WT.202
Begrijpen
L4
Beschrijven hoe spieren, botten en pezen samenwerken om beweging mogelijk te maken.
Wetenschap en techniek › Het menselijk lichaam › Fysieke functies van het menselijk lichaam › Skelet en spieren
- Leeftijd
- 9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Beschrijven
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L4 3.3.1; L4 3.3.2
- In de PDF
- pagina 68
Leerlijn
Beschrijven hoe spieren, botten en pezen samenwerken om beweging mogelijk te
maken.
MIA
Samenwerken:
• Spieren trekken samen en werken samen met botten om beweging mogelijk te
maken.
• Pezen verbinden spieren aan botten en maken het mogelijk dat spieren de botten
kunnen bewegen.
Te hanteren begrippen
de pees, de kracht, samenwerking
Voorbeelden
• Gino vertelt dat pezen ervoor zorgen dat zijn spieren kracht kunnen uitoefenen op
zijn botten, waardoor hij kan bewegen.
• Bianca legt uit dat de samenwerking tussen haar spieren en botten ervoor zorgt dat
haar armen en benen soepel kunnen bewegen.
Hangt samen met
- Vlag WT.210 Herkennen de functie van het ademhalingsstelsel. L3,L4
- Vlag WT.251 Herkennen de samenwerking tussen hersenen, ruggenmerg en zenuwen om het lichaam te laten reageren. L4
Wordt verwezen vanuit
- Vlag LO.001 Ontwikkelen spierkracht. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LO.002 Oefenen lenigheid. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LO.092 Demonstreren een ontspannen houding of beweging na een beweging die grote inspanning vraagt. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LO.095 Ontwikkelen spierspanning. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LO.096 Illustreren de korte- en langetermijneffecten van fysieke inspanning op het lichaam. L3,L4
- Vlag WT.210 Herkennen de functie van het ademhalingsstelsel. L3,L4
- Vlag WT.251 Herkennen de samenwerking tussen hersenen, ruggenmerg en zenuwen om het lichaam te laten reageren. L4
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Het menselijk lichaam”
KO
De kleuters kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spieren, de botten, de longen, het hart, de maag,
de ogen, de oren, de neus, de mond, de huid;
• bewegen, steunen, ademen, de hartslag, de honger,
de dorst;
• zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
L4
De leerlingen kennen
3.3.1 de volgende begrippen:
• de spijsvertering, de slokdarm, de lever, de darmen,
de anus;
• de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de
gewrichten.
L6
De leerlingen kennen
3.2.9 de volgende begrippen:
• de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de
meeldraden, het vruchtbeginsel;
• de cel;
• de evolutie, de soort, de aanpassing, de erfelijke
eigenschappen.
3.3.2 lichaamsdelen en hun functie: spieren, botten,
longen, hart, maag, ogen, oren, neus, mond, huid.
De kleuters kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen op het eigen lichaam aanduiden
en benoemen.
3.1.2
• organismen beschrijven op basis van waarneembare
kenmerken;
• fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
3.3.2 fysieke functies van de mens en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: spijsvertering,
beweging, steun (skelet).
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen op het
eigen lichaam aanduiden en benoemen.
3.3.1 de volgende begrippen:
• de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de
zenuwen;
• de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis,
het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de
baarmoeder, de vagina;
• de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen;
• de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de
slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.
3.3.2 fysieke functies van de mens, en de bijbehorende
weefsels en organen met hun functie: waarneming,
voortplanting, ademhaling, bloedsomloop.
3.2.17 de volgende begrippen:
• de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas;
• de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het
water, het mineraal, de vitamine, de vezels.
De leerlingen weten
3.2.12 dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.
De leerlingen kunnen
3.3.3 deze lichaamsdelen, weefsels en organen
schematisch weergeven.