Leerplannen Leerplandoelen
WT.347 Gebruiken L3 L4 L5 L6

Gebruiken reflecterende oppervlakken om licht te weerkaatsen.

Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen Natuurkundige verschijnselen Licht Lichteffecten

Leeftijd
8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Gebruiken
Verwerkingsaspect
Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
Minimumdoelen
L4 3.5.4; L6 3.5.1; L6 3.5.4; L6 3.7.9
In de PDF
pagina 105

Leerlijn

Gebruiken reflecterende oppervlakken om licht te weerkaatsen.

Voorbeeld
Brodie houdt een stuk aluminiumfolie in de zon en ziet hoe het licht wordt weerkaatst
op de muur.

Hangt samen met

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Natuurkundige verschijnselen”
KO

De kleuters kennen
3.5.1 de volgende begrippen met betrekking tot
natuurkundige verschijnselen:
• de zon, de lamp, licht, donker, de schaduw, de
    spiegel;
• het stopcontact, de batterij;
• aantrekken, afstoten, de magneet, magnetisch.
3.5.2 licht: de lichtbron, de reflectie.
3.5.3 geluid: hard, zacht.
3.5.4 magnetisme
• eigenschappen van magneten: aantrekken, afstoten.

De kleuters kunnen
3.5.5 magnetische en niet-magnetische materialen
onderscheiden.

L4

De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• de kracht, de massa;
• de plaats, de beweging, de snelheid, de weerstand,
    versnellen, vertragen, de richting;
• de energie, de energie-omzetting;
• de thermische energie, de temperatuur;
• de geluidsbron, de luidspreker, de toonhoogte, hoog,
    laag, de trilling;
• het magnetisme, de noordpool, de zuidpool, de
    magnetische kracht, de magnetische polen, het
    magnetisch veld, het kompas;
• de aggregatietoestand, vast, vloeibaar, gasvormig,
    smelten, stollen, verdampen, condenseren, het
    smeltpunt, het kookpunt.
3.5.2 kracht en beweging:
• de relatie tussen kracht en de verandering van de
    beweging bij een bepaalde massa;
• de relatie tussen massa en de verandering van de
    beweging bij een bepaalde kracht.
3.5.3 energie en energievormen:
• bewegingsenergie;
    < vb. windenergie >
• thermische energie.
    < vb. zonne-energie >
3.5.4 licht: rechtlijnige beweging.
3.5.5 geluid:
• ontstaan van geluid: trilling;

L6

De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• het gewicht, de druk, de weerstand;
    < vb. verschil in weerstand bij beweging in lucht of
    water >
• de energieomzetting;
• reflecteren, absorberen, doorlaten;
• de stroomkring, de geleider, de isolator, de spanning,
    de stroomsterkte

                                      .
3.5.2 kracht en beweging:
• het onderscheid tussen gewicht en massa;
• gewicht als kracht en massa als maat voor de
    hoeveelheid materie van een bepaalde stof;
• effecten van krachten: verandering van
    bewegingstoestand.
3.5.3 energie:
• kernenergie;
• elektrische energie;
• chemische energie.
    < vb. biomassa, fossiele energie >
3.5.4 licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.
3.5.5 geluid: de relatie tussen geluidssterkte en afstand
tot de geluidsbron.
3.5.6 elektrische verschijnselen:
• elektrische schakeling, stroomkring;
• toonhoogte of frequentie;
• geluidssterkte.
3.5.6 magnetisme:
• polen, noordpool, zuidpool, magnetische kracht;
• aarde als magneet.
3.5.7 aggregatietoestanden:
• de faseovergangen;
• de relatie tussen temperatuur en faseovergangen.

• geleiders, isolatoren;
• symbolen bij het voorstellen van een eenvoudige
    schakeling: energiebron, verbruiker, geleider,
    schakelaar.
    < vb. energiebron: batterij, verbruiker: lamp >
3.7.9 de werking van technische systemen op basis van
kennis over natuurkundige verschijnselen.

De leerlingen kunnen
3.5.7 natuurkundige verschijnselen onderzoeken met
behulp van de onderzoekscyclus.