WT.181
Begrijpen
K3
Herkennen lichaamsdelen en organen van de mens.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Lichaamsdelen, organen en weefsels
- Leeftijd
- 5-6 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- KO 3.3.1; KO 3.3.2
- In de PDF
- pagina 63
Leerlijn
Herkennen lichaamsdelen en organen van de mens. MIA Lichaamsdelen en organen: • hart • longen • maag • spieren • botten Te hanteren begrippen het hart, de longen, de maag, de spier, het bot
Hangt samen met
- Vlag WT.185 Herkennen het bovenste deel van het spijsverteringskanaal. K3,L1,L2
- Vlag WT.192 Herkennen de delen van het skelet. K3
- Vlag WT.198 Herkennen de basisfunctie van spieren voor beweging. K3
- Vlag WT.207 Herkennen de delen en de functie van het ademhalingsstelsel. K3
- Vlag WT.218 Herkennen het hart als belangrijk deel van de bloedsomloop. K3,L1
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WT.185 Herkennen het bovenste deel van het spijsverteringskanaal. K3,L1,L2
- Vlag WT.192 Herkennen de delen van het skelet. K3
- Vlag WT.198 Herkennen de basisfunctie van spieren voor beweging. K3
- Vlag WT.207 Herkennen de delen en de functie van het ademhalingsstelsel. K3
- Vlag WT.218 Herkennen het hart als belangrijk deel van de bloedsomloop. K3,L1
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO
De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
L4
De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
gewrichten.
L6
De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.
De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.
3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.