Leerplannen Leerplandoelen
WT.332 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

Gaan energiebesparend en veilig om met elektriciteit.

Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen Natuurkundige verschijnselen Elektriciteit

Leeftijd
5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Gaan
Verwerkingsaspect
Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
Minimumdoelen
geen — GO!-doel op populatieniveau
In de PDF
pagina 101

Leerlijn

Gaan energiebesparend en veilig om met elektriciteit.

MIA
Veilig:
elektriciteit met behulp van batterijen
gebruik van toestellen op stroomnet enkel onder begeleiding

Voorbeeld
Tillo trekt de stekker van de oplader uit als zijn tablet is opgeladen, om sluimerverbruik
te vermijden.

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Natuurkundige verschijnselen”
KO

De kleuters kennen
3.5.1 de volgende begrippen met betrekking tot
natuurkundige verschijnselen:
• de zon, de lamp, licht, donker, de schaduw, de
    spiegel;
• het stopcontact, de batterij;
• aantrekken, afstoten, de magneet, magnetisch.
3.5.2 licht: de lichtbron, de reflectie.
3.5.3 geluid: hard, zacht.
3.5.4 magnetisme
• eigenschappen van magneten: aantrekken, afstoten.

De kleuters kunnen
3.5.5 magnetische en niet-magnetische materialen
onderscheiden.

L4

De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• de kracht, de massa;
• de plaats, de beweging, de snelheid, de weerstand,
    versnellen, vertragen, de richting;
• de energie, de energie-omzetting;
• de thermische energie, de temperatuur;
• de geluidsbron, de luidspreker, de toonhoogte, hoog,
    laag, de trilling;
• het magnetisme, de noordpool, de zuidpool, de
    magnetische kracht, de magnetische polen, het
    magnetisch veld, het kompas;
• de aggregatietoestand, vast, vloeibaar, gasvormig,
    smelten, stollen, verdampen, condenseren, het
    smeltpunt, het kookpunt.
3.5.2 kracht en beweging:
• de relatie tussen kracht en de verandering van de
    beweging bij een bepaalde massa;
• de relatie tussen massa en de verandering van de
    beweging bij een bepaalde kracht.
3.5.3 energie en energievormen:
• bewegingsenergie;
    < vb. windenergie >
• thermische energie.
    < vb. zonne-energie >
3.5.4 licht: rechtlijnige beweging.
3.5.5 geluid:
• ontstaan van geluid: trilling;

L6

De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• het gewicht, de druk, de weerstand;
    < vb. verschil in weerstand bij beweging in lucht of
    water >
• de energieomzetting;
• reflecteren, absorberen, doorlaten;
• de stroomkring, de geleider, de isolator, de spanning,
    de stroomsterkte

                                      .
3.5.2 kracht en beweging:
• het onderscheid tussen gewicht en massa;
• gewicht als kracht en massa als maat voor de
    hoeveelheid materie van een bepaalde stof;
• effecten van krachten: verandering van
    bewegingstoestand.
3.5.3 energie:
• kernenergie;
• elektrische energie;
• chemische energie.
    < vb. biomassa, fossiele energie >
3.5.4 licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.
3.5.5 geluid: de relatie tussen geluidssterkte en afstand
tot de geluidsbron.
3.5.6 elektrische verschijnselen:
• elektrische schakeling, stroomkring;
• toonhoogte of frequentie;
• geluidssterkte.
3.5.6 magnetisme:
• polen, noordpool, zuidpool, magnetische kracht;
• aarde als magneet.
3.5.7 aggregatietoestanden:
• de faseovergangen;
• de relatie tussen temperatuur en faseovergangen.

• geleiders, isolatoren;
• symbolen bij het voorstellen van een eenvoudige
    schakeling: energiebron, verbruiker, geleider,
    schakelaar.
    < vb. energiebron: batterij, verbruiker: lamp >
3.7.9 de werking van technische systemen op basis van
kennis over natuurkundige verschijnselen.

De leerlingen kunnen
3.5.7 natuurkundige verschijnselen onderzoeken met
behulp van de onderzoekscyclus.