WT.198
Begrijpen
K3
Herkennen de basisfunctie van spieren voor beweging.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
- Leeftijd
- 5-6 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- KO 3.3.1; KO 3.3.2
- In de PDF
- pagina 67
Leerlijn
Herkennen de basisfunctie van spieren voor beweging. MIA Functies spieren: • werken samen met botten om beweging mogelijk te maken • trekken samen om armen en benen te laten bewegen • zitten aan botten vast Te hanteren begrippen de spier, bewegen
Hangt samen met
- Vlag WT.181 Herkennen lichaamsdelen en organen van de mens. K3
- Vlag WT.182 Beschrijven de functie van lichaamsdelen en organen. K3
Wordt verwezen vanuit
- Vlag LO.001 Ontwikkelen spierkracht. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LO.002 Oefenen lenigheid. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LO.088 Ontwikkelen spierspanning. K1,K2,K3
- Vlag LO.089 Demonstreren dat ze gedurende een bepaalde tijd een ontspannen houding kunnen aannemen. K1,K2,K3
- Vlag LO.091 Demonstreren dat ze hun lichaam kunnen opspannen en ontspannen. K2,K3
- Vlag LO.092 Demonstreren een ontspannen houding of beweging na een beweging die grote inspanning vraagt. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LO.095 Ontwikkelen spierspanning. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.181 Herkennen lichaamsdelen en organen van de mens. K3
- Vlag WT.182 Beschrijven de functie van lichaamsdelen en organen. K3
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO
De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
L4
De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
gewrichten.
L6
De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.
De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.
3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.