WT.395
Begrijpen
L3
L4
Beschrijven de werking van magneten en van hun polen.
Wetenschap en techniek › Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
- Leeftijd
- 8-9,9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Beschrijven
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L4 3.5.1; L4 3.5.6
- In de PDF
- pagina 114,115
Leerlijn
Beschrijven de werking van magneten en van hun polen.
MIA
Magneten en polen:
• De noordpool van de ene magneet wordt aangetrokken door de zuidpool van de
andere magneet.
• Twee noordpolen stoten elkaar af en twee zuidpolen stoten elkaar af.
• Magneten trekken materialen die je magnetisch kan maken aan.
• Het magnetisch veld is een onzichtbaar veld waarbinnen de magneet zijn krachten
uitoefent. Hoe verder van de magneet, hoe zwakker het magnetisch veld wordt.
• De aarde heeft ook een magnetisch veld. Het rode deel van het kompas wijst naar
het magnetisch noorden.
Te hanteren begrippen
het magnetisme, de pool, de noordpool, de zuidpool, afstoten, aantrekken, de
magnetische kracht, de magnetische pool, het magnetisch veld, het kompas
Voorbeeld
Materialen die je magnetisch kan maken:
ijzer, kobalt, nikkel
Hangt samen met
- Vlag AA.087 Benoemen de verschillende lagen van de aarde met hun relatieve temperatuur. L3,L4
- Vlag AA.248 Herkennen de functie en het gebruik van een kompas. L3
- Vlag LL.098 Voeren een onderzoek uit. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.406 Voeren een wetenschappelijk – technologisch onderzoek. L3,L4
Wordt verwezen vanuit
- Vlag AA.087 Benoemen de verschillende lagen van de aarde met hun relatieve temperatuur. L3,L4
- Vlag AA.248 Herkennen de functie en het gebruik van een kompas. L3
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Natuurkundige verschijnselen”
KO
De kleuters kennen
3.5.1 de volgende begrippen met betrekking tot
natuurkundige verschijnselen:
• de zon, de lamp, licht, donker, de schaduw, de
spiegel;
• het stopcontact, de batterij;
• aantrekken, afstoten, de magneet, magnetisch.
3.5.2 licht: de lichtbron, de reflectie.
3.5.3 geluid: hard, zacht.
3.5.4 magnetisme
• eigenschappen van magneten: aantrekken, afstoten.
De kleuters kunnen
3.5.5 magnetische en niet-magnetische materialen
onderscheiden.
L4
De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• de kracht, de massa;
• de plaats, de beweging, de snelheid, de weerstand,
versnellen, vertragen, de richting;
• de energie, de energie-omzetting;
• de thermische energie, de temperatuur;
• de geluidsbron, de luidspreker, de toonhoogte, hoog,
laag, de trilling;
• het magnetisme, de noordpool, de zuidpool, de
magnetische kracht, de magnetische polen, het
magnetisch veld, het kompas;
• de aggregatietoestand, vast, vloeibaar, gasvormig,
smelten, stollen, verdampen, condenseren, het
smeltpunt, het kookpunt.
3.5.2 kracht en beweging:
• de relatie tussen kracht en de verandering van de
beweging bij een bepaalde massa;
• de relatie tussen massa en de verandering van de
beweging bij een bepaalde kracht.
3.5.3 energie en energievormen:
• bewegingsenergie;
< vb. windenergie >
• thermische energie.
< vb. zonne-energie >
3.5.4 licht: rechtlijnige beweging.
3.5.5 geluid:
• ontstaan van geluid: trilling;
L6
De leerlingen kennen
3.5.1 de volgende begrippen:
• het gewicht, de druk, de weerstand;
< vb. verschil in weerstand bij beweging in lucht of
water >
• de energieomzetting;
• reflecteren, absorberen, doorlaten;
• de stroomkring, de geleider, de isolator, de spanning,
de stroomsterkte
.
3.5.2 kracht en beweging:
• het onderscheid tussen gewicht en massa;
• gewicht als kracht en massa als maat voor de
hoeveelheid materie van een bepaalde stof;
• effecten van krachten: verandering van
bewegingstoestand.
3.5.3 energie:
• kernenergie;
• elektrische energie;
• chemische energie.
< vb. biomassa, fossiele energie >
3.5.4 licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.
3.5.5 geluid: de relatie tussen geluidssterkte en afstand
tot de geluidsbron.
3.5.6 elektrische verschijnselen:
• elektrische schakeling, stroomkring;
• toonhoogte of frequentie;
• geluidssterkte.
3.5.6 magnetisme:
• polen, noordpool, zuidpool, magnetische kracht;
• aarde als magneet.
3.5.7 aggregatietoestanden:
• de faseovergangen;
• de relatie tussen temperatuur en faseovergangen.
• geleiders, isolatoren;
• symbolen bij het voorstellen van een eenvoudige
schakeling: energiebron, verbruiker, geleider,
schakelaar.
< vb. energiebron: batterij, verbruiker: lamp >
3.7.9 de werking van technische systemen op basis van
kennis over natuurkundige verschijnselen.
De leerlingen kunnen
3.5.7 natuurkundige verschijnselen onderzoeken met
behulp van de onderzoekscyclus.