Leerplannen Leerplandoelen
WT.434 Engageren L5 L6

Beargumenteren technologische en wetenschappelijke innovatie en vooruitgang.

Wetenschap en techniek Technologie Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

Leeftijd
10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Beargumenteren
Verwerkingsaspect
Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
Minimumdoelen
L6 3.7.2
In de PDF
pagina 128

Leerlijn

Beargumenteren technologische en wetenschappelijke innovatie en vooruitgang.

MIA
Beargumenteren:
argumenten pro en contra betreffende evolutie, functie van technische systemen,
materiaalgebruik en materie en natuurlijke verschijnselen

Voorbeelden
• Sven legt uit dat de technologische innovatie van elektrische auto’s helpt om
    minder CO₂ uit te stoten, wat bijdraagt aan een duurzamere toekomst. Werner
    geeft aan dat de batterijen voor auto’s grondstoffen nodig hebben die in bepaalde
    landen in mensonwaardige omstandigheden worden opgedolven.
• Christof ziet dat de wetenschappelijke vooruitgang in zonne-energie ervoor zorgt
    dat zonnepanelen steeds efficiënter worden en schonere elektriciteit kunnen
    opwekken. Chris geeft aan dat voor de productie van de panelen veel materialen en
    energie nodig is.

Hangt samen met

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Technologie”
KO

L4

L6

De leerlingen kennen
3.7.1 de volgende begrippen: de wisselwerking, de
wetenschap, de technologie, de technologische
ontwikkeling, de wetenschappelijke ontdekking, de
innovatie, de uitvinding, de duurzaamheid, de ecologische
voetafdruk, de ethiek.

De leerlingen kunnen
3.7.2 uitdrukken dat gevolgen van wetenschappen en
technologie op zichzelf, anderen, het milieu en de
maatschappij, zowel op korte als op lange termijn,
positief, negatief of onzeker kunnen zijn.
KO

De kleuters kunnen
3.7.1 leeftijdsadequate technische systemen correct en
veilig gebruiken.

L4

De leerlingen kennen
3.7.1 de volgende begrippen: monteren, demonteren.
3.7.2 basisgereedschap voor montage en demontage.

L6

De leerlingen kennen
3.7.3 de volgende begrippen: herstellen, onderhouden.
De leerlingen kunnen
3.7.3 basisvaardigheden toepassen bij het monteren en
demonteren van technische systemen.

3.7.4 basisgereedschap voor basisonderhoud en
herstellingen.
3.7.5 het belang van het onderhouden en herstellen van
technische systemen.

De leerlingen kunnen
3.7.6 basisonderhoud en kleine herstellingen uitvoeren.
<bv. fietsband plakken, batterij vervangen >
KO

L4

De leerlingen kennen

L6

De leerlingen kennen
3.7.4 het volgende begrip: de onderdelen.

De leerlingen kunnen
3.7.5 de werking van een technisch systeem beschrijven
aan de hand van onderdelen en materialen.
3.7.6 verwoorden hoe vormgeving en design een rol
spelen bij het gebruik van technische systemen.

3.7.7 de volgende begrippen: het tandwiel, de riem, de
ketting, de hefboom, de katrol, het technische systeem,
de vormgeving, het design.
3.7.8 belangrijke mechanische overbrengingen:
tandwielen, riemen en kettingen, hefbomen, katrollen.
3.7.9 de werking van technische systemen op basis van
kennis over natuurkundige verschijnselen.

De leerlingen kunnen
3.7.10 de werking, de bouw en de materiaalkeuze van
technische systemen analyseren en beschrijven.