Leerplannen Leerplandoelen
WT.246 Gebruiken L5 L6

Analyseren zintuiglijke waarnemingen.

Wetenschap en techniek Het menselijk lichaam Fysieke functies van het menselijk lichaam Waarneming

Leeftijd
10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Analyseren
Verwerkingsaspect
Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
Minimumdoelen
L6 3.3.1; L6 3.3.2
In de PDF
pagina 79

Leerlijn

Analyseren zintuiglijke waarnemingen.

MIA
Zintuigelijke waarnemingen:
• gebruik van verschillende zintuigen
• invloed van prikkels (geluid, licht, geur en textuur) op ervaring/ stemming.
• Specifieke zintuiglijke waarneming verandert als andere zintuigen worden beperkt.
• reactie lichaam

Te hanteren begrippen
de concentratie, de afleiding, de textuur, de emotionele reactie, de herinnering

Voorbeelden
• Liza experimenteert met het luisteren naar een verhaal, eerst zonder en daarna met
    een blinddoek. Ze beschrijft hoe het wegnemen van visuele prikkels haar
    concentratie en begrip beïnvloedt.
• Alma voelt met gesloten ogen aan verschillende materialen en vergelijkt hoe de
    textuur aanvoelt zonder zicht, in vergelijking met wanneer ze het materiaal ook kan
    zien.

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO

De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
    de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
    de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.

L4

De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
    de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
    gewrichten.

L6

De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
    meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
    eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.

De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
    kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.

3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).

De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.

3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
    zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
    het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
    baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
    slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
    water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.

De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.