WT.210
Begrijpen
L3
L4
Herkennen de functie van het ademhalingsstelsel.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Ademhalingsstelsel
- Leeftijd
- 8-9,9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 3.3.2
- In de PDF
- pagina 70
Leerlijn
Herkennen de functie van het ademhalingsstelsel.
MIA
Functie ademhalingsstelsel:
• Ademhalen zorgt ervoor dat het lichaam zuurstof binnenkrijgt, wat nodig is voor het
goed functioneren van de organen.
• Zuurstof geeft het lichaam energie om te bewegen, te denken en te groeien.
• Bij het uitademen worden afvalstoffen afgevoerd.
Te hanteren begrippen
ademhalen, de energie, inademen, uitademen, de afvalstof, de zuurstof
Hangt samen met
- Vlag WT.006 Herkennen dieren op basis van bouw. L3,L4
- Vlag WT.200 Beschrijven de werking van gewrichten en spieren voor het buigen en strekken van lichaamsdelen. L3
- Vlag WT.202 Beschrijven hoe spieren, botten en pezen samenwerken om beweging mogelijk te maken. L4
- Vlag WT.220 Beschrijven hoe het hart, bloed en bloedvaten samenwerken om zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam te vervoeren. L3,L4
Wordt verwezen vanuit
- Vlag AA.066 Verwoorden de functies van de atmosfeer. L3,L4
- Vlag LO.096 Illustreren de korte- en langetermijneffecten van fysieke inspanning op het lichaam. L3,L4
- Vlag SV.063 Illustreren strategieën om stress en angst te verminderen en om te gaan met falen, tegenslag en veranderingen. L3,L4
- Vlag WT.006 Herkennen dieren op basis van bouw. L3,L4
- Vlag WT.200 Beschrijven de werking van gewrichten en spieren voor het buigen en strekken van lichaamsdelen. L3
- Vlag WT.202 Beschrijven hoe spieren, botten en pezen samenwerken om beweging mogelijk te maken. L4
- Vlag WT.220 Beschrijven hoe het hart, bloed en bloedvaten samenwerken om zuurstof en voedingsstoffen door het lichaam te vervoeren. L3,L4
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO
De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
L4
De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
gewrichten.
L6
De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.
De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.
3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.