WT.254
Begrijpen
L6
Beschrijven de functies van de hersenen.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Centraal zenuwstelsel
- Leeftijd
- 11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Beschrijven
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 3.3.1; L6 3.3.2
- In de PDF
- pagina 81
Leerlijn
Beschrijven de functies van de hersenen. MIA Functies: • verwerken van zintuiglijke prikkels • besturen van gedrag, geheugen, bewustzijn en emoties • aansturen van de stelsels
Hangt samen met
- Vlag WT.241 Beschrijven de structuur en werking van het oog en het proces van beeldvorming. L6
- Vlag WT.242 Beschrijven de structuur en werking van de neus en het proces van ruiken. L6
- Vlag WT.243 Beschrijven de structuur en werking van de huid en het proces van voelen. L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WT.241 Beschrijven de structuur en werking van het oog en het proces van beeldvorming. L6
- Vlag WT.242 Beschrijven de structuur en werking van de neus en het proces van ruiken. L6
- Vlag WT.243 Beschrijven de structuur en werking van de huid en het proces van voelen. L6
- Vlag WT.244 Beschrijven de samenwerking tussen zintuigen en hersenen bij complexe waarnemingen. L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO
De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
L4
De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
gewrichten.
L6
De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.
De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.
3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.