Leerplannen Leerplandoelen
WT.398 Begrijpen K2 K3

Herkennen wetenschappelijke vragen.

Wetenschap en techniek Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen Onderzoekende houding

Leeftijd
4-5,5-6 jaar
Handelingswerkwoord
Herkennen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
KO 3.6.2
In de PDF
pagina 116

Leerlijn

Herkennen wetenschappelijke vragen.

Voorbeelden
• Bea vraagt: “Hoe werkt een magneet?”
• John vraagt: “Waarom drijft een boot maar zinkt een steen?”

Hangt samen met

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen”
KO

De kleuters kennen
3.6.1 de relatie tussen oorzaak en gevolg.

De kleuters kunnen

L4

De leerlingen kennen
3.6.1 de volgende begrippen: het onderzoek, de
onderzoeksvraag, de hypothese, de conclusie.

L6

De leerlingen kennen
3.6.1 de volgende begrippen: de onderzoekcyclus, eerlijk
onderzoeken, verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek
uitvoeren, concluderen, presenteren.
3.6.2 aangeleerde woordenschat inzetten om te
redeneren over een wetenschappelijke vraag.

3.6.2 het concept van onderzoeksvraag en hypothese.

De leerlingen kunnen
3.6.3 een voorafgaand opgezet eerlijk onderzoek
uitvoeren.
3.6.4 systematisch waarnemingen noteren en conclusies
trekken.

3.6.2 de onderzoekcyclus als een gestructureerde aanpak
met de volgende fasen: verkennen, onderzoek opzetten,
onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren.

De leerlingen kunnen
3.5.7 natuurkundige verschijnselen onderzoeken met
behulp van de onderzoekscyclus.
3.6.3 een onderzoek opzetten met behulp van de
onderzoekcyclus.
3.6.4 de volgende basisprincipes van eerlijk onderzoek
toepassen: gecontroleerde omstandigheden,
reproduceerbaarheid.
KO

De kleuters weten

L4

De leerlingen kennen

L6

De leerlingen kennen
3.6.3 dat voorwerpen en materialen een functie hebben
en ontworpen zijn om een probleem op te lossen.

3.6.5 ontwerpen als een manier om aan een behoefte te
voldoen.

De leerlingen kunnen
3.6.6 met concreet materiaal en gegeven criteria een
ontwerp bedenken en uitvoeren om aan een behoefte te
voldoen.

3.6.5 de volgende begrippen: ontwerpen, optimaliseren,
de ontwerpcyclus, verkennen, ideeën verzinnen en
selecteren, het ontwerp plannen, het ontwerp realiseren,
testen en optimaliseren, presenteren.
3.6.6 de ontwerpcyclus als een gestructureerde aanpak
met de volgende fasen: verkennen, ideeën verzinnen en
selecteren, ontwerp plannen, ontwerp realiseren, testen
en optimaliseren, presenteren.
3.6.7 het belang van het formuleren van criteria om aan
een behoefte te voldoen.

De leerlingen kunnen
3.6.8 ontwerpen met behulp van de ontwerpcyclus.