Leerplannen Leerplandoelen
WT.300 Begrijpen K2 K3 L1 GO!-doel

Herkennen hoe bewegende voorwerpen of personen versnellen of vertragen.

Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen Natuurkundige verschijnselen Snelheid

Leeftijd
4-5,5-6,6-7 jaar
Handelingswerkwoord
Herkennen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
geen — GO!-doel op populatieniveau
In de PDF
pagina 95

Leerlijn

Herkennen hoe bewegende voorwerpen of personen versnellen of vertragen.

Te hanteren begrippen
sneller, trager

Voorbeelden
Versnellen:
harder trappen op de fiets, een speelgoedauto van een helling duwen
Vertragen:
minder hard trappen, stoppen met trappen of remmen

Hangt samen met

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Natuurkundige verschijnselen”
KO

De kleuters kennen
3.5.1 de volgende begrippen met betrekking tot
natuurkundige verschijnselen:
• de zon, de lamp, licht, donker, de schaduw, de
    spiegel;
• het stopcontact, de batterij;
• aantrekken, afstoten, de magneet, magnetisch.
3.5.2 licht: de lichtbron, de reflectie.
3.5.3 geluid: hard, zacht.
3.5.4 magnetisme
• eigenschappen van magneten: aantrekken, afstoten.

De kleuters kunnen
3.5.5 magnetische en niet-magnetische materialen
onderscheiden.

L4

De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• de kracht, de massa;
• de plaats, de beweging, de snelheid, de weerstand,
    versnellen, vertragen, de richting;
• de energie, de energie-omzetting;
• de thermische energie, de temperatuur;
• de geluidsbron, de luidspreker, de toonhoogte, hoog,
    laag, de trilling;
• het magnetisme, de noordpool, de zuidpool, de
    magnetische kracht, de magnetische polen, het
    magnetisch veld, het kompas;
• de aggregatietoestand, vast, vloeibaar, gasvormig,
    smelten, stollen, verdampen, condenseren, het
    smeltpunt, het kookpunt.
3.5.2 kracht en beweging:
• de relatie tussen kracht en de verandering van de
    beweging bij een bepaalde massa;
• de relatie tussen massa en de verandering van de
    beweging bij een bepaalde kracht.
3.5.3 energie en energievormen:
• bewegingsenergie;
    < vb. windenergie >
• thermische energie.
    < vb. zonne-energie >
3.5.4 licht: rechtlijnige beweging.
3.5.5 geluid:
• ontstaan van geluid: trilling;

L6

De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• het gewicht, de druk, de weerstand;
    < vb. verschil in weerstand bij beweging in lucht of
    water >
• de energieomzetting;
• reflecteren, absorberen, doorlaten;
• de stroomkring, de geleider, de isolator, de spanning,
    de stroomsterkte

                                      .
3.5.2 kracht en beweging:
• het onderscheid tussen gewicht en massa;
• gewicht als kracht en massa als maat voor de
    hoeveelheid materie van een bepaalde stof;
• effecten van krachten: verandering van
    bewegingstoestand.
3.5.3 energie:
• kernenergie;
• elektrische energie;
• chemische energie.
    < vb. biomassa, fossiele energie >
3.5.4 licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.
3.5.5 geluid: de relatie tussen geluidssterkte en afstand
tot de geluidsbron.
3.5.6 elektrische verschijnselen:
• elektrische schakeling, stroomkring;
• toonhoogte of frequentie;
• geluidssterkte.
3.5.6 magnetisme:
• polen, noordpool, zuidpool, magnetische kracht;
• aarde als magneet.
3.5.7 aggregatietoestanden:
• de faseovergangen;
• de relatie tussen temperatuur en faseovergangen.

• geleiders, isolatoren;
• symbolen bij het voorstellen van een eenvoudige
    schakeling: energiebron, verbruiker, geleider,
    schakelaar.
    < vb. energiebron: batterij, verbruiker: lamp >
3.7.9 de werking van technische systemen op basis van
kennis over natuurkundige verschijnselen.

De leerlingen kunnen
3.5.7 natuurkundige verschijnselen onderzoeken met
behulp van de onderzoekscyclus.