WT.399
Gebruiken
K2
K3
Beantwoorden wetenschappelijke vragen.
Wetenschap en techniek › Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
- Leeftijd
- 4-5,5-6 jaar
- Handelingswerkwoord
- Beantwoorden
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- KO 3.6.2
- In de PDF
- pagina 116
Leerlijn
Beantwoorden wetenschappelijke vragen. Voorbeelden Wetenschappelijke vragen: • Hoe werkt een schaar? • Hoe kunnen we een auto sneller laten rijden? • Hoe voelt metaal anders dan hout? • Hoe kunnen we de toren bouwen zodat hij niet snel omvalt?
Hangt samen met
- Vlag LL.068 Verwoorden vakspecifieke leerstrategieën. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LL.075 Herkennen manieren voor het beantwoorden van een leervraag. K1,K2,K3
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WT.275 Herkennen waarneembare eigenschappen van materie. K2,K3
- Vlag WT.276 Classificeren materie op basis van 1 of 2 waarneembare eigenschappen. K2,K3
- Vlag WT.294 Herkennen verschillende soorten krachten. L1
- Vlag WT.305 Herkennen materie die drijft of zinkt. K2,K3
- Vlag WT.512 Herkennen technische principes van constructies. K3,L1,L2
- Vlag WT.521 Herkennen technische principes van constructies. K1,K2
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Systematische en methodologische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen”
KO De kleuters kennen 3.6.1 de relatie tussen oorzaak en gevolg. De kleuters kunnen L4 De leerlingen kennen 3.6.1 de volgende begrippen: het onderzoek, de onderzoeksvraag, de hypothese, de conclusie. L6 De leerlingen kennen 3.6.1 de volgende begrippen: de onderzoekcyclus, eerlijk onderzoeken, verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren.
3.6.2 aangeleerde woordenschat inzetten om te redeneren over een wetenschappelijke vraag. 3.6.2 het concept van onderzoeksvraag en hypothese. De leerlingen kunnen 3.6.3 een voorafgaand opgezet eerlijk onderzoek uitvoeren. 3.6.4 systematisch waarnemingen noteren en conclusies trekken. 3.6.2 de onderzoekcyclus als een gestructureerde aanpak met de volgende fasen: verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren. De leerlingen kunnen 3.5.7 natuurkundige verschijnselen onderzoeken met behulp van de onderzoekscyclus. 3.6.3 een onderzoek opzetten met behulp van de onderzoekcyclus. 3.6.4 de volgende basisprincipes van eerlijk onderzoek toepassen: gecontroleerde omstandigheden, reproduceerbaarheid.
KO De kleuters weten L4 De leerlingen kennen L6 De leerlingen kennen
3.6.3 dat voorwerpen en materialen een functie hebben en ontworpen zijn om een probleem op te lossen. 3.6.5 ontwerpen als een manier om aan een behoefte te voldoen. De leerlingen kunnen 3.6.6 met concreet materiaal en gegeven criteria een ontwerp bedenken en uitvoeren om aan een behoefte te voldoen. 3.6.5 de volgende begrippen: ontwerpen, optimaliseren, de ontwerpcyclus, verkennen, ideeën verzinnen en selecteren, het ontwerp plannen, het ontwerp realiseren, testen en optimaliseren, presenteren. 3.6.6 de ontwerpcyclus als een gestructureerde aanpak met de volgende fasen: verkennen, ideeën verzinnen en selecteren, ontwerp plannen, ontwerp realiseren, testen en optimaliseren, presenteren. 3.6.7 het belang van het formuleren van criteria om aan een behoefte te voldoen. De leerlingen kunnen 3.6.8 ontwerpen met behulp van de ontwerpcyclus.