippen
de baby
-
Herkennen de levenscyclus van de mens.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Fasen levenscyclus: zwangerschap geboorte baby peuter kleuter kind tiener volwassene oudere de dood
Te hanteren begrippen
de geboorte, geboren worden, de peuter, de kleuter, het kind, de tiener, de volwassene, de oudere, de dood, sterven
-
Illustreren lichamelijke veranderingen die gepaard gaan met hun ontwikkelingsfase.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichamelijke veranderingen: • lengtegroei • gewichtstoename • tandontwikkeling
Te hanteren begrippen
groeien, licht, zwaar, klein, groot, tanden
-
Illustreren lichamelijke veranderingen die gepaard gaan met veroudering.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichamelijke veranderingen: • vergrijzing haar en haarverlies • rimpels en huidveroudering • verandering in zintuiglijke waarneming
Te hanteren begrippen
de rimpel, het grijze haar, kaal, de bril, slecht horen, de veroudering, de vergrijzing
-
Illustreren lichamelijke veranderingen die horen bij de puberteit.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichamelijke veranderingen: • groei • toename spier- en vetmassa • lichaamshaar • huidverandering
Te hanteren begrippen
de puberteit, de groeispurt, de acné
-
Illustreren lichamelijke veranderingen die horen bij de puberteit.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de teelbal, de spermacel, de eierstok, de menstruatie, de schaamstreek, de diepe stem, het lichaamshaar, de brede schouders, de brede heupen, de borsten
-
Situeren zichzelf en anderen in een ontwikkelingsfase op basis van lichamelijke veranderingen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
-
Tonen hun kennis van ontwikkeling en levenscyclus van de mens in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In de bouwhoek bouwt Marie-Lou met blokken een nest. Zij legt een klein wit bolletje in het nest en zet een vogelpop er bovenop. Vervolgens wisselt zij het bolletje in voor een kuikentje van plastic. Zij speelt het volledige proces van ei tot jong na. • In de poppenhoek speelt Luca samen met twee klasgenoten een rollenspel. Hij stopt een doek in een poppenjurk en zegt dat er een baby in de buik zit. Even later rijdt hij naar het ziekenhuis met een speelgoedauto. Daarna halen ze de baby uit de buik van de pop en wikkelen hem in een dekentje. Luca ververst de luier en geeft de baby een bad. -
Herkennen het jong van zoogdieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Stephan herkent dat het jong van een kat een kitten wordt genoemd. • Jamila weet dat het jong van een schaap een lam heet.
-
Beschrijven de levenscyclus van zoogdieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenscyclus: de draagtijd de geboorte het jong het volwassen dier de dood
Te hanteren begrippen
het jong (in de buik), de draagtijd, de geboorte, het volwassen dier, de dood, de groei
-
Herkennen de levenscyclus van een vogel.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenscyclus: het ei het uitkomen het kuiken de volwassen vogel de dood
Te hanteren begrippen
het ei, het nest, het kuiken, de vogel
-
Herkennen de levenscyclus van een vis.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenscyclus: het ei de larve of jonge vis de jonge vis de volwassen vis de dood
Te hanteren begrippen
de jonge vis, de volwassen vis, het ei, de larve
-
Beschrijven de levenscyclus van een insect.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenscyclus: het ei de larve (of de rups bij vlinders) de pop (of de cocon) het volwassen insect de dood
Te hanteren begrippen
het ei, de larve, de pop, het volwassen insect
Voorbeelden
Levenscyclus: de vlinder: ei → rups → pop → vlinder
-
Beschrijven de levenscyclus van een amfibie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenscyclus: het ei de larve zonder poten de larve met poten de volwassen amfibie
Te hanteren begrippen
de larve, de volwassen amfibie, de levenscyclus, de metamorfose
Voorbeelden
Levenscyclus: een kikker: kikkerdril → kikkervisje → kikkervisje met poten en longen → volwassen kikker
-
Vergelijken de levenscyclus bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: • zoogdieren • vogels • amfibieën • insecten
-
Herkennen de levenscyclus van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenscyclus: Een plant begint als zaad dat ontkiemt, groeit en een hele plant wordt. Uiteindelijk kunnen er nieuwe zaden uit de plant komen.
-
Beschrijven de levenscyclus van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het zaad, kiemen, groeien, de plant
-
Illustreren het zaaien en het oogsten van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
zaaien, oogsten
-
Beschrijven de kenmerken van de groeistadia van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groeistadia: • zaadstadium: bevat voedingsstoffen voor de ontkieming • kiemstadium: Het zaad neemt water op, de wortel groeit naar beneden en de eerste blaadjes verschijnen boven de grond. • jonge plant: De plant ontwikkelt een stengel en echte bladeren. • volwassen plant: De plant heeft een volledig ontwikkelde stengel, bladeren en mogelijk bloemen of vruchten en kan zich voortplanten.Te hanteren begrippen
(ont)kiemen, bloeien
-
Onderscheiden de groeistadia van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus
-
Tonen hun kennis over de levenscyclus in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenscyclus: • fauna • flora
Voorbeelden
Shema helpt haar buurvrouw met het voederen van hun drachtige kat. Terwijl ze zachtjes over de buik van de kat wrijft, vertelt ze dat de kleintjes daarbinnen groeien tot ze geboren worden als kittens.
-
Herkennen de kenmerken van grasland en bos.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken: • grasland: open ruimte, gras, zonlicht • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen
-
Herkennen de kenmerken van grasland en bos.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken: • grasland: open ruimte, gras, zonlicht • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen • enkele veel voorkomende dieren en planten
Te hanteren begrippen
het gras, de boom, het bos, de schaduw, de open ruimte
-
Illustreren kenmerken van grasland, bos en heide.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken: • grasland: open ruimte, gras, zonlicht • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen • heide: droge grond, lage begroeiing, heideplanten • enkele veel voorkomende dieren en planten
Te hanteren begrippen
de heide, het grasland, de heideplant, de droge grond
-
Beschrijven de kenmerken van de zee en de kust.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken zee en de kust: Biotische kenmerken (levend): Typische planten: wieren, duinplanten Typische ongewervelde dieren: kwallen, weekdieren, krabben Typische gewervelde dieren: vissen, zeevogels, zeehonden abiotische kenmerken (niet-levend): zout zeewater getijden (eb en vloed) zand temperatuur, zonlicht en wind golfslag relaties: tussen organismen onderling en hun omgevingTe hanteren begrippen
de zee, de kust, het zand, het helmgras, de duinen, veel zonlicht, veel wind, het zeebriesje, koeler
Voorbeelden
Relaties tussen organismen onderling en hun omgeving: Zeewier groeit in zout water. Mosselen kleven vast aan stenen zodat de golven ze niet meenemen. Mosselen leven dicht bij elkaar.
-
Beschrijven kenmerken van het stadslandschap.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken stadslandschap: abiotische kenmerken (niet-levend): gebouwen en wegen luchtkwaliteit en temperatuur geluid verlichting biotische kenmerken (levend): mensen huisdieren stadsvogels planten in parken, geveltuintjes of op daken relaties: tussen organismen onderling en hun omgevingTe hanteren begrippen
het stadslandschap, het huisdier, de stadsvogel, het verkeer, de verlichting, de geveltuin, de daktuin, de biotoop
Voorbeelden
relaties tussen organismen onderling en hun omgeving: Afval op straat trekt meeuwen, ratten of duiven aan. Bijen verzamelen nectar bij bloemen in een park. Mos groeit op vochtige muren of stoepen. Vogels gebruiken soms gebouwen als nestplaats.
-
Beschrijven kenmerken van het agrarisch landschap.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken agrarisch landschap: abiotische kenmerken (niet-levend): bodemsoort: zand, klei water: irrigatie, sloten temperatuur en zonlicht kunstmest en pesticiden biotische kenmerken (levend): gewassen: graan, aardappelen, groenten boerderijdieren boer en landarbeiders insecten en vogels die op de velden leven relaties: tussen organismen onderling en hun omgevingTe hanteren begrippen
het agrarisch landschap, de weide, de boer, de irrigatie, de sloten, de zand- en kleigrond, de mest, de kunstmest, de pesticide, het gewas, het boerderijdier, de biotoop
Voorbeelden
relaties tussen organismen onderling en hun omgeving: Vogels eten insecten op akkers. Wind kan zaden verspreiden over het veld. Mest helpt planten groeien. Bloemenranden langs akkers trekken bijen en vlinders aan.
-
Beschrijven kenmerken van de zoetwateromgeving.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken zoetwateromgeving: abiotische kenmerken (niet-levend): water: natuurlijk het belangrijkste onderdeel licht: zonlicht dat in het water schijnt temperatuur: hoe warm of koud het water is zuurstofgehalte: hoeveel zuurstof er in het water zit bodem: zand, slib of stenen op de bodem van het water stroming: in rivieren pH-waarde: hoe zuur of basisch het water is biotische kenmerken (levend): planten: waterlelies, riet en kroos dieren: vissen (snoek, karper), kikkers, salamanders insecten: waterjuffers, muggenlarven, kevers micro-organismen: bacteriën, algen watervogels: eenden, meerkoeten mensen: vissers, wandelaars, zwemmersTe hanteren begrippen
het zoet water, de zoetwateromgeving, de waterkwaliteit, de waterplant, het slib, de waterrecreatie, de zuurtegraad, de watervogel, de vis, de amfibie, de bacterie, de alg
-
Beschrijven het belang van biodiversiteit.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Biodiversiteit: verscheidenheid aan levende organismen Belang biodiversiteit: • Meer soorten organismen betekent meer overleving: Als er veel verschillende planten en dieren zijn, is de natuur sterker en beter bestand tegen ziekten of veranderingen. • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn • De natuur houdt zichzelf in evenwicht: bepaalde dieren leven samen in een gebied omdat daar de juiste planten groeien of het ene dier voedsel is voor de andere. Elke soort heeft “een taak”. Bijen bestuiven bloemen, regenwormen maken de bodem gezond en bomen geven zuurstof. Als er soorten verdwijnen, raakt dat evenwicht verstoord.Te hanteren begrippen
de biodiversiteit, de overleving, het evenwicht, het ecosysteem
-
Herkennen relaties binnen biotopen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Biotopen: • grasland: enkele typische biotische en abiotische factoren • bos: enkele typische biotische en abiotische factoren • heide: enkele typische biotische en abiotische factoren • de zee en de kust: enkele typische biotische en abiotische factoren • stadslandschap: enkele typische biotische en abiotische factoren • agrarisch landschap: enkele typische biotische en abiotische factoren • zoetwateromgeving: enkele typische biotische en abiotische factoren Relaties: • voedselrelaties: Wie eet wie? • concurrentie: Planten of dieren strijden om voedsel, ruimte of licht. • symbiose: Samenwerken of afhankelijk zijn van elkaar. • Invloed van mens of klimaat op de biotoop.
Te hanteren begrippen
het grasland, het bos, de heide, de zee, de kust, het stadslandschap, het agrarisch landschap, het zoet water
-
Illustreren ecosystemen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ecosystemen: Een ecosysteem is het geheel van levensgemeenschap(pen) en de niet levende omgeving. Wat een ecosysteem uniek maakt, zijn de interacties: voedselketens, concurrentie, samenwerking en kringlopen.
Te hanteren begrippen
het ecosysteem, de concurrentie, de samenwerking, de kringloop, de voedselketen, de interactie
Voorbeelden
Karel gaat naar het Zoniënwoud. Hij ontdekt er een gemengd ecosysteem met verschillende biotopen zoals loofbos, kalkhelling en beek.
-
Determineren verschillende biotopen op basis van veel voorkomende organismen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de behoefte, het probleem
-
Vergelijken biotopen uit de eigen omgeving met dezelfde biotoop elders in de wereld.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
-
Reflecteren over hun eigen zorgzaamheid voor biotopen en de biodiversiteit.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
-
Tonen hun kennis over de biotopen, ecosystemen en biodiversiteit in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Belle legt tijdens een boswandeling uit dat een bos een biotoop is met een rijke biodiversiteit, waar bomen, paddenstoelen, vogels en insecten in balans samenleven. Ze wijst erop hoe elke soort een rol speelt in het ecosysteem. • Domien ging op reis naar Australië. In de kring bespreekt hij hoe koraalriffen een belangrijk ecosysteem vormen in de oceaan en hoe klimaatverandering en vervuiling de biodiversiteit daar bedreigen. -
Herkennen het principe van eten en gegeten worden.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eten en gegeten worden: Er zijn dieren die planten eten en dieren die andere dieren eten.
Te hanteren begrippen
eten
Voorbeelden
Eten en gegeten worden: • Een koe eet gras. • Een vogel eet rupsen.
-
Begrijpen dat organismen in de natuur met elkaar verbonden zijn via eten en gegeten worden.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eten en gegeten worden: eenvoudige principe van voedselrelaties: Sommige dieren eten planten, andere dieren eten die dieren. eenvoudige voedselketen met 2 stappen Planten zijn het begin van de keten.
Voorbeelden
Eenvoudige eetketens met 2 stappen: bladeren – rups: De rups eet bladeren van een boom of struik.
-
Beschrijven een eenvoudige voedselketen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedselketen: lineaire voorstelling van organismen Elk organisme in de keten wordt gegeten door het volgende organisme. Een voedselketen begint meestal bij een plant en eindigt bij een roofdier.
Te hanteren begrippen
de voedselketen
Voorbeelden
Voedselketen: • gras → konijn → vos (Het gras wordt gegeten door het konijn. Het konijn wordt gegeten door de vos) • gras → sprinkhaan → kikker → reiger -
Tekenen een voedselketen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
-
Illustreren dat de voedselkringloop een cyclus is van eten en gegeten worden.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedselkringloop: Een voedselkringloop is het natuurlijke proces waarbij voedingsstoffen steeds opnieuw worden doorgegeven tussen planten, dieren, afbrekers en de bodem, zodat er geen afval is en niets verloren gaat.
Te hanteren begrippen
de voedselkringloop, doorgeven van voedingsstoffen, het natuurlijk evenwicht, eten en gegeten worden
Voorbeelden
Voedselkringloop: zonlicht → gras (producent) → konijn (planteneter) → vos (roofdier) → dood dier → bodemdiertjes en bacteriën breken af → voedingsstoffen in de bodem → nieuw gras groeit
-
Geven een voedselkringloop.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
-
Beschrijven een eenvoudige voedselpiramide.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedselpiramide: Een voedselpiramide is een schematische weergave die laat zien hoe de energie in een ecosysteem wordt doorgegeven van de ene soort naar de andere. Deze voorstelling maakt zichtbaar dat er steeds minder energie overblijft naarmate je hoger in de piramide komt. onderste laag: producenten middenlagen: consumenten top: de toppredatoren belangrijke kenmerken: De energie neemt af na elke stap, omdat dieren energie gebruiken om te bewegen, te groeien. Daarom is er minder energie beschikbaar voor elk volgend niveau. De basis is het breedst, want zonder veel planten is er geen energie voor de rest.Te hanteren begrippen
de voedselpiramide, de consument, de producent, de (top)predator, de planteneter, de vleeseter, de alleseter
Voorbeelden
Voedselpiramide: Blad → rups → koolmees → sperwer
-
Geven een voedselpiramide.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
-
Beschrijven de rol van reducenten in de voedselkringloop.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reducent: Organisme dat dode planten, dieren of uitwerpselen afbreekt tot kleine stoffen die terug in de bodem terechtkomen. Die stoffen worden opgenomen door planten.
Te hanteren begrippen
de reducent, afbreken van voedsel
-
Illustreren hoe voedselketens samen een voedselweb vormen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedselweb: Een voedselweb is een netwerk van meerdere voedselketens die met elkaar verbonden zijn binnen één ecosysteem. In de natuur eten dieren namelijk vaak meer dan één soort voedsel en worden ze op hun beurt ook door meerdere dieren gegeten. Een voedselweb laat dus zien hoe alles met elkaar samenhangt. Gevolgen bij verstoring van het natuurlijk evenwicht: invloed op andere soorten: minder voedsel, meer concurrentie, veranderingen in populatiegrootte en ecosysteembalans Wanneer een sleutelsoort verdwijnt, geraakt het voedselweb uit evenwicht.Te hanteren begrippen
het voedselweb, afhankelijk zijn van, het ecosysteem
Voorbeelden
Een voedselweb in het bos: eik → rups → vogel → uil bessenstruik → muis → vos paddenstoel → slak → egel De muis kan ook gegeten worden door een uil. Rupsen worden gegeten door kikkers, vogels of egels. Al deze lijnen kruisen elkaar: als één soort verdwijnt, kan dat meerdere dieren beïnvloeden in het hele web.
-
Tekenen een voedselweb.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekenen: Tekenen relaties tussen producenten, consumenten en reducenten.
-
Analyseren een verstoring in een ecosysteem.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Verstoring in ecosysteem: • Overbevissing vermindert roofdierenpopulaties. • Uitsterven van bestuivers beperkt voedselproductie voor planteneters.
-
Tonen hun kennis over de voedselkringloop in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Camiel ziet zijn vriend een spin doodtrappen en legt hem uit dat wanneer hij dat doet er meer muggen zullen komen die hen kunnen prikken. • Charlotte leest een artikel over overbevissing en bespreekt de gevolgen voor het voedselweb. -
Herkennen dat sommige dingen opnieuw kunnen worden gebruikt.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Opnieuw gebruiken: vanuit de basishouding: afval vermijden is goed sorteren: papier, plastic en restafval
-
Beschrijven eenvoudige manieren om met afval om te gaan.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omgaan met afval: stappen: • voorkomen • hergebruik • sorteren
Te hanteren begrippen
het sorteren, het hergebruiken, het afval, de vuilnisbak, het plastic, het papier
-
Beschrijven de afvalladder van Lansink.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afvalladder van Lansink: de preventie (voorkomen): Zorg dat er géén afval ontstaat. het hergebruik: Gebruik producten opnieuw. de recyclage (materialen hergebruiken): Grondstoffen herwinnen uit afval. de energieterugwinning: Afval verbranden en daarbij energie opwekken. het verbranden of storten: Laatste optie; als energieterugwinning niet mogelijk is wordt afval verbrand of, als dat niet mogelijk is, in een stortplaats gestort.
Te hanteren begrippen
de preventie, het hergebruik, recycleren, de recyclage, het verbranden, het storten, milieuvriendelijk
Voorbeelden
De preventie: Neem een herbruikbare drinkfles mee in plaats van telkens een plastic flesje te kopen. Het hergebruik: Geef kleren door aan iemand anders of gebruik een glazen potje als bewaardoosje. De recyclage: Papier, glas of plastic sorteren zodat er weer nieuw materiaal van gemaakt kan worden. De energieterugwinning: Huisvuil wordt verbrand in een afvalcentrale om stroom of warmte te produceren. Het verbranden of storten: Als energieterugwinning niet mogelijk is worden spullen die niet herbruikbaar of recycleerbaar zijn verbrand of als allerlaatste optie gestort.
-
Analyseren het omgaan met afval.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omgaan: • met eigen verbruik • met verbruik als groep • met verbruik in de omgeving
-
Duiden dat omgevingen kunnen veranderen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Veranderen: • door natuurlijke oorzaken of menselijk ingrijpen • tijdelijke en blijvende veranderingen • Biodiversiteit kan afnemen of veranderen.
-
Illustreren de diensten die het ecosysteem levert aan de mens.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Diensten: • Wat geeft de natuur ons? : voeding, medicijnen, grondstoffen, water • Wat maakt de natuur mooi en leuk? : ontspanning • Wat regelt de natuur voor ons? : zuivere lucht, proper water • Wat doet de natuur achter de schermen?
Voorbeelden
Wat regelt de natuur voor ons? zuivere lucht, proper water, het weer, CO₂ opslag in bossen, bescherming tegen overstroming Wat maakt de natuur leuk en mooi? vakantieplekken, ontspanningsplekken, verhalen en kunst, natuur is ook goed voor onze gezondheid en geluk Wat doet de natuur achter de schermen? leefgebied voor planten en vogels, planten groeien door licht en produceren zuurstof, biodiversiteit
-
Beschrijven hoe menselijke activiteiten het ecosysteem beïnvloeden.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beïnvloeden: • negatieve impact van mensen: Vervuiling, landbouw, overbevissing en ontbossing beïnvloeden producenten, consumenten en afbrekers. • positieve impact van mensen: natuur beschermen en herstellen, biodiversiteit bevorderen, milieuvriendelijk tuinieren en landbouw, afval vermijden en duurzaam omgaan met energieTe hanteren begrippen
de vervuiling, de landbouw
-
Geven oplossingen om het ecosysteem in balans te houden.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu
-
Duiden het belang van zorg- en duurzaam om te gaan met het leefmilieu.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang: behoud van biodiversiteit afremmen van klimaatverandering bescherming van natuurlijke hulpbronnen
-
Reflecteren over hun eigen invloed en die van de mens op het leefmilieu.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu
-
Beschrijven gelijkenissen en verschillen tussen ouders en nakomelingen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ouders en nakomelingen: • mens • dier Gelijkenissen en verschillen: Nakomelingen zijn in de regel verschillend van en niet identiek aan hun ouders
Te hanteren begrippen
de gelijkenis, het verschil
-
Herkennen dat mensen en dieren bij het voortplanten erfelijke kenmerken doorgeven.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Doorgeven: Eén van de belangrijkste redenen waarom organismen zich voortplanten is het voortbestaan van de soort. Erfelijke kenmerken: • uiterlijke eigenschappen: oogkleur, haarkleur, huidskleur, lengte, lichaamsbouw, gezichtsvorm • medische en biologische eigenschappen: bloedgroep, aanleg voor ziektes, allergieën, kleurenblindheid, ontwikkelingsstoornissenTe hanteren begrippen
erfelijk, erven, de erfelijke eigenschap, de erfelijkheid, de oogkleur, de haarkleur, de lengte, de bloedgroep, de huidskleur, de allergie, de kleurenblindheid, de vorm van het gezicht
-
Illustreren aangepastheid van organismen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organismen: • mens • dier Aangepastheid: • Lichamelijke aangepastheid: fysieke eigenschappen die helpen overleven • gedragsmatige aangepastheid: gedrag van een dier of plant dat zijn overleven bevordertTe hanteren begrippen
de aangepastheid, veranderen, de schutkleur, de aanpassing
Voorbeelden
Lichamelijke aangepastheid: Kamelen hebben vet in hun bult om energie op te slaan en sluiten hun neusgaten tegen zand. Schutkleuren en camouflage helpen dieren om niet op te vallen. Uilen jagen ’s nachts. Andere dieren zijn niet aangepast om ’s nachts te jagen en vormen dus geen concurrentie voor de uil. Gedragsmatige aangepastheid: Wolven jagen in groep waardoor ze grotere prooien kunnen vangen dan wanneer ze alleen zouden jagen. Kamerplanten groeien naar het raam toe om meer licht te vangen.
-
Illustreren aangepastheid van organismen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organismen: plant Aangepastheid: • aangepastheid aan droogte • aangepastheid aan natte of moerassige gebieden • aangepastheid aan schaduwrijke plekken • verdediging tegen dieren • aangepastheid voor voortplanting en verspreiding
Voorbeelden
Aangepastheid aan droogte: Vetplanten bewaren vocht in hun bladeren of stengels. Aangepastheid aan natte of moerassige gebieden: Riet heeft holle stengels waarin lucht naar de wortels gaat, zodat ze onder water toch kunnen ‘ademen’. Aangepastheid aan schaduwrijke plekken: Tropische planten met grote bladeren vangen meer licht op in een donkere omgeving. Verdediging tegen dieren: Doornige struiken zoals de braam, houden grazers op afstand. Aangepastheid voor voortplanting en verspreiding: Felle bloemen trekken insecten aan voor bestuiving.
-
Beschrijven evolutie.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Evolutie: Een soort is veranderlijk. Binnen een soort is er variatie, concurrentie en overerving. De omgeving bepaalt wat nodig is om te kunnen overleven. De best aangepaste individuen (binnen een populatie) voor die omgeving overleven het meest, kunnen dus meer en langer voortplanten en hun genetische kenmerken doorgeven. Die kenmerken zullen sterker naar voren komen in de populatie. Dit is natuurlijke selectie.
Te hanteren begrippen
de evolutie, de natuurlijke selectie, de variatie, de soort
Voorbeelden
Evolutie: Er zijn witte en grijze vlinders in eenzelfde populatie vlinders die leven tussen witte berken. De witte vlinders vallen niet op en worden weinig opgegeten, de grijze vlinders worden veel opgegeten door vogels. In deze omgeving zijn de witte vlinders het best aangepast. Er wordt een fabriek geplaatst in de omgeving en de berkenstammen kleuren grijs van de uitstoot: de witte vlinders vallen nu veel sterker op dan de grijze en worden meer opgegeten. In dat geval zijn de grijze vlinders beter aangepast aan de omgeving. De omgeving bepaalt of de dieren aangepast zijn of niet. De vlinders zelf kunnen zich niet aanpassen.
-
Illustreren dat soorten uitsterven.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitsterven: Door natuurlijke oorzaken of door menselijke oorzaken kan een soort uitsterven. Uitsterven betekent dat er geen enkel levend exemplaar van een soort meer overblijft. Het uitsterven kan geleidelijk of plots gebeuren. Het uitsterven van een soort zorgt voor minder biodiversiteit en heeft impact op ecosystemen.
Te hanteren begrippen
Uitsterven
Voorbeelden
Menselijke oorzaken: De dodo was een vogel die leefde op het eiland Mauritius. Toen de mens daar kwam, werd hij massaal gevangen en uitgeroeid. Natuurlijke oorzaken: De dinosauriërs stierven ongeveer 65 miljoen jaar geleden uit. Waarschijnlijk gebeurde dit door een grote meteorietinslag.
-
Analyseren veranderingen in organismen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Veranderingen: • Sneeuwhazen leven in gebieden met sneeuw in de winter, maar zonder sneeuw in de zomer. Sneeuwhazen die hun vacht succesvol wisselen van bruin naar wit in de winter overleven meer en krijgen dus meer nakomelingen met hun genen. Na vele generaties zijn bijna alle hazen daar wit in de winter. • De voorouders van de mens hadden veel lichaamshaar. Dat hielp om warm te blijven in koude omgevingen. Toen mensen kleren maakten en vuur gebruikten werd dat dikke haar minder belangrijk. Mensen met minder lichaamshaar hadden geen nadeel meer en gaven hun eigenschappen door. -
Koppelen eigenschappen aan erfelijkheid.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie
-
Herkennen de bouwstenen van organismen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Cellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bouwstenen: Een cel is het kleinste bouwsteentje van alle levende wezens. Cellen zie je niet met het blote oog. Sommige organismen bestaan uit heel veel cellen en andere uit slechts één. Een cel is de kleinste eenheid van leven.
Te hanteren begrippen
de cel, de bouwsteen
-
Beschrijven dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Cellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organismen: die uit één cel bestaan: bacteriën en sommige schimmels die uit veel cellen bestaan: planten, schimmels, dieren (waaronder mensen) Meercellige organismen bestaan uit miljoenen cellen die samenwerken. Cellen: Verschillende cellen kunnen verschillende functies hebben. Cellen kunnen zich delen om te groeien of te herstellen.
Te hanteren begrippen
de ééncellige, de meercellige
Voorbeelden
Meercellige organismen: hond, mier, vinvis, spons, zonnebloem, waterlelie, champignon
-
Illustreren hoe bij de meeste gewervelde dieren uit een bevruchte eicel een meercellig organisme ontstaat.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Cellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoe: Door celdeling: de meeste gewervelde dieren zijn meercellige organismen die “ontstaan” doordat één cel (een eicel), die bevrucht wordt door een andere cel (zaadcel) zich herhaaldelijk deelt en zo steeds meer cellen vormt. Elke mens of dier begint als een bevruchte cel. Die cel splitst zich in twee cellen. Die twee worden er vier, dan acht, dan zestien… In het begin zijn alle cellen hetzelfde maar na een tijdje krijgen ze verschillende functies: sommige worden spiercellen, andere zenuwcellen, enz. Cellen met dezelfde functie gaan samenwerken en vormen weefsels en organen.
Te hanteren begrippen
de celdeling, de meercellige
-
Herkennen verschillende voedingsmiddelen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
-
Herkennen gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen voor de mens.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Gezonde voedingsmiddelen (“eet regelmatig deze”): groenten, fruit, bruin brood, water Minder gezonde voedingsmiddelen (“eet niet te vaak deze”): snoep, chocolade, frisdrank
-
Herkennen gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen voor de mens.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
gezond, minder gezond, het eten, de drank, de voeding, proeven
Voorbeelden
Gezonde voedingsmiddelen (“eet regelmatig deze”): groenten, fruit, melk en yoghurt, bruin brood, eieren, water Minder gezonde voedingsmiddelen (“eet niet te vaak deze”): snoep, chocolade, chips, frisdrank, hamburger
-
Beschrijven de noodzaak aan voedingsstoffen bij mensen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Noodzaak aan voedingsstoffen: Mensen hebben eten nodig om te groeien. Eten en drinken geven energie om te groeien, bewegen, nadenken, spelen. Als je honger hebt moet je eten. Als je dorst hebt moet je drinken.
Te hanteren begrippen
groeien, bewegen, denken, het water, eten, drinken, de honger, de dorst
-
Herkennen verschillende basisvoedingsmiddelen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisvoedingsmiddelen: groenten en fruit brood en graanproducten zuivel en alternatieven eiwitrijke producten dranken
Te hanteren begrippen
de groente, het fruit, het brood, de melk, de kaas, de zuivel, het ei, de drank, het water
-
Illustreren de functies van voedingsmiddelen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies: • bouwstof: Sommige (eiwitrijke) voedingsmiddelen zorgen voor groei: kaas, melk, ei, peulvruchten • brandstof: Sommige voedingsmiddelen (koolhydraten en gezonde vetten) geven energie: brood, pasta. • beschermende stof: Sommige (vitaminerijke) voedingsmiddelen houden je gezond: fruit, groenten. Gevarieerd: • Het eten van verschillende soorten voeding voor een sterk en gezond lichaam. • Focus ligt op groenten, fruit, graanproducten, eiwitten en zuivelproducten.Te hanteren begrippen
de voedingsmiddelen, de bouwstof, de brandstof, de beschermende stof, de energie, het volkoren brood, de peulvrucht, de noten, de zaden
-
Analyseren de eigen eet- en voedingsgewoonten.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eet- en voedingsgewoonten: • frequentie van maaltijden • voedselkeuzes • mate van evenwichtige voeding Analyseren: reflectie op persoonlijke voorkeuren
-
Herkennen het verschil tussen bewerkte en onbewerkte voeding.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil (on)bewerkte voeding: gebruik van bewaarmiddelen, smaakstoffen en kleurstoffen, toevoegen van suikers en vetten
Te hanteren begrippen
de voeding, de voedingsstof, het bewaarmiddel, de kleurstof, de smaakstof, de toegevoegde suiker
-
Illustreren hoe je gezond en duurzaam eet.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gezond: • gezonde, evenwichtige keuzes: in verhouding meer plantaardige dan dierlijke voeding eten, minder gesuikerde dranken en vooral water drinken, minder weinig tot niet-voedzame voeding eten Duurzaam: • duurzame keuzes: belang van seizoensgroenten en lokaal etenTe hanteren begrippen
de seizoensgroente, het seizoensfruit, het lokaal eten, het biologisch eten, de variatie, het verse product, plantaardig, duurzaam, de gezonde voeding, lokaal
-
Illustreren evenwichtige, gezonde voeding aan de hand van een voedingsmodel.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Voedingsmodel: de voedingsdriehoek (Vlaams Instituut Gezond Leven)
-
Analyseren de eigen eet- en voedingsgewoonten.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen eet- en voedingsgewoonten: • keuze voor voldoende essentiële voedingsstoffen • gevarieerde voeding • gezonde en duurzame keuzes
-
Illustreren de functie van de verschillende voedingsstoffen.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedingsstoffen: suikers: energie vetten: energie, celstructuur en gezondheid eiwitten: spieropbouw en gezondheid vitaminen en mineralen: gezondheid en groei vezels: gezondheid water: niet uitdrogen, afvaltransport uit het lichaam
Te hanteren begrippen
de energiebron, de voedingsstof, het eiwit, de suiker, het vet, het mineraal, de vitamine, de vezel, het water
-
Illustreren voedingsgewoonten bij de mens.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedingsgewoonten: culturele of persoonlijke eetgewoonten
Te hanteren begrippen
de vegetariër, de veganist, de flexitariër, halal, koosjer, glutenvrij, lactosevrij, suikervrij, de allergie, de intolerantie
-
Analyseren voedingsetiketten.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Analyseren: ingrediëntenlijst tabel voedingswaarde nutriscore
Te hanteren begrippen
de nutriscore, de voedingswaarde
-
Reflecteren op het maken van eigen gezonde en duurzame voedingskeuzes.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren: • milieu-impact • dierenwelzijn • gezondheidsimpact • voedselverspilling
Voorbeelden
• Jan vertelt dat hij naar een verpakkingsvrije winkel geweest is omdat hij wil bijdragen aan het milieu. • Kimberly maakte een slaatje met de restjes van het avondmaal. -
Voeren een groei-onderzoek uit.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderzoek: plant met water en zon versus zonder water en/of zonder zon
-
Voeren een groei-onderzoek uit.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderzoek: impact van de variabelen warmte, water en zon
-
Beschrijven het proces van fotosynthese.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Fotosynthese: Zonlicht valt op het blad en wordt dankzij bladgroen (chlorofyl) opgevangen. De plant neemt koolstofdioxide op uit de lucht via de huidmondjes in de bladeren. De wortels nemen water uit de bodem op, waarna het via de vaatbundels naar de bladeren wordt vervoerd. In het bladgroen vindt vervolgens de omzetting plaats: koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose (suiker) en zuurstofgas. De plant heeft hiervoor zonlicht nodig als energiebron. De suiker gebruikt de plant als bouwstof (voeding), het water en zuurstofgas (afvalstoffen) worden uitgestoten in de lucht. De plant gebruikt de glucose (suiker) om te groeien. Het zuurstof wordt door dieren (waaronder mensen) en planten zelf gebruikt om te ademen.
Te hanteren begrippen
de koolstofdioxide, het bladgroen, de energie, de suiker, het zuurstofgas, de fotosynthese
-
Geven het principe van fotosynthese weer.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)
-
Begrijpen dat de zon de primaire energiebron is voor het leven op aarde.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Primaire energiebron: De zon geeft licht en warmte. Planten gebruiken energie van de zon om hun eigen voedsel te maken (fotosynthese). Dieren krijgen die zonne-energie via voedsel: dieren eten planten of eten andere dieren die planten gegeten hebben. De energie uit voedsel komt dus oorspronkelijk van de zon, dus de zon staat eigenlijk aan de start van bijna elke voedselketen. (Uitzondering is het diepzee-ecosysteem waar geen zonlicht is) De zon beïnvloedt de omgeving: het weer, het klimaat en de waterkringloop.
Te hanteren begrippen
de energiebron, de fossiele brandstof
-
Geven weer hoe bijna elke voedselketen start onder invloed van de energie van de zon.
Wetenschap en techniek › Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)
-
Herkennen lichaamsdelen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaamsdelen: het hoofd, de wang, de arm, de buik, de voet, het been, de knie, de hand, de rug, de mond, het oog, het oor, de neus, het haar, de lip, de tong, de tand, de duim, de pink, de schouder, de teen, de vinger
-
Herkennen de functie van lichaamsdelen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie lichaamsdelen: • mond: om te eten, drinken, proeven, bijten, praten • ogen: om te kijken, slapen • oren: om te horen • neus: om te ruiken
-
Herkennen lichaams(onder)delen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaams(onder)delen: het hoofd, de wang, de arm, de buik, de voet, het been, de knie, de hand, de rug, de mond, het oog, het oor, de neus, het haar, de lip, de tong, de tand, de duim, de pink, de schouder, de teen, de vinger, huid
Te hanteren begrippen
het hoofd, de wang, de arm, de buik, de voet, het been, de knie, de hand, de rug, de mond, het oog, het oor, de neus, het haar, de lip, de tong, de tand, de duim, de pink, de schouder, de teen, de vinger
-
Herkennen de functie van lichaamsdelen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie lichaamsdelen: • mond: om te eten, drinken, proeven, bijten, praten • ogen: om te kijken • oren: om te horen • neus: om te ruiken • huid: om te voelen
Te hanteren begrippen
eten, drinken, proeven, bijten, praten, kijken, zien, horen, ruiken, voelen, knijpen, de huid
-
Herkennen lichaams(onder)delen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaams(onder)delen: de kin, de hals, de nek, de middenvinger, de ringvinger, de wijsvinger, het zitvlak, de bil, de elleboog, de navel, de oksel, de pols, de borst, de nagel, de huid, het lichaam
Te hanteren begrippen
de kin, de hals, de nek, het zitvlak, de bil, de elleboog, de navel, de oksel, de pols, de borst, de nagel, het lichaam
-
Herkennen lichaamsdelen en organen van de mens.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaamsdelen en organen: • hart • longen • maag • spieren • botten
Te hanteren begrippen
het hart, de longen, de maag, de spier, het bot
-
Beschrijven de functie van lichaamsdelen en organen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie van lichaamsdelen en organen: • het hart: om het bloed rond te pompen • de longen: om te ademen • de maag: om voedsel te verteren • de spieren: om te bewegen • de botten: om het lichaam te verstevigen • de huid: om te voelen, ademen en warmteregulatie
Te hanteren begrippen
bewegen, steunen, ademen, de hartslag, voelen
-
Lokaliseren lichaamsdelen en organen op het eigen lichaam.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: aanduiding en benaming
-
Tonen hun kennis van lichaamsdelen in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Roel tekent een mens en let erop dat hij alle zichtbare lichaamsdelen zoals armen, benen, handen en voeten, correct weergeeft. • Mira beweegt haar armen en benen tijdens de L.O. les en benoemt de verschillende lichaamsdelen die ze gebruikt. -
Herkennen het bovenste deel van het spijsverteringskanaal.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spijsverteringskanaal: Voedsel wordt in de mond gekauwd en met speeksel gemengd, zodat het daarna naar de maag kan gaan om verder te worden verwerkt.
Te hanteren begrippen
de tand, het speeksel, kauwen, slikken, de maag
-
Herkennen de weg die voedsel aflegt door het lichaam.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weg van voedsel: Voedsel komt na het doorslikken in de slokdarm en daarna in de maag. In de maag en de darmen wordt het voedsel omgezet in kleinere, bruikbare stoffen (verteerd) die in het bloed worden opgenomen. Wat je niet kan gebruiken, wordt via de darmen afgevoerd.
Te hanteren begrippen
de slokdarm, verteren, de darm, het voedsel, de stof, de anus
-
Beschrijven de functie van de delen van het spijsverteringsstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie van de delen: • spijsvertering: transport en verwerking van voeding voor het lichaam. Het voedsel wordt afgebroken zodat het lichaam hier later energie en bouwstoffen uit kan halen. • de mond: start van spijsvertering, kauwen en speeksel toevoegen • de slokdarm: duwt het eten naar de maag • de maag: kneedt het eten en voegt maagsappen toe (vertering) • de dunne darm: zorgt voor verdere vertering (suikers kleiner maken) en opname van voedingstoffen in het bloed • de lever: maakt het bloed proper en maakt gal die helpt in de darmen om vetten uit voedsel te verteren. • de dikke darm: haalt vocht uit de voedingsresten • de endeldarm: slaat de uitwerpselen op totdat je naar het toilet gaat. Als de endeldarm vol is, geeft hij een signaal dat je naar het toilet moet. • de anus: Hier gaan de uitwerpselen het lichaam uit.Te hanteren begrippen
de spijsvertering, de mond, de slokdarm, de maag, de dunne darm, de lever, de dikke darm, de endeldarm, de anus
-
Lokaliseren de delen van het spijsverteringsstelsel en route van de spijsvertering op het lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel
-
Tonen hun kennis van het spijsverteringsstelsel in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Dieter luistert naar een verhaaltje over een kind dat zoveel honger heeft dat zijn maag begint te knorren en herkent dit gevoel uit eigen ervaring. • Johanne praat met haar klasgenoten over een vriend met een blindedarmontsteking en vraagt zich af hoe belangrijk de blindedarm eigenlijk is. -
Herkennen hoe het lichaam beweegt.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bewegen: • buigen en strekken • draaien
-
Herkennen hoe het lichaam beweegt.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bewegen: • buigen en strekken • draaien
Te hanteren begrippen
buigen, strekken, draaien, bewegen, de arm, het been
-
Herkennen de delen van het skelet.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het skelet: bestaat uit schedel en botten
Te hanteren begrippen
de schedel, de spier, het bot, steunen
-
Beschrijven de functies van verschillende delen van het skelet.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies van delen: • schedel: beschermt de hersenen en vormt de structuur voor het gezicht • botten in de ledematen: zorgen voor beweging en geven stevigheid aan armen en benen • wervelkolom: houdt het lichaam rechtop en geeft ondersteuning aan de rug • ribbenkast: beschermt het hart en de longen.Te hanteren begrippen
de ledematen, het skelet, de hersenen, beschermen, de wervelkolom
-
Lokaliseren de delen van het skelet op het lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen skelet: de schedel, de botten
-
Herkennen de delen van het skelet.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen skelet: de armen (de bovenste ledematen), de benen (de onderste ledematen), de beenderen, de wervelkolom, de wervel, de ribben, de ribbenkast, het borstbeen, het schouderblad, de heup, het bekken
Te hanteren begrippen
de beenderen, de wervelkolom, de wervel, de ribben, de ribbenkast, het borstbeen, het schouderblad, de heup, het bekken
-
Beschrijven de algemene functies van het skelet.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies skelet: • beschermen: Het skelet beschermt belangrijke organen. • steunen: Het skelet biedt een stevige structuur voor het hele lichaam en geeft vorm aan het lichaam. • bewegen: Botten zijn verbonden met spieren, waardoor het lichaam kan bewegen.Te hanteren begrippen
beschermen, steunen, bewegen, het skelet
-
Lokaliseren de delen van het skelet op het lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
-
Herkennen de basisfunctie van spieren voor beweging.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies spieren: • werken samen met botten om beweging mogelijk te maken • trekken samen om armen en benen te laten bewegen • zitten aan botten vast
Te hanteren begrippen
de spier, bewegen
-
Analyseren bij het uitvoeren van eenvoudige bewegingen de werking van spieren en botten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Analyseren: • welke lichaamsdelen bewegen bij simpele activiteiten • de spieren of botten die helpen bij het uitvoeren van deze bewegingen
-
Beschrijven de werking van gewrichten en spieren voor het buigen en strekken van lichaamsdelen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werking gewrichten en spieren: • knie: buigt en strekt het been, belangrijk voor lopen, zitten en staan • elleboog: zorgt voor het buigen en strekken van de arm • schouder: zorgt voor de bewegingsvrijheid van de arm in meerdere richtingen • enkel: helpt bij stabiliteit en beweging van de voet, belangrijk bij lopen en rennen • heup: zorgt voor beweging en stabiliteit bij lopen en zitten • pols: zorgt voor buig-, strek- en draaibewegingen van de hand • spieren: spieren trekken samen om beweging in gewrichten mogelijk te maken
Te hanteren begrippen
het gewricht, buigen, strekken, de beweging, de spieren
Voorbeelden
Siska legt uit dat tijdens het springen haar beenspieren en kniegewrichten samenwerken om haar knie te buigen en weer te strekken.
-
Analyseren bij het uitvoeren van complexe bewegingen de samenwerking van gewrichten en spieren.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Complexe bewegingen: Het buigen en strekken van het gewricht helpt om dagelijkse bewegingen uit te voeren.
-
Beschrijven hoe spieren, botten en pezen samenwerken om beweging mogelijk te maken.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenwerken: • Spieren trekken samen en werken samen met botten om beweging mogelijk te maken. • Pezen verbinden spieren aan botten en maken het mogelijk dat spieren de botten kunnen bewegen.Te hanteren begrippen
de pees, de kracht, samenwerking
Voorbeelden
• Gino vertelt dat pezen ervoor zorgen dat zijn spieren kracht kunnen uitoefenen op zijn botten, waardoor hij kan bewegen. • Bianca legt uit dat de samenwerking tussen haar spieren en botten ervoor zorgt dat haar armen en benen soepel kunnen bewegen. -
Analyseren in praktische activiteiten de werking van de pezen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werking pezen: • Bij het optillen van een voorwerp vormen pezen de verbinding tussen spieren en botten voor deze beweging. • bewegingen waarbij pezen, spieren en botten samenwerken: tillen, gooien, lopen, springen, traplopen, buigen en strekken van de arm • Pezen vergemakkelijken het uitvoeren van dagelijkse bewegingen. -
Tonen hun kennis over het skelet en de spieren in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Luuk verzorgt in de huishoek een pop met een gebroken arm en legt uit dat botten stevigheid geven aan het lichaam en kunnen breken bij een harde val. • Mika neemt deel aan een bewegingscircuit en merkt op dat bij elke oefening verschillende spieren en botten worden gebruikt, zoals haar beenspieren bij het springen en haar armspieren bij het klimmen. -
Herkennen de ademhaling.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
-
Herkennen de ademhaling.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
ademen
-
Herkennen de delen en de functie van het ademhalingsstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie ademhalingsstelsel: Inademen door de neus of de mond. Deze lucht gaat naar de longen. Uitademen door neus of mond. Delen ademhalingsstelsel: neus, mond, longen
Te hanteren begrippen
de longen, de neus, de mond
-
Lokaliseren de delen van het ademhalingsstelsel op het lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen ademhalingsstelsel: mond, neus, longen
-
Herkennen de route van lucht door het ademhalingsstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De route: • Lucht komt het lichaam binnen via de neus of mond. • De lucht stroomt via de luchtpijp naar de longen. • De longen nemen zuurstof op, die het lichaam nodig heeft.
Te hanteren begrippen
de luchtwegen
-
Herkennen de functie van het ademhalingsstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie ademhalingsstelsel: • Ademhalen zorgt ervoor dat het lichaam zuurstof binnenkrijgt, wat nodig is voor het goed functioneren van de organen. • Zuurstof geeft het lichaam energie om te bewegen, te denken en te groeien. • Bij het uitademen worden afvalstoffen afgevoerd.Te hanteren begrippen
ademhalen, de energie, inademen, uitademen, de afvalstof, de zuurstof
-
Beschrijven het mechanisme van ademhalen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ademhalen: • inademen: Lucht komt via de neus of mond binnen en stroomt via de luchtpijp naar de longblaasjes in de longen, waar zuurstof wordt opgenomen in het bloed. • uitademen: Koolstofdioxide (CO₂) verlaat het lichaam via de luchtwegen. • mechanisme: Bij het inademen bewegen de ribben en het middenrif om de longen ruimte te geven. Bij uitademen ontspannen deze en wordt de lucht naar buiten geduwd.Te hanteren begrippen
de mondholte, de neusholte, de keelholte, de luchtpijp, de rib, het middenrif, de ademhaling, de keel, de longen
-
Beschrijven de functie van het ademhalingsstelsel in termen van gasuitwisseling.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie ademhalingsstelsel: • Ademhalen zorgt ervoor dat het lichaam zuurstof opneemt en koolstofdioxide afgeeft. • Zuurstof komt via de luchtwegen in de longen, wordt opgenomen in de longblaasjes en gaat van daaruit het bloed in, zodat het naar de organen kan worden getransporteerd. • Koolstofdioxide (CO₂: een afvalstof) wordt vanuit het bloed afgevoerd naar de longen en verlaat het lichaam bij het uitademen.Te hanteren begrippen
de koolstofdioxide, het longblaasje, het bloed
-
Lokaliseren de delen van het ademhalingsstelsel en de route van de ademhaling op het lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
-
Beschrijven de invloed van roken en luchtvervuiling op het ademhalingsstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Invloed roken en luchtvervuiling: • Roken en luchtvervuiling kunnen de longen beschadigen en het ademhalen bemoeilijken. • Schadelijke stoffen uit rook en vervuilde lucht komen in de longen terecht en kunnen problemen veroorzaken.Te hanteren begrippen
roken, de luchtvervuiling, de longschade
-
Reflecteren over hun kennis om longgezondheid te beschermen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Longgezondheid: • impact van roken en luchtvervuiling op longen • rookverbod • eigen rol en acties om gezondheid te bevorderen
Te hanteren begrippen
de gezonde leefomgeving, de verantwoordelijkheid
-
Herkennen bloed.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Denis herkent bloed bij het prikken. • Anke krijgt een schaafwond en merkt het bloed op dat uit haar huid komt.
-
Herkennen bloed.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het bloed
-
Herkennen het hart als belangrijk deel van de bloedsomloop.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hart: Klopt constant om bloed door het lichaam te pompen zodat we kunnen spelen en bewegen.
Te hanteren begrippen
het hart, de hartslag
-
Herkennen dat bloedvaten bloed door het lichaam transporteren.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bloedvaten: • Buisjes in het lichaam die bloed overal naartoe brengen. • Het hart pompt bloed door deze bloedvaten zodat het hele lichaam bloed krijgt.
Te hanteren begrippen
het bloedvat
-
Beschrijven hoe het hart, bloed en bloedvaten samenwerken om zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam te vervoeren.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenwerken: Het hart pompt bloed door de slagaders. Het bloed brengt zuurstof en voedingsstoffen (die het uit de darmen haalt) naar de organen via bloedvaten. Het bloed komt via aders terug naar het hart en brengt afvalstoffen terug mee.
Te hanteren begrippen
de zuurstof
-
Illustreren waarom bloedgroepen belangrijk zijn.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang: Er zijn verschillende bloedgroepen. Bij geven van bloed is het belangrijk dat de ontvanger het juiste soort bloed krijgt.
-
Herkennen de organen die betrokken zijn bij de bloedsomloop.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organen: hart, bloedvaten, slagaders, aders, haarvaten, longen
Te hanteren begrippen
het haarvat, de ader, de slagader, de bloedvaten
-
Beschrijven de functie en structuur van het hart.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: • Het hart pompt zuurstofrijk bloed naar de spieren en organen. Structuur: • de kamers en de kleppen
Te hanteren begrippen
de kamer, de klep
-
Beschrijven de functie van de bloedsomloop.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: • De bloedsomloop zorgt voor het transport van zuurstof van de longen naar de lichaamscellen en voert koolstofdioxide (CO₂) terug naar de longen om uit te ademen. • De bloedsomloop vervoert belangrijke stoffen en verwijdert afvalstoffen door het hele lichaam. • Bloeddruk is de kracht die het bloed uitoefent op de wanden van de bloedvaten door de pompende werking van het hart.Te hanteren begrippen
de bloedsomloop, de bloeddruk, de koolstofdioxide, de voedingsstof, de afvalstof
-
Beschrijven de werking van de bloedsomloop.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werking: • De bloedsomloop is de beweging van bloed door het lichaam, aangedreven door de samentrekkingen van het hart. • Grote bloedsomloop: Het zuurstofrijke bloed stroomt van het hart naar de organen en weefsels in het lichaam en keert als zuurstofarm bloed terug naar het hart. • Kleine bloedsomloop: Het zuurstofarme bloed stroomt van het hart naar de longen om zuurstof op te nemen en koolstofdioxide af te geven, waarna het als zuurstofrijk bloed terugkeert naar het hart. • Bij grote inspanningen ga je sneller ademen zodat er meer zuurstoftoevoer is naar de spieren.Te hanteren begrippen
het zuurstofarm bloed, het zuurstofrijk bloed, de grote bloedsomloop, de kleine bloedsomloop, de koolstofdioxide
-
Tekenen de delen van de bloedsomloop en de route van het bloed.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekenen: schema
-
Lokaliseren de delen van het hart en de route van de bloedsomloop op het lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
-
Tonen hun kennis van de bloedsomloop in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Basten neemt deel aan een bewegingsspel en voelt na het rennen zijn hartslag in zijn pols. Hij merkt op dat zijn hart sneller klopt en legt uit dat dit komt doordat het bloed sneller door zijn lichaam stroomt om zuurstof naar zijn spieren te brengen. • Héloïse leest een verhaal over een hartstilstand en bespreekt met haar klasgenoten hoe het hart en de bloedsomloop essentieel zijn voor het transport van zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam. -
Herkennen de vijf zintuigen en bijbehorende lichaamsdelen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaamsdeel en zintuigen: oog: zien oor: horen neus: ruiken tong: proeven huid: voelen
-
Herkennen de vijf zintuigen en bijbehorende lichaamsdelen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaamsdeel en zintuigen: oog: zien oor: horen neus: ruiken tong: proeven huid: voelen
Te hanteren begrippen
het oog, het oor, de neus, de tong, de huid
-
Herkennen dat elk zintuig een specifieke waarneming heeft.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Specifieke waarneming: De ogen helpen ons te zien. De oren helpen ons te horen. De neus helpt ons te ruiken. De tong helpt ons te proeven (zoet en zuur). De huid helpt ons te voelen.
Te hanteren begrippen
zien, horen, ruiken, proeven, voelen
-
Lokaliseren de 5 zintuigen en de bijhorende lichaamsdelen op het lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
-
Herkennen dat zintuigen samenwerken bij dagelijkse activiteiten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenwerken: • Zien, ruiken en proeven werken samen bij het eten. • Zien en horen werken samen bij het spelen.
Te hanteren begrippen
samenwerken, eten, spelen
-
Herkennen dat zintuigen prikkels ontvangen uit de omgeving.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Prikkels: geluiden, beelden, geuren, smaken, materialen die verschillend aanvoelen
Te hanteren begrippen
het geluid, het beeld, de geur, de smaak, zoet, zout, zuur, zacht, hard, ruw, luid, stil, kleur, vorm, beweging, licht, donker
-
Gebruiken hun zintuigen om prikkels in de omgeving te onderscheiden.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Prikkels onderscheiden: verschillen in geluiden, beelden, geuren, gevoel en smaken
-
Herkennen de basissmaken en hoe de tong helpt bij proeven.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basissmaken: De smaakpapillen op de tong onderscheiden zoet, zout, zuur en bitter.
Te hanteren begrippen
bitter, de tong
-
Onderscheiden basissmaken.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basissmaken: zoet zuur zout bitter
-
Beschrijven de functie van zintuigen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: • Zintuigen zetten prikkels om in signalen en sturen deze naar de hersenen via zenuwen om waar te nemen wat we zien, horen, ruiken, proeven en voelen. • Zintuigen helpen het lichaam te reageren op prikkels.Te hanteren begrippen
de zintuigen, de prikkel, het signaal, de hersenen, de waarneming, de zenuw, reageren, de omgeving, het gevaar
-
Beschrijven de structuur en werking van het oor en het proces van horen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuur en werking: Geluidsgolven worden opgevangen door de oorschelp, gaan door de gehoorgang en doen het trommelvlies en gehoorbeentjes bewegen. Het slakkenhuis zet dit om in signalen naar de hersenen.
Te hanteren begrippen
het trommelvlies, het gehoorbeentje, het slakkenhuis, de gehoorzenuw, de geluidsgolf
-
Beschrijven de structuur en werking van de tong en het proces van proeven.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuur en werking: De smaakpapillen op de tong onderscheiden basissmaken (zoet, zout, zuur, bitter en umami). Smaakstoffen binden zich aan smaakpapillen en sturen signalen naar de hersenen.
Te hanteren begrippen
de basissmaak, umami, het speeksel
-
Beschrijven de structuur en werking van het oog en het proces van beeldvorming.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuur en werking: Het oog vangt licht op en vormt een beeld op het netvlies. De pupil en iris regelen de hoeveelheid licht. Het netvlies zet het beeld om in signalen die via de zenuwen naar de hersenen worden gestuurd.
Te hanteren begrippen
het netvlies, de oogzenuw, de pupil, de iris
-
Beschrijven de structuur en werking van de neus en het proces van ruiken.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuur en werking: Geuren worden ingeademd en opgenomen in de neusholte. Geurstoffen binden zich aan reukzenuwen en gaan als signalen naar de hersenen.
Te hanteren begrippen
de neusholte, de reukzenuw, inademen
-
Beschrijven de structuur en werking van de huid en het proces van voelen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuur en werking: De huid bevat zenuwuiteinden die aanraking, druk, temperatuur en pijn waarnemen. De huid beschermt het lichaam en helpt bij warmteregulatie.
Te hanteren begrippen
de aanraking, de temperatuur, de druk, de pijn
-
Beschrijven de samenwerking tussen zintuigen en hersenen bij complexe waarnemingen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenwerking: Zintuigen werken samen met de hersenen om complexe waarnemingen te maken. Zintuigen sturen signalen naar de hersenen, waar de informatie wordt geïntegreerd voor een volledige waarneming.
Te hanteren begrippen
de samenwerking
-
Illustreren hulpmiddelen voor zintuigen die minder goed functioneren.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hulpmiddelen: ondersteunen het functioneren van zintuigen. versterken of vervangen een functie, zodat mensen met zintuiglijke beperkingen ook kunnen waarnemen
Te hanteren begrippen
de bril, de lens, het hoorapparaat, slechtziend, slechthorend, het hulpmiddel
-
Analyseren zintuiglijke waarnemingen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zintuigelijke waarnemingen: • gebruik van verschillende zintuigen • invloed van prikkels (geluid, licht, geur en textuur) op ervaring/ stemming. • Specifieke zintuiglijke waarneming verandert als andere zintuigen worden beperkt. • reactie lichaam
Te hanteren begrippen
de concentratie, de afleiding, de textuur, de emotionele reactie, de herinnering
Voorbeelden
• Liza experimenteert met het luisteren naar een verhaal, eerst zonder en daarna met een blinddoek. Ze beschrijft hoe het wegnemen van visuele prikkels haar concentratie en begrip beïnvloedt. • Alma voelt met gesloten ogen aan verschillende materialen en vergelijkt hoe de textuur aanvoelt zonder zicht, in vergelijking met wanneer ze het materiaal ook kan zien. -
Tonen hun kennis van de zintuigen in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Roos vertelt tijdens een schilderactiviteit over de verschillende kleuren verf die ze heeft gebruikt en beschrijft hoe de vormen en texturen van haar schilderij eruitzien. • Johan maakt een wandeling door het bos en gebruikt zijn zintuigen om de omgeving te verkennen. Hij beschrijft de kleuren en vormen van bladeren, luistert naar het fluiten van vogels, voelt de ruwe schors van bomen en ruikt de geur van paddenstoelen. -
Herkennen de hersenen als het denkcentrum van het lichaam.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De hersenen: zijn het deel van het lichaam waarmee we kunnen denken en leren
Te hanteren begrippen
de hersenen
-
Herkennen dat de hersenen ons helpen om op prikkels te reageren.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reageren: reacties op wat we zien, horen of voelen
Te hanteren begrippen
reageren
Voorbeelden
• Ulrike begint te glimlachen wanneer ze haar lievelingsliedje hoort. Haar hersenen herkennen het geluid en laten haar reageren met een blij gevoel. • Raf voelt dat het water te heet is en trekt meteen zijn hand terug. Zijn hersenen geven een signaal om te reageren en zichzelf te beschermen. -
Lokaliseren de hersenen op een lichaam(schema).
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
-
Herkennen de samenwerking tussen hersenen, ruggenmerg en zenuwen om het lichaam te laten reageren.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenwerking: Signalen (die binnenkomen via de waarneming) worden door de zenuwen via het ruggenmerg naar de hersenen gestuurd en keren nadien vanuit de hersenen via het ruggenmerg en de zenuwen terug naar de spieren.
Te hanteren begrippen
de zenuw, de prikkel, het signaal
Voorbeelden
Jeroen zegt: “Mijn ogen zien de bal. Dat signaal gaat naar mijn hersenen. Die zeggen ‘opzij!’ en sturen dat signaal naar de spieren. Mijn spieren bewegen mijn benen en ik stap opzij”
-
Herkennen de delen van het centraal zenuwstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: ruggenmerg kleine hersenen grote hersenen hersenstam
Te hanteren begrippen
het ruggenmerg, de kleine hersenen, de grote hersenen, de hersenstam, het zenuwstelsel
-
Lokaliseren de delen van het centraal zenuwstelsel op een lichaamsschema.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
-
Beschrijven de functies van de hersenen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies: • verwerken van zintuiglijke prikkels • besturen van gedrag, geheugen, bewustzijn en emoties • aansturen van de stelsels
-
Tonen hun kennis van centraal zenuwstelsel in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Nienke bespreekt tijdens een les over veiligheid en reflexen hoe het zenuwstelsel ervoor zorgt dat ze haar hand automatisch terugtrekt wanneer ze per ongeluk iets warms aanraakt. • Eli merkt tijdens een sportles op dat zijn lichaam automatisch reageert wanneer hij een bal naar zich toe ziet komen. Hij legt uit dat zijn zenuwstelsel signalen doorstuurt naar zijn spieren, zodat hij de bal snel kan vangen zonder er eerst over na te denken. -
Herkennen de uiterlijke delen van het voortplantingsstelsel bij de mens.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uiterlijke delen: vulva penis
Te hanteren begrippen
de vulva, de penis
-
Herkennen de voorplantingsfunctie van voortplantingsorganen bij volwassenen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplantingsorganen: Volwassenen hebben voortplantingsorganen die het krijgen van kinderen mogelijk maken. Deze organen zijn verschillend bij mannen en vrouwen.
Te hanteren begrippen
de voortplanting, de man, de vrouw
-
Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de vrouw.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen voortplantingsstelsel: vulva vagina clitoris eierstokken baarmoeder baarmoederhals eileiders eicel schaamlippen
Te hanteren begrippen
de vagina, de clitoris, de eierstok, de eicel, de baarmoeder, de baarmoederhals, de eileider, de schaamlip
-
Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de man.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen voortplantingsstelsel: penis voorhuid zaadleider urinebuis zaadblaasje prostaat bijbal teelbal balzak sperma zwellichaam eikel
Te hanteren begrippen
de voorhuid, de zaadleider, de urinebuis, het zaadblaasje, de prostaat, de bijbal, de teelbal, de balzak, de penis, het zwellichaam, de eikel, het sperma
-
Beschrijven de functie van het voortplantingsstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: productie van eicellen en zaadcellen, bevruchting, ontwikkeling van de baby, de geboorte
-
Beschrijven de fases van de geslachtelijke voortplanting bij de mens.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de erectie, de zaadlozing, de menstruatie, de bevruchting, het embryo, de foetus, de zwangerschap, de geboorte, de eicel, de zaadcel
-
Lokaliseren de delen van het voortplantingsstelsel op een lichaamsschema.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
-
Analyseren de veranderingen tijdens de puberteit en het belang van persoonlijke hygiëne.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de puberteit, de hygiëne, de verandering, de verzorging
-
Reflecteren op de betekenis van lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenis: • de veranderingen in het lichaam • het belang van privacy • respect voor persoonlijke ruimte
-
Herkennen de functies van hormonen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: • groei • verandering • emoties
-
Beschrijven de functies van hormonen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: • groei • verandering • emoties
-
Geven het effect van hormonen op hun lichaam weer.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Effect: • groei • verandering
-
Tonen hun kennis van hormonen in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Baskir neemt deel aan een klasgesprek over de puberteit en legt uit dat de acné die bij zijn broer van 13 jaar heel goed zichtbaar is te maken heeft met hormonen in de puberteit. • Emma zegt tegen Ella tijdens de speeltijd: “Maak je geen zorgen over Fien die de laatste tijd dikwijls onverwacht boos wordt. Het hoort bij de puberteit.” -
Herkennen dat er verschillende soorten cellen zijn die verschillende taken in het lichaam hebben.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Cellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende soorten cellen: • de ene vormen huid, de andere spieren en nog andere botten • Elke cel is belangrijk voor onze gezondheid.
Te hanteren begrippen
de cel
-
Analyseren het belang van cellen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Cellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang: • de bouwstenen van het lichaam • herstellen van weefsel, het zorgen voor groei
-
Tonen hun kennis van cellen in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Cellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Merel legt tijdens een gesprek over ziekten uit dat cellen in het immuunsysteem vechten tegen virussen om het lichaam gezond te houden. Ze vergelijkt dit met soldaten die indringers bestrijden. • Bram bespreekt waarom gezonde voeding en voldoende rust belangrijk zijn om cellen sterk te houden. Hij legt uit dat vitamines en mineralen helpen bij het herstel van cellen en dat slaap ervoor zorgt dat cellen energie kunnen vernieuwen. -
Herkennen materie.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Materie: hout, zand, steen, klei, glas, plastic, papier
-
Classificeren materie op basis van 1 waarneembare eigenschap.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
-
Herkennen materie.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het hout, het zand, de steen, de klei, het glas, het plastic, het papier
-
Herkennen waarneembare eigenschappen van materie.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Waarneembare eigenschappen: kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, stevigheid (zacht versus hard), warmtegevoel (warm versus koud), droog versus nat, vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad of niet glad), lichtdoorlaatbaarheid, wateropslorpend, massa
Te hanteren begrippen
de kleur, drijven/zinken, zacht/hard, warm/koud, droog/nat, glad/ruw, doorzichtig
-
Classificeren materie op basis van 1 of 2 waarneembare eigenschappen.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
-
Herkennen materie.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Materie: hout, zand, steen, klei, rubber, glas, kunststof (plastic), papier, karton, textiel, metaal
Te hanteren begrippen
het rubber, de kunststof, het karton, de stof (kledij), het metaal
-
Beschrijven eigenschappen van materie.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigenschappen: kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, hardheid (zacht versus hard), warmtegevoel (warm versus koud), droog versus nat, brandbaarheid, waterdichtheid, herbruikbaarheid, vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad of niet glad), lichtdoorlaatbaarheid, wateropslorpend, temperatuur, massa
Te hanteren begrippen
hard, zacht, breekbaar, waterdicht, herbruikbaar, brandbaar, het gewicht, de massa, vast, vloeibaar, glad, laat licht door, slorpt water op
-
Beschrijven het verschil tussen grondstoffen en materialen.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil: Grondstoffen komen rechtstreeks uit de natuur en zijn nog niet bewerkt. Vaak gaan we deze verwerken zodat we ze kunnen gebruiken. Materialen zijn dingen die we van grondstoffen maken, zodat we ze kunnen gebruiken om iets te maken of te bouwen.
Te hanteren begrippen
de grondstof, het materiaal, de materie
-
Herkennen grondstoffen en materialen.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Grondstoffen: hout, zand, (natuur)steen, klei, planten, aardolie Materialen: glas, kunststof (plastic), papier, karton, textiel van planten, textiel van dieren (leer), metaal, kunststeen, nylon
Te hanteren begrippen
de natuursteen, de kunststeen, het katoen, het linnen, de wol, de zijde, synthetisch, natuurlijk, het textiel
-
Beschrijven eigenschappen van grondstoffen en materialen.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigenschappen: kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, hardheid (zacht versus hard), warmtegevoel (warm versus koud), droog versus nat, brandbaarheid, waterdichtheid, herbruikbaarheid, vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad of niet glad), lichtdoorlaatbaarheid, wateropslorpend, oplosbaarheid/mengbaarheid, temperatuur, massa, slijtvastheid, veerkracht, houdbaarheid, elektrische geleiding, thermische geleidbaarheid, omkeerbaar versus niet - omkeerbaar
Te hanteren begrippen
stevig, breekbaar, waterdicht, warmte geleidend, oplosbaar, herbruikbaar, brandbaar, de massa, de temperatuur, de veerkracht, houdbaar, elektrisch geleidend, slijten, oplosbaar, mengbaar, omkeerbaar, de omkeerbare reactie, niet omkeerbaar, de niet- omkeerbare reactie
Voorbeelden
Omkeerbare/niet-omkeerbare reactie: • Zout lost op in water, zout kan terug van het water gescheiden worden door het water te laten verdampen. • Verbranding is niet-omkeerbaar. -
Duiden dat grondstoffen eindig zijn.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
-
Herkennen grondstoffen en materialen.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Grondstoffen: hout, naaldhout, loofhout, zand, (natuur)steen, klei Materialen: glas, vlak glas, hol glas, bol glas, herbruikbaar en niet herbruikbaar kunststof (plastic), papier, karton, textiel van planten, textiel van dieren, synthetisch textiel, metaal, ijzer, aluminium, koper, kunststeen, houtproduct
Te hanteren begrippen
het vlak glas, het bol glas, het hol glas, het synthetisch textiel, het ijzer, het aluminium, het koper, het metaal
-
Beschrijven eigenschappen van grondstoffen en materialen.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigenschappen: kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, hardheid (zacht versus hard), warmtegevoel (warm versus koud), droog versus nat, brandbaarheid, waterdichtheid, herbruikbaarheid, vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad of niet glad), lichtdoorlaatbaarheid, wateropslorpend, oplosbaarheid/mengbaarheid, temperatuur, slijtvastheid, veerkracht, houdbaarheid, elektrische geleiding, kostprijs, schadelijk voor milieu, smelten, smelttemperatuur
Te hanteren begrippen
de smelttemperatuur, ontvlambaar, de kostprijs, schadelijk voor het milieu
-
Classificeren materie op basis van verschillende eigenschappen.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
-
Illustreren dat alle materie uit deeltjes bestaat.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het deeltje, de verbinding, de structuur, de zuivere stof
Voorbeelden
Materie bestaat uit deeltjes: • Bruiswater bestaat uit waterdeeltjes en gasdeeltjes (kunnen bewegen en ontsnappen als belletjes) • Krijt bestaat uit krijtdeeltjes (komen los bij het schrijven op bord of bij het uitkloppen van een bordenwisser) • Lucht bestaat uit luchtdeeltjes (onzichtbaar maar wind is wel in staat om bladeren te laten bewegen via botsingen met deze luchtdeeltjes) • Geur bestaat uit geurdeeltjes (sinaasappel pellen, geurdeeltjes komen vrij, bewegen tussen de luchtdeeltjes door tot bij onze neus) Materie bestaat uit verbindingen van deeltjes: In een steen zitten de deeltjes vast aan elkaar, ze vormen een sterke verbinding waardoor de steen hard is. Materie bestaat uit deeltjes die georganiseerd zijn volgens een bepaalde structuur: De structuur van water verandert als het vloeibaar, vast of gasvormig is. De zuivere stof: Materie die maar uit één soort deeltjes bestaat noemen we een ‘zuivere stof’: (zuiver/gedestilleerd) water, (puur) goud, (zuiver) zout -
Duiden de relatie tussen massa en volume.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: Massadichtheid is de verhouding van massa op volume. Het is een getal dat aangeeft hoeveel materie er in een bepaald volume van een stof zit. Elke stof heeft zijn eigen massadichtheid. Als je eenzelfde voorwerp maakt uit 2 verschillende stoffen, dan zal het volume (m3) van de voorwerpen hetzelfde zijn, maar de massa (kg) verschillen omdat elke stof een andere massadichtheid heeft. De massadichtheid wordt uitgedrukt in kg/m³ of g/cm³. De massadichtheid van stoffen hangt af van twee dingen: 1) Hoe dicht de deeltjes bij elkaar zitten in de verbindingen (dichter op elkaar -> grotere massadichtheid) 2) Hoe zwaar de deeltjes zelf zijn (zwaardere deeltjes -> grotere massadichtheid)
Te hanteren begrippen
de massadichtheid, de massa, het volume, kg/m³ of g/cm³
Voorbeelden
Massadichtheid: Je hebt twee blokken van dezelfde grootte (volume): één van hout en één van ijzer. Omdat de massadichtheid van ijzer groter is dan die van water zal het zinken in water. De massadichtheid van hout is kleiner dan die van water en zal daarom drijven in water. Drijven en zinken gaat vooral over de massadichtheid van het voorwerp en van de vloeistof ten opzichte van elkaar.
-
Illustreren toepassingen van massadichtheid.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassingen: • drijven en zinken • massa
Voorbeelden
Drijven en zinken: Stoffen met een hogere massadichtheid dan water (of de vloeistof waar je ze in legt) zinken. Stoffen met een kleinere massadichtheid (bv. olie t.a.v. water) drijven. Toch kan een zware boot blijven drijven doordat er ook nog een andere factor van belang is: de opwaartse kracht van het water. Massa: Materie met een hoge massadichtheid is zwaarder dan materie van dezelfde grootte met een kleinere massadichtheid: een blok metaal is zwaarder dan een blok hout dat hetzelfde volume heeft.
-
Vergelijken massadichtheid bij verschillende materies.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
-
Gebruiken materie volgens technische veiligheidsinstructies.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Technische veiligheidsinstructies: • Op een kartonnen doos staat een label dat verwijst naar de breekbaarheid. • Op een fles staat een pictogram met een doodshoofd, als verwijzing naar de schadelijkheid voor mens en dier. -
Gebruiken materialen op een duurzame wijze.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Duurzame wijze: • Bij voorkeur herbruikbare materialen gebruiken: stoffen boodschappentas, brooddoos, drinkglas, stenen koffietas, kartonnen doos als opbergdoos, spullen uit de kringwinkel • Zorg dragen voor de materialen en ze zo lang mogelijk gebruiken. • Kapotte spullen laten herstellen, indien mogelijk. • Recycleerbare materialen op de juiste manier sorteren. -
Tonen hun kennis over kenmerken van materie en duurzaamheid in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bij het verhaaltje van de drie biggetjes duidt Eileen waarom het huis van steen overeind blijft. • Bij het ontwerpen van de uitnodigingen voor het schoolfeest kiest Anne-Laure voor herbruikbare materialen. -
Herkennen verschillende soorten krachten.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Krachten: trek- en duwkracht
Te hanteren begrippen
trekken, duwen
-
Herkennen verschillende soorten krachten.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Krachten: magnetische kracht
-
Herkennen verschillende soorten krachten.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Krachten: zwaartekracht
-
Illustreren de relatie tussen kracht en beweging.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • tussen kracht en de verandering van de beweging bij een bepaalde massa • tussen massa en de verandering van de beweging bij een bepaalde kracht • kracht versus verandering van beweging bij constante massa: Als de massa constant blijft, dan geldt: meer kracht → meer versnelling minder kracht → minder versnelling • massa versus verandering van beweging bij constante kracht: Als de kracht constant blijft, dan geldt: meer massa → minder versnelling minder massa → meer versnellingTe hanteren begrippen
de richting, de kracht, de beweging, de massa, de relatie, de plaats
Voorbeelden
Jessie speelt met de winkelwagen: duwt ze harder, dan rijdt die sneller. De massa van het wagentje verandert niet, dus de kracht bepaalt hoe snel het beweegt.
-
Illustreren effecten van krachten op beweging.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Effecten: • versnelling: Als de kracht in dezelfde richting als de beweging werkt, wordt de snelheid groter. • vertraging: Een kracht die tegengesteld aan de beweging werkt (weerstand), veroorzaakt afremming. • verandering van richting: Krachten die niet in lijn zijn met de huidige beweging kunnen de richting van een object veranderen. • beweging vanuit stilstand: Een kracht kan een stilstaand object in beweging brengen.Te hanteren begrippen
de weerstand
Voorbeelden
Vertraging: • Zeger ondervindt heel veel weerstand bij het fietsen tegen de wind in. • Tamara ondervindt dat ze sneller kan zwemmen met zwempak dan met kleren aan. • Sander legt uit dat zijn fiets afremt doordat een remblokje tegen het draaiende wiel drukt. -
Duiden het onderscheid tussen gewicht en massa.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheid: Massa is de hoeveelheid materie in een object. Gewicht is de kracht waarmee zwaartekracht aan een object trekt. Het gewicht verandert volgens de zwaartekracht.
Te hanteren begrippen
het gewicht, de massa, de druk
Voorbeelden
Onderscheid: Op de maan is er minder zwaartekracht dan op aarde waardoor eenzelfde persoon (met dus eenzelfde massa) minder weegt op de maan dan op aarde.
-
Passen de relatie tussen kracht en beweging toe in hun creaties.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Basiel zorgt ervoor dat de knikkerbaan op bepaalde plaatsen voldoende helling heeft om de knikkers te versnellen.
-
Herkennen hoe bewegende voorwerpen of personen versnellen of vertragen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
sneller, trager
Voorbeelden
Versnellen: harder trappen op de fiets, een speelgoedauto van een helling duwen Vertragen: minder hard trappen, stoppen met trappen of remmen
-
Illustreren de impact van snelheid in dagelijkse situaties.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Aimée vergelijkt het verschil tussen naast een fiets wandelen en erop rijden.
-
Herkennen de noodzaak van aangepaste snelheid in een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
Versnellen, vertragen, de snelheid
Voorbeelden
• Arne past de snelheid van de knikker aan in zijn knikkerbaan. Hij versnelt de knikker om een hindernis te nemen en vertraagt hem om te voorkomen dat hij uit de bocht vliegt. • Anne-Fien stelt de elektrische speelgoedtrein zo af dat hij vertraagt voordat hij een scherpe bocht ingaat. -
Gebruiken snelheid in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Snelheid: • versnellen, vertragen • de snelheid • de plaats • de beweging • de weerstand • de richting
-
Herkennen materie die drijft of zinkt.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken
-
Herkennen materie die drijft of zinkt.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
drijven, zinken
-
Classificeren materie die drijft of zinkt.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken
-
Herkennen bijzondere materie die drijft en/of zinkt.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Lieven ontdekt dat cellenbeton, in tegenstelling tot andere stenen, blijft drijven op water. • Beatrix merkt op dat een spons eerst drijft, maar zinkt zodra die volledig met water is volgezogen. -
Herkennen de opwaartse kracht bij drijven en zinken.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Rémi vouwt een stukje zilverpapier steeds kleiner en merkt dat het uiteindelijk zinkt doordat er minder opwaartse kracht van het water tegen de folie is. -
Illustreren toepassingen van het natuurkundig verschijnsel drijven en zinken in technische systemen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken
-
Selecteren materie in functie van drijven en zinken in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken
-
Herkennen verschillende schakelaars om licht aan en uit te doen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schakelaars: schuifschakelaar kantelschakelaar drukknop
-
Herkennen elektrische onderdelen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elektrische onderdelen: de schakelaar de stekker het snoer
-
Beschrijven de noodzaak van elektriciteit om toestellen te laten functioneren.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de elektriciteit, het stopcontact, het werkt, het werkt niet
Voorbeelden
• Ollie merkt dat de mixer niet werkt en steekt de stekker in het stopcontact. • Davina vertelt dat het speelgoed niet werkt wanneer de batterijen ontbreken of leeg zijn. -
Herkennen batterijen en hun symbolen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de batterij, +, -, de veer
-
Gebruiken batterijen om toestellen te laten functioneren.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: Een (herbruikbare) batterij op een correcte manier plaatsen. Een (herbruikbare) batterij op een correcte manier lezen (+ en –).
-
Beschrijven de onderdelen van de gesloten stroomkring.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de batterij, de lamp, de lamphouder, de stroomdraad, de gesloten stroomkring
Voorbeelden
Onderdelen gesloten stroomkring: de batterij (= de energiebron), de lamp met lamphouder, de stroomdraad (= de geleider)
-
Herkennen een concreet schematische voorstelling van een gesloten stroomkring.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schematische voorstelling: de batterij de lamp de geleider
-
Maken een gesloten stroomkring met een batterij.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maken: • concrete uitvoering • concreet schematische voorstelling
-
Beschrijven de onderbroken stroomkring.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de (onderbroken) stroomkring, de schakelaar, de geleider
Voorbeelden
Onderdelen onderbroken stroomkring: de batterij (= de energiebron), lamp met lamphouder, schakelaar, de stroomdraad (= de geleider)
-
Herkennen een concreet schematische voorstelling van een onderbroken stroomkring.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schematische voorstelling: de batterij de lamp de geleider de schakelaar
-
Maken een onderbroken stroomkring.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maken: • concrete uitvoering • concreet schematische voorstelling
-
Herkennen de elektrische geleiders en niet- geleiders (isolatoren) in een stroomkring.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de geleider, de isolator, de stroomkring
-
Herkennen energieomzettingen van elektriciteit.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Energieomzetting: warmte, licht, geluid, beweging
Te hanteren begrippen
de energieomzetting
-
Herkennen de spanning en de stroomsterkte.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spanning: de kracht die de elektrische deeltjes laat bewegen wordt aangeduid in volt Stroomsterkte: Een maat voor de hoeveelheid elektrische lading die per seconde door een geleider stroomt. wordt aangeduid in ampère
Te hanteren begrippen
de spanning, de stroom(sterkte)
Voorbeelden
Spanning en stroomsterkte: • Een batterij heeft een spanning van 9 volt, een andere batterij heeft een spanning van 1,5 volt. • Stel je voor dat elektriciteit als water door een tuinslang stroomt. Stroomsterkte is dan als de hoeveelheid water die per seconde door de slang gaat. De spanning is dan de druk die op de waterleiding zit: hoe hoger de druk, hoe harder het water stroomt. • Een hogere spanning geeft meestal een grotere stroomsterkte: Meer ‘waterdruk’ geeft meestal meer water door de tuinslang (maar een smalle tuinslang laat toch minder water door dan een brede) -
Interpreteren spanning en stroomsterkte van een toestel.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Angéle haar computer heeft een spanning nodig van 5 volt (V) en een stroomsterkte van 10 ampère (A). • Jef kiest de lamp met de juiste spanning voor zijn fiets. Indien het lampje geen gepaste spanning heeft brandt de fietslamp zwak of gaat het stuk. -
Herkennen serieschakeling in de stroomkring.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de serieschakeling, de geleider, de isolator, de stroomkring
-
Herkennen een schematische voorstelling van een serieschakeling.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schematische voorstelling: energiebron, lamp(en), schakelaar, verbruiker
Te hanteren begrippen
de verbruiker
-
Maken een serieschakeling.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maken: • concrete uitvoeringen • schematische voorstelling
-
Beschrijven de impact van een serieschakeling op de verbruikers.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Impact: serieschakeling: Lampen branden minder fel.
-
Illustreren dat elektriciteit aangeleverd wordt via centrales, accu's en batterijen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de elektriciteitscentrale, de accu, de waterkrachtcentrale, de kerncentrale, de thermische centrale, het zonnepark, het windmolenpark
-
Passen elektriciteit (zwakstroom) in hun technisch ontwerp toe.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
-
Gaan energiebesparend en veilig om met elektriciteit.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Veilig: elektriciteit met behulp van batterijen gebruik van toestellen op stroomnet enkel onder begeleiding
Voorbeelden
Tillo trekt de stekker van de oplader uit als zijn tablet is opgeladen, om sluimerverbruik te vermijden.
-
Herkennen verschillende lichtbronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichtbronnen: • natuurlijke: de zon, de sterren • kunstmatige: lampen, kaarsen, zaklamp
-
Herkennen verschillende lichtbronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichtbronnen: • natuurlijke: de zon, de sterren • kunstmatige: kaarsen, ledlamp, zaklamp
Te hanteren begrippen
het licht, de zon, de ster, de lamp, de kaars, de zaklamp, licht/donker, de lichtbron, de reflectie, de spiegel
-
Gebruiken verschillende lichtbronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Harry gebruikt een ontdekdoos met verschillende lichtbronnen. • Fiona gebruikt een zaklamp in de leestent.
-
Illustreren verschillende lichtbronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichtbronnen: • natuurlijke: de zon, de sterren • kunstmatige: kaarsen, ledlamp, zaklamp
Te hanteren begrippen
de natuurlijke lichtbron, de kunstmatige lichtbron, de ledlamp
-
Beschrijven verschillende functies van licht.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies: • zichtbaarheid/veiligheid en waarneming: Licht helpt ons om dingen te zien en kleuren te herkennen. • begeleiding /signaal en oriëntatie: verkeerslichten, navigatieverlichting op schepen, zonnewijzer • sfeer en decoratie -
Beschrijven verschillende functies van licht.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies: • energiebron: zonnepanelen, fotosynthese • optische toepassingen: brillen, telescopen, lenzen
-
Illustreren criteria bij keuze van een lamp.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Criteria: • lichtsterkte • lampfitting • lichtkleur • energielabel
Te hanteren begrippen
de lichtsterkte, de lampfitting, de lichtkleur, het energielabel
Voorbeelden
Lichtsterkte: Aantal lumen Lampfitting: E27, E14, GU10 Lichtkleur: warm licht, neutraal licht, koud licht Energielabel: Van A tot G
-
Selecteren een gepaste lichtbron.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichtbron: • natuurlijke • kunstmatige, zonder criteria • kunstmatige, met criteria
-
Herkennen schaduw.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
-
Herkennen schaduw.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de schaduw
-
Illustreren hoe schaduw ontstaat.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schaduw: ontstaat doordat een object licht tegenhoudt, waardoor er op het achterliggende oppervlak een donker gebied ontstaat
-
Maken schaduwen met lichtbronnen en objecten.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
-
Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
licht doorlaten, licht reflecteren, de spiegel, de reflector, het fluo-materiaal
Voorbeelden
Materialen die licht weerkaatsen: spiegels, metalen oppervlakken zoals zilverpapier, reflectoren van fietsen, fluohesjes, wit gekleurde muren Materialen die licht doorlaten: glas, plexiglas, water
-
Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
licht absorberen, licht reflecteren, licht doorlaten
Voorbeelden
Materialen die licht absorberen: • donkere voorwerpen, beton, baksteen • Een groen blad zien we als groen door de reflectie van groen licht en de absorptie van andere kleuren. -
Gebruiken reflecterende oppervlakken om licht te weerkaatsen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Brodie houdt een stuk aluminiumfolie in de zon en ziet hoe het licht wordt weerkaatst op de muur.
-
Beschrijven dat licht zich rechtlijnig voortbeweegt.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Rowan richt een laserstraal op een muur en vertelt dat het licht in een rechte lijn beweegt zonder te buigen. • Fie laat krijtstof dwarrelen in de lichtbundel van een zaklamp in een verduisterde kamer, zo wordt de lichtbundel zichtbaar. -
Herkennen rechtlijnige voortbeweging van licht in technische systemen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Elliot merkt op dat automatische winkeldeuren opengaan wanneer een lichtstraal van een optische sensor onderbroken wordt. • Lilja ziet hoe de schrijnwerker een rechte lichtstraal van een lasermeter gebruikt om nauwkeurig afstanden te meten. -
Gaan bewust, veilig en energiezuinig om met licht en lichtbronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Willem gebruikt een minilaserlamp, maar zorgt ervoor dat hij niemand in de ogen schijnt om verblinding te voorkomen. • Julia weet dat ze niet rechtstreeks in een felle lamp of de zon mag kijken om haar ogen te beschermen. -
Herkennen warmtebronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Warmtebronnen: zon, kachel, warme drank
-
Herkennen warmtebronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
warm, koud
-
Beschrijven het opstijgen van warme lucht.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Warme lucht: • Warmte is een vorm van energie. • Warme lucht stijgt, koude lucht daalt. Beschrijven: in de omgeving en in technische systemen
Voorbeelden
• Philip ziet hoe een luchtballon opstijgt dankzij de warme lucht. • Carmen merkt dat het in de klas dichter bij het plafond warmer is dan op de vloer, omdat warme lucht stijgt en koude lucht daalt. -
Illustreren warmtestraling in de omgeving.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de warmte, de temperatuur
Voorbeelden
Pippa voelt de warmtestraling van de zon op haar huid wanneer ze buiten in de zon staat.
-
Gebruiken warmtebronnen doelgericht.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Thilo gebruikt een oven om koekjes te bakken. • Enzo hangt zijn natte kleren aan de waslijn buiten om door de zon te laten drogen.
-
Gaan bewust om met opwarming en afkoeling.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Tamara doet bewust de deur van het lokaal dicht als ze naar buiten gaat om geen warmte in het lokaal te verspillen. • Jonas let erop dat de deur van de diepvriezer niet te lang open blijft staan. -
Herkennen energievormen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Energievorm: • elektrische energie • bewegingsenergie
-
Herkennen energievormen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Energievorm: • elektrische energie • bewegingsenergie • thermische energie
Te hanteren begrippen
de energie, de elektrische energie, de bewegingsenergie, de thermische energie
-
Beschrijven energiebronnen in hun omgeving.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de energiebron, de zon, de wind, het water, de brandstof
Voorbeelden
Energiebronnen: • Zon geeft licht en warmte. • De auto rijdt elektrisch of op brandstof.
-
Illustreren energieomzettingen in technische systemen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de energieomzetting
Voorbeelden
Energieomzettingen: • Windmolens zetten windkracht om in elektrische energie. • Waterkrachtcentrales zetten waterkracht om in elektrische energie. • Zonnepanelen zetten zonlicht om in elektrische energie. • Elektrische auto’s zetten elektrische energie om in beweging. • Batterijen zetten chemische energie om in licht
-
Leiden de energiebronnen af van de meest gehanteerde energievormen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
-
Beschrijven de verschillende energiebronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende energiebronnen: • hernieuwbare energiebronnen: o zonne-energie: komt van de zon o windenergie: komt van de wind o waterkracht: komt van stromend water o biomassa: komt van planten en organisch materiaal o geothermische energie: komt van warmte in de aarde • niet-hernieuwbare energiebronnen: Deze energiebronnen raken op als we ze gebruiken.Voorbeelden
Niet-hernieuwbare energiebronnen: • fossiele brandstoffen: steenkool, aardolie, aardgas • kernenergie: komt van uranium
-
Illustreren het belang van hernieuwbare energiebronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hernieuwbare energiebronnen: zonne-energie waterkracht windenergie hernieuwbare energie
Te hanteren begrippen
de zonne-energie, de waterkracht, de windenergie, de hernieuwbare energie
-
Herkennen energievormen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Energievorm: • elektrische energie • bewegingsenergie • thermische energie • kernenergie • chemische energie
Te hanteren begrippen
de chemische energie, de kernenergie
-
Vergelijken energievormen en hun energiebronnen in hun omgeving op hernieuwbaarheid.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
-
Gebruiken (duurzame) energie in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Malik kiest ervoor om herlaadbare batterijen in zijn autootje te gebruiken. • Saar kiest voor windkracht om haar zelfgemaakt schip voort te bewegen.
-
Gaan bewust en energiezuinig om met energiebronnen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Juan is de energiekapitein die steeds het licht dooft in de klas. • Greet zet haar computer pas aan wanneer de zonnepanelen genoeg elektriciteit opwekken. -
Herkennen verschillende geluidsbronnen in de omgeving.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Geluidsbronnen: geluiden van dieren, verbrandingsmotor van voertuigen
-
Herkennen verschillende geluidssterktes.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
hard, zacht, het geluid
-
Herkennen geluid in verschillende vormen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geluid: • geluidsbron • geluidsterkte
Te hanteren begrippen
de geluidsbron, de luidspreker
-
Herkennen dat geluid wordt veroorzaakt door trillingen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Trillingen en geluid: Geluid ontstaat wanneer iets heel snel heen en weer beweegt. Dat noemen we trillen. Die trillingen duwen tegen de lucht om ons heen. De lucht gaat ook trillen en die trillingen gaan naar je oren. Daar maakt je oor er geluid van. Sommige trillingen gaan heel snel heen en weer. Andere gaan langzamer. De frequentie is het aantal trillingen per seconde. Hoge frequentie is veel trillingen per seconde: je hoort een hoog geluid. Lage frequentie is weinig trillingen per seconde: je hoort een laag geluid. Sterke trillingen geeft een grote geluidssterkte (hard geluid), zwakke trillingen een kleine geluidssterkte (zacht geluid)
Te hanteren begrippen
de trilling, de frequentie, de toonhoogte, hoog, laag, de geluidssterkte
Voorbeelden
• Kenji spant een ballon strak en tikt erop, waarna hij de trillingen voelt. • Cléo onderzoekt met elastiekjes, buizen en houten stokjes hoe trillingen geluid veroorzaken. -
Illustreren dat geluid verplaatsbaar is.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Taro praat in een bekertelefoon en merkt hoe het geluid via het gespannen touw naar de andere beker wordt overgebracht. • Miki spreekt in een microfoon en hoort haar stem versterkt uit de luidsprekers komen, waardoor het geluid zich verder verplaatst. -
Illustreren oplossingen voor geluidsoverlast.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de geluidsoverlast
Voorbeelden
Oplossingen geluidsoverlast: gebruik van oordopjes, koptelefoon
-
Vergelijken geluid in verschillende vormen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geluid: • geluidsbron • geluidssterkte • toonhoogte
-
Beschrijven de invloed van de afstand tot de geluidsbron op de geluidsterkte.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Emi vertelt dat geluid zachter wordt als je verder van de geluidsbron verwijderd bent.
-
Illustreren de weerkaatsing en de absorptie van geluid in technische systemen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Weerkaatsing van geluid: geluidsmuur op autosnelweg Absorptie van geluid: eierdozen tegen de muur in muziekstudio
-
Herkennen de maateenheid van geluid.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de decibel
-
Herkennen de gehoordrempel bij de mens.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de gehoordrempel
-
Analyseren hoe verschillende materialen en objecten het geluid beïnvloeden.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
-
Gaan bewust en veilig om met geluidsbronnen en hun impact.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Omer gebruikt een koptelefoon met een volumebegrenzing om zijn gehoor te beschermen wanneer hij zijn muziekapp gebruikt. • Ying zet haar telefoon op stil in de bus om anderen niet te storen. -
Herkennen aggregatietoestanden.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aggregatietoestanden: vast vloeibaar gasvormig
-
Nemen veranderingen in aggregatietoestanden waar.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Eynem ziet hoe water in de vriezer bevriest en verandert in ijs. • Zeynep merkt dat een ijsblokje smelt wanneer ze het in haar hand houdt.
-
Illustreren de aggregatietoestanden van verschillende stoffen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
vast, vloeibaar, gasvormig, de aggregatietoestand
Voorbeelden
• Miraç ziet hoe een ijsblokje (vast) smelt tot water (vloeibaar) en vervolgens verdampt tot waterdamp (gasvormig) bij verhitting. • Elif verwarmt suiker en merkt hoe het eerst smelt tot siroop (vloeibaar). -
Illustreren de fasen van het aggregatieproces.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
smelten, stollen, verdampen, condenseren, de condensatie
Voorbeelden
Meyra illustreert de fasen van het aggregatieproces via de kringloop van water.
-
Beschrijven het proces van stollen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stollen: • Stollen is het proces waarbij een vloeistof van vloeibaar naar vast overgaat. • stolpunt: Temperatuur waarbij de vloeistof vast wordt. • Het stollen van water noemen we vriezen. • vriespunt: te beginnen vanaf 0°C (water) • smeltpunt: te beginnen vanaf 0°C (water)
Te hanteren begrippen
vriezen, het vriespunt, het stolpunt, het smeltpunt
-
Beschrijven het proces van verdampen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verdampen: • Proces waarbij een vloeistof van vloeibaar naar gasvormig overgaat. • Bij water gebeurt dit bijvoorbeeld bij het koken maar ook door de zonnewarmte (waterkringloop) • kookpunt: te beginnen vanaf 100°CTe hanteren begrippen
koken, het kookpunt
-
Classificeren stoffen volgens hun aggregatietoestand.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
-
Gaan bewust en veilig om met stoffen in verschillende aggregatietoestanden.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden
-
Herkennen magnetische materialen in hun omgeving.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
-
Herkennen magnetisme in hun omgeving.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Magnetisme: magnetische materialen: worden aangetrokken door een magneet eigenschappen soorten magneten: magneten trekken elkaar aan of stoten elkaar af
Te hanteren begrippen
de magneet, magnetisch, aantrekken, afstoten
-
Verdelen materialen volgens magnetisch en niet-magnetisch.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
-
Beschrijven de kracht van een magneet.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Sem vertelt dat zijn magneet vier paperclips sterk is. • Zumra vertelt dat haar magneet sterk genoeg is om een speelgoedtrein met maximaal vier wagonnetjes voort te trekken. -
Herkennen magnetische materialen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Magnetische materialen: • ijzerhoudende materialen • aantrekking met verschillende soorten magneten: hoefijzermagneet, staafmagneet, knoopmagneetVoorbeelden
Magnetische materialen: kobalt, nikkel, ijzer, staal
-
Herkennen het gebruik van magnetisme.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: in allerlei vertrouwde technische systemen
Voorbeelden
Magnetisme in technische systemen: bordmagneten, sluitingen in tassen of op kastdeuren
-
Beschrijven de werking van magneten en van hun polen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Magneten en polen: • De noordpool van de ene magneet wordt aangetrokken door de zuidpool van de andere magneet. • Twee noordpolen stoten elkaar af en twee zuidpolen stoten elkaar af. • Magneten trekken materialen die je magnetisch kan maken aan. • Het magnetisch veld is een onzichtbaar veld waarbinnen de magneet zijn krachten uitoefent. Hoe verder van de magneet, hoe zwakker het magnetisch veld wordt. • De aarde heeft ook een magnetisch veld. Het rode deel van het kompas wijst naar het magnetisch noorden.Te hanteren begrippen
het magnetisme, de pool, de noordpool, de zuidpool, afstoten, aantrekken, de magnetische kracht, de magnetische pool, het magnetisch veld, het kompas
Voorbeelden
Materialen die je magnetisch kan maken: ijzer, kobalt, nikkel
-
Bepalen de zuidpool en de noordpool van een magneet.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
-
Gebruiken magnetisme in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Olivia ontwerpt een sorteersysteem waarbij een magneet de metalen knikkers van de glazen knikkers scheidt. • Evelyn gebruikt een magneet om kleine paperclips gemakkelijk op te rapen. -
Herkennen wetenschappelijke vragen.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bea vraagt: “Hoe werkt een magneet?” • John vraagt: “Waarom drijft een boot maar zinkt een steen?”
-
Beantwoorden wetenschappelijke vragen.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Wetenschappelijke vragen: • Hoe werkt een schaar? • Hoe kunnen we een auto sneller laten rijden? • Hoe voelt metaal anders dan hout? • Hoe kunnen we de toren bouwen zodat hij niet snel omvalt?
-
Herkennen de relatie tussen oorzaak – gevolg redeneringen met betrekking tot wetenschap en techniek.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
als – dan
-
Geven een oorzaak – gevolg redenering over een technologisch of wetenschappelijk probleem.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Als Jef de bal van een helling rolt, dan zal de bal sneller gaan rollen.
-
Schrijven systematische waarnemingen en conclusies.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • tekenen • in beeld vastleggen
-
Herkennen onderzoek vanuit hypothese(s).
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hypothese(s): onderbouwde voorspellingen maken
Te hanteren begrippen
voorspellen, het onderzoek
-
Voeren een onderzoek vanuit hypothese(s) uit.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren: • de hypothese formuleren • het onderzoek voeren • de conclusie presenteren
-
Herkennen de systematische aanpak van onderzoek.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: verkennen hypothese formuleren onderzoek opzetten onderzoek uitvoeren concluderen presenteren
Te hanteren begrippen
de hypothese, de onderzoeksvraag, de conclusie
-
Voeren een wetenschappelijk – technologisch onderzoek.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren: met behulp van de onderzoekscyclus met systematische notatie van waarnemingen en conclusie
-
Beschrijven wat een eerlijk onderzoek is.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eerlijk onderzoek: betekent dat je een proef/onderzoek doet waarbij je alle variabele zo goed mogelijk controleert, behalve die ene variabele die je wilt testen, zodat de resultaten betrouwbaar zijn Het heeft drie belangrijke regels: 1. variabelen controleren: Je zorgt ervoor dat alleen één variabele verandert, zodat je eerlijk kunt testen. 2. herhalen: Als iemand anders hetzelfde onderzoek doet, moet die hetzelfde resultaat krijgen. 3. eerlijk meten: Je kijkt naar de feiten en niet naar wat je graag zou willen dat eruit komt.Te hanteren begrippen
het eerlijk onderzoek
Voorbeelden
Variabelen controleren: Als je onderzoekt welke bal het hoogst stuitert, moet je voor een eerlijk onderzoek alle ballen van exact dezelfde hoogte laten vallen op dezelfde ondergrond (de variabelen ‘hoogte’ en ‘ondergrond’ controleren). De enige variabele, die je verandert tijdens het onderzoek, is het type bal (tennisbal versus basketbal).
-
Voeren een vooraf opgezet eerlijk onderzoek.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
-
Duiden de systematische aanpak van een onderzoek.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderzoek: verkennen onderzoek opzetten onderzoek uitvoeren concluderen presenteren Duiden: vanuit de fasen van de onderzoekscyclus
Te hanteren begrippen
de onderzoekscyclus, verkennen, het onderzoek opzetten, het onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren
-
Beschrijven wat een eerlijk onderzoek is.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eerlijk onderzoek: is een wetenschappelijk onderzoek waarbij systematisch en objectief gegevens worden verzameld en geanalyseerd onder gecontroleerde omstandigheden. Dit betekent dat variabelen die het resultaat kunnen beïnvloeden zorgvuldig worden beheerst, zodat de test reproduceerbaar is en betrouwbare conclusies kan opleveren. Belangrijke kenmerken van een eerlijk onderzoek zijn: 1. gecontroleerde omstandigheden: Alle externe factoren worden zoveel mogelijk gelijk gehouden. 2. reproduceerbaarheid: Het onderzoek kan opnieuw uitgevoerd worden met dezelfde resultaten. 3. objectiviteit: Resultaten worden neutraal en zonder vooroordelen geïnterpreteerd.Te hanteren begrippen
variabelen controleren, herhalen, objectief, neutraal, het correct interpreteren van resultaten
-
Voeren een eerlijk, wetenschappelijk – technologisch onderzoek.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voeren: met behulp van de onderzoekscyclus
-
Drukken een behoefte of probleem uit die een technische oplossing vereist.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Lisolde vertelt: “De giraf kan niet in de lader van de vrachtwagen. De hals is veel te lang!”
-
Beschrijven een probleem of een behoefte die een technische oplossing vereist.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: vanuit verwondering, voorkennis, context
Te hanteren begrippen
het probleem
Voorbeelden
• Babs wil vuilbakken waar de vogels niets uit kunnen stelen. • Gina wil meer regenwater opvangen voor haar planten.
-
Beschrijven de vereisten waaraan een technische oplossing moet voldoen.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Vereisten: kostprijs, gebruikte energiebron, energiezuinig, milieubewust, veilig
-
Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bedenken: vanuit vooropgestelde criteria
Te hanteren begrippen
het idee
Voorbeelden
Voor het schoolfeest bedenkt Mabel verschillende soorten wafels, zoals wafels met chocolade, slagroom, zonder suiker, met appel, banaan en kaas.
-
Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bedenken: • vanuit eigen ervaringen en context • vanuit vooropgestelde criteria
Voorbeelden
Voor de wafelbak gebruikt Laure het recept van mama en glutenvrij meel of meel met rozijnen.
-
Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bedenken: • vanuit eigen ervaringen en context • vanuit vooropgestelde criteria
Te hanteren begrippen
de criteria
Voorbeelden
• Alex gebruikt een plastiek zak om zijn schoenen waterdicht te maken. • Marius verbindt vaten om meer regenwater te verzamelen.
-
Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bedenken: • vanuit vooropgestelde criteria • vanuit kennis over technische principes, materialen, natuurkundige verschijnselen, wiskundige inzichtenVoorbeelden
• Bij een zenuwspiraal/ bibberspel gebruikt Stephanie koper omdat dit geleidend is. • Geertrui maakt een elektrospel met verbindingen uit aluminiumpapier omdat dit geleidend is. -
Duiden de ontwerpcyclus als een systematische aanpak bij het proces van ontwerpen van technische realisaties.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Systematische aanpak: verkennen ideeën verzinnen en selecteren ontwerp plannen ontwerp realiseren testen en optimaliseren presenteren
Te hanteren begrippen
ontwerpen, de ontwerpcyclus, verkennen, het idee verzinnen en selecteren, het ontwerp plannen, het ontwerp realiseren, testen, optimaliseren, presenteren
-
Beschrijven het belang van het formuleren van criteria om aan een behoefte te voldoen.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
-
Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpcyclus: • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare grondstoffen en materialen • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën • realisatie • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde criteria/eisen • vergelijking: functionaliteit • presentatie: proces en product • optimalisatie (indien nodig) -
Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpcylcus: • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën • realisatie • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde criteria/eisen • vergelijking: functionaliteit • presentatie: proces en product • optimalisatie (indien nodig) -
Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpcyclus: • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën • realisatie aan de hand van een (eigen) plan met correct en veilig gebruik van gereedschappen en materialen • Controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde criteria/eisen • vergelijking: functionaliteit, veiligheid • presentatie: proces en product • optimalisatie (indien nodig) -
Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpcyclus: • Selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen, inzetbare personen (taken en opdrachten) • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën, vanuit vereisten, vanuit kennis van materialen, natuurkundige verschijnselen, technische principes en wiskundige inzichten • realisatie aan de hand van een (eigen) plan met correct en veilig gebruik van gereedschappen en materialen • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde criteria/eisen • vergelijking: functionaliteit, veiligheid, materiaalkeuze, efficiëntie • presentatie: proces en product • optimalisatie (indien nodig) -
Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpcyclus: • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen, inzetbare personen (taken en opdrachten), beschikbare tijd, energie, ruimte, financiën • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën, vanuit vereisten, vanuit kennis van materialen, natuurkundige verschijnselen, technische principes en wiskundige inzichten • realisatie aan de hand van een (eigen) plan met correct en veilig gebruik van gereedschappen en materialen • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde criteria/eisen • vergelijking: functionaliteit, veiligheid, materiaalkeuze, efficiëntie, duurzaamheid, innovatie en creativiteit • presentatie: proces en product • optimalisatie (indien nodig) -
Dragen bij aan het ontwerpen van een technische oplossing voor een probleem of behoefte.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
-
Illustreren de impact van technologie en wetenschappen op het individu.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Impact: • positief • negatief • op korte en lange termijn • voor henzelf en anderen
Te hanteren begrippen
nuttig, gevaarlijk, schadelijk
Voorbeelden
• Douglas begrijpt dat de scherpe punt van een schaar gevaarlijk kan zijn voor zichzelf en de anderen. • Artemis gebruikt een opstapje om bij de hoge kast in de klas te komen en merkt dat het ook handig is voor haar klasgenoten. -
Illustreren technologische oplossingen voor menselijke behoeften.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Iris legt uit dat de behoefte om overal en altijd met elkaar te communiceren heeft geleid tot de ontwikkeling van de smartphone. • Melissa merkt op dat mensen sneller en efficiënter willen reizen, wat heeft geleid tot de uitvinding van de fiets, auto en trein. -
Illustreren de impact van technologie en wetenschappen op het milieu en de maatschappij.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Impact: • positieve • negatieve • op korte en lange termijn • op milieu en maatschappij • binnen verschillende toepassingsgebieden: biochemie, constructie, transport, energie, ICTTe hanteren begrippen
de invloed, het gevolg, de technologie, de wetenschap, de duurzaamheid, de ecologische voetafdruk
Voorbeelden
• Febe ziet dat de waterkrachtcentrale nuttig is voor mensen en natuur omdat er geen fossiele brandstoffen gebruikt worden. • Daphne merkt op dat de GSM zorgt voor verbinding tussen mensen, maar dat GSM- masten zorgen voor schadelijke straling. -
Illustreren de impact van technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen op ons leven.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Impact: • positieve • negatieve • onzeker versus zeker gevolg • op korte en lange termijn
Te hanteren begrippen
de technologische ontwikkeling, de wetenschappelijke ontwikkeling, de innovatie, de wetenschappelijke ontdekking, de uitvinding, de ethiek
Voorbeelden
• Niek begrijpt dat dankzij medische vooruitgang zoals vaccins en medicijnen, mensen langer en gezonder kunnen leven. • Adriaan ziet dat windmolens en zonnepanelen elektriciteit opwekken zonder vervuiling, wat beter is voor de natuur. -
Illustreren de evolutie en innovatie van technologie en wetenschappen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Illustreren: • Hoe evolueert een technisch systeem? • Waarom evolueert een technisch systeem? • gevolg op korte en lange termijn
Te hanteren begrippen
de evolutie
Voorbeelden
• Odilon legt uit dat fietsen vroeger van zwaar metaal waren, maar dat de evolutie naar carbonframes ze lichter en sneller heeft gemaakt dankzij nieuwe materiaalkennis. • Leander merkt op dat de wieken van windmolens steeds grotere worden zodat ze meer elektriciteit kunnen opwekken. -
Illustreren hoe wetenschappen, technologie en de samenleving elkaar beïnvloeden.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de wisselwerking
Voorbeelden
• Andreas ziet dat door de groeiende vraag naar duurzame voeding wetenschappers in laboratoria plantaardige en kweekvleesalternatieven ontwikkelen, die later in fabrieken geproduceerd worden. • Jason vertelt dat wetenschappers hebben ontdekt dat uitlaatgassen bijdragen aan klimaatverandering, waardoor autofabrikanten nu elektrische wagens ontwikkelen om de luchtvervuiling te verminderen. -
Onderbouwen hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
-
Beargumenteren technologische en wetenschappelijke innovatie en vooruitgang.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beargumenteren: argumenten pro en contra betreffende evolutie, functie van technische systemen, materiaalgebruik en materie en natuurlijke verschijnselen
Voorbeelden
• Sven legt uit dat de technologische innovatie van elektrische auto’s helpt om minder CO₂ uit te stoten, wat bijdraagt aan een duurzamere toekomst. Werner geeft aan dat de batterijen voor auto’s grondstoffen nodig hebben die in bepaalde landen in mensonwaardige omstandigheden worden opgedolven. • Christof ziet dat de wetenschappelijke vooruitgang in zonne-energie ervoor zorgt dat zonnepanelen steeds efficiënter worden en schonere elektriciteit kunnen opwekken. Chris geeft aan dat voor de productie van de panelen veel materialen en energie nodig is. -
Zetten technologie bewust, verantwoordelijk en duurzaam in.
Wetenschap en techniek › Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bewust, verantwoordelijk en duurzaam: de ecologische voetafdruk
Voorbeelden
• Jade gebruikt de fiets voor korte verplaatsingen. • Amber gebruikt hernieuwbare energie.
-
Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Technische systemen: leeftijdsadequaat Correct en veilig: volgens de instructie
Voorbeelden
• Tijl laat zien hoe je een hamer correct gebruikt door hem stevig aan het handvat vast te houden en met gecontroleerde slagen te werken. • Nadia zit netjes op het zadel van haar fiets en houdt beide handen aan het stuur, zodat ze veilig en stabiel kan rijden. -
Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Technische systemen: leeftijdsadequaat Correct en veilig: • correct in- en uitschakelen • volgens de instructie • volgens het stappenplan • veiligheidspictogrammen
-
Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Technische systemen: leeftijdsadequaat Correct en veilig: • correct in- en uitschakelen • volgens de instructie • volgens het stappenplan • volgens de handleiding • veiligheidspictogrammen
-
Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Correct en veilig: • veiligheidsuitrusting • veiligheidspictogrammen • waarschuwingssignalen
-
Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Correct en veilig: • veiligheidsuitrusting • veiligheidspictogrammen • waarschuwingssignalen
-
Illustreren hoe je technische systemen uit diverse toepassingsgebieden veilig en correct gebruikt.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassingsgebieden: energie, transport, biochemie, constructie, ICT
Voorbeelden
• Finn schakelt het licht correct in en uit door op de schakelaar te drukken, zonder natte handen te gebruiken. • Lina gebruikt de mixer veilig door hem eerst in de kom te plaatsen voordat ze hem inschakelt en haar handen weg te houden van de draaiende gardes. -
Herkennen de oorzaak van het niet of onvoldoende functioneren van een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Mira merkt dat een platte schroevendraaier niet goed werkt op een kruisschroef. • Alice probeert haar lijmstift te gebruiken, maar ontdekt dat de lijm is uitgedroogd, waardoor hij niet meer plakt. -
Gebruiken een technisch systeem functioneel.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functioneel: • selectie in functie van een behoefte • controle voor gebruik • uitvoering stap voor stap van de richtlijnen (stappenplan, werktekening, handleiding, veiligheidsvoorschriften) • evaluatie van het functioneren • veilig en correct opbergen -
Gebruiken een technisch systeem functioneel.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functioneel: • selectie in functie van een behoefte, vereisten, veiligheid, beschikbare hulpmiddelen en/of personen, technische systemen • controle voor gebruik • uitvoering stap voor stap van de richtlijnen (stappenplan, werktekening, handleiding, veiligheidsvoorschriften) • evaluatie van het functioneren • veilig en correct opbergen -
Gaan correct en veilig om met technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen
-
Herkennen de onderdelen bij het (de)monteren van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Technische systemen: • leeftijdsadequaat • inclusief hun waarneembare onderdelen
Voorbeelden
• Nicola monteert een fietskorf aan het stuur. Hij herkent het metalen rek, de beugels en de schroeven en ziet dat de beugels eerst rond het stuur moeten voordat de korf vastgeschroefd wordt. • Olga demonteert met haar broer een tipitent in de tuin. Bij het afbreken zegt ze dat eerst het doek losgemaakt moet worden en daarna pas de stokken uit elkaar gehaald kunnen worden. -
Herkennen de onderdelen bij het (de)monteren van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
monteren, demonteren, het onderdeel
Voorbeelden
• Benjamin draait zijn balpen open en herkent de veer die helpt bij het in- en uitschuiven van de penpunt. • Julie onderzoekt een kaars en ziet dat de wiek in het midden zit, waardoor de kaars kan branden. -
Illustreren basisgereedschap voor (de)monteren van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisgereedschap: rekening houdend met: • schoolspecifieke afspraken • beschikbare materialen • leeftijdsadequate materialen
-
Passen basisvaardigheden toe tijdens (de)monteren van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen
-
Volgen de stappen voor het (de)monteren van een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Volgen: aan de hand van een werktekening of handleiding
-
Tonen hun kennis van technische systemen bij het (de)monteren.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Indie monteert zijn passer door het potlood stevig vast te klemmen, zodat hij nauwkeurige cirkels kan tekenen tijdens de meetkundeles. • Ilana onderzoekt een middeleeuws harnas en herkent hoe de verschillende onderdelen, zoals de borstplaat en helmbescherming, in elkaar passen voor optimale bescherming. -
Illustreren hoe je een technisch systeem onderhoudt.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Technisch systeem: leeftijdsadequaat
Voorbeelden
• Jan bergt de Beebot correct op. • Esra sluit de drinkfles goed zodat die niet lekt. • Tilde zet de zaklamp uit na gebruik. • Sam wast de verfborstels uit na gebruik.
-
Voeren onderhoud uit bij een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
-
Beschrijven onderhoudsvoorschriften bij een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het onderhoud, nakijken, onderhouden
Voorbeelden
• Jérome legt uit dat de printer regelmatig nagekeken en schoongemaakt moet worden om goed te blijven werken. • Elodie weet dat ze na gebruik het dopje op de lijmstift moet zetten om uitdroging te voorkomen. -
Voeren onderhoud uit bij een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren: • met gepast basisgereedschap • met veiligheidsvoorschriften
-
Beschrijven het belang van het onderhouden van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het onderhoudsvoorschrift, onderhouden
Voorbeelden
Het belang van onderhouden: levensduur verlengen, veiligheid, betrouwbaarheid, efficiëntie en prestaties behouden, duurzaamheid
-
Beschrijven het nut van een onderhoudsrapport.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het onderhoudsrapport
Voorbeelden
Onderhoudsrapport: van een brandblusapparaat, turntoestellen
-
Gebruiken een onderhoudsrapport op.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderhoudsrapport: voor het systematisch onderhoud van technische systemen van de klas/school
-
Herkennen veelvoorkomende problemen bij technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het probleem, het werkt niet
Voorbeelden
• Suze merkt dat haar tablet niet aangaat en herkent dat de batterij leeg is, dus sluit ze hem aan op de oplader. • Rosalinde voelt dat haar fietsstuur wiebelt en ontdekt dat een schroef los zit, waardoor ze weet dat deze moet worden aangedraaid. -
Beschrijven hoe je een technisch systeem controleert op slijtage of defecten.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het defect, de slijtage
-
Beschrijven het belang van het herstellen van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
herstellen
Voorbeelden
Het belang van herstellen: continuïteit van de werking, kostenbeheersing, veiligheid, kwaliteit, duurzaamheid, gebruiksgemak
-
Controleren technische systemen op defecten.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
-
Voeren kleine herstellingen uit bij een technisch systeem door onderdelen te vervangen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Lodewijk merkt dat zijn balpen niet meer schrijft en vervangt de vulling, zodat hij weer verder kan werken. • Seba ontdekt een lekke band en vervangt de binnenband, zodat hij weer veilig kan fietsen. -
Gaan bewust om met het (laten) herstellen of hergebruiken van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Quinten laat het gebarsten scherm van zijn smartphone vervangen in plaats van een nieuwe telefoon te kopen. • Claire lijmt een gescheurd puzzelstukje terug vast zodat ze de puzzel opnieuw kan maken in plaats van een nieuwe te kopen. -
Herkennen zichtbare onderdelen van een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
-
Herkennen de werking van frequent gebruikte voorwerpen en materialen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Materialen: uit de leefomgeving
-
Herkennen zichtbare onderdelen van een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de knop, het scherm, het licht, het handvat, het snoer, de stekker
Voorbeelden
• Kobe herkent de stenen in een muur. • Warre herkent de band van een fiets.
-
Herkennen de functie van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
-
Beschrijven technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Technisch systeem: • de onderdelen • de functie • de werking • de bouw en de materiaalkeuze
Te hanteren begrippen
het onderdeel, de motor, het tandwiel, de kabel, de schroef, de bout, de sensor, de ketting, de riem, de veer, de werking
Voorbeelden
• Oscar legt uit dat wanneer hij op de pedalen van zijn fiets trapt, de beweging via de ketting wordt doorgegeven aan het achterwiel, waardoor de fiets vooruit beweegt. • Idris toont hoe een perforator werkt: wanneer ze op de hendel drukt, worden de snijpennen naar beneden geduwd en maken ze gaatjes in het papier. -
Beschrijven de bewuste keuze van de verschillende materialen van de onderdelen van een technisch systeem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Noud legt uit dat de punt van een balpen van metaal is gemaakt om slijtage te voorkomen. • Britt merkt op dat het hoesje van haar gsm van kunststof is gemaakt, zodat het minder snel krassen krijgt. -
Illustreren de werking van technische systemen op basis van kennis van de natuurkundige verschijnselen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het technisch systeem
Voorbeelden
Werking technische systemen: • uitleggen waarom een lamp brandt in een gesloten stroomkring • uitleggen hoe een fietsrem werkt door wrijving • tonen waarom een thermosfles drank langer warm houdt
-
Analyseren de functie, de werking, de bouw en materiaalkeuze van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
-
Herkennen mogelijkheden om objecten te verbinden.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
-
Herkennen verschillende manieren om objecten te verbinden.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
verbinden, de lijm, het nietje, de plakband
-
Beschrijven verschillende verbindingsmethoden.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de spijker, de nagel, de schroef, de draad, de bout, de moer, het touw, de paperclip, de splitpen, de elastiek, de klittenband
-
Illustreren verbindingsmethoden in technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
-
Gebruiken verbindingsmethoden in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
-
Tonen hun kennis over de functie, werking, bouw en onderdelen van technische systemen in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Xavi geeft een presentatie over hoe een fiets werkt, inclusief de functie van onderdelen zoals tandwielen, remmen en ketting. Hij legt uit hoe deze mechanismen bijdragen aan snelheid en veiligheid. • Nala schrijft een informatieve tekst over de werking van een windmolen. Ze beschrijft hoe de wieken bewegen door de wind, hoe deze beweging wordt omgezet in elektriciteit en welke technische onderdelen zoals de generator en de tandwielkast, hierin een rol spelen. -
Illustreren vormgeving en design van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Technische systemen: • esthetiek • ergonomie • gebruiksvriendelijkheid
Te hanteren begrippen
de vorm, het uitzicht
Voorbeelden
Esthetiek: Pelia draagt trots haar school-T-shirt met een kleurrijk logo van de school. Ergonomie: Barack legt uit waarom schoolstoelen een gebogen rugleuning en verstelbare hoogte hebben voor een betere zithouding. Gebruiksvriendelijkheid: Abel merkt op dat de dop van zijn fles een geribbelde textuur heeft, waardoor er bij het openen voldoende grip is.
-
Herkennen verschillende criteria die een rol spelen bij de vormgeving en design van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de vormgeving, het design, esthetisch, gebruiksvriendelijk, ergonomisch, de kostprijs, energiezuinig, herbruikbaar
-
Herkennen de criteria voor Universal Design bij de vormgeving van technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Criteria: • bruikbaar voor iedereen • flexibel te gebruiken • eenvoudig en op gevoel te gebruiken • begrijpelijke informatie • ruimte voor vergissingen • weinig moeite • geschikte afmetingen en genoeg plaats
-
Passen criteria voor Universal Design toe in een technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design
-
Herkennen het principe van Form Follows Function in technische systemen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Dalil merkt op dat een Formule 1 wagen een zeer gestroomlijnd chassis heeft en dat dit zo gekozen is om minder luchtweerstand te veroorzaken en dus sneller te kunnen racen.
-
Passen het principe van Form Follows Functions toe in een technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Nassim en Eli maken een kleine windmolen die een gewichtje omhoog kan trekken als de wieken draaien. Ze zorgen voor brede en gebogen wieken (veel wind opvangen).
-
Beargumenteren de toegankelijkheid en bruikbaarheid van technische systemen voor iedereen, ongeacht leeftijd of mogelijkheden.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design
-
Herkennen tandwielen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
-
Herkennen de werking van een tandwiel als overbrenging van beweging.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het tandwiel
-
Gebruiken tandwielen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
-
Beschrijven geschakelde tandwielen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geschakelde tandwielen: twee of meer tandwielen die in elkaar grijpen, waarbij het draaien van het ene tandwiel het andere in beweging zet Beschrijven: • verandering in snelheid van grote en kleine geschakelde tandwielen: Het grote tandwiel draait trager dan het kleine tandwiel. • verandering van draairichting: Wanneer twee tandwielen in elkaar grijpen, draait het tweede tandwiel in de tegenovergestelde richting van het eerste tandwiel. Dit betekent dat als het eerste tandwiel met de klok mee draait, het tweede tandwiel tegen de klok in draait, en omgekeerd.Te hanteren begrippen
de snelheid, het grote tandwiel, het kleine tandwiel, schakelen, de draairichting, met de klok mee (rechtsom), tegen de klok in (linksom), in elkaar grijpen
-
Illustreren dat tandwielen aan elkaar kunnen geschakeld worden door middel van een ketting.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ketting: • een reeks verbonden schakels die wordt gebruikt om mechanische kracht over te brengen tussen twee of meer tandwielen die niet direct in contact staan • kettingoverbrenging: Een systeem waarbij een ketting wordt gebruikt om de rotatie van het ene tandwiel over te brengen op een ander tandwiel, waardoor beweging en kracht worden overgedragen.Te hanteren begrippen
de ketting, de overbrenging, het tandwiel
-
Beschrijven de draairichting van aan elkaar geschakelde tandwielen door middel van een ketting.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Draairichting: Aan elkaar geschakelde tandwielen door middel van een ketting hebben dezelfde draairichting.
-
Illustreren het gebruik van tandwielen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Tandwielen: fiets, analoge klok, handmatige centrifuge
-
Gebruiken tandwielen in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
-
Illustreren het gebruik en de functie van een ketting en een riem.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: • als overbrenging van beweging • als overbrenging van kracht tussen tandwielen en schijven (V-snaarschijf) Gebruik: • Kettingoverbrengingen worden vaak gebruikt in fietsen en motorfietsen. • Riemoverbrengingen komen veel voor in machines en voertuigen voor het aandrijven van verschillende componenten (overbrenging van een aandrijvend element).Te hanteren begrippen
de riem
Voorbeelden
Kettingen: fiets, kettingzaag Riemen: grasmaaier, wasmachine
-
Gebruiken het technisch principe ketting en riem als overbrenging in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen
-
Herkennen hefbomen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de hefboom
-
Beschrijven de werking van hefbomen.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: • de werking: last, macht, steunpunt • de functie: overbrenging van kracht: Door gebruik te maken van een hefboom, dien je minder kracht(inspanning) te leveren. • het gebruik: hamer, kruiwagen, notenkraker, koevoetTe hanteren begrippen
de last, de macht, het steunpunt
-
Beschrijven de verhouding tussen lastarm en machtarm.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verhouding: Hoe langer de machtarm, hoe minder kracht (macht) je moet leveren om de last in beweging te krijgen.
Te hanteren begrippen
de lastarm, de machtarm, de hefboom
-
Passen het hefboomprincipe bij gebruik van gereedschappen toe.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Lola houdt de hamersteel zo ver mogelijk aan het uiteinde vast, zodat zij met minder kracht een spijker kan inslaan.
-
Gebruiken het hefboomprincipe in hun technisch ontwerp.
Wetenschap en techniek › Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen