WT.215
Engageren
L6
GO!-doel
Reflecteren over hun kennis om longgezondheid te beschermen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
- Leeftijd
- 11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Reflecteren
- Verwerkingsaspect
- Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 71,72
Leerlijn
Reflecteren over hun kennis om longgezondheid te beschermen. MIA Longgezondheid: • impact van roken en luchtvervuiling op longen • rookverbod • eigen rol en acties om gezondheid te bevorderen Te hanteren begrippen de gezonde leefomgeving, de verantwoordelijkheid
Hangt samen met
- Vlag SV.067 Beschrijven de risico's van het gebruik van genots- en verslavingsmiddelen. L6
- Vlag SV.068 Tonen hun kennis van een actieve, gezonde en veilige levensstijl in verschillende contexten. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO
De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
L4
De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
gewrichten.
L6
De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.
De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.
3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.