WT.364
Begrijpen
L5
L6
Herkennen energievormen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 3.5.3
- In de PDF
- pagina 108,109
Leerlijn
Herkennen energievormen. MIA Energievorm: • elektrische energie • bewegingsenergie • thermische energie • kernenergie • chemische energie Te hanteren begrippen de chemische energie, de kernenergie
Hangt samen met
- Vlag AA.135 Illustreren de menselijke interactie met landschappen en infrastructuur. L4,L5
- Vlag WT.330 Illustreren dat elektriciteit aangeleverd wordt via centrales, accu's en batterijen. L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WT.330 Illustreren dat elektriciteit aangeleverd wordt via centrales, accu's en batterijen. L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Natuurkundige verschijnselen”
KO
De kleuters kennen
3.5.1 de volgende begrippen met betrekking tot
natuurkundige verschijnselen:
• de zon, de lamp, licht, donker, de schaduw, de
spiegel;
• het stopcontact, de batterij;
• aantrekken, afstoten, de magneet, magnetisch.
3.5.2 licht: de lichtbron, de reflectie.
3.5.3 geluid: hard, zacht.
3.5.4 magnetisme
• eigenschappen van magneten: aantrekken, afstoten.
De kleuters kunnen
3.5.5 magnetische en niet-magnetische materialen
onderscheiden.
L4
De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• de kracht, de massa;
• de plaats, de beweging, de snelheid, de weerstand,
versnellen, vertragen, de richting;
• de energie, de energie-omzetting;
• de thermische energie, de temperatuur;
• de geluidsbron, de luidspreker, de toonhoogte, hoog,
laag, de trilling;
• het magnetisme, de noordpool, de zuidpool, de
magnetische kracht, de magnetische polen, het
magnetisch veld, het kompas;
• de aggregatietoestand, vast, vloeibaar, gasvormig,
smelten, stollen, verdampen, condenseren, het
smeltpunt, het kookpunt.
3.5.2 kracht en beweging:
• de relatie tussen kracht en de verandering van de
beweging bij een bepaalde massa;
• de relatie tussen massa en de verandering van de
beweging bij een bepaalde kracht.
3.5.3 energie en energievormen:
• bewegingsenergie;
< vb. windenergie >
• thermische energie.
< vb. zonne-energie >
3.5.4 licht: rechtlijnige beweging.
3.5.5 geluid:
• ontstaan van geluid: trilling;
L6
De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• het gewicht, de druk, de weerstand;
< vb. verschil in weerstand bij beweging in lucht of
water >
• de energieomzetting;
• reflecteren, absorberen, doorlaten;
• de stroomkring, de geleider, de isolator, de spanning,
de stroomsterkte
.
3.5.2 kracht en beweging:
• het onderscheid tussen gewicht en massa;
• gewicht als kracht en massa als maat voor de
hoeveelheid materie van een bepaalde stof;
• effecten van krachten: verandering van
bewegingstoestand.
3.5.3 energie:
• kernenergie;
• elektrische energie;
• chemische energie.
< vb. biomassa, fossiele energie >
3.5.4 licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.
3.5.5 geluid: de relatie tussen geluidssterkte en afstand
tot de geluidsbron.
3.5.6 elektrische verschijnselen:
• elektrische schakeling, stroomkring;
• toonhoogte of frequentie;
• geluidssterkte.
3.5.6 magnetisme:
• polen, noordpool, zuidpool, magnetische kracht;
• aarde als magneet.
3.5.7 aggregatietoestanden:
• de faseovergangen;
• de relatie tussen temperatuur en faseovergangen.
• geleiders, isolatoren;
• symbolen bij het voorstellen van een eenvoudige
schakeling: energiebron, verbruiker, geleider,
schakelaar.
< vb. energiebron: batterij, verbruiker: lamp >
3.7.9 de werking van technische systemen op basis van
kennis over natuurkundige verschijnselen.
De leerlingen kunnen
3.5.7 natuurkundige verschijnselen onderzoeken met
behulp van de onderzoekscyclus.