Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

528 doelen — de eerste 500 worden getoond

CSV downloaden filters wissen

vak: WT ✕

  1. WT.001 Begrijpen K1 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme dier.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

  2. WT.002 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme dier.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het dier
  3. WT.003 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vissen
    • vogels
    • insecten
    
    Uiterlijke kenmerken (bouw):
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    het klein dier, het groot dier, de kop/ het hoofd, de snuit, de bek, de mond, het oog, de
    poot, de vleugel, de staart, de vacht, de veer, het haar, de vis, de vogel, het insect
  4. WT.004 Begrijpen K3 KO 3.1.1; KO 3.1.2

    Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vissen
    • vogels
    • insecten
    
    Uiterlijke kenmerken (bouw):
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    de poot, het lichaam, het zoogdier
  5. WT.005 Begrijpen L1 L2 L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • insecten
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    de antenne, het zoogdier, de vogel, de vis, het insect
  6. WT.006 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L4 3.2.9

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • insecten
    • spinachtigen
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking
    thermoregulatie: warmbloedig (zelf de temperatuur regelen door zweten, hijgen, rillen,
    vetlaag, en/of vacht), koudbloedig (temperatuur afhankelijk van de omgeving)
    ademhaling: transport van zuurstof
    
    Herkennen:
    Uit exemplarische lijst: organismen uit 7 afgebakende biotopen

    Te hanteren begrippen

    warmbloedig, koudbloedig, de naakte huid, de spin, de ruggengraat, het gewerveld dier,
    het ongewervelde dier, de amfibie, de spinachtige
  7. WT.007 Begrijpen L5 L6 L4 3.2.9; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • reptielen
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • geleedpotigen:
          o insecten
          o spinachtigen
    • andere ongewervelden
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking
    exoskelet (uitwendig skelet)
    thermoregulatie: warmbloedig, koudbloedig
    ademhaling (transport van zuurstof: bij gewervelde dieren via het bloed)

    Te hanteren begrippen

    het reptiel, de geleedpotige, de andere ongewervelde

    Voorbeelden

    Andere ongewervelden:
    regenworm, naaktslak, zeepier, oorkwal, zeester, meshelft, kokkel, zeeappel, huisjesslak,
    zoetwaterspons, zwanemossel
  8. WT.008 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de belangrijkste voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • vissen
    • insecten

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    Schapen eten gras, kikkers eten insecten.
  9. WT.009 Begrijpen K2 GO!-doel

    Begrijpen verschillende voedingswijzen van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten eters:
    • planteneters: eten planten (gras, bladeren)
    • vleeseters: eten andere dieren
    • alleseters: eten planten en vlees

    Te hanteren begrippen

    de plant, het vlees, eten
  10. WT.010 Begrijpen K3 GO!-doel

    Beschrijven de voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingswijze:
    zoogdieren: eten of planten of vlees of beiden
    vogels: eten vaak planten en vlees
    vissen: eten vaak planten en vlees
    insecten: eten vaak planten

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    Een koe eet planten (gras), een leeuw eet vlees, een beer eet planten en vlees.
  11. WT.011 Begrijpen L1 L2 L6 3.1.3

    Illustreren de belangrijkste voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belangrijkste voedingswijze:
    • zoogdieren: De meeste zijn planteneters (herbivoren), sommigen vleeseters
        (carnivoren) en anderen alleseters (omnivoren).
    • vissen: Afhankelijk van de soort zijn ze vleeseters (carnivoor), planteneters
        (herbivoor) of alleseters (omnivoor).
    • vogels: Veel vogels zijn alleseters (omnivoren), maar er zijn ook planteneters
        (herbivoren) en vleeseters (carnivoren).
    • insecten: De meeste insecten leven van plantaardig materiaal of plantensappen,
        sommige insecten leven van dieren.

    Te hanteren begrippen

    de alleseter, de planteneter, de vleeseter
  12. WT.012 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • vissen
    
    Voedingswijze:
    Het voedsel wordt in het lichaam van het dier getransporteerd: van bek naar de maag
    waar het verteerd wordt. In de darmen gaan de voedingsstoffen via het bloed naar de
    organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden (uitwerpselen).
    • amfibieën: Als larve meestal herbivoor (plantaardig voedsel), als volwassen dier
        meestal carnivoor (vleeseter).

    Te hanteren begrippen

    de omnivoor, de herbivoor, de carnivoor
  13. WT.013 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongewervelde dieren:
    spinachtigen: Spinachtigen zijn carnivoren (vleeseters). Ze eten voornamelijk insecten.
    Ze gebruiken hun ‘kaken’ om de prooi te vangen.
    
    Voedingswijze:
    Bij de meeste ongewervelden wordt het voedsel getransporteerd van “bek” naar
    spijsverteringsstelsel waar het verteerd wordt. De voedingsstoffen gaan naar de
    organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden.

    Te hanteren begrippen

    de kaak

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    De schorpioen is een carnivoor want hij eet andere dieren.
  14. WT.014 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gewervelde dieren:
    reptielen: Afhankelijk van de soort carnivoor, herbivoor of omnivoor.
  15. WT.015 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongewervelde dieren:
    andere ongewervelden

    Te hanteren begrippen

    de detrivoor

    Voorbeelden

    Belangrijkste voedingswijze:
    Wormen zijn detrivoor (afvalopruimers: eten dood organisch materiaal), zeesterren
    carnivoor en mosselen filteren hun voeding uit water (omnivoor).
  16. WT.016 Begrijpen L6 L6 3.1.3

    Illustreren bijzondere voedingswijzen van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Bijzondere voedingswijzen:
    • nectareters: bij, kolibrie
    • insecteneters: miereneters, egels, spechten
  17. WT.017 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven hoe eicellen en zaadcellen bijdragen aan de voortplanting bij de mens.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de eicel, de zaadcel
  18. WT.018 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3; L6 3.1.4

    Beschrijven de voortplanting van de mens.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    proces van bevruchting
    ontwikkeling van de foetus
    geboorte van de baby

    Te hanteren begrippen

    de bevruchting, het embryo, de foetus, de zwangerschap, de bevalling, het ouderschap
  19. WT.019 Begrijpen L5 L6 3.1.3

    Illustreren verschillende manieren waarop mensen kinderen kunnen krijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren waarop mensen kinderen krijgen:
    natuurlijke bevruchting
    kunstmatige bevruchting
    adoptie
    draagmoederschap
    pleegzorg

    Te hanteren begrippen

    de natuurlijke bevruchting, de kunstmatige bevruchting, de adoptie, het
    draagmoederschap, de pleegzorg
  20. WT.020 Begrijpen L6 GO!-doel

    Beschrijven anticonceptiemiddelen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Anticonceptiemiddelen:
    condoom
    anticonceptiepil
    spiraal

    Te hanteren begrippen

    de anticonceptie, het condoom, de (anticonceptie)pil, het spiraaltje
  21. WT.021 Begrijpen K1 KO 3.1.4

    Herkennen de voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • Zoogdieren hebben een draagtijd.
    • De jongen van vogels ontwikkelen zich in een ei.
  22. WT.022 Begrijpen K2 KO 3.1.2; KO 3.1.4

    Beschrijven hoe vogels hun jong ter wereld brengen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jong ter wereld brengen:
    proces van vorming van het ei, ei leggen, broeden, het uitkomen van het ei

    Te hanteren begrippen

    het ei, het nest, broeden
  23. WT.023 Begrijpen K3 KO 3.1.2; KO 3.1.4

    Beschrijven hoe zoogdieren hun jong ter wereld brengen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jong ter wereld brengen:
    proces van draagtijd, geboorte (levendbarend) en zogen

    Te hanteren begrippen

    de draagtijd, zogen, de melk, het jong
  24. WT.024 Begrijpen K3 KO 3.1.2; KO 3.1.4

    Beschrijven de voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • levendbarend: zoogdieren
    • eierleggend:
          o vogels
          o insecten
          o vissen
  25. WT.025 Begrijpen L1 L2 L4 3.1.7

    Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • zoogdieren: levendbarend
    • vogels: eierleggend
    • amfibieën: eierleggend
    • vissen: eierleggend

    Te hanteren begrippen

    eieren leggen, de voortplanting

    Voorbeelden

    Voortplanting:
    Bijna alle zoogdieren krijgen jongen maar er zijn uitzonderingen zoals het vogelbekdier
    dat een ei legt.
  26. WT.026 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.7

    Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend
    • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend
    • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend
    • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend

    Te hanteren begrippen

    de paring, de bevruchting, levendbarend, eierleggend
  27. WT.027 Begrijpen L5 L6 L4 3.1.7; L6 3.1.3; L6 3.1.4

    Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend
    • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend
    • reptielen: inwendige bevruchting, eierleggend of levendbarend
    • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend
    • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend

    Te hanteren begrippen

    de inwendige bevruchting, de uitwendige bevruchting, de voortplanting
  28. WT.028 Gebruiken K1 KO 3.1.2

    Onderscheiden dieren en planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

  29. WT.029 Gebruiken K2 KO 3.1.1; KO 3.1.2

    Classificeren organismen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organismen:
    • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten
    • flora: planten

    Te hanteren begrippen

    de vogel, de vis, het insect, het dier, de plant
  30. WT.030 Gebruiken K3 KO 3.1.1; KO 3.1.2

    Classificeren organismen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organismen:
    • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten
    • flora: planten

    Te hanteren begrippen

    de fauna, de flora, het zoogdier
  31. WT.031 Gebruiken K2 K3 KO 3.1.2

    Classificeren dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw
    • voeding
    • voortplanting
  32. WT.032 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Classificeren gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet
    • voeding
    • voortplanting
  33. WT.033 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Classificeren ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw: uiterlijke kenmerken
    • voeding
    • voortplanting
  34. WT.034 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet, thermoregulatie
    • voeding
    • voortplanting
  35. WT.035 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Determineren dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

  36. WT.036 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2

    Ordenen dieren volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taxonomie fauna:
    de gewervelden:
    • zoogdieren
    • vogels
    • reptielen
    • amfibieën
    • vissen
    de ongewervelden:
    • de geleedpotigen:
          o de insecten
          o de spinachtigen
    • andere ongewervelden

    Te hanteren begrippen

    de taxonomie, het classificeren
  37. WT.037 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.2

    Classificeren dieren volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

  38. WT.038 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Tonen hun kennis over het organisme dier in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Manon springt tijdens de les lichamelijke opvoeding als een kikker en merkt op hoe
        ver zij kan komen met elke sprong.
    • Esther schrijft een verhaal over een avontuurlijke vos en beschrijft levendig en
        gedetailleerd zijn vacht, de sluwheid en de leefomgeving.
  39. WT.039 Begrijpen K1 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    zijn levende wezens
  40. WT.040 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de plant
  41. WT.041 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen de basisdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    wortel
    stengel
    blad
    bloem

    Te hanteren begrippen

    de wortel, de stengel, het blad, de bloem
  42. WT.042 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen de vruchten van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vruchten:
    van fruitbomen
    
    Herkennen:
    op basis van uiterlijke kenmerken

    Te hanteren begrippen

    de appel, de pruim, de peer, de vijg, de abrikoos, de kers
  43. WT.043 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen de basisdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    wortel
    stengel/stam + takken
    blad
    bloem
    vrucht

    Te hanteren begrippen

    de stam, de vrucht, de tak
  44. WT.044 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen planten en schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten en schimmels:
    bomen
    struiken
    paddenstoelen
    gras

    Te hanteren begrippen

    de boom, de struik, de paddenstoel, het gras
  45. WT.045 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen de vruchten van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    • struiken
    • de eik, de beuk, de hazelaar, de kastanje, de esdoorn, de paardenkastanje, de
        notelaar
    
    Herkennen:
    op basis van uiterlijke kenmerken

    Te hanteren begrippen

    de kastanje, de eikel, de beukennoot, de hazelnoot, de bes

    Voorbeelden

    Vruchten:
    • De eikel is de vrucht van een eik.
    • De framboos is de vrucht van een frambozenstruik.
  46. WT.046 Begrijpen L1 L4 3.1.3

    Begrijpen dat er verschillende planten bestaan.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende planten:
    • naaldbomen: bomen waarvan de bladeren de vorm van naalden hebben
    • loofbomen: bomen met bladeren die geen naaldvorm hebben
    • grassoorten: gras, tarwe, riet

    Te hanteren begrippen

    de naaldboom, de loofboom, de grassoort
  47. WT.047 Begrijpen L2 L4 3.1.3

    Herkennen planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    • naaldbomen, loofbomen, grassoorten
    • mossen
    Herkennen:
    • Planten verschillen in uiterlijk en de plek waar ze groeien.

    Te hanteren begrippen

    het mos
  48. WT.048 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.2; L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8; L4 3.2.9

    Beschrijven de functie van de basisdelen van een plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een plant:
    In de taxonomie omschreven als ‘de flora’, verschillend van ‘de schimmels’ en ‘de fauna’
    
    Functie basisdelen:
    • de wortel: houdt de plant stevig vast in de grond en zuigt water en voedingsstoffen
        op uit de grond
    • de stengel/ de stam: houdt de plant rechtop en brengt water van de wortels naar
        het blad en voedingstoffen van de bladeren naar de wortels (transport)
    • de bladeren: vangen zonlicht op en gebruiken dit licht als energiebron om met
        water en stoffen uit de lucht suikers te maken waardoor de plant groeit. Terwijl de
        bladeren dit doen, zorgen ze ook voor zuurstof
    • de bloem: trekt insecten aan die de bloem bestuiven waardoor vruchten ontstaan
    • de vrucht: bevat en beschermt de zaden
    • het zaad: uit het zaad kan een nieuwe plant groeien

    Te hanteren begrippen

    het transport, de wortel, de stam, de stengel, het blad, de bloem, de vrucht, het zaad,
    de flora
  49. WT.049 Gebruiken L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8

    Tekenen de delen van een plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    wortel
    stengel of stam
    bladeren
    bloem
    vrucht
    Tekenen:
    inclusief notatie van de functie
  50. WT.050 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.8

    Herkennen de niet naaldvormige bladeren van bomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bladeren:
    (paarde)kastanjeblad
    eikenblad
    beukenblad
    esdoornblad
    
    Herkennen:
    bladvorm
    bladnerf
    bladrand

    Te hanteren begrippen

    de bladvorm, de bladnerf, de bladrand, het eikenblad, het beukenblad, het
    (paarde)kastanjeblad, het esdoornblad
  51. WT.051 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3

    Herkennen de naaldvormige bladeren van bomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bomen:
    • spar
    • den

    Te hanteren begrippen

    de sparrennaald, de dennennaald
  52. WT.052 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.11

    Illustreren de relatieve leeftijd van loof- en naaldbomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatieve leeftijd:
    de jaarringen van een boom
    de omtrek van de stam

    Te hanteren begrippen

    de jaarring

    Voorbeelden

    Naomi bekijkt de jaarringen van een boom en legt uit dat je hieraan kunt aflezen hoe
    oud die ongeveer is.
  53. WT.053 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Herkennen soorten planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten planten (indeling van de ‘flora’ volgens de taxonomie):
    sporenplanten
    zaadplanten

    Te hanteren begrippen

    de sporenplant, de zaadplant

    Voorbeelden

    Zaadplanten:
    appelboom, zonnebloem, paardenbloem, eik, den
    Sporenplanten:
    varen, mos, paardenstaart
  54. WT.054 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Herkennen schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schimmels:
    De schimmels zijn een aparte categorie in de taxonomie naast de flora en de fauna.

    Te hanteren begrippen

    de champignon, de vliegenzwam, het gist, de schimmel

    Voorbeelden

    Schimmels:
    weidechampignon, vliegenzwam, gist, schimmel op brood of kaas
  55. WT.055 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Herkennen de basisdelen van schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    schimmel
    zwamvlok (schimmeldraden)
    vruchtlichaam

    Te hanteren begrippen

    de zwamvlok, het vruchtlichaam
  56. WT.056 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Herkennen de paddenstoel als vruchtlichaam van een schimmel.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De paddenstoel - basisdelen:
    hoed
    steel
    paddenstoel
    ring
    sporen
    buisjes
    plaatjes

    Te hanteren begrippen

    de hoed, de steel, de paddenstoel, de ring, de sporen, het buisje, het plaatje
  57. WT.057 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen wat planten nodig hebben om te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Planten hebben water en licht nodig om te groeien.
  58. WT.058 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Illustreren wat planten nodig hebben om te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Planten groeien beter of slechter afhankelijk van:
        hoeveelheid water
        (vruchtbare) grond
        plaats in het licht of in de schaduw

    Te hanteren begrippen

    het water, de aarde, het licht, het voedsel, de schaduw
  59. WT.059 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.8

    Illustreren wat planten nodig hebben om optimaal te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Groei van planten hangt af van:
        hoeveelheid water
        vruchtbare bodem
        lichtintensiteit en -duur
        temperatuur (warmte of koude)
        aanwezigheid van lucht

    Te hanteren begrippen

    de vruchtbare bodem, de temperatuur, de lucht, de warmte, de schaduw
  60. WT.060 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.8; L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Herkennen dat bijna alle planten op dezelfde manier voedingsstoffen verkrijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingstoffen verkrijgen:
    De meeste planten maken via de bladeren hun eigen voedsel met zonlicht, stoffen uit de
    lucht en water (fotosynthese).
    De meeste planten nemen via hun wortels uit de grond water op en mineralen
    (‘vitaminen’ voor de plant). Sommige planten groeien ook in water met voldoende (al
    dan niet toegevoegde) mineralen. Soms is het nodig om extra mineralen aan de grond
    toe te voegen: bemesten.
    Water helpt bij het transport van stoffen in de plant, zorgt voor stevigheid en is nodig
    voor de ‘fotosynthese’.

    Te hanteren begrippen

    het zonlicht
  61. WT.061 Begrijpen L4 L4 3.2.8; L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven hoe planten en korstmossen voedingsstoffen verkrijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    autotroof: Planten die hun eigen voedsel maken met zonlicht, water en stoffen uit de
    lucht.
    
    Korstmossen:
    symbiose: Een korstmos bestaat uit een wier (alg) en een zwam (schimmel) die
    samenwerken. Het wier maakt voedsel voor zichzelf en voor de de zwam en de zwam
    zorgt voor water en mineralen voor het wier. Ze zorgen dus beiden voor een voordeel
    voor elkaar zodat het geheel (het korstmos) kan overleven.

    Te hanteren begrippen

    de symbiose
  62. WT.062 Begrijpen L4 L6 3.1.3

    Illustreren dat schimmels zich voeden met organisch materiaal.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

  63. WT.063 Begrijpen L4 L4 3.2.3

    Illustreren de cruciale rol van schimmels in het ecosysteem als ontbinder.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Cruciale rol:
    Schimmels als ontbinders/opruimers breken dode organismen af en geven
    voedingsstoffen terug aan het ecosysteem, waardoor de kringloop van stoffen in stand
    blijft. Zonder ontbinders zou de natuur vervuilen met dode resten en zou de bodem
    uitgeput zou raken.

    Te hanteren begrippen

    het ecosysteem, de opruimer, de ontbinding
  64. WT.064 Begrijpen K3 L1 L2 L4 3.1.3; L4 3.2.7

    Herkennen de voortplantingsdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de bloem, de vrucht
  65. WT.065 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8

    Herkennen de voortplantingsdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het zaad, bloeien
  66. WT.066 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.4; L6 3.2.9; L6 3.2.10

    Beschrijven de functie van de delen van een bloem.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie van delen:
    • de kelkbladeren: beschermen de bloem wanneer die nog in de knop zit
    • de kroonbladeren: zijn dikwijls kleurrijk en opvallend en trekken insecten aan
    • de stamper: is het vrouwelijk deel van de bloem. Bovenaan zit de stempel waar het
        stuifmeel op terecht komt. Het stuifmeel daalt via de stijl naar het vruchtbeginsel.
    • de meeldraden: zijn het mannelijk deel van de bloem en maken stuifmeel (pollen)
        aan met de helmknop en de helmdraad
    • het vruchtbeginsel: zit onderaan de stamper, hier zitten de zaadbeginsels van de
        plant (vergelijkbaar met eicellen van een mens). Als het stuifmeel die bereikt,
        gebeurt er bevruchting en ontstaat er zaad. Het vruchtbeginsel groeit daarna uit tot
        vrucht.

    Te hanteren begrippen

    het kelkblad, het kroonblad, de meeldraad, de stamper, de stempel, het stuifmeel, de
    stijl, het vruchtbeginsel, de helmdraad, de helmknop, de bevruchting
  67. WT.067 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3; L6 3.1.4

    Herkennen verschillende manieren waarop planten zich voortplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    Zaadplanten gebruiken zaden (via bloemen die vruchten worden of via kegels).
    Sporenplanten gebruiken sporen.
    Sommige zaad- en sporenplanten kunnen zich ook vegetatief (ongeslachtelijk)
    voortplanten.

    Te hanteren begrippen

    de bol, de knol, de spore

    Voorbeelden

    Vegetatief:
    • Bij aardbeien groeien nieuwe planten aan de ‘uitlopers’ boven de grond.
    • Bij knollen (zoals aardappelen) groeien ‘ogen’ op de knol uit tot een nieuwe
        planten.
  68. WT.068 Begrijpen L5 L6 3.1.4; L6 3.1.7

    Illustreren de bestuiving door insecten bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestuiving:
    • Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraad naar de stamper.
    • Insecten spelen een belangrijke rol bij bestuiving wanneer ze van bloem naar bloem
        vliegen.
    • De bestuiving is een noodzakelijke stap voor de vorming van zaden en vruchten.

    Te hanteren begrippen

    de bestuiving
  69. WT.069 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.7; L6 3.1.5

    Duiden het belang van bestuiving en verspreiding van zaden.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestuiving:
    • bestuiving: Het overbrengen van stuifmeel van meeldraad naar stamper.
    • Er zijn veel soorten bestuivers. Vooral insecten spelen een belangrijke rol. Minder
        insecten = minder zaden, vruchten en oogst.
    
    Verspreiding:
    • Zaadverspreiding: Het verspreiden van gevormde zaden naar nieuwe groeiplaatsen.
    • Zaden worden vooral door dieren (en de mens) verspreid, maar het kan ook via
        wind en het water.
    
    Belang bestuiving en verspreiding:
    • De bestuiving en verspreiding is belangrijk voor de overleving van planten. Eén van
        de belangrijkste redenen waarom organismen zich voorplanten: in stand houden
        van de soort.
    • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde
        ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn (biodiversiteit)

    Te hanteren begrippen

    de verspreiding van zaad, de bestuiver

    Voorbeelden

    Bestuiving:
    • Bijen verspreiden stuifmeel van bloemen via hun poten.
    • De wind verspreidt het stuifmeel van de mannelijke dennenappels naar de
        vrouwelijke dennenappels.
    Zaadverspreiding:
    • Vogels eten vruchten (of pikken bijvoorbeeld de zaden uit een dennenappel) en de
        pit (die het zaad bevat) valt op de grond.
    • De wind verspreidt de pluisjes van de paardenbloem.
    • De eekhoorn steekt eikels onder de grond als voorraad.
  70. WT.070 Begrijpen L5 L6 3.1.4; L6 3.1.6; L6 3.1.8

    Beschrijven het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geslachtelijke voortplanting:
    • Een bloem bevat meeldraden (met stuifmeel) en een stamper.
    • Bij bestuiving komt stuifmeel van een bloem op de stamper van een (andere) bloem
        van dezelfde soort terecht.
    • Na bevruchting (het samensmelten van stuifmeelkorrel met zaadbeginsel in het
        vruchtbeginsel van de bloem) groeit er een vrucht met zaad.
    • Uit het zaad groeit bij kieming een nieuwe plant.
    • Bij zaadplanten zonder bloemen maken de mannelijke kegels stuifmeel dat door de
        wind wordt overgebracht op de vrouwelijke kegels die zaadbeginsels bevatten.

    Te hanteren begrippen

    de zaadvorming, de kieming, de geslachtelijke voortplanting
  71. WT.071 Begrijpen L6 L6 3.1.4; L6 3.1.6; L6 3.1.8

    Beschrijven het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongeslachtelijke voortplanting:
    Een nieuwe plant ontstaat uit een deel van één ouderplant, zonder bloemen, zaden of
    bevruchting. Dit kan doordat een stuk van de plant dat is afgescheurd (een stek) zich tot
    een nieuwe plant ontwikkelt of doordat de plant uit zichzelf nieuwe planten vormt door
    uitlopers, knollen of bollen.

    Te hanteren begrippen

    de knol, de bol, de uitloper, de stek, de ongeslachtelijke voortplanting

    Voorbeelden

    Knollen:
    aardappel
    Bollen:
    ui, hyacint
    Uitlopers:
    aardbei
  72. WT.072 Gebruiken L6 L6 3.1.6; L6 3.1.8; L6 3.2.14

    Onderscheiden geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschil:
    • Geslachtelijke voortplanting: Versmelting van een zaadcel (uit stuifmeel) en eicel (in
        stamper) leidt tot nieuw zaad. De plant die uit dit zaad kiemt draagt eigenschappen
        van de twee ouderplanten in zich mee. Dit zorgt dus voor genetische variatie.
    • Ongeslachtelijke voortplanting: De nieuwe plant is een deel van de ouderplant en
        vormt zo een identieke kopie (kloon). Er is geen versmelting van geslachtscellen en
        dus geen erfelijke variatie.
  73. WT.073 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van ontwikkeling en voortplanting van planten in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bij het voorlezen van een verhaaltje over een prachtige bloementuin vertelt Amira
        over de bijdrage van de bij aan de ontwikkeling van deze tuin.
    • In een les over de woestijn vertelt Romain hoe de voortplanting van cactussen
        aangepast is aan de omstandigheden van de woestijn.
  74. WT.074 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de voortplanting van schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    Schimmels planten zich voort door sporen te verspreiden.
    Sporen worden in het sporenkapsel gevormd, opgeslagen en beschermd.
    Champignons: De sporen worden op de plaatjes gevormd en worden door de wind
    verspreid.
    Boleten: Buisjes produceren sporen en laten ze vrij waarna ze worden verspreid door
    wind, water en dieren.

    Te hanteren begrippen

    de sporen, de buisjes, de plaatjes, het sporenkapsel
  75. WT.075 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren
    • bouw
    • voortplanting
  76. WT.076 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Determineren planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

  77. WT.077 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Determineren planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Determineren:
    • bladvorm/naaldsoort
    • bloem
  78. WT.078 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Ordenen planten en schimmels volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taxonomie:
    • de flora
        o zaadplanten
        o sporenplanten
    • de schimmels
  79. WT.079 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren planten en schimmels volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

  80. WT.080 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van de organismen planten en schimmels in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Levi zorgt voor de planten in de klas en denkt eraan dat ze voldoende water en
        zonlicht nodig hebben om te groeien.
    • Klaas onderzoekt in een project over duurzaamheid en technologie hoe planten en
        schimmels kunnen bijdragen aan milieuvriendelijke oplossingen, zoals
        waterzuivering met bepaalde planten of het gebruik van schimmels voor de
        biologische afbraak van afval.
  81. WT.081 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Beschrijven bacteriën.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bacteriën:
    zijn eencellige micro-organismen
    zijn niet waar te nemen met het blote oog, maar wel onder de microscoop
    komen overal voor: op voorwerpen, in ons lichaam, in de natuur
    Er zijn voor de mens zowel nuttige (meewerkende) bacteriën als ziekmakende
    (tegenwerkende) bacteriën.
    Bacteriën vormen in de taxonomie een aparte categorie, verschillend van de fauna, de
    flora en de schimmels

    Te hanteren begrippen

    de cel, de bacterie, de microscoop, nuttig, schadelijk
  82. WT.082 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de verschillende manieren waarop bacteriën zich voeden.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voeden zich op verschillende manieren:
    breken dood materiaal af
    werken samen met andere organismen (symbiose)
    Sommige bacteriën maken hun eigen voedsel met licht of chemische stoffen.
    
    Bacteriën:
    dragen bij aan de kringloop van voedingsstoffen in een ecosysteem

    Te hanteren begrippen

    de bacterie
  83. WT.083 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven hoe bacteriën zich voortplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bacteriën:
    eencellige organismen die zich snel kunnen voortplanten
    
    Voortplanting:
    via celdeling: Eén cel wordt twee identieke cellen
    Door die snelle deling kunnen bacteriekolonies snel groeien.

    Te hanteren begrippen

    de cel, de celdeling
  84. WT.084 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Ordenen organismen volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taxonomie organismen:
    de fauna:
    • de gewervelden:
          o zoogdieren
          o vogels
          o reptielen
          o amfibieën
          o vissen
    • de ongewervelden:
          o de geleedpotigen:
                  ▪ insecten
                  ▪ spinachtigen
          o andere ongewervelden
    
    de flora:
    • zaadplanten
    • sporenplanten
    de schimmels
    de bacteriën
  85. WT.085 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren de organismen volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen

  86. WT.086 Begrijpen K1 K2 KO 3.1.3; KO 3.1.4

    Herkennen dat mensen leven geven aan nieuwe mensen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Leven geven:
    De baby groeit eerst in de buik van de mama.
    Bij de geboorte komt de baby ter wereld en leeft verder buiten de buik van de mama.

    Te hanteren begrippen

    de baby
  87. WT.087 Begrijpen K3 KO 3.1.3; KO 3.1.4

    Herkennen de levenscyclus van de mens.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Fasen levenscyclus:
    zwangerschap
    geboorte
    baby
    peuter
    kleuter
    kind
    tiener
    volwassene
    oudere
    de dood

    Te hanteren begrippen

    de geboorte, geboren worden, de peuter, de kleuter, het kind, de tiener, de volwassene,
    de oudere, de dood, sterven
  88. WT.088 Begrijpen K3 KO 3.1.3; KO 3.1.4

    Illustreren lichamelijke veranderingen die gepaard gaan met hun ontwikkelingsfase.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichamelijke veranderingen:
    • lengtegroei
    • gewichtstoename
    • tandontwikkeling

    Te hanteren begrippen

    groeien, licht, zwaar, klein, groot, tanden
  89. WT.089 Begrijpen L1 L2 L4 3.1.6

    Illustreren lichamelijke veranderingen die gepaard gaan met veroudering.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichamelijke veranderingen:
    • vergrijzing haar en haarverlies
    • rimpels en huidveroudering
    • verandering in zintuiglijke waarneming

    Te hanteren begrippen

    de rimpel, het grijze haar, kaal, de bril, slecht horen, de veroudering, de vergrijzing
  90. WT.090 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.6

    Illustreren lichamelijke veranderingen die horen bij de puberteit.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichamelijke veranderingen:
    • groei
    • toename spier- en vetmassa
    • lichaamshaar
    • huidverandering

    Te hanteren begrippen

    de puberteit, de groeispurt, de acné
  91. WT.091 Begrijpen L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Illustreren lichamelijke veranderingen die horen bij de puberteit.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de teelbal, de spermacel, de eierstok, de menstruatie, de schaamstreek, de diepe stem,
    het lichaamshaar, de brede schouders, de brede heupen, de borsten
  92. WT.092 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.3; KO 3.1.4; L4 3.1.6; L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Situeren zichzelf en anderen in een ontwikkelingsfase op basis van lichamelijke veranderingen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

  93. WT.093 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.3; KO 3.1.4; L4 3.1.6; L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Tonen hun kennis van ontwikkeling en levenscyclus van de mens in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: voortplanting en levenscyclus bij de mens

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • In de bouwhoek bouwt Marie-Lou met blokken een nest. Zij legt een klein wit
        bolletje in het nest en zet een vogelpop er bovenop. Vervolgens wisselt zij het
        bolletje in voor een kuikentje van plastic. Zij speelt het volledige proces van ei tot
        jong na.
    • In de poppenhoek speelt Luca samen met twee klasgenoten een rollenspel. Hij stopt
        een doek in een poppenjurk en zegt dat er een baby in de buik zit. Even later rijdt hij
        naar het ziekenhuis met een speelgoedauto. Daarna halen ze de baby uit de buik
        van de pop en wikkelen hem in een dekentje. Luca ververst de luier en geeft de
        baby een bad.
  94. WT.094 Begrijpen K1 K2 KO 3.1.4

    Herkennen het jong van zoogdieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Stephan herkent dat het jong van een kat een kitten wordt genoemd.
    • Jamila weet dat het jong van een schaap een lam heet.
  95. WT.095 Begrijpen K3 KO 3.1.3; KO 3.1.4

    Beschrijven de levenscyclus van zoogdieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenscyclus:
    de draagtijd
    de geboorte
    het jong
    het volwassen dier
    de dood

    Te hanteren begrippen

    het jong (in de buik), de draagtijd, de geboorte, het volwassen dier, de dood, de groei
  96. WT.096 Begrijpen K2 KO 3.1.4

    Herkennen de levenscyclus van een vogel.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenscyclus:
    het ei
    het uitkomen
    het kuiken
    de volwassen vogel
    de dood

    Te hanteren begrippen

    het ei, het nest, het kuiken, de vogel
  97. WT.097 Begrijpen K3 KO 3.1.4

    Herkennen de levenscyclus van een vis.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenscyclus:
    het ei
    de larve of jonge vis
    de jonge vis
    de volwassen vis
    de dood

    Te hanteren begrippen

    de jonge vis, de volwassen vis, het ei, de larve
  98. WT.098 Begrijpen L1 L2 L4 3.1.5

    Beschrijven de levenscyclus van een insect.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenscyclus:
    het ei
    de larve (of de rups bij vlinders)
    de pop (of de cocon)
    het volwassen insect
    de dood

    Te hanteren begrippen

    het ei, de larve, de pop, het volwassen insect

    Voorbeelden

    Levenscyclus:
    de vlinder: ei → rups → pop → vlinder
  99. WT.099 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.4; L4 3.1.5

    Beschrijven de levenscyclus van een amfibie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenscyclus:
    het ei
    de larve zonder poten
    de larve met poten
    de volwassen amfibie

    Te hanteren begrippen

    de larve, de volwassen amfibie, de levenscyclus, de metamorfose

    Voorbeelden

    Levenscyclus:
    een kikker: kikkerdril → kikkervisje → kikkervisje met poten en longen → volwassen
    kikker
  100. WT.100 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 KO 3.1.3; KO 3.1.2; L4 3.1.4; L4 3.1.5

    Vergelijken de levenscyclus bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Fauna: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • insecten
  101. WT.101 Begrijpen K1 KO 3.1.4

    Herkennen de levenscyclus van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenscyclus:
    Een plant begint als zaad dat ontkiemt, groeit en een hele plant wordt. Uiteindelijk
    kunnen er nieuwe zaden uit de plant komen.
  102. WT.102 Begrijpen K2 K3 KO 3.1.3; KO 3.1.4

    Beschrijven de levenscyclus van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het zaad, kiemen, groeien, de plant
  103. WT.103 Begrijpen K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Illustreren het zaaien en het oogsten van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    zaaien, oogsten
  104. WT.104 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Beschrijven de kenmerken van de groeistadia van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeistadia:
    • zaadstadium: bevat voedingsstoffen voor de ontkieming
    • kiemstadium: Het zaad neemt water op, de wortel groeit naar beneden en de
        eerste blaadjes verschijnen boven de grond.
    • jonge plant: De plant ontwikkelt een stengel en echte bladeren.
    • volwassen plant: De plant heeft een volledig ontwikkelde stengel, bladeren en
        mogelijk bloemen of vruchten en kan zich voortplanten.

    Te hanteren begrippen

    (ont)kiemen, bloeien
  105. WT.105 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 3.1.3; KO 3.1.4

    Onderscheiden de groeistadia van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus

  106. WT.106 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 GO!-doel

    Tonen hun kennis over de levenscyclus in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen › Flora: de levenscyclus

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenscyclus:
    • fauna
    • flora

    Voorbeelden

    Shema helpt haar buurvrouw met het voederen van hun drachtige kat. Terwijl ze
    zachtjes over de buik van de kat wrijft, vertelt ze dat de kleintjes daarbinnen groeien tot
    ze geboren worden als kittens.
  107. WT.107 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de kenmerken van grasland en bos.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    • grasland: open ruimte, gras, zonlicht
    • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen
  108. WT.108 Begrijpen K2 GO!-doel

    Herkennen de kenmerken van grasland en bos.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    • grasland: open ruimte, gras, zonlicht
    • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen
    • enkele veel voorkomende dieren en planten

    Te hanteren begrippen

    het gras, de boom, het bos, de schaduw, de open ruimte
  109. WT.109 Begrijpen K3 GO!-doel

    Illustreren kenmerken van grasland, bos en heide.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    • grasland: open ruimte, gras, zonlicht
    • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen
    • heide: droge grond, lage begroeiing, heideplanten
    • enkele veel voorkomende dieren en planten

    Te hanteren begrippen

    de heide, het grasland, de heideplant, de droge grond
  110. WT.110 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.1; L4 3.2.6

    Beschrijven de kenmerken van de zee en de kust.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken zee en de kust:
    Biotische kenmerken (levend):
        Typische planten: wieren, duinplanten
        Typische ongewervelde dieren: kwallen, weekdieren, krabben
        Typische gewervelde dieren: vissen, zeevogels, zeehonden
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        zout zeewater
        getijden (eb en vloed)
        zand
        temperatuur, zonlicht en wind
        golfslag
    relaties:
        tussen organismen onderling en hun omgeving

    Te hanteren begrippen

    de zee, de kust, het zand, het helmgras, de duinen, veel zonlicht, veel wind, het
    zeebriesje, koeler

    Voorbeelden

    Relaties tussen organismen onderling en hun omgeving:
    Zeewier groeit in zout water. Mosselen kleven vast aan stenen zodat de golven ze niet
    meenemen. Mosselen leven dicht bij elkaar.
  111. WT.111 Begrijpen L3 L4 3.2.1; L4 3.2.6

    Beschrijven kenmerken van het stadslandschap.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken stadslandschap:
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        gebouwen en wegen
        luchtkwaliteit en temperatuur
        geluid
        verlichting
    biotische kenmerken (levend):
        mensen
        huisdieren
        stadsvogels
        planten in parken, geveltuintjes of op daken
    relaties:
        tussen organismen onderling en hun omgeving

    Te hanteren begrippen

    het stadslandschap, het huisdier, de stadsvogel, het verkeer, de verlichting, de geveltuin,
    de daktuin, de biotoop

    Voorbeelden

    relaties tussen organismen onderling en hun omgeving:
    Afval op straat trekt meeuwen, ratten of duiven aan. Bijen verzamelen nectar bij bloemen
    in een park. Mos groeit op vochtige muren of stoepen. Vogels gebruiken soms gebouwen
    als nestplaats.
  112. WT.112 Begrijpen L4 L4 3.2.1; L4 3.2.6

    Beschrijven kenmerken van het agrarisch landschap.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken agrarisch landschap:
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        bodemsoort: zand, klei
        water: irrigatie, sloten
        temperatuur en zonlicht
        kunstmest en pesticiden
    biotische kenmerken (levend):
        gewassen: graan, aardappelen, groenten
        boerderijdieren
        boer en landarbeiders
        insecten en vogels die op de velden leven
    relaties:
        tussen organismen onderling en hun omgeving

    Te hanteren begrippen

    het agrarisch landschap, de weide, de boer, de irrigatie, de sloten, de zand- en kleigrond,
    de mest, de kunstmest, de pesticide, het gewas, het boerderijdier, de biotoop

    Voorbeelden

    relaties tussen organismen onderling en hun omgeving:
    Vogels eten insecten op akkers. Wind kan zaden verspreiden over het veld. Mest helpt
    planten groeien. Bloemenranden langs akkers trekken bijen en vlinders aan.
  113. WT.113 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.5

    Beschrijven kenmerken van de zoetwateromgeving.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken zoetwateromgeving:
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        water: natuurlijk het belangrijkste onderdeel
        licht: zonlicht dat in het water schijnt
        temperatuur: hoe warm of koud het water is
        zuurstofgehalte: hoeveel zuurstof er in het water zit
        bodem: zand, slib of stenen op de bodem van het water
        stroming: in rivieren
        pH-waarde: hoe zuur of basisch het water is
    biotische kenmerken (levend):
        planten: waterlelies, riet en kroos
        dieren: vissen (snoek, karper), kikkers, salamanders
        insecten: waterjuffers, muggenlarven, kevers
        micro-organismen: bacteriën, algen
        watervogels: eenden, meerkoeten
        mensen: vissers, wandelaars, zwemmers

    Te hanteren begrippen

    het zoet water, de zoetwateromgeving, de waterkwaliteit, de waterplant, het slib, de
    waterrecreatie, de zuurtegraad, de watervogel, de vis, de amfibie, de bacterie, de alg
  114. WT.114 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.8

    Beschrijven het belang van biodiversiteit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Biodiversiteit:
    verscheidenheid aan levende organismen
    
    Belang biodiversiteit:
    • Meer soorten organismen betekent meer overleving: Als er veel verschillende
        planten en dieren zijn, is de natuur sterker en beter bestand tegen ziekten of
        veranderingen.
    • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde
        ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn
    • De natuur houdt zichzelf in evenwicht: bepaalde dieren leven samen in een gebied
        omdat daar de juiste planten groeien of het ene dier voedsel is voor de andere.
        Elke soort heeft “een taak”. Bijen bestuiven bloemen, regenwormen maken de
        bodem gezond en bomen geven zuurstof. Als er soorten verdwijnen, raakt dat
        evenwicht verstoord.

    Te hanteren begrippen

    de biodiversiteit, de overleving, het evenwicht, het ecosysteem
  115. WT.115 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.5

    Herkennen relaties binnen biotopen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Biotopen:
    • grasland: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • bos: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • heide: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • de zee en de kust: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • stadslandschap: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • agrarisch landschap: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • zoetwateromgeving: enkele typische biotische en abiotische factoren
    
    Relaties:
    • voedselrelaties: Wie eet wie?
    • concurrentie: Planten of dieren strijden om voedsel, ruimte of licht.
    • symbiose: Samenwerken of afhankelijk zijn van elkaar.
    • Invloed van mens of klimaat op de biotoop.

    Te hanteren begrippen

    het grasland, het bos, de heide, de zee, de kust, het stadslandschap, het agrarisch
    landschap, het zoet water
  116. WT.116 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.3

    Illustreren ecosystemen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ecosystemen:
    Een ecosysteem is het geheel van levensgemeenschap(pen) en de niet levende omgeving.
    Wat een ecosysteem uniek maakt, zijn de interacties: voedselketens, concurrentie,
    samenwerking en kringlopen.

    Te hanteren begrippen

    het ecosysteem, de concurrentie, de samenwerking, de kringloop, de voedselketen, de
    interactie

    Voorbeelden

    Karel gaat naar het Zoniënwoud. Hij ontdekt er een gemengd ecosysteem met
    verschillende biotopen zoals loofbos, kalkhelling en beek.
  117. WT.117 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.2.1; L4 3.2.6; L6 3.2.5

    Determineren verschillende biotopen op basis van veel voorkomende organismen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de behoefte, het probleem
  118. WT.118 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Vergelijken biotopen uit de eigen omgeving met dezelfde biotoop elders in de wereld.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

  119. WT.119 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.2.6; L6 3.2.4; L6 3.2.8

    Reflecteren over hun eigen zorgzaamheid voor biotopen en de biodiversiteit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

  120. WT.120 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis over de biotopen, ecosystemen en biodiversiteit in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Belle legt tijdens een boswandeling uit dat een bos een biotoop is met een rijke
        biodiversiteit, waar bomen, paddenstoelen, vogels en insecten in balans samenleven.
        Ze wijst erop hoe elke soort een rol speelt in het ecosysteem.
    • Domien ging op reis naar Australië. In de kring bespreekt hij hoe koraalriffen een
        belangrijk ecosysteem vormen in de oceaan en hoe klimaatverandering en vervuiling
        de biodiversiteit daar bedreigen.
  121. WT.121 Begrijpen K2 KO 3.2.1

    Herkennen het principe van eten en gegeten worden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eten en gegeten worden:
    Er zijn dieren die planten eten en dieren die andere dieren eten.

    Te hanteren begrippen

    eten

    Voorbeelden

    Eten en gegeten worden:
    • Een koe eet gras.
    • Een vogel eet rupsen.
  122. WT.122 Begrijpen K3 KO 3.2.1

    Begrijpen dat organismen in de natuur met elkaar verbonden zijn via eten en gegeten worden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eten en gegeten worden:
    eenvoudige principe van voedselrelaties: Sommige dieren eten planten, andere dieren
    eten die dieren.
    eenvoudige voedselketen met 2 stappen
    Planten zijn het begin van de keten.

    Voorbeelden

    Eenvoudige eetketens met 2 stappen:
    bladeren – rups: De rups eet bladeren van een boom of struik.
  123. WT.123 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.1; L4 3.2.2; L4 3.2.5; L4 3.2.6

    Beschrijven een eenvoudige voedselketen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselketen:
    lineaire voorstelling van organismen
    Elk organisme in de keten wordt gegeten door het volgende organisme.
    Een voedselketen begint meestal bij een plant en eindigt bij een roofdier.

    Te hanteren begrippen

    de voedselketen

    Voorbeelden

    Voedselketen:
    • gras → konijn → vos (Het gras wordt gegeten door het konijn. Het konijn wordt
        gegeten door de vos)
    • gras → sprinkhaan → kikker → reiger
  124. WT.124 Gebruiken L1 L2 L4 3.2.2; L4 3.2.6

    Tekenen een voedselketen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

  125. WT.125 Begrijpen L3 L4 3.2.1; L4 3.2.3; L4 3.2.6

    Illustreren dat de voedselkringloop een cyclus is van eten en gegeten worden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselkringloop:
    Een voedselkringloop is het natuurlijke proces waarbij voedingsstoffen steeds opnieuw
    worden doorgegeven tussen planten, dieren, afbrekers en de bodem, zodat er geen afval
    is en niets verloren gaat.

    Te hanteren begrippen

    de voedselkringloop, doorgeven van voedingsstoffen, het natuurlijk evenwicht, eten en
    gegeten worden

    Voorbeelden

    Voedselkringloop:
    zonlicht → gras (producent) → konijn (planteneter) → vos (roofdier) → dood dier →
    bodemdiertjes en bacteriën breken af → voedingsstoffen in de bodem → nieuw gras
    groeit
  126. WT.126 Gebruiken L3 L4 3.2.1; L4 3.2.3; L4 3.2.6

    Geven een voedselkringloop.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

  127. WT.127 Begrijpen L4 L4 3.2.1; L4 3.2.5; L4 3.2.6

    Beschrijven een eenvoudige voedselpiramide.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselpiramide:
    Een voedselpiramide is een schematische weergave die laat zien hoe de energie in een
    ecosysteem wordt doorgegeven van de ene soort naar de andere. Deze voorstelling
    maakt zichtbaar dat er steeds minder energie overblijft naarmate je hoger in de piramide
    komt.
    onderste laag: producenten
    middenlagen: consumenten
    top: de toppredatoren
    belangrijke kenmerken:
        De energie neemt af na elke stap, omdat dieren energie gebruiken om te bewegen,
        te groeien.
        Daarom is er minder energie beschikbaar voor elk volgend niveau.
        De basis is het breedst, want zonder veel planten is er geen energie voor de rest.

    Te hanteren begrippen

    de voedselpiramide, de consument, de producent, de (top)predator, de planteneter, de
    vleeseter, de alleseter

    Voorbeelden

    Voedselpiramide:
    Blad → rups → koolmees → sperwer
  128. WT.128 Gebruiken L4 L4 3.2.1; L4 3.2.5; L4 3.2.6

    Geven een voedselpiramide.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

  129. WT.129 Begrijpen L4 L4 3.2.1; L4 3.2.3; L4 3.2.6

    Beschrijven de rol van reducenten in de voedselkringloop.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reducent:
    Organisme dat dode planten, dieren of uitwerpselen afbreekt tot kleine stoffen die terug
    in de bodem terechtkomen. Die stoffen worden opgenomen door planten.

    Te hanteren begrippen

    de reducent, afbreken van voedsel
  130. WT.130 Begrijpen L5 L6 3.2.1; L6 3.2.2; L6 3.2.6

    Illustreren hoe voedselketens samen een voedselweb vormen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselweb:
    Een voedselweb is een netwerk van meerdere voedselketens die met elkaar verbonden
    zijn binnen één ecosysteem. In de natuur eten dieren namelijk vaak meer dan één soort
    voedsel en worden ze op hun beurt ook door meerdere dieren gegeten. Een voedselweb
    laat dus zien hoe alles met elkaar samenhangt.
    Gevolgen bij verstoring van het natuurlijk evenwicht:
        invloed op andere soorten: minder voedsel, meer concurrentie, veranderingen in
        populatiegrootte en ecosysteembalans
        Wanneer een sleutelsoort verdwijnt, geraakt het voedselweb uit evenwicht.

    Te hanteren begrippen

    het voedselweb, afhankelijk zijn van, het ecosysteem

    Voorbeelden

    Een voedselweb in het bos:
    eik → rups → vogel → uil
    bessenstruik → muis → vos
    paddenstoel → slak → egel
    De muis kan ook gegeten worden door een uil. Rupsen worden gegeten door kikkers,
    vogels of egels. Al deze lijnen kruisen elkaar: als één soort verdwijnt, kan dat meerdere
    dieren beïnvloeden in het hele web.
  131. WT.131 Gebruiken L5 L6 3.2.1; L6 3.2.2; L6 3.2.6

    Tekenen een voedselweb.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    Tekenen relaties tussen producenten, consumenten en reducenten.
  132. WT.132 Gebruiken L6 L6 3.2.1; L6 3.2.4

    Analyseren een verstoring in een ecosysteem.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Verstoring in ecosysteem:
    • Overbevissing vermindert roofdierenpopulaties.
    • Uitsterven van bestuivers beperkt voedselproductie voor planteneters.
  133. WT.133 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis over de voedselkringloop in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Camiel ziet zijn vriend een spin doodtrappen en legt hem uit dat wanneer hij dat
        doet er meer muggen zullen komen die hen kunnen prikken.
    • Charlotte leest een artikel over overbevissing en bespreekt de gevolgen voor het
        voedselweb.
  134. WT.134 Begrijpen K1 K2 K3 GO!-doel

    Herkennen dat sommige dingen opnieuw kunnen worden gebruikt.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opnieuw gebruiken:
    vanuit de basishouding: afval vermijden is goed
    sorteren: papier, plastic en restafval
  135. WT.135 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.1; L4 3.2.4

    Beschrijven eenvoudige manieren om met afval om te gaan.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan met afval:
    stappen:
    • voorkomen
    • hergebruik
    • sorteren

    Te hanteren begrippen

    het sorteren, het hergebruiken, het afval, de vuilnisbak, het plastic, het papier
  136. WT.136 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.1; L4 3.2.4

    Beschrijven de afvalladder van Lansink.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afvalladder van Lansink:
    de preventie (voorkomen): Zorg dat er géén afval ontstaat.
    het hergebruik: Gebruik producten opnieuw.
    de recyclage (materialen hergebruiken): Grondstoffen herwinnen uit afval.
    de energieterugwinning: Afval verbranden en daarbij energie opwekken.
    het verbranden of storten: Laatste optie; als energieterugwinning niet mogelijk is wordt afval
    verbrand of, als dat niet mogelijk is, in een stortplaats gestort.

    Te hanteren begrippen

    de preventie, het hergebruik, recycleren, de recyclage, het verbranden, het storten,
    milieuvriendelijk

    Voorbeelden

    De preventie:
    Neem een herbruikbare drinkfles mee in plaats van telkens een plastic flesje te kopen.
    Het hergebruik:
    Geef kleren door aan iemand anders of gebruik een glazen potje als bewaardoosje.
    De recyclage:
    Papier, glas of plastic sorteren zodat er weer nieuw materiaal van gemaakt kan worden.
    De energieterugwinning:
    Huisvuil wordt verbrand in een afvalcentrale om stroom of warmte te produceren.
    Het verbranden of storten:
    Als energieterugwinning niet mogelijk is worden spullen die niet herbruikbaar of
    recycleerbaar zijn verbrand of als allerlaatste optie gestort.
  137. WT.137 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.2.4

    Analyseren het omgaan met afval.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan:
    • met eigen verbruik
    • met verbruik als groep
    • met verbruik in de omgeving
  138. WT.138 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.7

    Duiden dat omgevingen kunnen veranderen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • door natuurlijke oorzaken of menselijk ingrijpen
    • tijdelijke en blijvende veranderingen
    • Biodiversiteit kan afnemen of veranderen.
  139. WT.139 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.3

    Illustreren de diensten die het ecosysteem levert aan de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Diensten:
    • Wat geeft de natuur ons? : voeding, medicijnen, grondstoffen, water
    • Wat maakt de natuur mooi en leuk? : ontspanning
    • Wat regelt de natuur voor ons? : zuivere lucht, proper water
    • Wat doet de natuur achter de schermen?

    Voorbeelden

    Wat regelt de natuur voor ons?
    zuivere lucht, proper water, het weer, CO₂ opslag in bossen, bescherming tegen
    overstroming
    Wat maakt de natuur leuk en mooi?
    vakantieplekken, ontspanningsplekken, verhalen en kunst, natuur is ook goed voor onze
    gezondheid en geluk
    Wat doet de natuur achter de schermen?
    leefgebied voor planten en vogels, planten groeien door licht en produceren zuurstof,
    biodiversiteit
  140. WT.140 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.4

    Beschrijven hoe menselijke activiteiten het ecosysteem beïnvloeden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beïnvloeden:
    • negatieve impact van mensen: Vervuiling, landbouw, overbevissing en ontbossing
        beïnvloeden producenten, consumenten en afbrekers.
    • positieve impact van mensen: natuur beschermen en herstellen, biodiversiteit
        bevorderen, milieuvriendelijk tuinieren en landbouw, afval vermijden en duurzaam
        omgaan met energie

    Te hanteren begrippen

    de vervuiling, de landbouw
  141. WT.141 Gebruiken L5 L6 L6 3.2.4

    Geven oplossingen om het ecosysteem in balans te houden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

  142. WT.142 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.8

    Duiden het belang van zorg- en duurzaam om te gaan met het leefmilieu.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    behoud van biodiversiteit
    afremmen van klimaatverandering
    bescherming van natuurlijke hulpbronnen
  143. WT.143 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.2.3; L6 3.2.4; L6 3.2.7; L6 3.2.8

    Reflecteren over hun eigen invloed en die van de mens op het leefmilieu.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

  144. WT.144 Begrijpen L4 L5 L4 3.2.10; L6 3.2.15

    Beschrijven gelijkenissen en verschillen tussen ouders en nakomelingen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ouders en nakomelingen:
    • mens
    • dier
    
    Gelijkenissen en verschillen:
    Nakomelingen zijn in de regel verschillend van en niet identiek aan hun ouders

    Te hanteren begrippen

    de gelijkenis, het verschil
  145. WT.145 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.5; L6 3.2.9; L6 3.2.14; L6 3.2.15

    Herkennen dat mensen en dieren bij het voortplanten erfelijke kenmerken doorgeven.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Doorgeven:
    Eén van de belangrijkste redenen waarom organismen zich voortplanten is het
    voortbestaan van de soort.
    
    Erfelijke kenmerken:
    • uiterlijke eigenschappen: oogkleur, haarkleur, huidskleur, lengte, lichaamsbouw,
        gezichtsvorm
    • medische en biologische eigenschappen: bloedgroep, aanleg voor ziektes,
        allergieën, kleurenblindheid, ontwikkelingsstoornissen

    Te hanteren begrippen

    erfelijk, erven, de erfelijke eigenschap, de erfelijkheid, de oogkleur, de haarkleur, de
    lengte, de bloedgroep, de huidskleur, de allergie, de kleurenblindheid, de vorm van het
    gezicht
  146. WT.146 Begrijpen L5 L6 3.2.9; L6 3.2.16

    Illustreren aangepastheid van organismen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organismen:
    • mens
    • dier
    
    Aangepastheid:
    • Lichamelijke aangepastheid: fysieke eigenschappen die helpen overleven
    • gedragsmatige aangepastheid: gedrag van een dier of plant dat zijn overleven
        bevordert

    Te hanteren begrippen

    de aangepastheid, veranderen, de schutkleur, de aanpassing

    Voorbeelden

    Lichamelijke aangepastheid:
    Kamelen hebben vet in hun bult om energie op te slaan en sluiten hun neusgaten tegen
    zand.
    Schutkleuren en camouflage helpen dieren om niet op te vallen.
    Uilen jagen ’s nachts. Andere dieren zijn niet aangepast om ’s nachts te jagen en vormen
    dus geen concurrentie voor de uil.
    Gedragsmatige aangepastheid:
    Wolven jagen in groep waardoor ze grotere prooien kunnen vangen dan wanneer ze
    alleen zouden jagen.
    Kamerplanten groeien naar het raam toe om meer licht te vangen.
  147. WT.147 Begrijpen L5 L6 3.2.16

    Illustreren aangepastheid van organismen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organismen:
    plant
    
    Aangepastheid:
    • aangepastheid aan droogte
    • aangepastheid aan natte of moerassige gebieden
    • aangepastheid aan schaduwrijke plekken
    • verdediging tegen dieren
    • aangepastheid voor voortplanting en verspreiding

    Voorbeelden

    Aangepastheid aan droogte:
    Vetplanten bewaren vocht in hun bladeren of stengels.
    Aangepastheid aan natte of moerassige gebieden:
    Riet heeft holle stengels waarin lucht naar de wortels gaat, zodat ze onder water toch
    kunnen ‘ademen’.
    Aangepastheid aan schaduwrijke plekken:
    Tropische planten met grote bladeren vangen meer licht op in een donkere omgeving.
    Verdediging tegen dieren:
    Doornige struiken zoals de braam, houden grazers op afstand.
    Aangepastheid voor voortplanting en verspreiding:
    Felle bloemen trekken insecten aan voor bestuiving.
  148. WT.148 Begrijpen L6 L6 3.1.5; L6 3.2.9; L6 3.2.11; L6 3.2.13

    Beschrijven evolutie.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Evolutie:
    Een soort is veranderlijk.
    Binnen een soort is er variatie, concurrentie en overerving. De omgeving bepaalt wat
    nodig is om te kunnen overleven.
    De best aangepaste individuen (binnen een populatie) voor die omgeving overleven het
    meest, kunnen dus meer en langer voortplanten en hun genetische kenmerken
    doorgeven. Die kenmerken zullen sterker naar voren komen in de populatie.
    Dit is natuurlijke selectie.

    Te hanteren begrippen

    de evolutie, de natuurlijke selectie, de variatie, de soort

    Voorbeelden

    Evolutie:
    Er zijn witte en grijze vlinders in eenzelfde populatie vlinders die leven tussen witte
    berken. De witte vlinders vallen niet op en worden weinig opgegeten, de grijze vlinders
    worden veel opgegeten door vogels. In deze omgeving zijn de witte vlinders het best
    aangepast. Er wordt een fabriek geplaatst in de omgeving en de berkenstammen
    kleuren grijs van de uitstoot: de witte vlinders vallen nu veel sterker op dan de grijze en
    worden meer opgegeten. In dat geval zijn de grijze vlinders beter aangepast aan de
    omgeving. De omgeving bepaalt of de dieren aangepast zijn of niet. De vlinders zelf
    kunnen zich niet aanpassen.
  149. WT.149 Begrijpen L6 L6 3.2.9; L6 3.2.13

    Illustreren dat soorten uitsterven.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitsterven:
    Door natuurlijke oorzaken of door menselijke oorzaken kan een soort uitsterven.
    Uitsterven betekent dat er geen enkel levend exemplaar van een soort meer overblijft.
    Het uitsterven kan geleidelijk of plots gebeuren.
    Het uitsterven van een soort zorgt voor minder biodiversiteit en heeft impact op
    ecosystemen.

    Te hanteren begrippen

    Uitsterven

    Voorbeelden

    Menselijke oorzaken:
    De dodo was een vogel die leefde op het eiland Mauritius. Toen de mens daar kwam,
    werd hij massaal gevangen en uitgeroeid.
    Natuurlijke oorzaken:
    De dinosauriërs stierven ongeveer 65 miljoen jaar geleden uit. Waarschijnlijk gebeurde
    dit door een grote meteorietinslag.
  150. WT.150 Gebruiken L5 L6 L4 3.2.10; L6 3.2.16

    Analyseren veranderingen in organismen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Veranderingen:
    • Sneeuwhazen leven in gebieden met sneeuw in de winter, maar zonder sneeuw in
        de zomer. Sneeuwhazen die hun vacht succesvol wisselen van bruin naar wit in de
        winter overleven meer en krijgen dus meer nakomelingen met hun genen. Na vele
        generaties zijn bijna alle hazen daar wit in de winter.
    • De voorouders van de mens hadden veel lichaamshaar. Dat hielp om warm te
        blijven in koude omgevingen. Toen mensen kleren maakten en vuur gebruikten
        werd dat dikke haar minder belangrijk. Mensen met minder lichaamshaar hadden
        geen nadeel meer en gaven hun eigenschappen door.
  151. WT.151 Gebruiken L5 L6 L4 3.2.10; L6 3.2.14

    Koppelen eigenschappen aan erfelijkheid.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Erfelijkheid en evolutie

  152. WT.152 Begrijpen L5 L6 3.2.9; L6 3.2.12

    Herkennen de bouwstenen van organismen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Cellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    Een cel is het kleinste bouwsteentje van alle levende wezens.
    Cellen zie je niet met het blote oog.
    Sommige organismen bestaan uit heel veel cellen en andere uit slechts één.
    Een cel is de kleinste eenheid van leven.

    Te hanteren begrippen

    de cel, de bouwsteen
  153. WT.153 Begrijpen L6 L6 3.2.9; L6 3.2.12

    Beschrijven dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Cellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organismen:
    die uit één cel bestaan: bacteriën en sommige schimmels
    die uit veel cellen bestaan: planten, schimmels, dieren (waaronder mensen)
    Meercellige organismen bestaan uit miljoenen cellen die samenwerken.
    
    Cellen:
    Verschillende cellen kunnen verschillende functies hebben.
    Cellen kunnen zich delen om te groeien of te herstellen.

    Te hanteren begrippen

    de ééncellige, de meercellige

    Voorbeelden

    Meercellige organismen:
    hond, mier, vinvis, spons, zonnebloem, waterlelie, champignon
  154. WT.154 Begrijpen L6 L6 3.2.12

    Illustreren hoe bij de meeste gewervelde dieren uit een bevruchte eicel een meercellig organisme ontstaat.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen › Cellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoe:
    Door celdeling: de meeste gewervelde dieren zijn meercellige organismen die
    “ontstaan” doordat één cel (een eicel), die bevrucht wordt door een andere cel (zaadcel)
    zich herhaaldelijk deelt en zo steeds meer cellen vormt. Elke mens of dier begint als een
    bevruchte cel. Die cel splitst zich in twee cellen. Die twee worden er vier, dan acht, dan
    zestien… In het begin zijn alle cellen hetzelfde maar na een tijdje krijgen ze verschillende
    functies: sommige worden spiercellen, andere zenuwcellen, enz. Cellen met dezelfde
    functie gaan samenwerken en vormen weefsels en organen.

    Te hanteren begrippen

    de celdeling, de meercellige
  155. WT.155 Begrijpen K1 KO 3.2.2

    Herkennen verschillende voedingsmiddelen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

  156. WT.156 Begrijpen K2 KO 3.2.2; KO 3.2.3

    Herkennen gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen voor de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Gezonde voedingsmiddelen (“eet regelmatig deze”):
    groenten, fruit, bruin brood, water
    Minder gezonde voedingsmiddelen (“eet niet te vaak deze”):
    snoep, chocolade, frisdrank
  157. WT.157 Begrijpen K3 L1 KO 3.2.2; L4 3.2.12

    Herkennen gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen voor de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    gezond, minder gezond, het eten, de drank, de voeding, proeven

    Voorbeelden

    Gezonde voedingsmiddelen (“eet regelmatig deze”):
    groenten, fruit, melk en yoghurt, bruin brood, eieren, water
    Minder gezonde voedingsmiddelen (“eet niet te vaak deze”):
    snoep, chocolade, chips, frisdrank, hamburger
  158. WT.158 Begrijpen K2 K3 KO 3.2.3; KO 3.2.4; KO 3.3.1

    Beschrijven de noodzaak aan voedingsstoffen bij mensen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Noodzaak aan voedingsstoffen:
    Mensen hebben eten nodig om te groeien.
    Eten en drinken geven energie om te groeien, bewegen, nadenken, spelen.
    Als je honger hebt moet je eten.
    Als je dorst hebt moet je drinken.

    Te hanteren begrippen

    groeien, bewegen, denken, het water, eten, drinken, de honger, de dorst
  159. WT.159 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.8

    Herkennen verschillende basisvoedingsmiddelen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisvoedingsmiddelen:
    groenten en fruit
    brood en graanproducten
    zuivel en alternatieven
    eiwitrijke producten
    dranken

    Te hanteren begrippen

    de groente, het fruit, het brood, de melk, de kaas, de zuivel, het ei, de drank, het water
  160. WT.160 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.11; L4 3.2.12; L4 9.1.8

    Illustreren de functies van voedingsmiddelen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies:
    • bouwstof: Sommige (eiwitrijke) voedingsmiddelen zorgen voor groei: kaas, melk, ei,
        peulvruchten
    • brandstof: Sommige voedingsmiddelen (koolhydraten en gezonde vetten) geven
        energie: brood, pasta.
    • beschermende stof: Sommige (vitaminerijke) voedingsmiddelen houden je gezond:
        fruit, groenten.
    Gevarieerd:
    • Het eten van verschillende soorten voeding voor een sterk en gezond lichaam.
    • Focus ligt op groenten, fruit, graanproducten, eiwitten en zuivelproducten.

    Te hanteren begrippen

    de voedingsmiddelen, de bouwstof, de brandstof, de beschermende stof, de energie,
    het volkoren brood, de peulvrucht, de noten, de zaden
  161. WT.161 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 KO 3.2.3; KO 3.2.4; L4 3.2.12; L4 9.1.8

    Analyseren de eigen eet- en voedingsgewoonten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eet- en voedingsgewoonten:
    • frequentie van maaltijden
    • voedselkeuzes
    • mate van evenwichtige voeding
    
    Analyseren:
    reflectie op persoonlijke voorkeuren
  162. WT.162 Begrijpen L4 L4 9.1.8

    Herkennen het verschil tussen bewerkte en onbewerkte voeding.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschil (on)bewerkte voeding:
    gebruik van bewaarmiddelen, smaakstoffen en kleurstoffen, toevoegen van suikers en
    vetten

    Te hanteren begrippen

    de voeding, de voedingsstof, het bewaarmiddel, de kleurstof, de smaakstof, de
    toegevoegde suiker
  163. WT.163 Begrijpen L4 L4 9.1.8

    Illustreren hoe je gezond en duurzaam eet.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gezond:
    • gezonde, evenwichtige keuzes: in verhouding meer plantaardige dan dierlijke
        voeding eten, minder gesuikerde dranken en vooral water drinken, minder weinig
        tot niet-voedzame voeding eten
    
    Duurzaam:
    • duurzame keuzes: belang van seizoensgroenten en lokaal eten

    Te hanteren begrippen

    de seizoensgroente, het seizoensfruit, het lokaal eten, het biologisch eten, de variatie,
    het verse product, plantaardig, duurzaam, de gezonde voeding, lokaal
  164. WT.164 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren evenwichtige, gezonde voeding aan de hand van een voedingsmodel.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Voedingsmodel:
    de voedingsdriehoek (Vlaams Instituut Gezond Leven)
  165. WT.165 Gebruiken L4 L5 L6 KO 3.2.3; KO 3.2.4; L4 3.2.12; L4 9.1.8; L6 3.2.18

    Analyseren de eigen eet- en voedingsgewoonten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen eet- en voedingsgewoonten:
    • keuze voor voldoende essentiële voedingsstoffen
    • gevarieerde voeding
    • gezonde en duurzame keuzes
  166. WT.166 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.17; L6 3.2.18

    Illustreren de functie van de verschillende voedingsstoffen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingsstoffen:
    suikers: energie
    vetten: energie, celstructuur en gezondheid
    eiwitten: spieropbouw en gezondheid
    vitaminen en mineralen: gezondheid en groei
    vezels: gezondheid
    water: niet uitdrogen, afvaltransport uit het lichaam

    Te hanteren begrippen

    de energiebron, de voedingsstof, het eiwit, de suiker, het vet, het mineraal, de
    vitamine, de vezel, het water
  167. WT.167 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren voedingsgewoonten bij de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingsgewoonten:
    culturele of persoonlijke eetgewoonten

    Te hanteren begrippen

    de vegetariër, de veganist, de flexitariër, halal, koosjer, glutenvrij, lactosevrij, suikervrij,
    de allergie, de intolerantie
  168. WT.168 Gebruiken L5 L6 L6 3.2.17; L6 3.2.18

    Analyseren voedingsetiketten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    ingrediëntenlijst
    tabel voedingswaarde
    nutriscore

    Te hanteren begrippen

    de nutriscore, de voedingswaarde
  169. WT.169 Engageren L4 L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren op het maken van eigen gezonde en duurzame voedingskeuzes.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren:
    • milieu-impact
    • dierenwelzijn
    • gezondheidsimpact
    • voedselverspilling

    Voorbeelden

    • Jan vertelt dat hij naar een verpakkingsvrije winkel geweest is omdat hij wil
        bijdragen aan het milieu.
    • Kimberly maakte een slaatje met de restjes van het avondmaal.
  170. WT.170 Gebruiken L1 L2 L4 3.2.13

    Voeren een groei-onderzoek uit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderzoek:
    plant met water en zon versus zonder water en/of zonder zon
  171. WT.171 Gebruiken L3 L4 L4 3.2.13

    Voeren een groei-onderzoek uit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderzoek:
    impact van de variabelen warmte, water en zon
  172. WT.172 Begrijpen L5 L6 3.2.17; L6 3.2.19

    Beschrijven het proces van fotosynthese.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Fotosynthese:
    Zonlicht valt op het blad en wordt dankzij bladgroen (chlorofyl) opgevangen.
    De plant neemt koolstofdioxide op uit de lucht via de huidmondjes in de bladeren.
    De wortels nemen water uit de bodem op, waarna het via de vaatbundels naar de
    bladeren wordt vervoerd.
    In het bladgroen vindt vervolgens de omzetting plaats: koolstofdioxide en water
    worden omgezet in glucose (suiker) en zuurstofgas. De plant heeft hiervoor zonlicht
    nodig als energiebron. De suiker gebruikt de plant als bouwstof (voeding), het water en
    zuurstofgas (afvalstoffen) worden uitgestoten in de lucht.
    De plant gebruikt de glucose (suiker) om te groeien. Het zuurstof wordt door dieren
    (waaronder mensen) en planten zelf gebruikt om te ademen.

    Te hanteren begrippen

    de koolstofdioxide, het bladgroen, de energie, de suiker, het zuurstofgas, de
    fotosynthese
  173. WT.173 Gebruiken L5 L6 3.2.19

    Geven het principe van fotosynthese weer.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

  174. WT.174 Begrijpen L6 L6 3.2.20; L6 3.2.21

    Begrijpen dat de zon de primaire energiebron is voor het leven op aarde.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Primaire energiebron:
    De zon geeft licht en warmte.
    Planten gebruiken energie van de zon om hun eigen voedsel te maken (fotosynthese).
    Dieren krijgen die zonne-energie via voedsel: dieren eten planten of eten andere dieren
    die planten gegeten hebben. De energie uit voedsel komt dus oorspronkelijk van de
    zon, dus de zon staat eigenlijk aan de start van bijna elke voedselketen. (Uitzondering is
    het diepzee-ecosysteem waar geen zonlicht is)
    De zon beïnvloedt de omgeving: het weer, het klimaat en de waterkringloop.

    Te hanteren begrippen

    de energiebron, de fossiele brandstof
  175. WT.175 Gebruiken L6 L6 3.2.21

    Geven weer hoe bijna elke voedselketen start onder invloed van de energie van de zon.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

  176. WT.176 Begrijpen K1 KO 3.3.2

    Herkennen lichaamsdelen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaamsdelen:
    het hoofd, de wang, de arm, de buik, de voet, het been, de knie, de hand, de rug, de
    mond, het oog, het oor, de neus, het haar, de lip, de tong, de tand, de duim, de pink, de
    schouder, de teen, de vinger
  177. WT.177 Begrijpen K1 KO 3.3.2

    Herkennen de functie van lichaamsdelen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie lichaamsdelen:
    • mond: om te eten, drinken, proeven, bijten, praten
    • ogen: om te kijken, slapen
    • oren: om te horen
    • neus: om te ruiken
  178. WT.178 Begrijpen K2 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen lichaams(onder)delen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaams(onder)delen:
    het hoofd, de wang, de arm, de buik, de voet, het been, de knie, de hand, de rug, de
    mond, het oog, het oor, de neus, het haar, de lip, de tong, de tand, de duim, de pink, de
    schouder, de teen, de vinger, huid

    Te hanteren begrippen

    het hoofd, de wang, de arm, de buik, de voet, het been, de knie, de hand, de rug, de
    mond, het oog, het oor, de neus, het haar, de lip, de tong, de tand, de duim, de pink, de
    schouder, de teen, de vinger
  179. WT.179 Begrijpen K2 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen de functie van lichaamsdelen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie lichaamsdelen:
    • mond: om te eten, drinken, proeven, bijten, praten
    • ogen: om te kijken
    • oren: om te horen
    • neus: om te ruiken
    • huid: om te voelen

    Te hanteren begrippen

    eten, drinken, proeven, bijten, praten, kijken, zien, horen, ruiken, voelen, knijpen, de
    huid
  180. WT.180 Begrijpen K3 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen lichaams(onder)delen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaams(onder)delen:
    de kin, de hals, de nek, de middenvinger, de ringvinger, de wijsvinger, het zitvlak, de bil,
    de elleboog, de navel, de oksel, de pols, de borst, de nagel, de huid, het lichaam

    Te hanteren begrippen

    de kin, de hals, de nek, het zitvlak, de bil, de elleboog, de navel, de oksel, de pols, de
    borst, de nagel, het lichaam
  181. WT.181 Begrijpen K3 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen lichaamsdelen en organen van de mens.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaamsdelen en organen:
    • hart
    • longen
    • maag
    • spieren
    • botten

    Te hanteren begrippen

    het hart, de longen, de maag, de spier, het bot
  182. WT.182 Begrijpen K3 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Beschrijven de functie van lichaamsdelen en organen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie van lichaamsdelen en organen:
    • het hart: om het bloed rond te pompen
    • de longen: om te ademen
    • de maag: om voedsel te verteren
    • de spieren: om te bewegen
    • de botten: om het lichaam te verstevigen
    • de huid: om te voelen, ademen en warmteregulatie

    Te hanteren begrippen

    bewegen, steunen, ademen, de hartslag, voelen
  183. WT.183 Gebruiken K3 KO 3.3.3

    Lokaliseren lichaamsdelen en organen op het eigen lichaam.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    aanduiding en benaming
  184. WT.184 Engageren K1 K2 K3 KO 3.3.1; KO 3.3.2; KO 3.3.3

    Tonen hun kennis van lichaamsdelen in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Roel tekent een mens en let erop dat hij alle zichtbare lichaamsdelen zoals armen,
        benen, handen en voeten, correct weergeeft.
    • Mira beweegt haar armen en benen tijdens de L.O. les en benoemt de verschillende
        lichaamsdelen die ze gebruikt.
  185. WT.185 Begrijpen K3 L1 L2 KO 3.3.1; KO 3.3.2; L4 3.3.2

    Herkennen het bovenste deel van het spijsverteringskanaal.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spijsverteringskanaal:
    Voedsel wordt in de mond gekauwd en met speeksel gemengd, zodat het daarna naar
    de maag kan gaan om verder te worden verwerkt.

    Te hanteren begrippen

    de tand, het speeksel, kauwen, slikken, de maag
  186. WT.186 Begrijpen L3 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Herkennen de weg die voedsel aflegt door het lichaam.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weg van voedsel:
    Voedsel komt na het doorslikken in de slokdarm en daarna in de maag. In de maag en de
    darmen wordt het voedsel omgezet in kleinere, bruikbare stoffen (verteerd) die in het
    bloed worden opgenomen. Wat je niet kan gebruiken, wordt via de darmen afgevoerd.

    Te hanteren begrippen

    de slokdarm, verteren, de darm, het voedsel, de stof, de anus
  187. WT.187 Begrijpen L4 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Beschrijven de functie van de delen van het spijsverteringsstelsel.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie van de delen:
    • spijsvertering: transport en verwerking van voeding voor het lichaam. Het voedsel
        wordt afgebroken zodat het lichaam hier later energie en bouwstoffen uit kan
        halen.
    • de mond: start van spijsvertering, kauwen en speeksel toevoegen
    • de slokdarm: duwt het eten naar de maag
    • de maag: kneedt het eten en voegt maagsappen toe (vertering)
    • de dunne darm: zorgt voor verdere vertering (suikers kleiner maken) en opname
        van voedingstoffen in het bloed
    • de lever: maakt het bloed proper en maakt gal die helpt in de darmen om vetten uit
        voedsel te verteren.
    • de dikke darm: haalt vocht uit de voedingsresten
    • de endeldarm: slaat de uitwerpselen op totdat je naar het toilet gaat. Als de
        endeldarm vol is, geeft hij een signaal dat je naar het toilet moet.
    • de anus: Hier gaan de uitwerpselen het lichaam uit.

    Te hanteren begrippen

    de spijsvertering, de mond, de slokdarm, de maag, de dunne darm, de lever, de dikke
    darm, de endeldarm, de anus
  188. WT.188 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 KO 3.3.3; L4 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het spijsverteringsstelsel en route van de spijsvertering op het lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel

  189. WT.189 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.3.1; KO 3.3.2; KO 3.3.3; L4 3.3.1; L4 3.3.2; L4 3.3.3

    Tonen hun kennis van het spijsverteringsstelsel in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Spijsverteringsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Dieter luistert naar een verhaaltje over een kind dat zoveel honger heeft dat zijn
        maag begint te knorren en herkent dit gevoel uit eigen ervaring.
    • Johanne praat met haar klasgenoten over een vriend met een
        blindedarmontsteking en vraagt zich af hoe belangrijk de blindedarm eigenlijk is.
  190. WT.190 Begrijpen K1 KO 3.3.2

    Herkennen hoe het lichaam beweegt.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bewegen:
    • buigen en strekken
    • draaien
  191. WT.191 Begrijpen K2 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen hoe het lichaam beweegt.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bewegen:
    • buigen en strekken
    • draaien

    Te hanteren begrippen

    buigen, strekken, draaien, bewegen, de arm, het been
  192. WT.192 Begrijpen K3 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen de delen van het skelet.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het skelet:
    bestaat uit schedel en botten

    Te hanteren begrippen

    de schedel, de spier, het bot, steunen
  193. WT.193 Begrijpen L1 L2 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Beschrijven de functies van verschillende delen van het skelet.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies van delen:
    • schedel: beschermt de hersenen en vormt de structuur voor het gezicht
    • botten in de ledematen: zorgen voor beweging en geven stevigheid aan armen en
        benen
    • wervelkolom: houdt het lichaam rechtop en geeft ondersteuning aan de rug
    • ribbenkast: beschermt het hart en de longen.

    Te hanteren begrippen

    de ledematen, het skelet, de hersenen, beschermen, de wervelkolom
  194. WT.194 Gebruiken K3 L1 L2 KO 3.3.3; L4 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het skelet op het lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen skelet:
    de schedel, de botten
  195. WT.195 Begrijpen L3 L4 3.3.2

    Herkennen de delen van het skelet.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen skelet:
    de armen (de bovenste ledematen), de benen (de onderste ledematen), de beenderen,
    de wervelkolom, de wervel, de ribben, de ribbenkast, het borstbeen, het schouderblad,
    de heup, het bekken

    Te hanteren begrippen

    de beenderen, de wervelkolom, de wervel, de ribben, de ribbenkast, het borstbeen, het
    schouderblad, de heup, het bekken
  196. WT.196 Begrijpen L4 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Beschrijven de algemene functies van het skelet.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies skelet:
    • beschermen: Het skelet beschermt belangrijke organen.
    • steunen: Het skelet biedt een stevige structuur voor het hele lichaam en geeft vorm
        aan het lichaam.
    • bewegen: Botten zijn verbonden met spieren, waardoor het lichaam kan bewegen.

    Te hanteren begrippen

    beschermen, steunen, bewegen, het skelet
  197. WT.197 Gebruiken L3 L4 L4 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het skelet op het lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

  198. WT.198 Begrijpen K3 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen de basisfunctie van spieren voor beweging.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies spieren:
    • werken samen met botten om beweging mogelijk te maken
    • trekken samen om armen en benen te laten bewegen
    • zitten aan botten vast

    Te hanteren begrippen

    de spier, bewegen
  199. WT.199 Gebruiken K3 L1 L2 KO 3.3.1; KO 3.3.2; L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Analyseren bij het uitvoeren van eenvoudige bewegingen de werking van spieren en botten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    • welke lichaamsdelen bewegen bij simpele activiteiten
    • de spieren of botten die helpen bij het uitvoeren van deze bewegingen
  200. WT.200 Begrijpen L3 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Beschrijven de werking van gewrichten en spieren voor het buigen en strekken van lichaamsdelen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werking gewrichten en spieren:
    • knie: buigt en strekt het been, belangrijk voor lopen, zitten en staan
    • elleboog: zorgt voor het buigen en strekken van de arm
    • schouder: zorgt voor de bewegingsvrijheid van de arm in meerdere richtingen
    • enkel: helpt bij stabiliteit en beweging van de voet, belangrijk bij lopen en rennen
    • heup: zorgt voor beweging en stabiliteit bij lopen en zitten
    • pols: zorgt voor buig-, strek- en draaibewegingen van de hand
    • spieren: spieren trekken samen om beweging in gewrichten mogelijk te maken

    Te hanteren begrippen

    het gewricht, buigen, strekken, de beweging, de spieren

    Voorbeelden

    Siska legt uit dat tijdens het springen haar beenspieren en kniegewrichten samenwerken
    om haar knie te buigen en weer te strekken.
  201. WT.201 Gebruiken L3 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Analyseren bij het uitvoeren van complexe bewegingen de samenwerking van gewrichten en spieren.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Complexe bewegingen:
    Het buigen en strekken van het gewricht helpt om dagelijkse bewegingen uit te voeren.
  202. WT.202 Begrijpen L4 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Beschrijven hoe spieren, botten en pezen samenwerken om beweging mogelijk te maken.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenwerken:
    • Spieren trekken samen en werken samen met botten om beweging mogelijk te
        maken.
    • Pezen verbinden spieren aan botten en maken het mogelijk dat spieren de botten
        kunnen bewegen.

    Te hanteren begrippen

    de pees, de kracht, samenwerking

    Voorbeelden

    • Gino vertelt dat pezen ervoor zorgen dat zijn spieren kracht kunnen uitoefenen op
        zijn botten, waardoor hij kan bewegen.
    • Bianca legt uit dat de samenwerking tussen haar spieren en botten ervoor zorgt dat
        haar armen en benen soepel kunnen bewegen.
  203. WT.203 Gebruiken L4 L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Analyseren in praktische activiteiten de werking van de pezen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werking pezen:
    • Bij het optillen van een voorwerp vormen pezen de verbinding tussen spieren en
        botten voor deze beweging.
    • bewegingen waarbij pezen, spieren en botten samenwerken: tillen, gooien, lopen,
        springen, traplopen, buigen en strekken van de arm
    • Pezen vergemakkelijken het uitvoeren van dagelijkse bewegingen.
  204. WT.204 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.3.1; KO 3.3.2; L4 3.3.1; L4 3.3.2

    Tonen hun kennis over het skelet en de spieren in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Luuk verzorgt in de huishoek een pop met een gebroken arm en legt uit dat botten
        stevigheid geven aan het lichaam en kunnen breken bij een harde val.
    • Mika neemt deel aan een bewegingscircuit en merkt op dat bij elke oefening
        verschillende spieren en botten worden gebruikt, zoals haar beenspieren bij het
        springen en haar armspieren bij het klimmen.
  205. WT.205 Begrijpen K1 KO 3.3.2

    Herkennen de ademhaling.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

  206. WT.206 Begrijpen K2 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen de ademhaling.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    ademen
  207. WT.207 Begrijpen K3 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen de delen en de functie van het ademhalingsstelsel.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie ademhalingsstelsel:
    Inademen door de neus of de mond. Deze lucht gaat naar de longen. Uitademen door
    neus of mond.
    
    Delen ademhalingsstelsel:
    neus, mond, longen

    Te hanteren begrippen

    de longen, de neus, de mond
  208. WT.208 Gebruiken K3 L1 KO 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het ademhalingsstelsel op het lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen ademhalingsstelsel:
    mond, neus, longen
  209. WT.209 Begrijpen L2 L6 3.3.2

    Herkennen de route van lucht door het ademhalingsstelsel.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De route:
    • Lucht komt het lichaam binnen via de neus of mond.
    • De lucht stroomt via de luchtpijp naar de longen.
    • De longen nemen zuurstof op, die het lichaam nodig heeft.

    Te hanteren begrippen

    de luchtwegen
  210. WT.210 Begrijpen L3 L4 L6 3.3.2

    Herkennen de functie van het ademhalingsstelsel.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie ademhalingsstelsel:
    • Ademhalen zorgt ervoor dat het lichaam zuurstof binnenkrijgt, wat nodig is voor het
        goed functioneren van de organen.
    • Zuurstof geeft het lichaam energie om te bewegen, te denken en te groeien.
    • Bij het uitademen worden afvalstoffen afgevoerd.

    Te hanteren begrippen

    ademhalen, de energie, inademen, uitademen, de afvalstof, de zuurstof
  211. WT.211 Begrijpen L5 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Beschrijven het mechanisme van ademhalen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ademhalen:
    • inademen: Lucht komt via de neus of mond binnen en stroomt via de luchtpijp naar
        de longblaasjes in de longen, waar zuurstof wordt opgenomen in het bloed.
    • uitademen: Koolstofdioxide (CO₂) verlaat het lichaam via de luchtwegen.
    • mechanisme: Bij het inademen bewegen de ribben en het middenrif om de longen
        ruimte te geven. Bij uitademen ontspannen deze en wordt de lucht naar buiten
        geduwd.

    Te hanteren begrippen

    de mondholte, de neusholte, de keelholte, de luchtpijp, de rib, het middenrif, de
    ademhaling, de keel, de longen
  212. WT.212 Begrijpen L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2; L6 3.2.17

    Beschrijven de functie van het ademhalingsstelsel in termen van gasuitwisseling.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie ademhalingsstelsel:
    • Ademhalen zorgt ervoor dat het lichaam zuurstof opneemt en koolstofdioxide
        afgeeft.
    • Zuurstof komt via de luchtwegen in de longen, wordt opgenomen in de longblaasjes
        en gaat van daaruit het bloed in, zodat het naar de organen kan worden
        getransporteerd.
    • Koolstofdioxide (CO₂: een afvalstof) wordt vanuit het bloed afgevoerd naar de
        longen en verlaat het lichaam bij het uitademen.

    Te hanteren begrippen

    de koolstofdioxide, het longblaasje, het bloed
  213. WT.213 Gebruiken L5 L6 L6 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het ademhalingsstelsel en de route van de ademhaling op het lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

  214. WT.214 Begrijpen L6 GO!-doel

    Beschrijven de invloed van roken en luchtvervuiling op het ademhalingsstelsel.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Invloed roken en luchtvervuiling:
    • Roken en luchtvervuiling kunnen de longen beschadigen en het ademhalen
        bemoeilijken.
    • Schadelijke stoffen uit rook en vervuilde lucht komen in de longen terecht en
        kunnen problemen veroorzaken.

    Te hanteren begrippen

    roken, de luchtvervuiling, de longschade
  215. WT.215 Engageren L6 GO!-doel

    Reflecteren over hun kennis om longgezondheid te beschermen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Longgezondheid:
    • impact van roken en luchtvervuiling op longen
    • rookverbod
    • eigen rol en acties om gezondheid te bevorderen

    Te hanteren begrippen

    de gezonde leefomgeving, de verantwoordelijkheid
  216. WT.216 Begrijpen K1 KO 3.3.2

    Herkennen bloed.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Denis herkent bloed bij het prikken.
    • Anke krijgt een schaafwond en merkt het bloed op dat uit haar huid komt.
  217. WT.217 Begrijpen K2 KO 3.3.2

    Herkennen bloed.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het bloed
  218. WT.218 Begrijpen K3 L1 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen het hart als belangrijk deel van de bloedsomloop.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hart:
    Klopt constant om bloed door het lichaam te pompen zodat we kunnen spelen en
    bewegen.

    Te hanteren begrippen

    het hart, de hartslag
  219. WT.219 Begrijpen L2 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen dat bloedvaten bloed door het lichaam transporteren.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bloedvaten:
    • Buisjes in het lichaam die bloed overal naartoe brengen.
    • Het hart pompt bloed door deze bloedvaten zodat het hele lichaam bloed krijgt.

    Te hanteren begrippen

    het bloedvat
  220. WT.220 Begrijpen L3 L4 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Beschrijven hoe het hart, bloed en bloedvaten samenwerken om zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam te vervoeren.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenwerken:
    Het hart pompt bloed door de slagaders. Het bloed brengt zuurstof en voedingsstoffen
    (die het uit de darmen haalt) naar de organen via bloedvaten. Het bloed komt via aders
    terug naar het hart en brengt afvalstoffen terug mee.

    Te hanteren begrippen

    de zuurstof
  221. WT.221 Begrijpen L5 GO!-doel

    Illustreren waarom bloedgroepen belangrijk zijn.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    Er zijn verschillende bloedgroepen.
    Bij geven van bloed is het belangrijk dat de ontvanger het juiste soort bloed krijgt.
  222. WT.222 Begrijpen L5 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen de organen die betrokken zijn bij de bloedsomloop.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organen:
    hart, bloedvaten, slagaders, aders, haarvaten, longen

    Te hanteren begrippen

    het haarvat, de ader, de slagader, de bloedvaten
  223. WT.223 Begrijpen L5 L6 3.3.2

    Beschrijven de functie en structuur van het hart.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    • Het hart pompt zuurstofrijk bloed naar de spieren en organen.
    
    Structuur:
    • de kamers en de kleppen

    Te hanteren begrippen

    de kamer, de klep
  224. WT.224 Begrijpen L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2; L6 3.2.17

    Beschrijven de functie van de bloedsomloop.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    • De bloedsomloop zorgt voor het transport van zuurstof van de longen naar de
        lichaamscellen en voert koolstofdioxide (CO₂) terug naar de longen om uit te
        ademen.
    • De bloedsomloop vervoert belangrijke stoffen en verwijdert afvalstoffen door het
        hele lichaam.
    • Bloeddruk is de kracht die het bloed uitoefent op de wanden van de bloedvaten
        door de pompende werking van het hart.

    Te hanteren begrippen

    de bloedsomloop, de bloeddruk, de koolstofdioxide, de voedingsstof, de afvalstof
  225. WT.225 Begrijpen L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2; L6 3.2.17

    Beschrijven de werking van de bloedsomloop.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werking:
    • De bloedsomloop is de beweging van bloed door het lichaam, aangedreven door de
        samentrekkingen van het hart.
    • Grote bloedsomloop: Het zuurstofrijke bloed stroomt van het hart naar de organen
        en weefsels in het lichaam en keert als zuurstofarm bloed terug naar het hart.
    • Kleine bloedsomloop: Het zuurstofarme bloed stroomt van het hart naar de longen
        om zuurstof op te nemen en koolstofdioxide af te geven, waarna het als zuurstofrijk
        bloed terugkeert naar het hart.
    • Bij grote inspanningen ga je sneller ademen zodat er meer zuurstoftoevoer is naar
        de spieren.

    Te hanteren begrippen

    het zuurstofarm bloed, het zuurstofrijk bloed, de grote bloedsomloop, de kleine
    bloedsomloop, de koolstofdioxide
  226. WT.226 Gebruiken L5 L6 L6 3.3.3

    Tekenen de delen van de bloedsomloop en de route van het bloed.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    schema
  227. WT.227 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.3.3; L6 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het hart en de route van de bloedsomloop op het lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

  228. WT.228 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.3.1; KO 3.3.2; L6 3.3.1; L6 3.3.2; L6 3.2.17

    Tonen hun kennis van de bloedsomloop in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Basten neemt deel aan een bewegingsspel en voelt na het rennen zijn hartslag in
        zijn pols. Hij merkt op dat zijn hart sneller klopt en legt uit dat dit komt doordat het
        bloed sneller door zijn lichaam stroomt om zuurstof naar zijn spieren te brengen.
    • Héloïse leest een verhaal over een hartstilstand en bespreekt met haar klasgenoten
        hoe het hart en de bloedsomloop essentieel zijn voor het transport van zuurstof en
        voedingsstoffen door het lichaam.
  229. WT.229 Begrijpen K1 KO 3.3.2

    Herkennen de vijf zintuigen en bijbehorende lichaamsdelen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaamsdeel en zintuigen:
    oog: zien
    oor: horen
    neus: ruiken
    tong: proeven
    huid: voelen
  230. WT.230 Begrijpen K2 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen de vijf zintuigen en bijbehorende lichaamsdelen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaamsdeel en zintuigen:
    oog: zien
    oor: horen
    neus: ruiken
    tong: proeven
    huid: voelen

    Te hanteren begrippen

    het oog, het oor, de neus, de tong, de huid
  231. WT.231 Begrijpen K2 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen dat elk zintuig een specifieke waarneming heeft.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Specifieke waarneming:
    De ogen helpen ons te zien.
    De oren helpen ons te horen.
    De neus helpt ons te ruiken.
    De tong helpt ons te proeven (zoet en zuur).
    De huid helpt ons te voelen.

    Te hanteren begrippen

    zien, horen, ruiken, proeven, voelen
  232. WT.232 Gebruiken K1 K2 K3 KO 3.3.3

    Lokaliseren de 5 zintuigen en de bijhorende lichaamsdelen op het lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

  233. WT.233 Begrijpen K3 L1 KO 3.3.1; KO 3.3.2

    Herkennen dat zintuigen samenwerken bij dagelijkse activiteiten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenwerken:
    • Zien, ruiken en proeven werken samen bij het eten.
    • Zien en horen werken samen bij het spelen.

    Te hanteren begrippen

    samenwerken, eten, spelen
  234. WT.234 Begrijpen L2 L3 L6 3.3.2

    Herkennen dat zintuigen prikkels ontvangen uit de omgeving.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Prikkels:
    geluiden, beelden, geuren, smaken, materialen die verschillend aanvoelen

    Te hanteren begrippen

    het geluid, het beeld, de geur, de smaak, zoet, zout, zuur, zacht, hard, ruw, luid, stil,
    kleur, vorm, beweging, licht, donker
  235. WT.235 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 3.3.1; L6 3.3.2

    Gebruiken hun zintuigen om prikkels in de omgeving te onderscheiden.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Prikkels onderscheiden:
    verschillen in geluiden, beelden, geuren, gevoel en smaken
  236. WT.236 Begrijpen L3 GO!-doel

    Herkennen de basissmaken en hoe de tong helpt bij proeven.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basissmaken:
    De smaakpapillen op de tong onderscheiden zoet, zout, zuur en bitter.

    Te hanteren begrippen

    bitter, de tong
  237. WT.237 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Onderscheiden basissmaken.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basissmaken:
    zoet
    zuur
    zout
    bitter
  238. WT.238 Begrijpen L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Beschrijven de functie van zintuigen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    • Zintuigen zetten prikkels om in signalen en sturen deze naar de hersenen via
        zenuwen om waar te nemen wat we zien, horen, ruiken, proeven en voelen.
    • Zintuigen helpen het lichaam te reageren op prikkels.

    Te hanteren begrippen

    de zintuigen, de prikkel, het signaal, de hersenen, de waarneming, de zenuw, reageren,
    de omgeving, het gevaar
  239. WT.239 Begrijpen L5 L6 3.3.2

    Beschrijven de structuur en werking van het oor en het proces van horen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuur en werking:
    Geluidsgolven worden opgevangen door de oorschelp, gaan door de gehoorgang en
    doen het trommelvlies en gehoorbeentjes bewegen. Het slakkenhuis zet dit om in
    signalen naar de hersenen.

    Te hanteren begrippen

    het trommelvlies, het gehoorbeentje, het slakkenhuis, de gehoorzenuw, de geluidsgolf
  240. WT.240 Begrijpen L5 L6 3.3.2

    Beschrijven de structuur en werking van de tong en het proces van proeven.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuur en werking:
    De smaakpapillen op de tong onderscheiden basissmaken (zoet, zout, zuur, bitter en
    umami). Smaakstoffen binden zich aan smaakpapillen en sturen signalen naar de
    hersenen.

    Te hanteren begrippen

    de basissmaak, umami, het speeksel
  241. WT.241 Begrijpen L6 L6 3.3.2

    Beschrijven de structuur en werking van het oog en het proces van beeldvorming.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuur en werking:
    Het oog vangt licht op en vormt een beeld op het netvlies. De pupil en iris regelen de
    hoeveelheid licht. Het netvlies zet het beeld om in signalen die via de zenuwen naar de
    hersenen worden gestuurd.

    Te hanteren begrippen

    het netvlies, de oogzenuw, de pupil, de iris
  242. WT.242 Begrijpen L6 L6 3.3.2

    Beschrijven de structuur en werking van de neus en het proces van ruiken.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuur en werking:
    Geuren worden ingeademd en opgenomen in de neusholte. Geurstoffen binden zich aan
    reukzenuwen en gaan als signalen naar de hersenen.

    Te hanteren begrippen

    de neusholte, de reukzenuw, inademen
  243. WT.243 Begrijpen L6 L6 3.3.2

    Beschrijven de structuur en werking van de huid en het proces van voelen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuur en werking:
    De huid bevat zenuwuiteinden die aanraking, druk, temperatuur en pijn waarnemen. De
    huid beschermt het lichaam en helpt bij warmteregulatie.

    Te hanteren begrippen

    de aanraking, de temperatuur, de druk, de pijn
  244. WT.244 Begrijpen L6 L6 3.3.2

    Beschrijven de samenwerking tussen zintuigen en hersenen bij complexe waarnemingen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenwerking:
    Zintuigen werken samen met de hersenen om complexe waarnemingen te maken.
    Zintuigen sturen signalen naar de hersenen, waar de informatie wordt geïntegreerd voor
    een volledige waarneming.

    Te hanteren begrippen

    de samenwerking
  245. WT.245 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren hulpmiddelen voor zintuigen die minder goed functioneren.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hulpmiddelen:
    ondersteunen het functioneren van zintuigen.
    versterken of vervangen een functie, zodat mensen met zintuiglijke beperkingen ook
    kunnen waarnemen

    Te hanteren begrippen

    de bril, de lens, het hoorapparaat, slechtziend, slechthorend, het hulpmiddel
  246. WT.246 Gebruiken L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Analyseren zintuiglijke waarnemingen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zintuigelijke waarnemingen:
    • gebruik van verschillende zintuigen
    • invloed van prikkels (geluid, licht, geur en textuur) op ervaring/ stemming.
    • Specifieke zintuiglijke waarneming verandert als andere zintuigen worden beperkt.
    • reactie lichaam

    Te hanteren begrippen

    de concentratie, de afleiding, de textuur, de emotionele reactie, de herinnering

    Voorbeelden

    • Liza experimenteert met het luisteren naar een verhaal, eerst zonder en daarna met
        een blinddoek. Ze beschrijft hoe het wegnemen van visuele prikkels haar
        concentratie en begrip beïnvloedt.
    • Alma voelt met gesloten ogen aan verschillende materialen en vergelijkt hoe de
        textuur aanvoelt zonder zicht, in vergelijking met wanneer ze het materiaal ook kan
        zien.
  247. WT.247 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.3.1; KO 3.3.2; L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Tonen hun kennis van de zintuigen in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Waarneming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Roos vertelt tijdens een schilderactiviteit over de verschillende kleuren verf die ze
        heeft gebruikt en beschrijft hoe de vormen en texturen van haar schilderij eruitzien.
    • Johan maakt een wandeling door het bos en gebruikt zijn zintuigen om de omgeving
        te verkennen. Hij beschrijft de kleuren en vormen van bladeren, luistert naar het
    fluiten van vogels, voelt de ruwe schors van bomen en ruikt de geur van
    paddenstoelen.
  248. WT.248 Begrijpen K3 L1 L2 GO!-doel

    Herkennen de hersenen als het denkcentrum van het lichaam.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De hersenen:
    zijn het deel van het lichaam waarmee we kunnen denken en leren

    Te hanteren begrippen

    de hersenen
  249. WT.249 Begrijpen L3 L6 3.3.2

    Herkennen dat de hersenen ons helpen om op prikkels te reageren.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reageren:
    reacties op wat we zien, horen of voelen

    Te hanteren begrippen

    reageren

    Voorbeelden

    • Ulrike begint te glimlachen wanneer ze haar lievelingsliedje hoort. Haar hersenen
        herkennen het geluid en laten haar reageren met een blij gevoel.
    • Raf voelt dat het water te heet is en trekt meteen zijn hand terug. Zijn hersenen
        geven een signaal om te reageren en zichzelf te beschermen.
  250. WT.250 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L6 3.3.3

    Lokaliseren de hersenen op een lichaam(schema).

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

  251. WT.251 Begrijpen L4 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen de samenwerking tussen hersenen, ruggenmerg en zenuwen om het lichaam te laten reageren.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenwerking:
    Signalen (die binnenkomen via de waarneming) worden door de zenuwen via het
    ruggenmerg naar de hersenen gestuurd en keren nadien vanuit de hersenen via het
    ruggenmerg en de zenuwen terug naar de spieren.

    Te hanteren begrippen

    de zenuw, de prikkel, het signaal

    Voorbeelden

    Jeroen zegt: “Mijn ogen zien de bal. Dat signaal gaat naar mijn hersenen. Die zeggen
    ‘opzij!’ en sturen dat signaal naar de spieren. Mijn spieren bewegen mijn benen en ik
    stap opzij”
  252. WT.252 Begrijpen L5 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen de delen van het centraal zenuwstelsel.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    ruggenmerg
    kleine hersenen
    grote hersenen
    hersenstam

    Te hanteren begrippen

    het ruggenmerg, de kleine hersenen, de grote hersenen, de hersenstam, het
    zenuwstelsel
  253. WT.253 Gebruiken L5 L6 L6 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het centraal zenuwstelsel op een lichaamsschema.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

  254. WT.254 Begrijpen L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Beschrijven de functies van de hersenen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies:
    • verwerken van zintuiglijke prikkels
    • besturen van gedrag, geheugen, bewustzijn en emoties
    • aansturen van de stelsels
  255. WT.255 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Tonen hun kennis van centraal zenuwstelsel in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Nienke bespreekt tijdens een les over veiligheid en reflexen hoe het zenuwstelsel
        ervoor zorgt dat ze haar hand automatisch terugtrekt wanneer ze per ongeluk iets
        warms aanraakt.
    • Eli merkt tijdens een sportles op dat zijn lichaam automatisch reageert wanneer hij
        een bal naar zich toe ziet komen. Hij legt uit dat zijn zenuwstelsel signalen
        doorstuurt naar zijn spieren, zodat hij de bal snel kan vangen zonder er eerst over
        na te denken.
  256. WT.256 Begrijpen K2 K3 L1 L2 KO 3.1.2; L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen de uiterlijke delen van het voortplantingsstelsel bij de mens.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uiterlijke delen:
    vulva
    penis

    Te hanteren begrippen

    de vulva, de penis
  257. WT.257 Begrijpen L3 L4 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen de voorplantingsfunctie van voortplantingsorganen bij volwassenen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplantingsorganen:
    Volwassenen hebben voortplantingsorganen die het krijgen van kinderen mogelijk
    maken. Deze organen zijn verschillend bij mannen en vrouwen.

    Te hanteren begrippen

    de voortplanting, de man, de vrouw
  258. WT.258 Begrijpen L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de vrouw.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen voortplantingsstelsel:
    vulva
    vagina
    clitoris
    eierstokken
    baarmoeder
    baarmoederhals
    eileiders
    eicel
    schaamlippen

    Te hanteren begrippen

    de vagina, de clitoris, de eierstok, de eicel, de baarmoeder, de baarmoederhals, de
    eileider, de schaamlip
  259. WT.259 Begrijpen L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de man.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen voortplantingsstelsel:
    penis
    voorhuid
    zaadleider
    urinebuis
    zaadblaasje
    prostaat
    bijbal
    teelbal
    balzak
    sperma
    zwellichaam
    eikel

    Te hanteren begrippen

    de voorhuid, de zaadleider, de urinebuis, het zaadblaasje, de prostaat, de bijbal, de
    teelbal, de balzak, de penis, het zwellichaam, de eikel, het sperma
  260. WT.260 Begrijpen L5 L6 L6 3.3.2

    Beschrijven de functie van het voortplantingsstelsel.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    productie van eicellen en zaadcellen, bevruchting, ontwikkeling van de baby, de
    geboorte
  261. WT.261 Begrijpen L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Beschrijven de fases van de geslachtelijke voortplanting bij de mens.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de erectie, de zaadlozing, de menstruatie, de bevruchting, het embryo, de foetus, de
    zwangerschap, de geboorte, de eicel, de zaadcel
  262. WT.262 Gebruiken L5 L6 L6 3.3.3

    Lokaliseren de delen van het voortplantingsstelsel op een lichaamsschema.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

  263. WT.263 Gebruiken L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Analyseren de veranderingen tijdens de puberteit en het belang van persoonlijke hygiëne.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de puberteit, de hygiëne, de verandering, de verzorging
  264. WT.264 Engageren L5 L6 L6 3.3.1; L6 3.3.2

    Reflecteren op de betekenis van lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Voortplantingsstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Betekenis:
    • de veranderingen in het lichaam
    • het belang van privacy
    • respect voor persoonlijke ruimte
  265. WT.265 Begrijpen L5 GO!-doel

    Herkennen de functies van hormonen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    • groei
    • verandering
    • emoties
  266. WT.266 Begrijpen L6 GO!-doel

    Beschrijven de functies van hormonen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    • groei
    • verandering
    • emoties
  267. WT.267 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven het effect van hormonen op hun lichaam weer.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Effect:
    • groei
    • verandering
  268. WT.268 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van hormonen in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Hormoonstelsel

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Baskir neemt deel aan een klasgesprek over de puberteit en legt uit dat de acné die
        bij zijn broer van 13 jaar heel goed zichtbaar is te maken heeft met hormonen in de
        puberteit.
    • Emma zegt tegen Ella tijdens de speeltijd: “Maak je geen zorgen over Fien die de
        laatste tijd dikwijls onverwacht boos wordt. Het hoort bij de puberteit.”
  269. WT.269 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.9; L6 3.2.12; L6 3.3.2

    Herkennen dat er verschillende soorten cellen zijn die verschillende taken in het lichaam hebben.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Cellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende soorten cellen:
    • de ene vormen huid, de andere spieren en nog andere botten
    • Elke cel is belangrijk voor onze gezondheid.

    Te hanteren begrippen

    de cel
  270. WT.270 Gebruiken L5 L6 L6 3.2.9; L6 3.2.12; L6 3.3.2

    Analyseren het belang van cellen.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Cellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    • de bouwstenen van het lichaam
    • herstellen van weefsel, het zorgen voor groei
  271. WT.271 Engageren L5 L6 L6 3.2.9; L6 3.2.12; L6 3.3.2

    Tonen hun kennis van cellen in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Cellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Merel legt tijdens een gesprek over ziekten uit dat cellen in het immuunsysteem
        vechten tegen virussen om het lichaam gezond te houden. Ze vergelijkt dit met
        soldaten die indringers bestrijden.
    • Bram bespreekt waarom gezonde voeding en voldoende rust belangrijk zijn om
        cellen sterk te houden. Hij legt uit dat vitamines en mineralen helpen bij het herstel
        van cellen en dat slaap ervoor zorgt dat cellen energie kunnen vernieuwen.
  272. WT.272 Begrijpen K1 KO 3.4.1

    Herkennen materie.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Materie:
    hout, zand, steen, klei, glas, plastic, papier
  273. WT.273 Gebruiken K1 KO 3.4.1

    Classificeren materie op basis van 1 waarneembare eigenschap.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

  274. WT.274 Begrijpen K2 KO 3.4.1

    Herkennen materie.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het hout, het zand, de steen, de klei, het glas, het plastic, het papier
  275. WT.275 Begrijpen K2 K3 KO 3.4.1

    Herkennen waarneembare eigenschappen van materie.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Waarneembare eigenschappen:
    kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, stevigheid (zacht versus hard), warmtegevoel
    (warm versus koud), droog versus nat, vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad
    of niet glad), lichtdoorlaatbaarheid, wateropslorpend, massa

    Te hanteren begrippen

    de kleur, drijven/zinken, zacht/hard, warm/koud, droog/nat, glad/ruw, doorzichtig
  276. WT.276 Gebruiken K2 K3 KO 3.4.1

    Classificeren materie op basis van 1 of 2 waarneembare eigenschappen.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

  277. WT.277 Begrijpen L1 L2 L4 3.4.1

    Herkennen materie.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Materie:
    hout, zand, steen, klei, rubber, glas, kunststof (plastic), papier, karton, textiel, metaal

    Te hanteren begrippen

    het rubber, de kunststof, het karton, de stof (kledij), het metaal
  278. WT.278 Begrijpen L1 L2 L4 3.4.2

    Beschrijven eigenschappen van materie.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigenschappen:
    kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, hardheid (zacht versus hard), warmtegevoel
    (warm versus koud), droog versus nat, brandbaarheid, waterdichtheid,
    herbruikbaarheid, vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad of niet glad),
    lichtdoorlaatbaarheid, wateropslorpend, temperatuur, massa

    Te hanteren begrippen

    hard, zacht, breekbaar, waterdicht, herbruikbaar, brandbaar, het gewicht, de massa,
    vast, vloeibaar, glad, laat licht door, slorpt water op
  279. WT.279 Begrijpen L3 L4 3.4.1

    Beschrijven het verschil tussen grondstoffen en materialen.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschil:
    Grondstoffen komen rechtstreeks uit de natuur en zijn nog niet bewerkt. Vaak gaan we
    deze verwerken zodat we ze kunnen gebruiken. Materialen zijn dingen die we van
    grondstoffen maken, zodat we ze kunnen gebruiken om iets te maken of te bouwen.

    Te hanteren begrippen

    de grondstof, het materiaal, de materie
  280. WT.280 Begrijpen L3 L4 L4 3.4.1

    Herkennen grondstoffen en materialen.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grondstoffen:
    hout, zand, (natuur)steen, klei, planten, aardolie
    Materialen:
    glas, kunststof (plastic), papier, karton, textiel van planten, textiel van dieren (leer),
    metaal, kunststeen, nylon

    Te hanteren begrippen

    de natuursteen, de kunststeen, het katoen, het linnen, de wol, de zijde, synthetisch,
    natuurlijk, het textiel
  281. WT.281 Begrijpen L3 L4 L4 3.4.2

    Beschrijven eigenschappen van grondstoffen en materialen.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigenschappen:
    kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, hardheid (zacht versus hard), warmtegevoel
    (warm versus koud), droog versus nat, brandbaarheid, waterdichtheid, herbruikbaarheid,
    vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad of niet glad), lichtdoorlaatbaarheid,
    wateropslorpend, oplosbaarheid/mengbaarheid, temperatuur, massa, slijtvastheid,
    veerkracht, houdbaarheid, elektrische geleiding, thermische geleidbaarheid, omkeerbaar
    versus niet - omkeerbaar

    Te hanteren begrippen

    stevig, breekbaar, waterdicht, warmte geleidend, oplosbaar, herbruikbaar, brandbaar,
    de massa, de temperatuur, de veerkracht, houdbaar, elektrisch geleidend, slijten,
    oplosbaar, mengbaar, omkeerbaar, de omkeerbare reactie, niet omkeerbaar, de niet-
    omkeerbare reactie

    Voorbeelden

    Omkeerbare/niet-omkeerbare reactie:
    • Zout lost op in water, zout kan terug van het water gescheiden worden door het
        water te laten verdampen.
    • Verbranding is niet-omkeerbaar.
  282. WT.282 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Duiden dat grondstoffen eindig zijn.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

  283. WT.283 Begrijpen L5 L6 L6 3.4.4

    Herkennen grondstoffen en materialen.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grondstoffen:
    hout, naaldhout, loofhout, zand, (natuur)steen, klei
    Materialen:
    glas, vlak glas, hol glas, bol glas, herbruikbaar en niet herbruikbaar kunststof (plastic),
    papier, karton, textiel van planten, textiel van dieren, synthetisch textiel, metaal, ijzer,
    aluminium, koper, kunststeen, houtproduct

    Te hanteren begrippen

    het vlak glas, het bol glas, het hol glas, het synthetisch textiel, het ijzer, het aluminium,
    het koper, het metaal
  284. WT.284 Begrijpen L5 L6 L6 3.4.4

    Beschrijven eigenschappen van grondstoffen en materialen.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigenschappen:
    kleur, drijven en zinken, breekbaarheid, hardheid (zacht versus hard), warmtegevoel
    (warm versus koud), droog versus nat, brandbaarheid, waterdichtheid, herbruikbaarheid,
    vormvastheid (vast versus vloeibaar), textuur (glad of niet glad), lichtdoorlaatbaarheid,
    wateropslorpend, oplosbaarheid/mengbaarheid, temperatuur, slijtvastheid, veerkracht,
    houdbaarheid, elektrische geleiding, kostprijs, schadelijk voor milieu, smelten,
    smelttemperatuur

    Te hanteren begrippen

    de smelttemperatuur, ontvlambaar, de kostprijs, schadelijk voor het milieu
  285. WT.285 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.4.2; L6 3.4.4

    Classificeren materie op basis van verschillende eigenschappen.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

  286. WT.286 Begrijpen L6 L6 3.4.1; L6 3.4.2

    Illustreren dat alle materie uit deeltjes bestaat.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het deeltje, de verbinding, de structuur, de zuivere stof

    Voorbeelden

    Materie bestaat uit deeltjes:
    • Bruiswater bestaat uit waterdeeltjes en gasdeeltjes (kunnen bewegen en ontsnappen
        als belletjes)
    • Krijt bestaat uit krijtdeeltjes (komen los bij het schrijven op bord of bij het uitkloppen
        van een bordenwisser)
    • Lucht bestaat uit luchtdeeltjes (onzichtbaar maar wind is wel in staat om bladeren te
        laten bewegen via botsingen met deze luchtdeeltjes)
    • Geur bestaat uit geurdeeltjes (sinaasappel pellen, geurdeeltjes komen vrij, bewegen
        tussen de luchtdeeltjes door tot bij onze neus)
    Materie bestaat uit verbindingen van deeltjes:
    In een steen zitten de deeltjes vast aan elkaar, ze vormen een sterke verbinding waardoor
    de steen hard is.
    Materie bestaat uit deeltjes die georganiseerd zijn volgens een bepaalde structuur:
    De structuur van water verandert als het vloeibaar, vast of gasvormig is.
    De zuivere stof:
    Materie die maar uit één soort deeltjes bestaat noemen we een ‘zuivere stof’:
    (zuiver/gedestilleerd) water, (puur) goud, (zuiver) zout
  287. WT.287 Begrijpen L6 L6 3.4.1; L6 3.4.3

    Duiden de relatie tussen massa en volume.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    Massadichtheid is de verhouding van massa op volume. Het is een getal dat aangeeft
    hoeveel materie er in een bepaald volume van een stof zit. Elke stof heeft zijn eigen
    massadichtheid. Als je eenzelfde voorwerp maakt uit 2 verschillende stoffen, dan zal het
    volume (m3) van de voorwerpen hetzelfde zijn, maar de massa (kg) verschillen omdat
    elke stof een andere massadichtheid heeft.
    De massadichtheid wordt uitgedrukt in kg/m³ of g/cm³.
    De massadichtheid van stoffen hangt af van twee dingen:
    1) Hoe dicht de deeltjes bij elkaar zitten in de verbindingen (dichter op elkaar -> grotere
    massadichtheid)
    2) Hoe zwaar de deeltjes zelf zijn (zwaardere deeltjes -> grotere massadichtheid)

    Te hanteren begrippen

    de massadichtheid, de massa, het volume, kg/m³ of g/cm³

    Voorbeelden

    Massadichtheid:
    Je hebt twee blokken van dezelfde grootte (volume): één van hout en één van ijzer.
    Omdat de massadichtheid van ijzer groter is dan die van water zal het zinken in water.
    De massadichtheid van hout is kleiner dan die van water en zal daarom drijven in water.
    Drijven en zinken gaat vooral over de massadichtheid van het voorwerp en van de
    vloeistof ten opzichte van elkaar.
  288. WT.288 Begrijpen L6 L6 3.4.3

    Illustreren toepassingen van massadichtheid.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassingen:
    • drijven en zinken
    • massa

    Voorbeelden

    Drijven en zinken:
    Stoffen met een hogere massadichtheid dan water (of de vloeistof waar je ze in legt)
    zinken. Stoffen met een kleinere massadichtheid (bv. olie t.a.v. water) drijven. Toch kan
    een zware boot blijven drijven doordat er ook nog een andere factor van belang is: de
    opwaartse kracht van het water.
    Massa:
    Materie met een hoge massadichtheid is zwaarder dan materie van dezelfde grootte
    met een kleinere massadichtheid: een blok metaal is zwaarder dan een blok hout dat
    hetzelfde volume heeft.
  289. WT.289 Gebruiken L6 L6 3.4.3

    Vergelijken massadichtheid bij verschillende materies.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

  290. WT.290 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken materie volgens technische veiligheidsinstructies.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Technische veiligheidsinstructies:
    • Op een kartonnen doos staat een label dat verwijst naar de breekbaarheid.
    • Op een fles staat een pictogram met een doodshoofd, als verwijzing naar de
        schadelijkheid voor mens en dier.
  291. WT.291 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken materialen op een duurzame wijze.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Duurzame wijze:
    • Bij voorkeur herbruikbare materialen gebruiken: stoffen boodschappentas,
        brooddoos, drinkglas, stenen koffietas, kartonnen doos als opbergdoos, spullen uit
        de kringwinkel
    • Zorg dragen voor de materialen en ze zo lang mogelijk gebruiken.
    • Kapotte spullen laten herstellen, indien mogelijk.
    • Recycleerbare materialen op de juiste manier sorteren.
  292. WT.292 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.4.1; L4 3.4.1; L4 3.4.2; L6 3.4.1; L6 3.4.2

    Tonen hun kennis over kenmerken van materie en duurzaamheid in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Eigenschappen van materie › Eigenschappen van materie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bij het verhaaltje van de drie biggetjes duidt Eileen waarom het huis van steen
        overeind blijft.
    • Bij het ontwerpen van de uitnodigingen voor het schoolfeest kiest Anne-Laure voor
        herbruikbare materialen.
  293. WT.293 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen verschillende soorten krachten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Krachten:
    trek- en duwkracht

    Te hanteren begrippen

    trekken, duwen
  294. WT.294 Begrijpen L1 L4 3.5.1

    Herkennen verschillende soorten krachten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Krachten:
    magnetische kracht
  295. WT.295 Begrijpen L2 L3 L4 3.5.1

    Herkennen verschillende soorten krachten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Krachten:
    zwaartekracht
  296. WT.296 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.2

    Illustreren de relatie tussen kracht en beweging.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • tussen kracht en de verandering van de beweging bij een bepaalde massa
    • tussen massa en de verandering van de beweging bij een bepaalde kracht
    • kracht versus verandering van beweging bij constante massa: Als de massa constant
        blijft, dan geldt:
        meer kracht → meer versnelling
        minder kracht → minder versnelling
    • massa versus verandering van beweging bij constante kracht: Als de kracht constant
        blijft, dan geldt:
        meer massa → minder versnelling
        minder massa → meer versnelling

    Te hanteren begrippen

    de richting, de kracht, de beweging, de massa, de relatie, de plaats

    Voorbeelden

    Jessie speelt met de winkelwagen: duwt ze harder, dan rijdt die sneller. De massa van
    het wagentje verandert niet, dus de kracht bepaalt hoe snel het beweegt.
  297. WT.297 Begrijpen L5 L6 3.5.1; L6 3.5.2; L6 3.5.7

    Illustreren effecten van krachten op beweging.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Effecten:
    • versnelling: Als de kracht in dezelfde richting als de beweging werkt, wordt de
        snelheid groter.
    • vertraging: Een kracht die tegengesteld aan de beweging werkt (weerstand),
        veroorzaakt afremming.
    • verandering van richting: Krachten die niet in lijn zijn met de huidige beweging
        kunnen de richting van een object veranderen.
    • beweging vanuit stilstand: Een kracht kan een stilstaand object in beweging
        brengen.

    Te hanteren begrippen

    de weerstand

    Voorbeelden

    Vertraging:
    • Zeger ondervindt heel veel weerstand bij het fietsen tegen de wind in.
    • Tamara ondervindt dat ze sneller kan zwemmen met zwempak dan met kleren aan.
    • Sander legt uit dat zijn fiets afremt doordat een remblokje tegen het draaiende wiel
        drukt.
  298. WT.298 Begrijpen L6 L6 3.5.1; L6 3.5.2

    Duiden het onderscheid tussen gewicht en massa.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderscheid:
    Massa is de hoeveelheid materie in een object.
    Gewicht is de kracht waarmee zwaartekracht aan een object trekt.
    Het gewicht verandert volgens de zwaartekracht.

    Te hanteren begrippen

    het gewicht, de massa, de druk

    Voorbeelden

    Onderscheid:
    Op de maan is er minder zwaartekracht dan op aarde waardoor eenzelfde persoon (met
    dus eenzelfde massa) minder weegt op de maan dan op aarde.
  299. WT.299 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.5.2; L6 3.5.2; L6 3.7.9

    Passen de relatie tussen kracht en beweging toe in hun creaties.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Basiel zorgt ervoor dat de knikkerbaan op bepaalde plaatsen voldoende helling heeft om
    de knikkers te versnellen.
  300. WT.300 Begrijpen K2 K3 L1 GO!-doel

    Herkennen hoe bewegende voorwerpen of personen versnellen of vertragen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    sneller, trager

    Voorbeelden

    Versnellen:
    harder trappen op de fiets, een speelgoedauto van een helling duwen
    Vertragen:
    minder hard trappen, stoppen met trappen of remmen
  301. WT.301 Begrijpen L2 L4 3.5.1; L4 3.5.2

    Illustreren de impact van snelheid in dagelijkse situaties.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Aimée vergelijkt het verschil tussen naast een fiets wandelen en erop rijden.
  302. WT.302 Begrijpen L3 L4 3.5.1; L4 3.5.2

    Herkennen de noodzaak van aangepaste snelheid in een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    Versnellen, vertragen, de snelheid

    Voorbeelden

    • Arne past de snelheid van de knikker aan in zijn knikkerbaan. Hij versnelt de knikker
        om een hindernis te nemen en vertraagt hem om te voorkomen dat hij uit de bocht
        vliegt.
    • Anne-Fien stelt de elektrische speelgoedtrein zo af dat hij vertraagt voordat hij een
        scherpe bocht ingaat.
  303. WT.303 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.5.1; L4 3.5.2; L6 3.5.1; L6 3.5.2; L6 3.7.9

    Gebruiken snelheid in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Snelheid:
    • versnellen, vertragen
    • de snelheid
    • de plaats
    • de beweging
    • de weerstand
    • de richting
  304. WT.304 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen materie die drijft of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  305. WT.305 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen materie die drijft of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    drijven, zinken
  306. WT.306 Gebruiken K2 K3 L1 GO!-doel

    Classificeren materie die drijft of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  307. WT.307 Begrijpen L2 GO!-doel

    Herkennen bijzondere materie die drijft en/of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Lieven ontdekt dat cellenbeton, in tegenstelling tot andere stenen, blijft drijven op
        water.
    • Beatrix merkt op dat een spons eerst drijft, maar zinkt zodra die volledig met water
        is volgezogen.
  308. WT.308 Begrijpen L3 GO!-doel

    Herkennen de opwaartse kracht bij drijven en zinken.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Rémi vouwt een stukje zilverpapier steeds kleiner en merkt dat het uiteindelijk zinkt
        doordat er minder opwaartse kracht van het water tegen de folie is.
  309. WT.309 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren toepassingen van het natuurkundig verschijnsel drijven en zinken in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  310. WT.310 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Selecteren materie in functie van drijven en zinken in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  311. WT.311 Begrijpen K1 KO 3.5.1

    Herkennen verschillende schakelaars om licht aan en uit te doen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schakelaars:
    schuifschakelaar
    kantelschakelaar
    drukknop
  312. WT.312 Begrijpen K2 KO 3.5.1

    Herkennen elektrische onderdelen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Elektrische onderdelen:
    de schakelaar
    de stekker
    het snoer
  313. WT.313 Begrijpen K3 KO 3.5.1

    Beschrijven de noodzaak van elektriciteit om toestellen te laten functioneren.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de elektriciteit, het stopcontact, het werkt, het werkt niet

    Voorbeelden

    • Ollie merkt dat de mixer niet werkt en steekt de stekker in het stopcontact.
    • Davina vertelt dat het speelgoed niet werkt wanneer de batterijen ontbreken of
        leeg zijn.
  314. WT.314 Begrijpen K3 KO 3.5.1

    Herkennen batterijen en hun symbolen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de batterij, +, -, de veer
  315. WT.315 Gebruiken K3 KO 3.5.1

    Gebruiken batterijen om toestellen te laten functioneren.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    Een (herbruikbare) batterij op een correcte manier plaatsen.
    Een (herbruikbare) batterij op een correcte manier lezen (+ en –).
  316. WT.316 Begrijpen L1 L6 3.5.1

    Beschrijven de onderdelen van de gesloten stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de batterij, de lamp, de lamphouder, de stroomdraad, de gesloten stroomkring

    Voorbeelden

    Onderdelen gesloten stroomkring:
    de batterij (= de energiebron), de lamp met lamphouder, de stroomdraad (= de geleider)
  317. WT.317 Begrijpen L1 L2 L6 3.5.1

    Herkennen een concreet schematische voorstelling van een gesloten stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schematische voorstelling:
    de batterij
    de lamp
    de geleider
  318. WT.318 Gebruiken L1 L2 L6 3.5.1; L6 3.5.7

    Maken een gesloten stroomkring met een batterij.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    • concrete uitvoering
    • concreet schematische voorstelling
  319. WT.319 Begrijpen L3 L4 L6 3.5.1

    Beschrijven de onderbroken stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de (onderbroken) stroomkring, de schakelaar, de geleider

    Voorbeelden

    Onderdelen onderbroken stroomkring:
    de batterij (= de energiebron), lamp met lamphouder, schakelaar, de stroomdraad (= de
    geleider)
  320. WT.320 Begrijpen L3 L4 L6 3.5.1

    Herkennen een concreet schematische voorstelling van een onderbroken stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schematische voorstelling:
    de batterij
    de lamp
    de geleider
    de schakelaar
  321. WT.321 Gebruiken L3 L4 L6 3.5.1; L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Maken een onderbroken stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    • concrete uitvoering
    • concreet schematische voorstelling
  322. WT.322 Begrijpen L3 L4 L6 3.5.1; L6 3.5.6

    Herkennen de elektrische geleiders en niet- geleiders (isolatoren) in een stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geleider, de isolator, de stroomkring
  323. WT.323 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L6 3.5.1; L6 3.5.3

    Herkennen energieomzettingen van elektriciteit.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energieomzetting:
    warmte, licht, geluid, beweging

    Te hanteren begrippen

    de energieomzetting
  324. WT.324 Begrijpen L5 L6 3.5.1; L6 3.5.6

    Herkennen de spanning en de stroomsterkte.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spanning:
    de kracht die de elektrische deeltjes laat bewegen
    wordt aangeduid in volt
    
    Stroomsterkte:
    Een maat voor de hoeveelheid elektrische lading die per seconde door een geleider
    stroomt.
    wordt aangeduid in ampère

    Te hanteren begrippen

    de spanning, de stroom(sterkte)

    Voorbeelden

    Spanning en stroomsterkte:
    • Een batterij heeft een spanning van 9 volt, een andere batterij heeft een spanning
        van 1,5 volt.
    • Stel je voor dat elektriciteit als water door een tuinslang stroomt. Stroomsterkte is
        dan als de hoeveelheid water die per seconde door de slang gaat. De spanning is
        dan de druk die op de waterleiding zit: hoe hoger de druk, hoe harder het water
        stroomt.
    • Een hogere spanning geeft meestal een grotere stroomsterkte: Meer ‘waterdruk’
        geeft meestal meer water door de tuinslang (maar een smalle tuinslang laat toch
        minder water door dan een brede)
  325. WT.325 Gebruiken L5 L6 3.5.6

    Interpreteren spanning en stroomsterkte van een toestel.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Angéle haar computer heeft een spanning nodig van 5 volt (V) en een stroomsterkte
        van 10 ampère (A).
    • Jef kiest de lamp met de juiste spanning voor zijn fiets. Indien het lampje geen
        gepaste spanning heeft brandt de fietslamp zwak of gaat het stuk.
  326. WT.326 Begrijpen L5 L6 3.5.1; L6 3.5.6; L6 3.5.7

    Herkennen serieschakeling in de stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de serieschakeling, de geleider, de isolator, de stroomkring
  327. WT.327 Begrijpen L5 L6 3.5.6; L6 3.5.7

    Herkennen een schematische voorstelling van een serieschakeling.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schematische voorstelling:
    energiebron, lamp(en), schakelaar, verbruiker

    Te hanteren begrippen

    de verbruiker
  328. WT.328 Gebruiken L5 L6 L6 3.5.6; L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Maken een serieschakeling.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    • concrete uitvoeringen
    • schematische voorstelling
  329. WT.329 Begrijpen L5 GO!-doel

    Beschrijven de impact van een serieschakeling op de verbruikers.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Impact:
    serieschakeling: Lampen branden minder fel.
  330. WT.330 Begrijpen L6 L6 3.5.1; L6 3.5.3

    Illustreren dat elektriciteit aangeleverd wordt via centrales, accu's en batterijen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de elektriciteitscentrale, de accu, de waterkrachtcentrale, de kerncentrale, de
    thermische centrale, het zonnepark, het windmolenpark
  331. WT.331 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Passen elektriciteit (zwakstroom) in hun technisch ontwerp toe.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

  332. WT.332 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan energiebesparend en veilig om met elektriciteit.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veilig:
    elektriciteit met behulp van batterijen
    gebruik van toestellen op stroomnet enkel onder begeleiding

    Voorbeelden

    Tillo trekt de stekker van de oplader uit als zijn tablet is opgeladen, om sluimerverbruik
    te vermijden.
  333. WT.333 Begrijpen K1 KO 3.5.1; KO 3.5.2

    Herkennen verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbronnen:
    • natuurlijke: de zon, de sterren
    • kunstmatige: lampen, kaarsen, zaklamp
  334. WT.334 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.2

    Herkennen verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbronnen:
    • natuurlijke: de zon, de sterren
    • kunstmatige: kaarsen, ledlamp, zaklamp

    Te hanteren begrippen

    het licht, de zon, de ster, de lamp, de kaars, de zaklamp, licht/donker, de lichtbron, de
    reflectie, de spiegel
  335. WT.335 Gebruiken K1 K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.2

    Gebruiken verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Harry gebruikt een ontdekdoos met verschillende lichtbronnen.
    • Fiona gebruikt een zaklamp in de leestent.
  336. WT.336 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.4

    Illustreren verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbronnen:
    • natuurlijke: de zon, de sterren
    • kunstmatige: kaarsen, ledlamp, zaklamp

    Te hanteren begrippen

    de natuurlijke lichtbron, de kunstmatige lichtbron, de ledlamp
  337. WT.337 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Beschrijven verschillende functies van licht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies:
    • zichtbaarheid/veiligheid en waarneming: Licht helpt ons om dingen te zien en
        kleuren te herkennen.
    • begeleiding /signaal en oriëntatie: verkeerslichten, navigatieverlichting op schepen,
        zonnewijzer
    • sfeer en decoratie
  338. WT.338 Begrijpen L5 GO!-doel

    Beschrijven verschillende functies van licht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies:
    • energiebron: zonnepanelen, fotosynthese
    • optische toepassingen: brillen, telescopen, lenzen
  339. WT.339 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren criteria bij keuze van een lamp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Criteria:
    • lichtsterkte
    • lampfitting
    • lichtkleur
    • energielabel

    Te hanteren begrippen

    de lichtsterkte, de lampfitting, de lichtkleur, het energielabel

    Voorbeelden

    Lichtsterkte:
    Aantal lumen
    Lampfitting:
    E27, E14, GU10
    Lichtkleur:
    warm licht, neutraal licht, koud licht
    Energielabel:
    Van A tot G
  340. WT.340 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Selecteren een gepaste lichtbron.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbron:
    • natuurlijke
    • kunstmatige, zonder criteria
    • kunstmatige, met criteria
  341. WT.341 Begrijpen K1 KO 3.5.1

    Herkennen schaduw.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

  342. WT.342 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.1

    Herkennen schaduw.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de schaduw
  343. WT.343 Begrijpen L1 L4 3.5.4

    Illustreren hoe schaduw ontstaat.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schaduw:
    ontstaat doordat een object licht tegenhoudt, waardoor er op het achterliggende
    oppervlak een donker gebied ontstaat
  344. WT.344 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 3.5.1; L4 3.5.4

    Maken schaduwen met lichtbronnen en objecten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

  345. WT.345 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.4

    Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    licht doorlaten, licht reflecteren, de spiegel, de reflector, het fluo-materiaal

    Voorbeelden

    Materialen die licht weerkaatsen:
    spiegels, metalen oppervlakken zoals zilverpapier, reflectoren van fietsen, fluohesjes,
    wit gekleurde muren
    Materialen die licht doorlaten:
    glas, plexiglas, water
  346. WT.346 Begrijpen L5 L6 L6 3.5.1; L6 3.5.4; L6 3.5.7

    Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    licht absorberen, licht reflecteren, licht doorlaten

    Voorbeelden

    Materialen die licht absorberen:
    • donkere voorwerpen, beton, baksteen
    • Een groen blad zien we als groen door de reflectie van groen licht en de absorptie
        van andere kleuren.
  347. WT.347 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.5.4; L6 3.5.1; L6 3.5.4; L6 3.7.9

    Gebruiken reflecterende oppervlakken om licht te weerkaatsen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Brodie houdt een stuk aluminiumfolie in de zon en ziet hoe het licht wordt weerkaatst
    op de muur.
  348. WT.348 Begrijpen L4 L4 3.5.4

    Beschrijven dat licht zich rechtlijnig voortbeweegt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Rowan richt een laserstraal op een muur en vertelt dat het licht in een rechte lijn
        beweegt zonder te buigen.
    • Fie laat krijtstof dwarrelen in de lichtbundel van een zaklamp in een verduisterde
        kamer, zo wordt de lichtbundel zichtbaar.
  349. WT.349 Begrijpen L4 L4 3.5.4; L6 3.7.9

    Herkennen rechtlijnige voortbeweging van licht in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Elliot merkt op dat automatische winkeldeuren opengaan wanneer een lichtstraal
        van een optische sensor onderbroken wordt.
    • Lilja ziet hoe de schrijnwerker een rechte lichtstraal van een lasermeter gebruikt om
        nauwkeurig afstanden te meten.
  350. WT.350 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust, veilig en energiezuinig om met licht en lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Willem gebruikt een minilaserlamp, maar zorgt ervoor dat hij niemand in de ogen
        schijnt om verblinding te voorkomen.
    • Julia weet dat ze niet rechtstreeks in een felle lamp of de zon mag kijken om haar
        ogen te beschermen.
  351. WT.351 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen warmtebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Warmtebronnen:
    zon, kachel, warme drank
  352. WT.352 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen warmtebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    warm, koud
  353. WT.353 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Beschrijven het opstijgen van warme lucht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Warme lucht:
    • Warmte is een vorm van energie.
    • Warme lucht stijgt, koude lucht daalt.
    
    Beschrijven:
    in de omgeving en in technische systemen

    Voorbeelden

    • Philip ziet hoe een luchtballon opstijgt dankzij de warme lucht.
    • Carmen merkt dat het in de klas dichter bij het plafond warmer is dan op de vloer,
        omdat warme lucht stijgt en koude lucht daalt.
  354. WT.354 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Illustreren warmtestraling in de omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de warmte, de temperatuur

    Voorbeelden

    Pippa voelt de warmtestraling van de zon op haar huid wanneer ze buiten in de zon
    staat.
  355. WT.355 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.7.9

    Gebruiken warmtebronnen doelgericht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Thilo gebruikt een oven om koekjes te bakken.
    • Enzo hangt zijn natte kleren aan de waslijn buiten om door de zon te laten drogen.
  356. WT.356 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust om met opwarming en afkoeling.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tamara doet bewust de deur van het lokaal dicht als ze naar buiten gaat om geen
        warmte in het lokaal te verspillen.
    • Jonas let erop dat de deur van de diepvriezer niet te lang open blijft staan.
  357. WT.357 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.3

    Herkennen energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energievorm:
    • elektrische energie
    • bewegingsenergie
  358. WT.358 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.3

    Herkennen energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energievorm:
    • elektrische energie
    • bewegingsenergie
    • thermische energie

    Te hanteren begrippen

    de energie, de elektrische energie, de bewegingsenergie, de thermische energie
  359. WT.359 Begrijpen L4 L4 3.5.3

    Beschrijven energiebronnen in hun omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de energiebron, de zon, de wind, het water, de brandstof

    Voorbeelden

    Energiebronnen:
    • Zon geeft licht en warmte.
    • De auto rijdt elektrisch of op brandstof.
  360. WT.360 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Illustreren energieomzettingen in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de energieomzetting

    Voorbeelden

    Energieomzettingen:
    • Windmolens zetten windkracht om in elektrische energie.
    • Waterkrachtcentrales zetten waterkracht om in elektrische energie.
    • Zonnepanelen zetten zonlicht om in elektrische energie.
    • Elektrische auto’s zetten elektrische energie om in beweging.
    • Batterijen zetten chemische energie om in licht
  361. WT.361 Gebruiken L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Leiden de energiebronnen af van de meest gehanteerde energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

  362. WT.362 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Beschrijven de verschillende energiebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende energiebronnen:
    • hernieuwbare energiebronnen:
          o zonne-energie: komt van de zon
          o windenergie: komt van de wind
          o waterkracht: komt van stromend water
          o biomassa: komt van planten en organisch materiaal
          o geothermische energie: komt van warmte in de aarde
    • niet-hernieuwbare energiebronnen: Deze energiebronnen raken op als we ze
        gebruiken.

    Voorbeelden

    Niet-hernieuwbare energiebronnen:
    • fossiele brandstoffen: steenkool, aardolie, aardgas
    • kernenergie: komt van uranium
  363. WT.363 Begrijpen L5 L6 L6 3.5.3

    Illustreren het belang van hernieuwbare energiebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hernieuwbare energiebronnen:
    zonne-energie
    waterkracht
    windenergie
    hernieuwbare energie

    Te hanteren begrippen

    de zonne-energie, de waterkracht, de windenergie, de hernieuwbare energie
  364. WT.364 Begrijpen L5 L6 L6 3.5.3

    Herkennen energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energievorm:
    • elektrische energie
    • bewegingsenergie
    • thermische energie
    • kernenergie
    • chemische energie

    Te hanteren begrippen

    de chemische energie, de kernenergie
  365. WT.365 Gebruiken L5 L6 L6 3.5.3

    Vergelijken energievormen en hun energiebronnen in hun omgeving op hernieuwbaarheid.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

  366. WT.366 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken (duurzame) energie in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Malik kiest ervoor om herlaadbare batterijen in zijn autootje te gebruiken.
    • Saar kiest voor windkracht om haar zelfgemaakt schip voort te bewegen.
  367. WT.367 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust en energiezuinig om met energiebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Juan is de energiekapitein die steeds het licht dooft in de klas.
    • Greet zet haar computer pas aan wanneer de zonnepanelen genoeg elektriciteit
        opwekken.
  368. WT.368 Begrijpen K1 KO 3.5.3

    Herkennen verschillende geluidsbronnen in de omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Geluidsbronnen:
    geluiden van dieren, verbrandingsmotor van voertuigen
  369. WT.369 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.3

    Herkennen verschillende geluidssterktes.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    hard, zacht, het geluid
  370. WT.370 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.1

    Herkennen geluid in verschillende vormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geluid:
    • geluidsbron
    • geluidsterkte

    Te hanteren begrippen

    de geluidsbron, de luidspreker
  371. WT.371 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.5

    Herkennen dat geluid wordt veroorzaakt door trillingen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Trillingen en geluid:
    Geluid ontstaat wanneer iets heel snel heen en weer beweegt. Dat noemen we trillen.
    Die trillingen duwen tegen de lucht om ons heen. De lucht gaat ook trillen en die
    trillingen gaan naar je oren. Daar maakt je oor er geluid van. Sommige trillingen gaan
    heel snel heen en weer. Andere gaan langzamer. De frequentie is het aantal trillingen
    per seconde. Hoge frequentie is veel trillingen per seconde: je hoort een hoog geluid.
    Lage frequentie is weinig trillingen per seconde: je hoort een laag geluid.
    Sterke trillingen geeft een grote geluidssterkte (hard geluid), zwakke trillingen een kleine
    geluidssterkte (zacht geluid)

    Te hanteren begrippen

    de trilling, de frequentie, de toonhoogte, hoog, laag, de geluidssterkte

    Voorbeelden

    • Kenji spant een ballon strak en tikt erop, waarna hij de trillingen voelt.
    • Cléo onderzoekt met elastiekjes, buizen en houten stokjes hoe trillingen geluid
        veroorzaken.
  372. WT.372 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.5

    Illustreren dat geluid verplaatsbaar is.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Taro praat in een bekertelefoon en merkt hoe het geluid via het gespannen touw
        naar de andere beker wordt overgebracht.
    • Miki spreekt in een microfoon en hoort haar stem versterkt uit de luidsprekers
        komen, waardoor het geluid zich verder verplaatst.
  373. WT.373 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren oplossingen voor geluidsoverlast.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geluidsoverlast

    Voorbeelden

    Oplossingen geluidsoverlast:
    gebruik van oordopjes, koptelefoon
  374. WT.374 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.5

    Vergelijken geluid in verschillende vormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geluid:
    • geluidsbron
    • geluidssterkte
    • toonhoogte
  375. WT.375 Begrijpen L5 L6 L4 3.5.1; L6 3.5.5

    Beschrijven de invloed van de afstand tot de geluidsbron op de geluidsterkte.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Emi vertelt dat geluid zachter wordt als je verder van de geluidsbron verwijderd bent.
  376. WT.376 Begrijpen L5 GO!-doel

    Illustreren de weerkaatsing en de absorptie van geluid in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Weerkaatsing van geluid:
    geluidsmuur op autosnelweg
    Absorptie van geluid:
    eierdozen tegen de muur in muziekstudio
  377. WT.377 Begrijpen L6 GO!-doel

    Herkennen de maateenheid van geluid.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de decibel
  378. WT.378 Begrijpen L6 GO!-doel

    Herkennen de gehoordrempel bij de mens.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de gehoordrempel
  379. WT.379 Gebruiken L5 L6 L6 3.5.7

    Analyseren hoe verschillende materialen en objecten het geluid beïnvloeden.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

  380. WT.380 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust en veilig om met geluidsbronnen en hun impact.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Omer gebruikt een koptelefoon met een volumebegrenzing om zijn gehoor te
        beschermen wanneer hij zijn muziekapp gebruikt.
    • Ying zet haar telefoon op stil in de bus om anderen niet te storen.
  381. WT.381 Begrijpen K1 K2 GO!-doel

    Herkennen aggregatietoestanden.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aggregatietoestanden:
    vast
    vloeibaar
    gasvormig
  382. WT.382 Begrijpen K3 L1 L2 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Nemen veranderingen in aggregatietoestanden waar.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Eynem ziet hoe water in de vriezer bevriest en verandert in ijs.
    • Zeynep merkt dat een ijsblokje smelt wanneer ze het in haar hand houdt.
  383. WT.383 Begrijpen L3 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Illustreren de aggregatietoestanden van verschillende stoffen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    vast, vloeibaar, gasvormig, de aggregatietoestand

    Voorbeelden

    • Miraç ziet hoe een ijsblokje (vast) smelt tot water (vloeibaar) en vervolgens
        verdampt tot waterdamp (gasvormig) bij verhitting.
    • Elif verwarmt suiker en merkt hoe het eerst smelt tot siroop (vloeibaar).
  384. WT.384 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Illustreren de fasen van het aggregatieproces.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    smelten, stollen, verdampen, condenseren, de condensatie

    Voorbeelden

    Meyra illustreert de fasen van het aggregatieproces via de kringloop van water.
  385. WT.385 Begrijpen L3 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Beschrijven het proces van stollen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stollen:
    • Stollen is het proces waarbij een vloeistof van vloeibaar naar vast overgaat.
    • stolpunt: Temperatuur waarbij de vloeistof vast wordt.
    • Het stollen van water noemen we vriezen.
    • vriespunt: te beginnen vanaf 0°C (water)
    • smeltpunt: te beginnen vanaf 0°C (water)

    Te hanteren begrippen

    vriezen, het vriespunt, het stolpunt, het smeltpunt
  386. WT.386 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Beschrijven het proces van verdampen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verdampen:
    • Proces waarbij een vloeistof van vloeibaar naar gasvormig overgaat.
    • Bij water gebeurt dit bijvoorbeeld bij het koken maar ook door de zonnewarmte
        (waterkringloop)
    • kookpunt: te beginnen vanaf 100°C

    Te hanteren begrippen

    koken, het kookpunt
  387. WT.387 Gebruiken L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Classificeren stoffen volgens hun aggregatietoestand.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

  388. WT.388 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust en veilig om met stoffen in verschillende aggregatietoestanden.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

  389. WT.389 Begrijpen K1 KO 3.5.1; KO 3.5.4

    Herkennen magnetische materialen in hun omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

  390. WT.390 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.4; KO 3.5.5

    Herkennen magnetisme in hun omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Magnetisme:
    magnetische materialen: worden aangetrokken door een magneet
    eigenschappen soorten magneten: magneten trekken elkaar aan of stoten elkaar af

    Te hanteren begrippen

    de magneet, magnetisch, aantrekken, afstoten
  391. WT.391 Gebruiken K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.5

    Verdelen materialen volgens magnetisch en niet-magnetisch.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

  392. WT.392 Begrijpen K3 L1 KO 3.5.1; KO 3.5.4

    Beschrijven de kracht van een magneet.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Sem vertelt dat zijn magneet vier paperclips sterk is.
    • Zumra vertelt dat haar magneet sterk genoeg is om een speelgoedtrein met
        maximaal vier wagonnetjes voort te trekken.
  393. WT.393 Begrijpen L1 L4 3.5.1

    Herkennen magnetische materialen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Magnetische materialen:
    • ijzerhoudende materialen
    • aantrekking met verschillende soorten magneten: hoefijzermagneet, staafmagneet,
        knoopmagneet

    Voorbeelden

    Magnetische materialen:
    kobalt, nikkel, ijzer, staal
  394. WT.394 Begrijpen L2 L4 3.5.1

    Herkennen het gebruik van magnetisme.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    in allerlei vertrouwde technische systemen

    Voorbeelden

    Magnetisme in technische systemen:
    bordmagneten, sluitingen in tassen of op kastdeuren
  395. WT.395 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.6

    Beschrijven de werking van magneten en van hun polen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Magneten en polen:
    • De noordpool van de ene magneet wordt aangetrokken door de zuidpool van de
        andere magneet.
    • Twee noordpolen stoten elkaar af en twee zuidpolen stoten elkaar af.
    • Magneten trekken materialen die je magnetisch kan maken aan.
    • Het magnetisch veld is een onzichtbaar veld waarbinnen de magneet zijn krachten
        uitoefent. Hoe verder van de magneet, hoe zwakker het magnetisch veld wordt.
    • De aarde heeft ook een magnetisch veld. Het rode deel van het kompas wijst naar
        het magnetisch noorden.

    Te hanteren begrippen

    het magnetisme, de pool, de noordpool, de zuidpool, afstoten, aantrekken, de
    magnetische kracht, de magnetische pool, het magnetisch veld, het kompas

    Voorbeelden

    Materialen die je magnetisch kan maken:
    ijzer, kobalt, nikkel
  396. WT.396 Gebruiken L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.6

    Bepalen de zuidpool en de noordpool van een magneet.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

  397. WT.397 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.5.1; KO 3.5.4; L4 3.5.1; L4 3.5.6; L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Gebruiken magnetisme in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Olivia ontwerpt een sorteersysteem waarbij een magneet de metalen knikkers van
        de glazen knikkers scheidt.
    • Evelyn gebruikt een magneet om kleine paperclips gemakkelijk op te rapen.
  398. WT.398 Begrijpen K2 K3 KO 3.6.2

    Herkennen wetenschappelijke vragen.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bea vraagt: “Hoe werkt een magneet?”
    • John vraagt: “Waarom drijft een boot maar zinkt een steen?”
  399. WT.399 Gebruiken K2 K3 KO 3.6.2

    Beantwoorden wetenschappelijke vragen.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Wetenschappelijke vragen:
    • Hoe werkt een schaar?
    • Hoe kunnen we een auto sneller laten rijden?
    • Hoe voelt metaal anders dan hout?
    • Hoe kunnen we de toren bouwen zodat hij niet snel omvalt?
  400. WT.400 Begrijpen K3 KO 3.6.1

    Herkennen de relatie tussen oorzaak – gevolg redeneringen met betrekking tot wetenschap en techniek.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    als – dan
  401. WT.401 Gebruiken K3 KO 3.6.1; KO 3.6.2

    Geven een oorzaak – gevolg redenering over een technologisch of wetenschappelijk probleem.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Als Jef de bal van een helling rolt, dan zal de bal sneller gaan rollen.
  402. WT.402 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 3.6.2; L4 3.6.1; L4 3.6.4

    Schrijven systematische waarnemingen en conclusies.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • tekenen
    • in beeld vastleggen
  403. WT.403 Begrijpen K3 L1 L2 KO 3.6.2; L4 3.6.2

    Herkennen onderzoek vanuit hypothese(s).

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hypothese(s):
    onderbouwde voorspellingen maken

    Te hanteren begrippen

    voorspellen, het onderzoek
  404. WT.404 Gebruiken K3 L1 L2 KO 3.6.2; L4 3.6.2; L4 3.6.4

    Voeren een onderzoek vanuit hypothese(s) uit.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    • de hypothese formuleren
    • het onderzoek voeren
    • de conclusie presenteren
  405. WT.405 Begrijpen L3 L4 L4 3.6.1

    Herkennen de systematische aanpak van onderzoek.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    verkennen
    hypothese formuleren
    onderzoek opzetten
    onderzoek uitvoeren
    concluderen
    presenteren

    Te hanteren begrippen

    de hypothese, de onderzoeksvraag, de conclusie
  406. WT.406 Gebruiken L3 L4 L4 3.6.1

    Voeren een wetenschappelijk – technologisch onderzoek.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    met behulp van de onderzoekscyclus
    met systematische notatie van waarnemingen en conclusie
  407. WT.407 Begrijpen L3 L4 L4 3.6.3

    Beschrijven wat een eerlijk onderzoek is.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eerlijk onderzoek:
    betekent dat je een proef/onderzoek doet waarbij je alle variabele zo goed mogelijk
    controleert, behalve die ene variabele die je wilt testen, zodat de resultaten
    betrouwbaar zijn
    Het heeft drie belangrijke regels:
    1. variabelen controleren: Je zorgt ervoor dat alleen één variabele verandert, zodat je
        eerlijk kunt testen.
    2. herhalen: Als iemand anders hetzelfde onderzoek doet, moet die hetzelfde
        resultaat krijgen.
    3. eerlijk meten: Je kijkt naar de feiten en niet naar wat je graag zou willen dat eruit
        komt.

    Te hanteren begrippen

    het eerlijk onderzoek

    Voorbeelden

    Variabelen controleren:
    Als je onderzoekt welke bal het hoogst stuitert, moet je voor een eerlijk onderzoek alle
    ballen van exact dezelfde hoogte laten vallen op dezelfde ondergrond (de variabelen
    ‘hoogte’ en ‘ondergrond’ controleren). De enige variabele, die je verandert tijdens het
    onderzoek, is het type bal (tennisbal versus basketbal).
  408. WT.408 Gebruiken L3 L4 L4 3.6.3

    Voeren een vooraf opgezet eerlijk onderzoek.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

  409. WT.409 Begrijpen L5 L6 L6 3.6.1; L6 3.6.2

    Duiden de systematische aanpak van een onderzoek.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderzoek:
    verkennen
    onderzoek opzetten
    onderzoek uitvoeren
    concluderen
    presenteren
    
    Duiden:
    vanuit de fasen van de onderzoekscyclus

    Te hanteren begrippen

    de onderzoekscyclus, verkennen, het onderzoek opzetten, het onderzoek uitvoeren,
    concluderen, presenteren
  410. WT.410 Begrijpen L5 L6 L6 3.6.4

    Beschrijven wat een eerlijk onderzoek is.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eerlijk onderzoek:
    is een wetenschappelijk onderzoek waarbij systematisch en objectief gegevens worden
    verzameld en geanalyseerd onder gecontroleerde omstandigheden. Dit betekent dat
    variabelen die het resultaat kunnen beïnvloeden zorgvuldig worden beheerst, zodat de
    test reproduceerbaar is en betrouwbare conclusies kan opleveren.
    Belangrijke kenmerken van een eerlijk onderzoek zijn:
    1. gecontroleerde omstandigheden: Alle externe factoren worden zoveel mogelijk
        gelijk gehouden.
    2. reproduceerbaarheid: Het onderzoek kan opnieuw uitgevoerd worden met dezelfde
        resultaten.
    3. objectiviteit: Resultaten worden neutraal en zonder vooroordelen geïnterpreteerd.

    Te hanteren begrippen

    variabelen controleren, herhalen, objectief, neutraal, het correct interpreteren van
    resultaten
  411. WT.411 Gebruiken L5 L6 L6 3.5.7; L6 3.6.3; L6 3.6.4

    Voeren een eerlijk, wetenschappelijk – technologisch onderzoek.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voeren:
    met behulp van de onderzoekscyclus
  412. WT.412 Begrijpen K1 K2 KO 3.6.3

    Drukken een behoefte of probleem uit die een technische oplossing vereist.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lisolde vertelt: “De giraf kan niet in de lader van de vrachtwagen. De hals is veel te
    lang!”
  413. WT.413 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.6.3; L4 3.6.5; L6 3.6.7

    Beschrijven een probleem of een behoefte die een technische oplossing vereist.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    vanuit verwondering, voorkennis, context

    Te hanteren begrippen

    het probleem

    Voorbeelden

    • Babs wil vuilbakken waar de vogels niets uit kunnen stelen.
    • Gina wil meer regenwater opvangen voor haar planten.
  414. WT.414 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 3.6.6; L6 3.6.7

    Beschrijven de vereisten waaraan een technische oplossing moet voldoen.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Vereisten:
    kostprijs, gebruikte energiebron, energiezuinig, milieubewust, veilig
  415. WT.415 Begrijpen K2 KO 3.6.3

    Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedenken:
    vanuit vooropgestelde criteria

    Te hanteren begrippen

    het idee

    Voorbeelden

    Voor het schoolfeest bedenkt Mabel verschillende soorten wafels, zoals wafels met
    chocolade, slagroom, zonder suiker, met appel, banaan en kaas.
  416. WT.416 Begrijpen K3 KO 3.6.3

    Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedenken:
    • vanuit eigen ervaringen en context
    • vanuit vooropgestelde criteria

    Voorbeelden

    Voor de wafelbak gebruikt Laure het recept van mama en glutenvrij meel of meel met
    rozijnen.
  417. WT.417 Begrijpen L1 L2 L4 3.6.5; L4 3.6.6

    Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedenken:
    • vanuit eigen ervaringen en context
    • vanuit vooropgestelde criteria

    Te hanteren begrippen

    de criteria

    Voorbeelden

    • Alex gebruikt een plastiek zak om zijn schoenen waterdicht te maken.
    • Marius verbindt vaten om meer regenwater te verzamelen.
  418. WT.418 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L6 3.6.6; L6 3.6.7

    Bedenken ideeën voor het ontwerpen van een technisch systeem als technische oplossing.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedenken:
    • vanuit vooropgestelde criteria
    • vanuit kennis over technische principes, materialen, natuurkundige verschijnselen,
        wiskundige inzichten

    Voorbeelden

    • Bij een zenuwspiraal/ bibberspel gebruikt Stephanie koper omdat dit geleidend is.
    • Geertrui maakt een elektrospel met verbindingen uit aluminiumpapier omdat dit
        geleidend is.
  419. WT.419 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 3.6.5; L6 3.6.6

    Duiden de ontwerpcyclus als een systematische aanpak bij het proces van ontwerpen van technische realisaties.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Systematische aanpak:
    verkennen
    ideeën verzinnen en selecteren
    ontwerp plannen
    ontwerp realiseren
    testen en optimaliseren
    presenteren

    Te hanteren begrippen

    ontwerpen, de ontwerpcyclus, verkennen, het idee verzinnen en selecteren, het
    ontwerp plannen, het ontwerp realiseren, testen, optimaliseren, presenteren
  420. WT.420 Begrijpen L5 L6 L6 3.6.7

    Beschrijven het belang van het formuleren van criteria om aan een behoefte te voldoen.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

  421. WT.421 Gebruiken K2 KO 3.6.3

    Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpcyclus:
    • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare
        grondstoffen en materialen
    • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën
    • realisatie
    • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde
        criteria/eisen
    • vergelijking: functionaliteit
    • presentatie: proces en product
    • optimalisatie (indien nodig)
  422. WT.422 Gebruiken K3 KO 3.6.3

    Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpcylcus:
    • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare
        grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen
    • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën
    • realisatie
    • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde
        criteria/eisen
    • vergelijking: functionaliteit
    • presentatie: proces en product
    • optimalisatie (indien nodig)
  423. WT.423 Gebruiken L1 L2 L4 3.6.5

    Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpcyclus:
    • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare
        grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen
    • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën
    • realisatie aan de hand van een (eigen) plan met correct en veilig gebruik van
        gereedschappen en materialen
    • Controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde
        criteria/eisen
    • vergelijking: functionaliteit, veiligheid
    • presentatie: proces en product
    • optimalisatie (indien nodig)
  424. WT.424 Gebruiken L3 L4 L4 3.6.5; L4 3.6.6

    Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpcyclus:
    • Selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare
        grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen,
        inzetbare personen (taken en opdrachten)
    • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën, vanuit
        vereisten, vanuit kennis van materialen, natuurkundige verschijnselen, technische
        principes en wiskundige inzichten
    • realisatie aan de hand van een (eigen) plan met correct en veilig gebruik van
        gereedschappen en materialen
    • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde
        criteria/eisen
    • vergelijking: functionaliteit, veiligheid, materiaalkeuze, efficiëntie
    • presentatie: proces en product
    • optimalisatie (indien nodig)
  425. WT.425 Gebruiken L5 L6 L6 3.6.5; L6 3.6.8

    Ontwerpen een technisch systeem met behulp van de ontwerpcyclus.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpcyclus:
    • selectie van een technisch ontwerp, rekening houdend met beschikbare
        grondstoffen en materialen, hanteerbare en beschikbare gereedschappen,
        inzetbare personen (taken en opdrachten), beschikbare tijd, energie, ruimte,
        financiën
    • ontwerp (schets, stappenplan) vanuit eigen of geselecteerde ideeën, vanuit
        vereisten, vanuit kennis van materialen, natuurkundige verschijnselen, technische
        principes en wiskundige inzichten
    • realisatie aan de hand van een (eigen) plan met correct en veilig gebruik van
        gereedschappen en materialen
    • controle: werking, nauwkeurige realisatie, voldoen aan vooropgestelde
        criteria/eisen
    • vergelijking: functionaliteit, veiligheid, materiaalkeuze, efficiëntie, duurzaamheid,
        innovatie en creativiteit
    • presentatie: proces en product
    • optimalisatie (indien nodig)
  426. WT.426 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.6.3; L4 3.6.5; L6 3.6.8

    Dragen bij aan het ontwerpen van een technische oplossing voor een probleem of behoefte.

    Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

  427. WT.427 Begrijpen L3 L6 3.7.2

    Illustreren de impact van technologie en wetenschappen op het individu.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Impact:
    • positief
    • negatief
    • op korte en lange termijn
    • voor henzelf en anderen

    Te hanteren begrippen

    nuttig, gevaarlijk, schadelijk

    Voorbeelden

    • Douglas begrijpt dat de scherpe punt van een schaar gevaarlijk kan zijn voor zichzelf
        en de anderen.
    • Artemis gebruikt een opstapje om bij de hoge kast in de klas te komen en merkt dat
        het ook handig is voor haar klasgenoten.
  428. WT.428 Begrijpen L4 L6 3.7.2

    Illustreren technologische oplossingen voor menselijke behoeften.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Iris legt uit dat de behoefte om overal en altijd met elkaar te communiceren heeft
        geleid tot de ontwikkeling van de smartphone.
    • Melissa merkt op dat mensen sneller en efficiënter willen reizen, wat heeft geleid
        tot de uitvinding van de fiets, auto en trein.
  429. WT.429 Begrijpen L5 L6 3.7.1; L6 3.7.2

    Illustreren de impact van technologie en wetenschappen op het milieu en de maatschappij.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Impact:
    • positieve
    • negatieve
    • op korte en lange termijn
    • op milieu en maatschappij
    • binnen verschillende toepassingsgebieden: biochemie, constructie, transport,
        energie, ICT

    Te hanteren begrippen

    de invloed, het gevolg, de technologie, de wetenschap, de duurzaamheid, de
    ecologische voetafdruk

    Voorbeelden

    • Febe ziet dat de waterkrachtcentrale nuttig is voor mensen en natuur omdat er
        geen fossiele brandstoffen gebruikt worden.
    • Daphne merkt op dat de GSM zorgt voor verbinding tussen mensen, maar dat GSM-
        masten zorgen voor schadelijke straling.
  430. WT.430 Begrijpen L5 L6 3.7.1; L6 3.7.2

    Illustreren de impact van technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen op ons leven.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Impact:
    • positieve
    • negatieve
    • onzeker versus zeker gevolg
    • op korte en lange termijn

    Te hanteren begrippen

    de technologische ontwikkeling, de wetenschappelijke ontwikkeling, de innovatie, de
    wetenschappelijke ontdekking, de uitvinding, de ethiek

    Voorbeelden

    • Niek begrijpt dat dankzij medische vooruitgang zoals vaccins en medicijnen, mensen
        langer en gezonder kunnen leven.
    • Adriaan ziet dat windmolens en zonnepanelen elektriciteit opwekken zonder
        vervuiling, wat beter is voor de natuur.
  431. WT.431 Begrijpen L5 L6 3.7.1; L6 3.7.2

    Illustreren de evolutie en innovatie van technologie en wetenschappen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • Hoe evolueert een technisch systeem?
    • Waarom evolueert een technisch systeem?
    • gevolg op korte en lange termijn

    Te hanteren begrippen

    de evolutie

    Voorbeelden

    • Odilon legt uit dat fietsen vroeger van zwaar metaal waren, maar dat de evolutie
        naar carbonframes ze lichter en sneller heeft gemaakt dankzij nieuwe
        materiaalkennis.
    • Leander merkt op dat de wieken van windmolens steeds grotere worden zodat ze
        meer elektriciteit kunnen opwekken.
  432. WT.432 Begrijpen L6 L6 3.7.1; L6 3.7.2

    Illustreren hoe wetenschappen, technologie en de samenleving elkaar beïnvloeden.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de wisselwerking

    Voorbeelden

    • Andreas ziet dat door de groeiende vraag naar duurzame voeding wetenschappers
        in laboratoria plantaardige en kweekvleesalternatieven ontwikkelen, die later in
        fabrieken geproduceerd worden.
    • Jason vertelt dat wetenschappers hebben ontdekt dat uitlaatgassen bijdragen aan
        klimaatverandering, waardoor autofabrikanten nu elektrische wagens ontwikkelen
        om de luchtvervuiling te verminderen.
  433. WT.433 Gebruiken L5 L6 L6 3.7.2

    Onderbouwen hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

  434. WT.434 Engageren L5 L6 L6 3.7.2

    Beargumenteren technologische en wetenschappelijke innovatie en vooruitgang.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beargumenteren:
    argumenten pro en contra betreffende evolutie, functie van technische systemen,
    materiaalgebruik en materie en natuurlijke verschijnselen

    Voorbeelden

    • Sven legt uit dat de technologische innovatie van elektrische auto’s helpt om
        minder CO₂ uit te stoten, wat bijdraagt aan een duurzamere toekomst. Werner
        geeft aan dat de batterijen voor auto’s grondstoffen nodig hebben die in bepaalde
        landen in mensonwaardige omstandigheden worden opgedolven.
    • Christof ziet dat de wetenschappelijke vooruitgang in zonne-energie ervoor zorgt
        dat zonnepanelen steeds efficiënter worden en schonere elektriciteit kunnen
        opwekken. Chris geeft aan dat voor de productie van de panelen veel materialen en
        energie nodig is.
  435. WT.435 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Zetten technologie bewust, verantwoordelijk en duurzaam in.

    Wetenschap en techniek Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bewust, verantwoordelijk en duurzaam:
    de ecologische voetafdruk

    Voorbeelden

    • Jade gebruikt de fiets voor korte verplaatsingen.
    • Amber gebruikt hernieuwbare energie.
  436. WT.436 Begrijpen K1 KO 3.7.1

    Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technische systemen:
    leeftijdsadequaat
    
    Correct en veilig:
    volgens de instructie

    Voorbeelden

    • Tijl laat zien hoe je een hamer correct gebruikt door hem stevig aan het handvat
        vast te houden en met gecontroleerde slagen te werken.
    • Nadia zit netjes op het zadel van haar fiets en houdt beide handen aan het stuur,
        zodat ze veilig en stabiel kan rijden.
  437. WT.437 Begrijpen K2 KO 3.7.1

    Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technische systemen:
    leeftijdsadequaat
    
    Correct en veilig:
    • correct in- en uitschakelen
    • volgens de instructie
    • volgens het stappenplan
    • veiligheidspictogrammen
  438. WT.438 Begrijpen K3 KO 3.7.1

    Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technische systemen:
    leeftijdsadequaat
    
    Correct en veilig:
    • correct in- en uitschakelen
    • volgens de instructie
    • volgens het stappenplan
    • volgens de handleiding
    • veiligheidspictogrammen
  439. WT.439 Begrijpen L1 L2 L4 3.7.3

    Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Correct en veilig:
    • veiligheidsuitrusting
    • veiligheidspictogrammen
    • waarschuwingssignalen
  440. WT.440 Begrijpen L3 L4 L4 3.7.3

    Illustreren hoe je een technisch systeem correct en veilig gebruikt.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Correct en veilig:
    • veiligheidsuitrusting
    • veiligheidspictogrammen
    • waarschuwingssignalen
  441. WT.441 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.5

    Illustreren hoe je technische systemen uit diverse toepassingsgebieden veilig en correct gebruikt.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassingsgebieden:
    energie, transport, biochemie, constructie, ICT

    Voorbeelden

    • Finn schakelt het licht correct in en uit door op de schakelaar te drukken, zonder
        natte handen te gebruiken.
    • Lina gebruikt de mixer veilig door hem eerst in de kom te plaatsen voordat ze hem
        inschakelt en haar handen weg te houden van de draaiende gardes.
  442. WT.442 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.7.3

    Herkennen de oorzaak van het niet of onvoldoende functioneren van een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Mira merkt dat een platte schroevendraaier niet goed werkt op een kruisschroef.
    • Alice probeert haar lijmstift te gebruiken, maar ontdekt dat de lijm is uitgedroogd,
        waardoor hij niet meer plakt.
  443. WT.443 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 3.7.1; L4 3.7.2

    Gebruiken een technisch systeem functioneel.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functioneel:
    • selectie in functie van een behoefte
    • controle voor gebruik
    • uitvoering stap voor stap van de richtlijnen (stappenplan, werktekening,
        handleiding, veiligheidsvoorschriften)
    • evaluatie van het functioneren
    • veilig en correct opbergen
  444. WT.444 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.7.2; L6 3.7.4

    Gebruiken een technisch systeem functioneel.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functioneel:
    • selectie in functie van een behoefte, vereisten, veiligheid, beschikbare
        hulpmiddelen en/of personen, technische systemen
    • controle voor gebruik
    • uitvoering stap voor stap van de richtlijnen (stappenplan, werktekening,
        handleiding, veiligheidsvoorschriften)
    • evaluatie van het functioneren
    • veilig en correct opbergen
  445. WT.445 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan correct en veilig om met technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Veilig en functioneel gebruik van technische systemen

  446. WT.446 Begrijpen K1 K2 K3 GO!-doel

    Herkennen de onderdelen bij het (de)monteren van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technische systemen:
    • leeftijdsadequaat
    • inclusief hun waarneembare onderdelen

    Voorbeelden

    • Nicola monteert een fietskorf aan het stuur. Hij herkent het metalen rek, de beugels
        en de schroeven en ziet dat de beugels eerst rond het stuur moeten voordat de korf
        vastgeschroefd wordt.
    • Olga demonteert met haar broer een tipitent in de tuin. Bij het afbreken zegt ze dat
        eerst het doek losgemaakt moet worden en daarna pas de stokken uit elkaar
        gehaald kunnen worden.
  447. WT.447 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.7.1; L4 3.7.2

    Herkennen de onderdelen bij het (de)monteren van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    monteren, demonteren, het onderdeel

    Voorbeelden

    • Benjamin draait zijn balpen open en herkent de veer die helpt bij het in- en
        uitschuiven van de penpunt.
    • Julie onderzoekt een kaars en ziet dat de wiek in het midden zit, waardoor de kaars
        kan branden.
  448. WT.448 Begrijpen K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.7.1; L4 3.7.1; L4 3.7.2; L6 3.7.4

    Illustreren basisgereedschap voor (de)monteren van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisgereedschap:
    rekening houdend met:
    • schoolspecifieke afspraken
    • beschikbare materialen
    • leeftijdsadequate materialen
  449. WT.449 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.7.1; L4 3.7.3; L6 3.7.4

    Passen basisvaardigheden toe tijdens (de)monteren van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen

  450. WT.450 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.7.1; L4 3.7.3; L6 3.7.4

    Volgen de stappen voor het (de)monteren van een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Volgen:
    aan de hand van een werktekening of handleiding
  451. WT.451 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.7.1; L4 3.7.3; L6 3.7.4

    Tonen hun kennis van technische systemen bij het (de)monteren.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Monteren en demonteren van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Indie monteert zijn passer door het potlood stevig vast te klemmen, zodat hij
        nauwkeurige cirkels kan tekenen tijdens de meetkundeles.
    • Ilana onderzoekt een middeleeuws harnas en herkent hoe de verschillende
        onderdelen, zoals de borstplaat en helmbescherming, in elkaar passen voor
        optimale bescherming.
  452. WT.452 Begrijpen K2 K3 KO 3.7.1

    Illustreren hoe je een technisch systeem onderhoudt.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technisch systeem:
    leeftijdsadequaat

    Voorbeelden

    • Jan bergt de Beebot correct op.
    • Esra sluit de drinkfles goed zodat die niet lekt.
    • Tilde zet de zaklamp uit na gebruik.
    • Sam wast de verfborstels uit na gebruik.
  453. WT.453 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 3.7.1; L6 3.7.6

    Voeren onderhoud uit bij een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

  454. WT.454 Begrijpen L3 L4 L6 3.7.3; L6 3.7.5; L6 3.7.6

    Beschrijven onderhoudsvoorschriften bij een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het onderhoud, nakijken, onderhouden

    Voorbeelden

    • Jérome legt uit dat de printer regelmatig nagekeken en schoongemaakt moet
        worden om goed te blijven werken.
    • Elodie weet dat ze na gebruik het dopje op de lijmstift moet zetten om uitdroging te
        voorkomen.
  455. WT.455 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 3.7.4; L6 3.7.5; L6 3.7.6

    Voeren onderhoud uit bij een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    • met gepast basisgereedschap
    • met veiligheidsvoorschriften
  456. WT.456 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.3; L6 3.7.5

    Beschrijven het belang van het onderhouden van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het onderhoudsvoorschrift, onderhouden

    Voorbeelden

    Het belang van onderhouden:
    levensduur verlengen, veiligheid, betrouwbaarheid, efficiëntie en prestaties behouden,
    duurzaamheid
  457. WT.457 Begrijpen L6 L6 3.7.5

    Beschrijven het nut van een onderhoudsrapport.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het onderhoudsrapport

    Voorbeelden

    Onderhoudsrapport:
    van een brandblusapparaat, turntoestellen
  458. WT.458 Gebruiken L5 L6 L6 3.7.5

    Gebruiken een onderhoudsrapport op.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderhoudsrapport:
    voor het systematisch onderhoud van technische systemen van de klas/school
  459. WT.459 Begrijpen K3 L1 L2 KO 3.7.1; L6 3.7.6

    Herkennen veelvoorkomende problemen bij technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het probleem, het werkt niet

    Voorbeelden

    • Suze merkt dat haar tablet niet aangaat en herkent dat de batterij leeg is, dus sluit
        ze hem aan op de oplader.
    • Rosalinde voelt dat haar fietsstuur wiebelt en ontdekt dat een schroef los zit,
        waardoor ze weet dat deze moet worden aangedraaid.
  460. WT.460 Begrijpen L3 L4 L6 3.7.5

    Beschrijven hoe je een technisch systeem controleert op slijtage of defecten.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het defect, de slijtage
  461. WT.461 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.1; L6 3.7.5

    Beschrijven het belang van het herstellen van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    herstellen

    Voorbeelden

    Het belang van herstellen:
    continuïteit van de werking, kostenbeheersing, veiligheid, kwaliteit, duurzaamheid,
    gebruiksgemak
  462. WT.462 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.7.1; L6 3.7.5

    Controleren technische systemen op defecten.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

  463. WT.463 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.7.1; L4 3.7.3; L6 3.7.6

    Voeren kleine herstellingen uit bij een technisch systeem door onderdelen te vervangen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Lodewijk merkt dat zijn balpen niet meer schrijft en vervangt de vulling, zodat hij
        weer verder kan werken.
    • Seba ontdekt een lekke band en vervangt de binnenband, zodat hij weer veilig kan
        fietsen.
  464. WT.464 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust om met het (laten) herstellen of hergebruiken van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen hanteren › Onderhouden en herstellen van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Quinten laat het gebarsten scherm van zijn smartphone vervangen in plaats van een
        nieuwe telefoon te kopen.
    • Claire lijmt een gescheurd puzzelstukje terug vast zodat ze de puzzel opnieuw kan
        maken in plaats van een nieuwe te kopen.
  465. WT.465 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen zichtbare onderdelen van een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

  466. WT.466 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de werking van frequent gebruikte voorwerpen en materialen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Materialen:
    uit de leefomgeving
  467. WT.467 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L4 3.7.4; L4 3.7.5

    Herkennen zichtbare onderdelen van een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de knop, het scherm, het licht, het handvat, het snoer, de stekker

    Voorbeelden

    • Kobe herkent de stenen in een muur.
    • Warre herkent de band van een fiets.
  468. WT.468 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L4 3.7.4; L4 3.7.5

    Herkennen de functie van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

  469. WT.469 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 3.7.4; L4 3.7.5; L6 3.7.10

    Beschrijven technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technisch systeem:
    • de onderdelen
    • de functie
    • de werking
    • de bouw en de materiaalkeuze

    Te hanteren begrippen

    het onderdeel, de motor, het tandwiel, de kabel, de schroef, de bout, de sensor, de
    ketting, de riem, de veer, de werking

    Voorbeelden

    • Oscar legt uit dat wanneer hij op de pedalen van zijn fiets trapt, de beweging via de
        ketting wordt doorgegeven aan het achterwiel, waardoor de fiets vooruit beweegt.
    • Idris toont hoe een perforator werkt: wanneer ze op de hendel drukt, worden de
        snijpennen naar beneden geduwd en maken ze gaatjes in het papier.
  470. WT.470 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.10

    Beschrijven de bewuste keuze van de verschillende materialen van de onderdelen van een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Noud legt uit dat de punt van een balpen van metaal is gemaakt om slijtage te
        voorkomen.
    • Britt merkt op dat het hoesje van haar gsm van kunststof is gemaakt, zodat het
        minder snel krassen krijgt.
  471. WT.471 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.7; L6 3.7.9

    Illustreren de werking van technische systemen op basis van kennis van de natuurkundige verschijnselen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het technisch systeem

    Voorbeelden

    Werking technische systemen:
    • uitleggen waarom een lamp brandt in een gesloten stroomkring
    • uitleggen hoe een fietsrem werkt door wrijving
    • tonen waarom een thermosfles drank langer warm houdt
  472. WT.472 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.7.5; L6 3.7.9; L6 3.7.10

    Analyseren de functie, de werking, de bouw en materiaalkeuze van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

  473. WT.473 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen mogelijkheden om objecten te verbinden.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

  474. WT.474 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen verschillende manieren om objecten te verbinden.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    verbinden, de lijm, het nietje, de plakband
  475. WT.475 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L4 3.7.5

    Beschrijven verschillende verbindingsmethoden.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de spijker, de nagel, de schroef, de draad, de bout, de moer, het touw, de paperclip, de
    splitpen, de elastiek, de klittenband
  476. WT.476 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.10

    Illustreren verbindingsmethoden in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

  477. WT.477 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.7.5; L6 3.7.10

    Gebruiken verbindingsmethoden in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

  478. WT.478 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.7.5; L6 3.7.10; L6 3.7.9

    Tonen hun kennis over de functie, werking, bouw en onderdelen van technische systemen in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Bouw, onderdelen, functie en werking van technische systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Xavi geeft een presentatie over hoe een fiets werkt, inclusief de functie van
        onderdelen zoals tandwielen, remmen en ketting. Hij legt uit hoe deze
        mechanismen bijdragen aan snelheid en veiligheid.
    • Nala schrijft een informatieve tekst over de werking van een windmolen. Ze
        beschrijft hoe de wieken bewegen door de wind, hoe deze beweging wordt
        omgezet in elektriciteit en welke technische onderdelen zoals de generator en de
        tandwielkast, hierin een rol spelen.
  479. WT.479 Begrijpen L3 L4 L4 3.7.6

    Illustreren vormgeving en design van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technische systemen:
    • esthetiek
    • ergonomie
    • gebruiksvriendelijkheid

    Te hanteren begrippen

    de vorm, het uitzicht

    Voorbeelden

    Esthetiek:
    Pelia draagt trots haar school-T-shirt met een kleurrijk logo van de school.
    Ergonomie:
    Barack legt uit waarom schoolstoelen een gebogen rugleuning en verstelbare hoogte
    hebben voor een betere zithouding.
    Gebruiksvriendelijkheid:
    Abel merkt op dat de dop van zijn fles een geribbelde textuur heeft, waardoor er bij het
    openen voldoende grip is.
  480. WT.480 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.7; L6 3.7.10

    Herkennen verschillende criteria die een rol spelen bij de vormgeving en design van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de vormgeving, het design, esthetisch, gebruiksvriendelijk, ergonomisch, de kostprijs,
    energiezuinig, herbruikbaar
  481. WT.481 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Herkennen de criteria voor Universal Design bij de vormgeving van technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Criteria:
    • bruikbaar voor iedereen
    • flexibel te gebruiken
    • eenvoudig en op gevoel te gebruiken
    • begrijpelijke informatie
    • ruimte voor vergissingen
    • weinig moeite
    • geschikte afmetingen en genoeg plaats
  482. WT.482 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Passen criteria voor Universal Design toe in een technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design

  483. WT.483 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Herkennen het principe van Form Follows Function in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Dalil merkt op dat een Formule 1 wagen een zeer gestroomlijnd chassis heeft en dat dit
    zo gekozen is om minder luchtweerstand te veroorzaken en dus sneller te kunnen racen.
  484. WT.484 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Passen het principe van Form Follows Functions toe in een technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Nassim en Eli maken een kleine windmolen die een gewichtje omhoog kan trekken als
    de wieken draaien. Ze zorgen voor brede en gebogen wieken (veel wind opvangen).
  485. WT.485 Engageren L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Beargumenteren de toegankelijkheid en bruikbaarheid van technische systemen voor iedereen, ongeacht leeftijd of mogelijkheden.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Vormgeving en design

  486. WT.486 Begrijpen K1 K2 GO!-doel

    Herkennen tandwielen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

  487. WT.487 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen de werking van een tandwiel als overbrenging van beweging.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het tandwiel
  488. WT.488 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 GO!-doel

    Gebruiken tandwielen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

  489. WT.489 Begrijpen L3 L4 L4 3.7.5; L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Beschrijven geschakelde tandwielen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geschakelde tandwielen:
    twee of meer tandwielen die in elkaar grijpen, waarbij het draaien van het ene tandwiel
    het andere in beweging zet
    
    Beschrijven:
    • verandering in snelheid van grote en kleine geschakelde tandwielen: Het grote
        tandwiel draait trager dan het kleine tandwiel.
    • verandering van draairichting: Wanneer twee tandwielen in elkaar grijpen, draait
        het tweede tandwiel in de tegenovergestelde richting van het eerste tandwiel. Dit
        betekent dat als het eerste tandwiel met de klok mee draait, het tweede tandwiel
        tegen de klok in draait, en omgekeerd.

    Te hanteren begrippen

    de snelheid, het grote tandwiel, het kleine tandwiel, schakelen, de draairichting, met de
    klok mee (rechtsom), tegen de klok in (linksom), in elkaar grijpen
  490. WT.490 Begrijpen L5 L4 3.7.5; L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Illustreren dat tandwielen aan elkaar kunnen geschakeld worden door middel van een ketting.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ketting:
    • een reeks verbonden schakels die wordt gebruikt om mechanische kracht over te
        brengen tussen twee of meer tandwielen die niet direct in contact staan
    • kettingoverbrenging: Een systeem waarbij een ketting wordt gebruikt om de rotatie
        van het ene tandwiel over te brengen op een ander tandwiel, waardoor beweging
        en kracht worden overgedragen.

    Te hanteren begrippen

    de ketting, de overbrenging, het tandwiel
  491. WT.491 Begrijpen L5 L4 3.7.5; L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Beschrijven de draairichting van aan elkaar geschakelde tandwielen door middel van een ketting.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Draairichting:
    Aan elkaar geschakelde tandwielen door middel van een ketting hebben dezelfde
    draairichting.
  492. WT.492 Begrijpen L5 L4 3.7.5; L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Illustreren het gebruik van tandwielen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tandwielen:
    fiets, analoge klok, handmatige centrifuge
  493. WT.493 Gebruiken L5 L6 L4 3.7.5; L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Gebruiken tandwielen in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

  494. WT.494 Begrijpen L6 L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Illustreren het gebruik en de functie van een ketting en een riem.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    • als overbrenging van beweging
    • als overbrenging van kracht tussen tandwielen en schijven (V-snaarschijf)
    Gebruik:
    • Kettingoverbrengingen worden vaak gebruikt in fietsen en motorfietsen.
    • Riemoverbrengingen komen veel voor in machines en voertuigen voor het
        aandrijven van verschillende componenten (overbrenging van een aandrijvend
        element).

    Te hanteren begrippen

    de riem

    Voorbeelden

    Kettingen:
    fiets, kettingzaag
    Riemen:
    grasmaaier, wasmachine
  495. WT.495 Gebruiken L6 L4 3.7.5; L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Gebruiken het technisch principe ketting en riem als overbrenging in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Tandwielen, kettingen, riemen

  496. WT.496 Begrijpen L1 L2 L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Herkennen hefbomen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de hefboom
  497. WT.497 Begrijpen L3 L4 L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Beschrijven de werking van hefbomen.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    • de werking: last, macht, steunpunt
    • de functie: overbrenging van kracht: Door gebruik te maken van een hefboom, dien
        je minder kracht(inspanning) te leveren.
    • het gebruik: hamer, kruiwagen, notenkraker, koevoet

    Te hanteren begrippen

    de last, de macht, het steunpunt
  498. WT.498 Begrijpen L5 L6 L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Beschrijven de verhouding tussen lastarm en machtarm.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verhouding:
    Hoe langer de machtarm, hoe minder kracht (macht) je moet leveren om de last in
    beweging te krijgen.

    Te hanteren begrippen

    de lastarm, de machtarm, de hefboom
  499. WT.499 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Passen het hefboomprincipe bij gebruik van gereedschappen toe.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lola houdt de hamersteel zo ver mogelijk aan het uiteinde vast, zodat zij met minder
    kracht een spijker kan inslaan.
  500. WT.500 Gebruiken L5 L6 L6 3.7.7; L6 3.7.8

    Gebruiken het hefboomprincipe in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Technologie › Technische systemen beschrijven › Mechanische overbrengingen › Hefbomen