WT.225
Begrijpen
L6
Beschrijven de werking van de bloedsomloop.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Bloedsomloop
- Leeftijd
- 11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Beschrijven
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 3.3.1; L6 3.3.2; L6 3.2.17
- In de PDF
- pagina 74
Leerlijn
Beschrijven de werking van de bloedsomloop.
MIA
Werking:
• De bloedsomloop is de beweging van bloed door het lichaam, aangedreven door de
samentrekkingen van het hart.
• Grote bloedsomloop: Het zuurstofrijke bloed stroomt van het hart naar de organen
en weefsels in het lichaam en keert als zuurstofarm bloed terug naar het hart.
• Kleine bloedsomloop: Het zuurstofarme bloed stroomt van het hart naar de longen
om zuurstof op te nemen en koolstofdioxide af te geven, waarna het als zuurstofrijk
bloed terugkeert naar het hart.
• Bij grote inspanningen ga je sneller ademen zodat er meer zuurstoftoevoer is naar
de spieren.
Te hanteren begrippen
het zuurstofarm bloed, het zuurstofrijk bloed, de grote bloedsomloop, de kleine
bloedsomloop, de koolstofdioxide
Hangt samen met
- Schakel WT.212 Beschrijven de functie van het ademhalingsstelsel in termen van gasuitwisseling. L6
- Vlag LO.097 Verwoorden het belang van het doseren van een fysieke inspanning. L5,L6
- Vlag WT.241 Beschrijven de structuur en werking van het oog en het proces van beeldvorming. L6
- Vlag WT.242 Beschrijven de structuur en werking van de neus en het proces van ruiken. L6
- Vlag WT.243 Beschrijven de structuur en werking van de huid en het proces van voelen. L6
- Vlag WT.244 Beschrijven de samenwerking tussen zintuigen en hersenen bij complexe waarnemingen. L6
Wordt verwezen vanuit
- Schakel WT.212 Beschrijven de functie van het ademhalingsstelsel in termen van gasuitwisseling. L6
- Vlag WT.241 Beschrijven de structuur en werking van het oog en het proces van beeldvorming. L6
- Vlag WT.242 Beschrijven de structuur en werking van de neus en het proces van ruiken. L6
- Vlag WT.243 Beschrijven de structuur en werking van de huid en het proces van voelen. L6
- Vlag WT.244 Beschrijven de samenwerking tussen zintuigen en hersenen bij complexe waarnemingen. L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO
De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
L4
De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
gewrichten.
L6
De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.
De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.
3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.