244 doelen
-
Herkennen hoe mensen in de prehistorie leefden en overleefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
-
Illustreren hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De prehistorie: ontwikkelingen: voedsel verzamelen en jagen
Te hanteren begrippen
de prooi, jagen, het voedsel, verzamelen, op jacht
-
Illustreren hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De prehistorie: • ontwikkelingen: het gebruik van vuur, werktuigen, grot- en muurschilderingen • personen en groepen: kleine groep (de stam)
Te hanteren begrippen
het vuur, het mes, de speer, de bijl, de pijlpunt, het vee, de muurschildering, de grot, de steen, het been
-
Benoemen bronnen uit de prehistorie.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: beenderen fossielen werktuig rotsschildering
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De prehistorie: • ontwikkelingen: rechtop lopen, taal, omgang met anderen, werktuigen (brons en ijzer) • plaatsen: MaasvalleiTe hanteren begrippen
het werktuig, het brons, het ijzer, de Maasvallei, de vallei, de rivier, rechtop lopen, samen, samenleven, de taal, spreken
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De prehistorie: • ontwikkelingen: de eerste migraties, relaties tussen mens-dier-plant, leven op het ritme van dag/nacht/seizoenen • plaatsen: Afrika (Rift-vallei), Flores, Çatalhöyük • personen en groepen: complexere sociale groepen, Sapiens, de NeanderthalerTe hanteren begrippen
de nomade, de verzamelaar, de landbouw, het gewas, het getemde dier, de migratie, leven op ritme van natuur, de mensachtige, de mens ontwikkelt, de nederzetting, de landbouwgemeenschap, het dorp
-
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de prehistorie ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Ontwikkelingen: • rechtop lopen: Dit gaf vroege mensachtigen een beter overzicht van hun omgeving en maakte hun handen vrij voor werktuigen en gebaren. Deze ontwikkeling begon waarschijnlijk in Afrika, vooral in de regio van de Rift-vallei. • ontwikkeling van taal: Communicatie verbeterde, wat samenwerking en sociale banden versterkte. Neanderthalers hadden waarschijnlijk een eenvoudige vorm van taal. Bij de Homo sapiens was taal verder ontwikkeld, wat samenwerking, kennisoverdracht en migratie naar nieuwe gebieden vergemakkelijkte. • complexere omgang met anderen: Sociale groepen werden groter en het samenleven kreeg complexere structuren. In nederzettingen zoals Çatalhöyük leefden mensen dicht op elkaar en ontstonden nieuwe vormen van samenwerking, taakverdeling en organisatie. Çatalhöyük is een van de oudste bekende permanente nederzettingen. • werktuigen van brons en ijzer: Mensen leerden werktuigen en wapens van brons en later van ijzer maken. Deze metalen werktuigen waren sterker en duurzamer dan stenen werktuigen en verbeterden landbouw, ambacht en overlevingskansen. Deze ontwikkelingen verspreidden zich over grote delen van Europa, waaronder de Maasvallei, waar vroege landbouwgemeenschappen leefden. • eerste migraties: Vroege mensen verspreidden zich vanuit Afrika (waarschijnlijk vanuit de Rift-vallei) naar andere delen van de wereld, waaronder Flores, waar een aparte mensensoort, Homo floresiensis, leefde. • relaties tussen mens, dier en plant: Aan het einde van de prehistorie begonnen mensen dieren te domesticeren en gewassen te verbouwen, wat leidde tot een sedentaire levensstijl, waarbij mensen op vaste plekken gingen wonen. Neanderthalers leefden sterk in afhankelijkheid van hun natuurlijke omgeving en pasten zich aan koude klimaten aan door hun jachttechnieken, kleding en gebruik van vuur. • leven in het ritme van dag en nacht en seizoenen: Mensen leerden zich aan te passen aan het klimaat en de cycli van de natuur, waardoor ze effectiever konden jagen, verzamelen en uiteindelijk landbouw ontwikkelen. Kennis van seizoenen werd belangrijk voor het plannen van voedselvoorziening en landbouwactiviteiten. -
Vergelijken de prehistorie met het heden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
-
Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de prehistorie.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
-
Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de prehistorie.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Formuleren: • continuïteit versus verandering o aspecten die veranderen (verandering) o aspecten die continu zijn (continuïteit) -
Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de prehistorie.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oorzaken en gevolgen: • Ontdekking van vuur. Oorzaak: mensen ontdekten hoe ze vuur konden maken of bewaren. Gevolg: Ze konden zich verwarmen, voedsel koken en wilde dieren wegjagen. Het vuur zorgde ook voor sterkere banden met elkaa: mensen verzamelden zich vaak rond het vuur, dat een centrale plek had in de gemeenschap. • Ontstaan van landbouw. Oorzaak: mensen wilden meer zekerheid over voedsel. Gevolg: ze gingen op één plaats wonen en begonnen groenten en vee te telen. -
Vergelijken een perspectief van mensen in de prehistorie met een hedendaags perspectief.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Manu zegt: “In de prehistorie dachten mensen dat onweer iets was dat de goden deden omdat ze boos waren. Nu weten wij dat het komt door elektriciteit in de lucht. Zij konden het niet weten, want er was geen wetenschap of elektriciteit zoals wij die nu hebben. Wij kunnen dingen meten met machines, zij moesten alles verklaren met wat ze zagen of dachten."
-
Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de prehistorie.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: oorzaak-gevolg continuïteit versus verandering
-
Formuleren historische vragen bij de prehistorie.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: oorzaak-gevolg continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Oorzaak gevolg: Waarom zijn mensen gestopt met jagen en verzamelen? Continuïteit versus verandering: Wat veranderde er aan hun manier van wonen toen de mensen in de prehistorie boer werden?
-
Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de prehistorie vanuit verschillende perspectieven.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Ontdekking en gebruik van vuur. Jager: “Met vuur kunnen we dieren wegjagen en vlees bakken, waardoor het makkelijker eetbaar wordt en langer goed blijft.” Familie: “We hebben licht en warmte in de grot.” Andere groepen: “Mensen met vuur lijken sterker.” Historicus: “Vuur was een belangrijke stap in de ontwikkeling van de mens.” • Overgang van jagen naar landbouw. Jager: “Door op één plaats te blijven wonen, hebben we meer voedselzekerheid omdat we zelf gewassen verbouwen en dieren houden. Maar ik vind het moeilijk dat we minder vrij kunnen rondtrekken en harder moeten werken op het land.” Boer: “Een vaste woonplaats is beter omdat we huizen kunnen bouwen, voedsel kunnen opslaan en een dorp vormen. Daardoor kunnen gezinnen groeien en voelen we ons veiliger.” Stamleider: “Sedentair leven maakt het makkelijker om afspraken te maken over grond en voedselvoorraden. Maar er kunnen ook conflicten ontstaan over eigendom en bezit.” Historicus: “Landbouw veranderde het leven van mensen helemaal.” -
Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de prehistorie.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
-
Tonen hun kennis van de prehistorische tijd in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Isla bespreekt tijdens de les over het classificeren van organismen de uiterlijke kenmerken en de eetgewoontes van de prehistorische mensen. • Bilal maakt samen met zijn klas een kampvuur en legt uit hoe vuur in de prehistorie werd gemaakt en waarom het zo belangrijk was voor de prehistorische mens. -
Herkennen hoe mensen in de oudheid leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
-
Illustreren hoe mensen tijdens de oudheid leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De oudheid - Egyptische samenleving: • ontwikkelingen: begraven • plaatsen: Egypte, de piramides • personen en groepen: farao
Te hanteren begrippen
de piramide, begraven, de farao
-
Illustreren hoe mensen tijdens de oudheid leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De oudheid - Egyptische samenleving: • ontwikkelingen: schrift (hiërogliefen, de Steen van Rosetta, papyrus) • plaatsen: de piramides van Gizeh, de Nijl • personen en groepen: boer, priester, farao
Te hanteren begrippen
Egypte, het schrift, de papyrus, het schrijven op steen, krassen, de Nijl
-
Benoemen bronnen uit de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: hiërogliefen op tempels • materiële bronnen: tempels, piramiden, sieraden, wapens
Te hanteren begrippen
de tempel, het wapen, het juweel, schrijven
-
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De oudheid - de Romeinen: • ontwikkelingen: imperialisme, migratie, handel over lange afstanden, culturele uitwisseling, voedselproductie, dagelijks leven • plaatsen: wegennetwerk, keukens, Rome, Tongeren • gebeurtenissen: ontstaan van het christendomTe hanteren begrippen
de Romeinen, Rome, Tongeren, de god, de godin, de (eerste) wegen, de heirbaan, de handel, kopen, verkopen, de keuken, een groot rijk met één leider, het geloof, het christendom, lange reizen maken, verhuizen, het Romeinse bad, het eten, de eetgewoonte, het toilet, de centrale verwarming
-
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De oudheid – Mesopotamië: • ontwikkelingen: standenmaatschappij, beroepsspecialisatie, slavernij, handel • plaatsen: stroomgebied van Tigris en Eufraat, stadstaat • personen en groepen: slaafgemaakten, koning De oudheid - de Griekse wereld: • ontwikkelingen: mythologie, religie • plaatsen: Athene, de Akropolis, de berg Olympus
Te hanteren begrippen
de koning, de priester, de schriftgeleerde, de handelaar, de ambachtslui, de boer, de slaaf, de slavernij, de standen, arm en rijk, de Griekse wereld, Mesopotamië, de rivier, de stroom, het stroomgebied, de Tigris, de Eufraat, de stadstaat, de mythe, de godsdienst, de berg Olympus, Athene, de Akropolis, het hoogste punt van de stad, de tempel Parthenon, de hoge heuvel, de heilige plaats, de godin Athena
-
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De oudheid - de Griekse wereld: • ontwikkelingen: filosofie, democratie, burgerrechten • plaatsen: Athene • personen en groepen: de aristocratie, Socrates, Archimedes, Hippocrates, vrouwen in de Griekse oudheid • gebeurtenissen: de wetten van Solon De oudheid - De Romeinen: • ontwikkelingen: identiteit en integratie • plaatsen: Rome, Pompeii, Carthago, Velzeke, Limes • personen en groepen: Hannibal, Cornelia, Caesar, keizer Augustus, slaafgemaakten, de Kelten, Germanen, Constantijn • gebeurtenissen: Pax RomanaTe hanteren begrippen
de Grieken, de Romeinen, de aristocratie, de machtige familie, de filosoof, de slimme man, Socrates, de uitvinder (wiskunde, techniek), Archimedes, de dokter, Hippocrates, de wet, de regel, de wetten van Solon, de rechten, de burger, de Griekse vrouw (Oudheid), de huisvrouw, het vrouwenrecht, tijd van vrede, Hannibal, Cornelia, Caesar, keizer Augustus, Constantijn, de kerk, de Kelten, de dappere krijger, de Germanen, Rome, Pompeii, Carthago, Velzeke, Limes
-
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De oudheid – Mesopotamië: • ontwikkelingen: irrigatielandbouw, spijkerschrift, epische verhalen (over helden en goden) • plaatsen: ziggoerat (grote tempel) • personen en groepen: schriftgeleerde • gebeurtenissen: Codex Hammurabi (een van de eerste wetboeken met 282 wetten voor de Babyloniërs); Gilgamesj-eposTe hanteren begrippen
de irrigatie, de landbouw, de bevloeiing, het graven van kanalen en sloten, het spijkerschrift, het stokje, de kleitablet, de grote tempel, het offer, de wetten en regels, “oog voor oog, tand voor tand”, het wetboek, de mythe
-
Benoemen relevante bronnen voor de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: Mesopotamië: inscripties in tempels, wetboek, Rome/Griekenland: historische verslagen, mythes en dagboeken in oud-Grieks en Latijn, Romeinse cijfers I – V – X – L – C – D - M • beeldende bronnen: Rome/Griekenland: standbeelden, mozaïek, beschilderde vazen • materiële bronnen: tempels, theaters, badhuizen, Romeinse heirwegen, aardewerk, sieraden -
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
De oudheid – Egypte • Het oude Egypte ontstond duizenden jaren geleden langs de rivier de Nijl. Dankzij het water van de rivier konden mensen er wonen, voedsel verbouwen en steden bouwen. Doorheen de oudheid ontwikkelde Egypte zich tot een sterke beschaving. • De Nijl was heel belangrijk voor de voedselvoorziening (mensen konden vissen), transport en handel (boten voeren over de rivier) en landbouw (de grond werd vruchtbaar door overstromingen). • De farao was de "goddelijke leider”. Hij maakte wetten, leidde het land en liet tempels en piramides bouwen. De piramides waren eigenlijk grote graven voor de farao’s. Niet alleen farao’s maar ook andere rijke en belangrijke mensen werden gebalsemd tot mummies. • De Egyptenaren geloofden in veel goden en de priesters zorgden ervoor dat die goden in de tempels konden aanbeden worden. • De Egyptenaren ontwikkelden een eigen schrift: de hiërogliefen. Ze schreven op muren van tempels, graven en papyrus. Pas sinds de ontdekking van ‘de Steen van Rosetta’ zijn wetenschappers in staat om hiërogliefen te begrijpen. De oudheid – Mesopotamië: • de samenleving was hiërarchisch: Koningen heersten over stadstaten en schriftgeleerden gebruikten het spijkerschrift. Slaafgemaakten en boeren werkten vooral in de irrigatielandbouw langs de Tigris en de Eufraat. • In Mesopotamië ontstond een van de eerste vormen van schrift, waardoor handel, wetten en verhalen konden worden opgeschreven: De Codex Hammurabi bevatte strenge wetten, terwijl het Gilgamesj-epos een vroeg heroïsch verhaal was. Mensen aanbaden verschillende goden en bouwden ziggoerats als tempels binnen hun stadstaat. De oudheid - de Griekse Wereld: • De Grieken geloofden in goden zoals Zeus op de berg Olympos en brachten offers. Sokrates en Archimedes droegen bij aan de ontwikkeling van filosofie, wetenschap en logisch denken. • In Athene, bij de Akropolis, ontstond democratie. Hippocrates legde de basis voor geneeskunde. Solons wetten hervormden het bestuur en vergrootten burgerrechten. • De Grieken bouwden tempels, theaters en stadions en organiseerden de Olympische Spelen ter ere van de goden. • De Griekse cultuur verspreidde zich rond de Middellandse Zee door handel, kolonies en de veroveringen van Alexander de Grote. De oudheid - de Romeinen: • Rome breidde zijn rijk uit en kwam in contact met Kelten en Germanen. Onder Constantijn de Grote kreeg het christendom meer vrijheid en invloed. • Via een uitgebreid wegennetwerk reisden goederen tussen Rome, Pompeii, Carthago, Tongeren en Velzeke. Keukens waren geavanceerd en sociale structuren bepaalden het dagelijks leven. • Keizer Augustus zorgde voor de Pax Romana, Hannibal vocht tegen Rome, Cornelia had invloed als vrouw en Julius Caesar droeg bij aan de overgang van republiek naar keizerrijk. • De Romeinen bouwden aquaducten, badhuizen en amfitheaters, waardoor steden beter georganiseerd en comfortabeler werden. • Het Romeinse recht en de Latijnse taal beïnvloedden later veel Europese landen en talen. -
Vergelijken de oudheid met het heden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
-
Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
-
Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Formuleren: • continuïteit versus verandering o aspecten die veranderen (verandering) o aspecten die continu zijn (continuïteit) -
Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oorzaken en gevolgen: • Uitvinding van het schrift. Oorzaak: handelaars en bestuurders wilden informatie onthouden en bijhouden. Gevolg: wetten, handel en geschiedenis konden worden opgeschreven. • Aanleg van Romeinse wegen. Oorzaak: Romeinen wilden hun leger en handel sneller laten reizen. Gevolg: steden werden beter verbonden en handel groeide. -
Vergelijken een perspectief van mensen in de oudheid met een hedendaags perspectief.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Neo zegt: “In het oude Rome vonden ze het normaal dat sommige mensen slaven waren en geen rechten hadden. Nu vinden wij dat iedereen gelijk is en recht heeft op vrijheid.”
-
Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Oorzaak-gevolg: Hoe komt het dat het Romeinse Rijk zo groot werd? Continuïteit versus verandering: Welke dingen uit de Romeinse tijd gebruiken we vandaag nog?
-
Formuleren historische vragen bij de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
-
Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de oudheid vanuit verschillende perspectieven.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• De Olympische Spelen in ‘het oude Griekenland’. Griekse atleet: “Ik wil winnen voor mijn stad en beroemd worden.” Toeschouwer: “De spelen zijn spannend en feestelijk.” Priester: “De wedstrijden eren de god Zeus.” Stadsstaat: “Onze stad krijgt prestige als onze atleet wint.” Handelaar: “Tijdens de spelen kan ik meer verkopen.” Historicus: “De Olympische Spelen tonen hoe belangrijk sport en godsdienst waren bij de Grieken.” • Bouw van een Romeins aquaduct. Romeinse bestuurder: “Met een aquaduct krijgt de stad genoeg water en zijn de inwoners tevreden.” Bewoners van de stad: “Nu hebben we drinkwater en badhuizen.” Arbeiders/slaven: “Wij moeten zwaar werk doen om het aquaduct te bouwen.” Rijke burgers: “De stad wordt belangrijker en mooier.” Historicus: “Aquaducten tonen hoe goed de Romeinen konden bouwen.” -
Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de oudheid.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
-
Tonen hun kennis van de oudheid in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bij actuele berichtgeving over het Midden-Oosten herkent Marcel dat dit een regio en beschaving is die floreerde in de oudheid. • Zeno legt tijdens de les over verkiezingen en de democratie in ons land, de herkomst van de bestuursvorm democratie uit. -
Herkennen hoe mensen in de middeleeuwen leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
-
Illustreren hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De middeleeuwen: • de tijd van burchten en steden • Mensen bouwden burchten. De bevolking woonde daarrond. • Ridders beschermden de burchten. Ridders hadden verschillende manieren om zich te verdedigen.Te hanteren begrippen
de ridder, de heer, de boer, de burcht, de spelen
-
Benoemen bronnen uit de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: materiële bronnen: burchten, kasteelruïnes, harnassen, zwaarden
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De middeleeuwen: ontwikkelingen: rurale versus stedelijke samenlevingen
Te hanteren begrippen
het ambacht, de gemeenschap, samenleven op het platteland, samenleven in de stad
Voorbeelden
Ambachtslieden: de smid, de schoenmaker, de wever, de drukker, de naaister, de pottenbakker
-
Illustreren hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden en dachten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De middeleeuwen – Europa: • ontwikkelingen: rurale en stedelijke samenleving, ziekten (de pest), handel, christendom • plaatsen: Brugge, kloosters en abdijen (bidden, werken, schrijven) • personen en groepen: Hildegard van Bingen (Duitse componiste en auteur, de theologe, de wetenschapper, de verdediger voor gelijke rechten), begijnen (helpen van zieken en armen), gilde (vereniging van mensen met hetzelfde beroep), ambachtsliedenTe hanteren begrippen
het platteland, de stad, de zieke, de pest, de handel, het ambacht, de markt, het schip, Brugge, de handelsstad, de koopman, de gezel/ de leerling, textiel, de priester, de non, de monnik, de abdij, het klooster, de begijn, de gilde, het atelier, de winkel, Hildegard van Bingen, arm, rijk, de adel
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden en dachten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De middeleeuwen - Europa: • ontwikkelingen: agrarische (r)evolutie, rechtspraak, machtsverhoudingen en ongelijkheid • plaatsen: Brugge, Gent • personen en groepen: de Bourgondiërs (belangrijke heersers in de lage landen) • gebeurtenissen: de keure van Kortenberg (1312, de keure/ het recht), het drieslagstelsel (de gewassen, de braakliggende grond, om de drie jaren)Te hanteren begrippen
de landbouw, de macht, de ongelijkheid, het drieslagstelsel, de rechtspraak, de straf, de keure van Kortenberg, de Bourgondiër, het charter
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden en dachten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De middeleeuwen – de Arabische wereld: • ontwikkelingen: het ontstaan en de verspreiding van de islam, kennisontwikkeling, Arabische kunst • plaatsen: Bagdad (huis van wijsheid: huis voor wetenschappers en filosofen) • personen en groepen: Al Ghazali (Islamitische filosoof, jurist), geleerden, kaliefen (leider van een Islamitisch grondgebied) • gebeurtenissen: schisma tussen sjiieten en soennieten: een splitsing binnen de islam i.v.m. de opvolger voor profeet Mohammed De middeleeuwen - contacten tussen samenlevingen: • ontwikkelingen: interculturele contacten • plaatsen: Al-Andaluz, de moskee van Cordoba (Spanje), het Alhambra (Granada - Spanje, een groot paleis), Dorestad (een handelsstad) • personen en groepen: Maimonides (de Joodse arts), conversos (van geloof veranderen), vikingen, Rollo de Noorman • gebeurtenissen: de Reconquista (de herovering /overheersing van christelijke koninkrijken en het verdrijven van moslims), de belegering van Parijs (aanvallen op stad Parijs door Noormannen.Te hanteren begrippen
de islam, de Arabische kunst, Bagdad, het huis van wijsheid, de geleerde, de kalief, Al Ghazali, het shisma , de viking, de Noormannen, de belegering, de verovering, de herovering, de moskee, Rollo De Noorman, Maimonides, conversos, het Alhambra, de moskee van Cordoba, Dorestad
Voorbeelden
De Arabische wereld: de Slag van de Kameel: begin van splitsing in sjiieten en soennieten Contacten tussen samenlevingen: handel tussen Vikingen en Arabieren, samenwerking tussen christenen, joden en moslims in Al-Andaluz
-
Benoemen relevante bronnen voor de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: ridderverhalen, dierenverhalen, religieuze boeken • beeldende bronnen: wandtapijten, fresco’s in kerken • materiële bronnen: burchten, stadspoorten en -muren, kerken/kathedralen, wapens, sieraden, gebruiksvoorwerpen -
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de middeleeuwen ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
De middeleeuwen: • de Arabische wereld bloeit: De islam verspreidt zich vanaf de 7e eeuw snel over het Midden-Oosten, In centra zoals Huis van Wijsheid (in Bagdad) floreert wetenschap, filosofie en geneeskunde. Arabische kunst, architectuur en literatuur bereiken een hoog niveau. Intellectuelen zoals Al Ghazali en de kaliefen beïnvloeden het denken, terwijl het schisma tussen sjiieten en soennieten voor blijvende religieuze en politieke verdeeldheid binnen de islamitische wereld zorgt. • Europa verandert: Vanaf de late middeleeuwen groeit Europa geleidelijk van een voornamelijk landbouwgerichte samenleving naar een samenleving met steeds belangrijkere steden en handel Handel en ambachten groeien, terwijl kloosters en abdijen een belangrijke rol spelen in religie en het bewaren van kennis. De pest vanaf de 14e eeuw veroorzaakt enorme sterfte. Het Huis van Bourgondië breidt zijn invloed uit in de Nederlanden. De Keure van Kortenberg versterkt inspraak en rechtspraak in het hertogdom Brabant. • contacten tussen culturen: In Al-Andalus leven moslims, christenen en joden gedurende bepaalde periodes relatief vreedzaam samen en wisselen zij kennis uit op het vlak van wetenschap, filosofie en geneeskunde. De moskee van Córdoba en het Alhambra tonen culturele uitwisseling. Tegelijk drijven Vikingen handel met Byzantijnen en Arabische gebieden via rivieren en handelsroutes in Oost-Europa. Rollo vestigt zich in Normandië, waar Viking- en Europese culturen zich vermengen. De Reconquista verandert geleidelijk de machtsverhoudingen in Spanje. • technologische en economische vooruitgang: Het drieslagstelsel verbetert de landbouwproductie, waardoor de bevolking in Europa groeit. Handel breidt uit via nieuwe handelsroutes op land en zee. Steden zoals Brugge en Gent groeien uit tot belangrijke centra van handel en nijverheid. Gilden organiseren ambachtslieden en kooplieden en spelen een grote rol in het economische en sociale leven. • denken en geloof: Het christendom domineert Europa en beïnvloedt kunst, wetenschap en het dagelijks leven. Personen zoals Hildegard van Bingen brengen kennis, muziek en spiritualiteit samen. Handelsplaatsen zoals Dorestad brengen in de vroege middeleeuwen verschillende culturen met elkaar in contact en zorgen voor de verspreiding van ideeën, goederen en technieken. -
Vergelijken de middeleeuwen met het heden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
-
Vergelijken de bestudeerde samenlevingen van de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
-
Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Formuleren: • continuïteit versus verandering o aspecten die veranderen (verandering) o aspecten die continu zijn (continuïteit) -
Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oorzaken en gevolgen: • De pest (“Zwarte Dood”) in West-Europa. Oorzaak: besmetting verspreidde zich via ratten, vlooien en handel. Gevolg: miljoenen mensen stierven en veel dorpen raakten verlaten. • Invallen van Vikingen. Oorzaak: Vikingen zochten rijkdom, handel en nieuwe woonplaatsen. Gevolg: dorpen en kloosters werden aangevallen en mensen bouwden betere verdediging. -
Vergelijken een perspectief van mensen in de middeleeuwen met een hedendaags perspectief.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Saskia zegt: “In de middeleeuwen dachten mensen dat er pest was omdat God boos was. Nu weten we dat het door bacteriën komt die via ratten en vlooien verspreid worden. Wij gebruiken vaccins en medicijnen om ziekten te bestrijden, zij wisten nog niet hoe dat werkte.”
-
Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
-
Formuleren historische vragen bij de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Oorzaak-gevolg: Waarom bouwden mensen burchten in de Middeleeuwen, en wat veranderde daardoor in hoe mensen leefden? Continuïteit versus verandering: Welke dingen in de handel zijn hetzelfde gebleven sinds de Middeleeuwen en welke zijn er veranderd?
-
Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de middeleeuwen vanuit verschillende perspectieven.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bouw van een middeleeuws kasteel. Heer of koning: “Het kasteel beschermt mijn gebied en toont mijn macht.” Ridder: “Vanuit het kasteel kan ik het land verdedigen.” Boeren: “Bij gevaar kunnen we schuilen achter de muren maar we moeten te hard werken voor de kasteelheer.” Vijanden: “Een sterk kasteel is moeilijk te veroveren. Daarom moeten we nieuwe aanvalstechnieken gebruiken, zoals stormrammen of katapulten.” • Leven in een middeleeuwse stad rond de kerk of kathedraal. Priester: “De kerk brengt mensen dichter bij God.” Gelovige: “Ik ga naar de kerk voor gebed en feesten.” Handelaar: “Rond de kathedraal is het vaak druk. Een ideale plek dus om handel te drijven.” Arme bewoners: “We betalen te veel mee aan de bouw van de kerk. Rijke mensen hebben veel invloed in de kerk” Historicus: “Kerken tonen de grote invloed van het geloof in de middeleeuwen.” -
Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de middeleeuwen.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
-
Tonen hun kennis van de historische periode van de middeleeuwen in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In steden zoals Brussel, Leuven en Antwerpen herkent Nour sporen uit de Middeleeuwen. • Bij het bezoeken van een schoenhersteller vertelt Manon over de verschillende ambachten die in de middeleeuwen ontstonden. -
Herkennen hoe mensen in de vroegmoderne tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
-
Illustreren hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De vroegmoderne tijd: De boekdrukkunst ontstond waardoor kennis gemakkelijker verspreid kon worden. Er werden grote schepen ontwikkeld om op volle zee te varen en zo werden andere landen en gebieden ontdekt.
Te hanteren begrippen
het boek, drukken, het schip, de zee, de haven
-
Benoemen bronnen uit de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: boeken; beeldende bronnen: schilderijen • materiële bronnen: zeilschepen
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden en dachten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De vroegmoderne tijd – Europa: • ontwikkelingen: boekdrukkunst • plaatsen: Antwerpen, Frankrijk • personen en groepen: Plantijn, Lodewijk XIV (de Zonnekoning)
Te hanteren begrippen
de boekdrukkunst, Plantijn, Lodewijk XIV
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden en dachten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De vroegmoderne tijd – Europa: • ontwikkelingen: religieuze conflicten (tussen christenen en reformisten), staatsvorming, imperialisme (een imperium, je invloed en macht uitbreiden) • plaatsen: Duitse Rijk • personen en groepen: Karel V (keizer van Duitse Rijk) • gebeurtenissen: de Vrede van Westfalen (landen mochten kiezen welke godsdienst ze wilden, er kwamen grenzen tussen landen, elk land had eigen regels)Te hanteren begrippen
het conflict, de staatsvorming, het rijk/het imperium, keizer Karel V, de landsgrens
-
Benoemen relevante bronnen voor de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: boeken; beeldende bronnen: schilderijen • materiële bronnen: gebruiksvoorwerpen, drukpersen
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden en dachten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De vroegmoderne tijd – Afrika: • ontwikkelingen: mondelinge tradities, religie, machtsverhoudingen, slavenhandel, staatsvorming • plaatsen: de Kongostroom (belangrijke Afrikaanse rivier voor handel) • personen en groepen: Lukeni Lua Nimi (eerste koning en stichter van het Koninkrijk Kongo), Portugese handelaren, Afonso I (een koning van het Koninkrijk Kongo, de slavenhandel), Garcia II van Kongo (koning van Kongo die aan slavenhandel deed) • gebeurtenissen: de oprichting van het Kongo-koninkrijk, introductie van het Christendom De vroegmoderne tijd - contacten tussen samenlevingen: • ontwikkelingen: uitwisseling van ideeën in kunst, wetenschap en kosmologie, wereldimperialisme, Atlantische driehoekshandel (handelssysteem tussen drie werelddelen, m.n. Europa, Afrika en Amerika) • plaatsen: zijderoutes, handelspost, kolonie • personen en groepen: slaafgemaakten, zeevaarders, Vermeer, Columbus, de West- Indische Compagnie, La Malinche (Mexicaanse tolk die meereisde met Spaanse ontdekkingsreiziger Cortès, de symbolische moeder van het Mexicaanse volk, symbool voor koloniale botsing en culturele vermenging) • gebeurtenissen: het ronden van Kaap de Goede HoopTe hanteren begrippen
de traditie, de Kongostroom, de handelaar, Lukeni Lua Nimi, de stichter, de slavenhandel, het koninkrijk Kongo, de driehoekshandel, de zijderoute, Columbus, Vermeer, La Malinche, de ontdekkingsreis, de zeevaarder, de zeevaart, Kaap de Goede Hoop
-
Benoemen relevante bronnen voor de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: pamfletten, boeken over wetenschap en religie, literatuur, wetteksten • beeldende bronnen: schilderijen, standbeelden, (geografische) kaarten • materiële bronnen: kerken, paleizen, meubels, kleding, gebruiksvoorwerpen -
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de vroegmoderne tijd ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
De vroegmoderne tijd: • Afrika: tradities en macht: In veel Afrikaanse samenlevingen blijft mondelinge overlevering cruciaal voor kennisoverdracht. Religie en machtsstructuren veranderen in Centraal-Afrika vanaf de 15e eeuw met de komst van het Christendom, geïntroduceerd door Portugese handelaren. Het Kongo-koninkrijk wordt gesticht onder Lukeni Lua Nimi. Onder heersers zoals Afonso I neemt de invloed van het christendom toe en ontstaan nauwe contacten met Portugal. Later probeert Garcia II de onafhankelijkheid van het rijk te behouden tegenover buitenlandse invloed. • slavenhandel en staatsvorming: De Atlantische slavenhandel heeft vanaf de 16e eeuw grote gevolgen voor de politieke, economische en sociale structuren in Centraal- en West-Afrika. Europese handelaars werken samen met sommige Afrikaanse leiders en tussenhandelaren bij de handel in tot slaaf gemaakte mensen. Langs de Congostroom ontstaan spanningen door oorlogen, machtsstrijd en buitenlandse inmenging. Lokale koninkrijken proberen zich aan te passen aan de groeiende Europese invloed en de veranderende machtsverhoudingen. • uitwisseling van kennis en cultuur: Via handelsroutes zoals de zijderoutes en Europese handelsposten worden goederen, ideeën, religies en wetenschappelijke kennis gedeeld tussen continenten. Zeevaarders en ontdekkingsreizigers, waaronder Columbus en de West-Indische Compagnie, spelen hierin een belangrijke rol. • Wereldimperialisme: Europese mogendheden zoals Spanje, Portugal, Engeland en de Republiek der Nederlanden vestigen vanaf de 15e en 16e eeuw kolonies en breiden hun invloed uit, waarbij Afrikaanse en inheemse samenlevingen worden beïnvloed door nieuwe economische en politieke systemen. Dit leidt tot grootschalige sociale veranderingen. • rituelen en ontdekkingen: Ceremonies blijven een belangrijk onderdeel van samenlevingen, waarbij traditionele en nieuwe culturele invloeden worden vermengd. Het ronden van Kaap de Goede Hoop markeert een keerpunt in wereldwijde handelsroutes en Europese expansie. -
Vergelijken de vroegmoderne tijd met het heden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
-
Vergelijken de bestudeerde samenlevingen van de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
-
Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen binnen de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Formuleren: • continuïteit versus verandering o aspecten die veranderen (verandering) o aspecten die continu zijn (continuïteit) -
Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oorzaken en gevolgen: • Kolonisatie. Oorzaak: grote koninkrijken willen hun rijkdom vergroten o.a. om hun legers te kunnen bekostigen. Gevolg: er worden in het zuiden grote gebieden bezet die kolonies worden van het ‘moederland’. • Reformatie: Oorzaak: een aantal christelijke gelovigen vond dat de kerk te rijk geworden was. Gevolg: er kwam een ‘afscheuring’ binnen de kerk: katholieken en protestanten. -
Vergelijken een perspectief van mensen in de vroegmoderne tijd met een hedendaags perspectief.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Jerome zegt: "Mensen in de 16e eeuw dachten dat zij nieuwe landen konden 'ontdekken', ook al woonden daar al mensen. Wij vinden het raar dat je een land 'ontdekt' terwijl het al bewoond is."
-
Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
-
Formuleren historische vragen bij de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Oorzaak-gevolg: Waarom werden wetenschappers in de 17e eeuw soms tegengewerkt door de kerk? Wat was het gevolg? Continuïteit versus verandering: Hoe veranderde het leven van mensen toen de boekdrukkunst werd uitgevonden? Wat bleef er nog wel hetzelfde?
-
Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de vroegmoderne tijd vanuit verschillende perspectieven.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Uitvinding van de boekdrukkunst. Drukker: “Boeken kunnen sneller en goedkoper geschreven teksten verspreiden.” Wetenschapper: “Nieuwe ideeën kunnen zich sneller verspreiden.” Kerkelijke leiders: “De drukkunst helpt om religieuze teksten te verspreiden, maar mensen kunnen nu ook sneller kritische ideeën delen” Historicus: “De boekdrukkunst veranderde onderwijs, wetenschap en geloof.” • Ontdekkingsreizen. Ontdekkingsreiziger: “Het avontuur lonkt en ik zal er waarschijnlijk veel geld mee verdienen” Koning of vorst: “Kostbaarheden uit de ontdekte/veroverde gebieden vullen onze schatkist.” Zeeman: “De reis is gevaarlijk en zwaar.” Inheemse bevolking: “Vreemdelingen veranderen ons land en onze manier van leven.” Historicus: “Ontdekkingsreizen zorgden voor meer contact tussen werelddelen.” -
Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de vroegmoderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
-
Tonen hun kennis van de historische periode van de vroegmoderne tijd in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bij het lezen van een boek vertelt Safouan hoe boeken nu tot stand komen en hoe dit ooit wel anders was. • Marwa herkent de revoluties die ook nu nog uitbreken in gebieden waar mensen worden onderdrukt en vergelijkt die met de revoluties uit de vroegmoderne tijd. -
Herkennen hoe mensen in de moderne tijd samenleefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
-
Illustreren hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De moderne tijd: • ontwikkelingen en uitvindingen in de moderne tijd: radio, televisie, telefoon, gloeilamp, elektriciteit, treinen en schepen, vliegtuigen, auto, fietsen • machines nemen het handwerk overTe hanteren begrippen
de radio, de televisie, de telefoon, de gloeilamp, de machines, het handwerk, de uitvinding, de ontdekking, de trein, het schip, het vliegtuig, de auto, de fiets
-
Benoemen bronnen uit de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: kranten, boeken • beeldende bronnen: schilderijen • materiële bronnen: machines, radio, televisie
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De moderne tijd: • ontwikkelingen en uitvindingen in de moderne tijd/ technologische innovaties: machines, vaccins, stoomtreinen en -schepen • De ontwikkeling van stoomtreinen en stoomschepen zorgden voor een beter transport van mensen en goederen. Levensmiddelen en goederen van over de hele wereld konden worden toegevoerd.Te hanteren begrippen
de stoommachine, de stoomtrein, het stoomschip, de elektriciteit, de spoorweg, de vernieuwing
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De moderne tijd - ontwikkelingen: • industriële en agrarische revolutie, effecten van verstedelijking op leef- en werkomstandigheden, leven op het ritme van de klok De moderne tijd - plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen: • Charleroi, arbeiders en opdrachtgevers, landschapsverandering (terrils (afvalhopen van puin uit mijnen), kleiputten (steenbakkerij), kanalen, spoorwegen) • WOI, WOII • begraafplaatsen, monumenten en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog, Verdrag van Versailles (verdrag dat werd gesloten na de Eerste Wereldoorlog – Duitsland kreeg schuld van de oorlog en moet geld betalen – Duitsland verloor gebieden aan andere landen)Te hanteren begrippen
de revolutie, de leef- en werkomstandigheden, het leven volgens het ritme van de klok, de opdrachtgever, de arbeider, de mijn, de mijnwerker, de steenbakkerij, de spoorweg, het kanaal, de wereldoorlog, Het Verdrag van Versailles, de winnaar, de verliezer
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De moderne tijd - ontwikkelingen: • migratie, imperialisme, veranderende grenzen, grondwetten, emancipatie De moderne tijd - plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen: • het Burgerlijk Wetboek van Napoleon, de Belgische Grondwet, de Bloednacht in Leuven (keerpunt in Belgische democratie: staking van arbeiders voor algemeen stemrecht, de burgerwacht moest de orde bewaren) • de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger, • Lieven Bauwens (industriële spion), Emilie Claeys (Belgische feministe, socialiste en pionier voor vrouwenrechten), landverhuizers (na- oorlogse migratie(s)) • conferentie van Berlijn (een vergadering waar Europese landen afspraken maakten over de verdeling van Afrika), de Onafhankelijke Kongostaat, Union Minière du Haute Katanga (bedrijf voor de uitbating van de mijnen), Paul Panda Farnana (tegen kolonialisme, pleiter voor gelijke rechten voor Afrikanen)Te hanteren begrippen
de verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger, de emancipatie, de grondwet, Napoleon, de staking, de betoging, het algemeen stemrecht, de burgerwacht, de spion, Lieven Bauwens, Emilie Claeys, de vrouwenrechten, de kolonie, Union Minière, Paul Panda Fernana, het gelijke recht, de conferentie van Berlijn, de migratie
-
Benoemen relevante bronnen voor de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: o geschreven bronnen: kranten, boeken, pamfletten, wetteksten o beeldende bronnen: schilderijen, standbeelden o audiovisuele bronnen: film, documentaires o materiële bronnen: kledij, huizen, meubels o mondelinge tradities: verhalen, plaatsnamen, familienamen, spreekwoorden, gezegdes -
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de moderne tijd ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de Holocaust
Voorbeelden
De moderne tijd: • industriële en agrarische revolutie: De industriële revolutie zorgt vanaf de 18e en 19e eeuw voor sterke veranderingen in landbouw en industrie. Nieuwe machines verhogen de productie en veranderen de manier van werken. Ook in de landbouw zorgen vernieuwingen voor efficiëntere productie. Industriesteden zoals Charleroi groeien snel door steenkoolwinning en industrie. Tegelijk ontstaat een nieuwe sociale klasse van fabrieksarbeiders, die vaak in moeilijke omstandigheden leven en werken. • verstedelijking en levensritme: Door de industrialisering trekken veel mensen naar de stad om werk te vinden. Het dagelijks leven wordt steeds meer bepaald door vaste werktijden en de klok. Spoorwegen, kanalen en industrie veranderen het landschap ingrijpend. In industriële regio’s ontstaan terrils als zichtbare resten van de mijnbouw. Handel, transport en communicatie ontwikkelen zich sneller dan vroeger. • grondwetten en rechten: Nieuwe ideeën over vrijheid, gelijkheid en burgerrechten leiden tot belangrijke politieke veranderingen. De Verklaring van de Rechten van de Mens, het Burgerlijk Wetboek van Napoleon en de Belgische grondwet leggen nieuwe juridische en sociale structuren vast. • imperialisme en migratie: Tijdens het imperialisme breiden Europese landen in de 19e eeuw hun macht uit over grote delen van Afrika en Azië. De Conferentie van Berlijn verdeelt grote delen van Afrika onder Europese mogendheden. De Onafhankelijke Kongostaat toont hoe kolonisatie gepaard gaat met economische uitbuiting en geweld. Tegelijk verlaten veel Europeanen hun land op zoek naar werk en een beter leven in andere werelddelen. Personen zoals Paul Panda Farnana verzetten zich tegen koloniale ongelijkheid en vragen meer rechten voor Congolezen. • oorlog en herinnering: Na WOI zorgde het Verdrag van Versailles voor andere grenzen en machtsverhoudingen. De twee wereldoorlogen en de Holocaust leidden tot enorme verwoestingen, miljoenen doden. Na deze gebeurtenissen beseften landen dat er iets moest veranderen. Daarom werd de Verenigde Naties opgericht om internationale samenwerking en vrede te bevorderen en kwamen er mensenrechten om iedereen beter te beschermen. -
Vergelijken de moderne tijd met het heden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
-
Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
-
Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Formuleren: • continuïteit versus verandering o aspecten die veranderen (verandering) o aspecten die continu zijn (continuïteit) -
Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oorzaken en gevolgen: • Groei van spoorwegen. Oorzaak: behoefte aan sneller transport van goederen en mensen + uitvindingen. Gevolg: steden groeiden en handel werd sneller en goedkoper. • Arbeidersbeweging. Oorzaak: slechte en gevaarlijke werkomstandigheden in fabrieken. Gevolg: arbeiders verenigden zich, protesteerden en kregen uiteindelijk geleidelijk aan betere lonen, minder werkuren en meer rechten. -
Vergelijken een perspectief van mensen in de moderne tijd met een hedendaags perspectief.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Günifer zegt: “In de 18e eeuw mochten vrouwen niet stemmen en kregen ze minder kansen op school of werk. Nu vinden wij, in Europa, dat mannen en vrouwen gelijke rechten moeten hebben."
-
Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
-
Formuleren historische vragen bij de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Oorzaak-gevolg: Waarom werd kinderarbeid in België verboden, en wat veranderde er toen voor kinderen? Continuïteit versus verandering: Wat veranderde er in het leven van arbeiders door de komst van fabrieken? Wat bleef er hetzelfde?
-
Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de moderne tijd vanuit verschillende perspectieven.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• De industriële revolutie. Fabriekseigenaar: “Met machines kan ik sneller en goedkoper produceren en dus meer winst maken.” Arbeider: “Ik verdien geld, maar het werk is zwaar en gevaarlijk.”Kindarbeider: “Ik moet werken in de fabriek in plaats van naar school te gaan. Het werk is zwaar en vermoeiend” Sommige boeren op het platteland: “Ik verhuis naar de stad want ik zal in de fabriek meer geld verdienen.” Historicus: “De industriële revolutie veranderde wonen, werken en vervoer.” • Strijd voor stemrecht: Rijke mannen: “Niet iedereen is voldoende opgeleid om te stemmen. Het is beter dat alleen mensen met bezit of opleiding mogen beslissen.” Arbeiders: “Ik werk hard en betaal belastingen, maar ik heb geen inspraak in de politiek. Ik vind dat ook gewone mensen mogen stemmen.” Vrouwen: “Ik mag niet stemmen omdat ik een vrouw ben, maar ik wil net zoals mannen meebeslissen over het land waarin ik leef.” Historicus: “De uitbreiding van het stemrecht maakte de democratie sterker.” -
Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de moderne tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
-
Tonen hun kennis van de historische periode van de moderne tijd in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Yasin vertelt bij een treinreis hoe de eerste stoomtreinen werkten en vergelijkt het spoornet van vroeger met dat van vandaag. • Sara bezoekt een museum en vertelt hoe mensen tijdens de industriële revolutie in fabrieken werkten met stoommachines, en vergelijkt dat met moderne fabrieken waar veel machines automatisch werken. -
Herkennen hoe mensen in de hedendaagse tijd samenleefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De hedendaagse tijd: • ontwikkelingen: het interieur van een woning • plaatsen, personen en groepen: eigen woning
-
Illustreren hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De hedendaagse tijd: • ontwikkelingen: technologie • plaatsen, personen en groepen: familieherinneringen uit de kindertijd
Te hanteren begrippen
de radio, de tv, de computer, het speelgoed, het meubel, de school, het apparaat
-
Illustreren hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De hedendaagse tijd: • ontwikkelingen: veranderingen in het straatbeeld • plaatsen, personen en groepen: eigen woning, eigen stad, dorp of straat
Te hanteren begrippen
het vervoer, het verkeer, de straat
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De hedendaagse tijd: • ontwikkelingen: informatie-, communicatie- en technologierevolutie (ICT), ruimte- exploratie • plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen: Neil Armstrong, het internetTe hanteren begrippen
de ruimtevaart, het ruimteonderzoek, de expeditie, de ruimtevaarder, Neil Armstrong, het internet, ICT
-
Benoemen bronnen uit de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen: boeken, kranten, tijdschriften, internet • beeldende bronnen: kunstwerken • audiovisuele bronnen: film, documentaire • materiële bronnen: openbare gebouwen, designobject, huishoudelijke voorwerp • mondelinge tradities: lied, spreekwoord
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De hedendaagse tijd: • ontwikkelingen: vrouwenemancipatie, burgerrechten • plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen: Rosa Parks (een Amerikaanse burgerrechtenactiviste die wereldberoemd werd door haar moedige verzetsdaad tegen rassenscheiding in de Verenigde Staten), gastarbeiders, stemrecht voor vrouwen, homohuwelijkTe hanteren begrippen
het homohuwelijk, het stemrecht voor vrouwen, de gastarbeider, Rosa Parks, de activist(e)
-
Beschrijven hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De hedendaagse tijd – ontwikkelingen: • internationale rivaliteit (de spanningen en strijd tussen landen) en samenwerking De hedendaagse tijd - plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen: • het Fort van Breendonk (Duitsers gebruikte dit gebouw als gevangenis tijdens de oorlog) en de Kazerne Dossin (een doorgangskamp van waaruit Joodse mensen, Roma en Sintri met treinen naar concentratiekampen werden vervoerd), verzetsstrijder (iemand die in het geheim vecht tegen de vijand tijdens een oorlog) en collaborateur (iemand die tijdens een oorlog samenwerkt met de vijand) • Verenigde Naties, Europese Unie, de Muur van Berlijn (een grote muur die mensen in de stad Berlijn van elkaar scheidde, omdat Oost-Duitsland niet wilde dat mensen naar het vrije Westen vluchtten) • de uitvinding van de pil (anticonceptie)Te hanteren begrippen
de spanning, de verzetsstrijder, de collaborateur, de technologische strijd, de strijd om grondstoffen, de wedloop in ruimteonderzoek, de Berlijnse Muur, Oost- Duitsland, West- Duitsland, het kamp, het concentratiekamp, de kazerne Dossin, het Fort van Breendonk, de discriminatie, iemand onrecht aandoen, het respect, de gelijkheid, samenwerken, vrede, de Verenigde Naties, de Europese Unie
-
Benoemen relevante bronnen voor de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bronnen: • geschreven bronnen • beeldende bronnen • materiële bronnen • mondelinge tradities
-
Beschrijven hoe mensen zich doorheen de hedendaagse tijd ontwikkelden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
De hedendaagse tijd: • Communicatie en dagelijks leven: Waar vroeger radio en televisie de belangrijkste massamedia waren, gebruiken mensen vandaag vooral computers, smartphones en het internet om te communiceren, informatie op te zoeken en te werken. Digitale technologie heeft ook het spelgedrag veranderd: traditioneel speelgoed zoals houten blokken blijft bestaan, maar digitale en interactieve spelletjes zijn sterk toegenomen. School blijft een centrale plek waar kinderen leren, samenwerken en sociale vaardigheden ontwikkelen, al worden digitale leermiddelen steeds vaker gebruikt. • Na de Tweede Wereldoorlog groeit het belang van internationale samenwerking om vrede te bewaren. De Verenigde Naties en later de Europese Unie spelen hierin een belangrijke rol. De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, waaronder de Holocaust, hebben diepe sporen nagelaten in Europa. Plaatsen zoals Fort Breendonk en Kazerne Dossin herinneren aan verzet, vervolging en oorlogsmisdaden. In de tweede helft van de 20e eeuw worden burgerrechten geleidelijk uitgebreid, zoals het stemrecht voor vrouwen (in België volledig in 1948/1949) en later ook de erkenning van het homohuwelijk (in België sinds 2003). • Tweede Wereldoorlog en invloed Tijdens de oorlog werden veel mensen gedwongen om te vechten of te vluchten. Verzetsstrijders probeerden de bezetters tegen te werken, terwijl anderen collaboreerden. Na de oorlog hielp de wederopbouw bij het herstellen van steden en economieën, wat ook het dagelijks leven beïnvloedde. • Technologische en evoluties in de ruimtevaart. De informatierevolutie veranderde hoe mensen werkten en leerden, met de komst van het internet. Neil Armstrong zette in 1969 als eerste mens voet op de maan, een mijlpaal in de ruimte-exploratie die de kennis over het universum vergrootte en tot nieuwe wetenschappelijke inzichten en toepassingen leidde (wegwerpluiers, microgolf, poedermaaltijden…). -
Vergelijken de hedendaagse tijd met het heden.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
-
Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
-
Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Formuleren: • continuïteit versus verandering o aspecten die veranderen (verandering) o aspecten die continu zijn (continuïteit) -
Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oorzaken en gevolgen: • Goedkopere en snellere reizen. Oorzaak: ontwikkeling van vliegtuigen en internationale luchtvaart. Gevolg: mensen reizen vaker en toerisme groeit sterk. • Migratie. Oorzaak: oorlog, armoede of betere kansen elders. Gevolg: samenlevingen worden diverser, maar leiden soms ook tot spanningen. -
Vergelijken perspectieven van mensen in de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Nesrim zegt: “In de jaren 50 van de vorige eeuw vonden mensen het normaal dat moeders thuisbleven en voor de kinderen zorgden. Nu werken veel moeders én vaders, en delen ze de zorg."
-
Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
-
Formuleren historische vragen bij de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • oorzaak-gevolg • continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Oorzaak-gevolg: Waarom is het gebruik van mobiele telefoons zo snel gegroeid? Wat is het gevolg daarvan voor hoe mensen met elkaar omgaan? Continuïteit versus verandering: Hoe is het nieuws volgen veranderd sinds vroeger?
-
Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de hedendaagse tijd vanuit verschillende perspectieven.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• De opkomst van internet en sociale media. Jongere: “Ik kan snel met vrienden praten, informatie zoeken, leuke filmpjes maken en kijken.” Ouders: “Het is handig dat we snel kunnen communiceren, maar ik maak me zorgen over schermtijd, privacy en wat mijn kinderen online te zien krijgen” Bedrijven: “Sociale media zijn een krachtig middel om klanten te bereiken en reclame te maken. Daardoor kunnen we gericht reclame maken en onze verkoop verhogen.” Mensen zonder internet: “Niet iedereen heeft dezelfde toegang tot informatie.” Historicus: “Internet veranderde communicatie over de hele wereld.” • Klimaatverandering. Wetenschapper: “De aarde warmt op door broeikasgassen.” Jongeren: “Het is onze toekomst die op het spel staat. We willen dat er nu actie wordt ondernomen om de opwarming te beperken.” Bedrijven: “Er komen strengere regels om uitstoot te beperken. Dat kost geld maar het dwingt ons ook om te investeren in nieuwe technologie.” Ontkenners: “De klimaathysterie is er enkel om nog meer geld uit ons zakken te halen.” • Coronapandemie. Arts: “Mondmaskers en vaccins helpen om mensen te beschermen.” Bejaarde: “Ik ben bang om ziek te worden en bleef dus altijd thuis.” Leerling: “Ik vind het moeilijk dat scholen soms sluiten en ik dus mijn vrienden minder zie.” Winkelier: “Door de maatregelen verlies ik inkomsten.” Tegenstander van maatregelen: “De paniek over de pandemie is overdreven, de regels zijn te streng en nemen onze vrijheid af.” -
Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de hedendaagse tijd.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
-
Tonen hun kennis van de historische periode van de hedendaagse tijd in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Zayd legt uit dat de opkomst van smartphones en sociale media deel uitmaakt van de gedigitaliseerde wereld, een kenmerk van de hedendaagse tijd. • Bij actuele berichtgeving vertelt Marleen dat de omstandigheden en fenomenen van de hedendaagse tijd wel erg verschillen afhankelijk van de plaats op de wereld. -
Herkennen soorten bronnen over het eigen verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
-
Verwoorden soorten bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten bronnen: • bronnen over het eigen verleden • bronnen over de collectieve identiteit • leefomgeving
Te hanteren begrippen
de foto, het dagboek, de brief, het standbeeld, het gebouw, de vlag
-
Beschrijven de functionaliteit van historische bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functionaliteit: Bronnen helpen om te begrijpen hoe het vroeger was.
-
Herkennen relevante vragen over aangereikte bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relevante vragen: • Wie is herkenbaar in de bron? • Wat is herkenbaar in/op de bron?
-
Herkennen typische vragen over aangereikte bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Typische vragen: WWWH – vragen bij het bronmateriaal
Te hanteren begrippen
de bron
-
Herkennen vragen over aangereikte bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vragen: • WWWH-vragen • vragen over betrouwbaarheid, bruikbaarheid Soorten bronnen: • geschreven bronnen • materiële bronnen • mondelinge tradities • beeldende bronnen • audiovisuele bronnen
Te hanteren begrippen
de geschreven bron, de materiële bron, de mondelinge bron, de traditie, de audiovisuele bron, de beeldende bron
Voorbeelden
Geschreven bronnen: het manuscript, het wetboek, de mythe, het verslag, de krant, het overlijdensbericht, het verdrag Materiële bronnen: het gebouw, het sieraad, het monument, de ruïne, de grafgift Mondelinge tradities: het verhaal, de plaatsnaam, de familienaam, het lied, het spreekwoord Beeldende bronnen: het standbeeld, de fresco Audiovisuele bronnen: de film, de documentaire, het nieuws
-
Formuleren relevante vragen over aangereikte bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
-
Formuleren typische vragen over aangereikte bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
-
Illustreren de rol van archeologen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rol archeologen: Graven in de grond om resten van oude gebouwen, gereedschappen en andere objecten uit het verleden te vinden. Zij onderzoeken hoe mensen vroeger leefden, wat ze aten, welke huizen ze bouwden en hoe hun culturen zich ontwikkelden.
Te hanteren begrippen
de archeoloog
-
Illustreren het verschil tussen bron en bewijs.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het bewijs
Voorbeelden
Verschil bron en bewijs: • Een oude krant uit 1945 is een bron van informatie over de Tweede Wereldoorlog. Maar als je wilt bewijzen dat een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, moet je meerdere bronnen onderzoeken en kritisch kijken of ze als bewijs kunnen dienen. • Een dagboek van een soldaat uit WOII vertelt over zijn ervaringen. Bewijs: Als meerdere dagboeken en officiële documenten hetzelfde verhaal bevestigen, kan dit als bewijs dienen dat die gebeurtenissen echt plaatsvonden. -
Illustreren de rol van paleontologen en historici.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Paleontologen: bestuderen fossielen, de versteende resten van planten en dieren die miljoenen jaren geleden leefden. Ze helpen ons te begrijpen hoe het leven op aarde zich heeft ontwikkeld en welke dieren vroeger bestonden. Historici: lezen en bestuderen oude documenten, boeken en verhalen om het verleden te begrijpen. Zij proberen te ontdekken waarom dingen in de geschiedenis zijn gebeurd en hoe dat onze wereld vandaag de dag heeft gevormd.
Te hanteren begrippen
de paleontoloog, de historicus, de historici
-
Determineren wie er aan de basis ligt van de gehanteerde historische bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
-
Tonen hun kennis over historisch brongebruik in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Léa bekijkt een oude klasfoto uit de 20e eeuw. Ze beantwoordt WWWWH-vragen door te zeggen wie er op de foto staat (kinderen en een juf), wat ze doen (in de klas zitten), waar het is (in een school), wanneer het ongeveer is (vroeger, omdat de kleren en het bord anders zijn dan nu) en dat de foto een herinnering was voor de kinderen en juf van die klas (hoe/waarom). Ze legt uit dat de bron ons toont hoe een school er vroeger uitzag. • Amir onderzoekt een brief uit de Tweede Wereldoorlog en gebruikt WWWWH- vragen om de bron te analyseren. Hij identificeert wie de afzender is (een soldaat), wat de inhoud is (een beschrijving van het leven aan het front), waar en wanneer de brief geschreven werd, en bespreekt hoe betrouwbaar de bron is. Hij vergelijkt de informatie met wat hij weet uit het handboek over de oorlog. -
Herkennen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
-
Benoemen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
hetzelfde, anders, de verandering
-
Vergelijken historische fenomenen op continuïteit versus verandering.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Jasmine vergelijkt een foto van een mes van vroeger met een mes van nu.
-
Bedenken historische vragen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Historische vragen: Wat is hetzelfde? Wat is er anders?
-
Beantwoorden historische vragen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: continuïteit versus verandering
-
Illustreren continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestudeerde samenlevingen: continuïteit versus verandering
Te hanteren begrippen
de verandering, voortdurend/ constant
-
Vergelijken continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
-
Bedenken historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: oorzaak-gevolg
Te hanteren begrippen
de reden, het resultaat, het gevolg
Voorbeelden
Historische vragen: • Waarom bouwen mensen wegen en bruggen? • Hoe kon deze uitvinding de wereld veranderen?
-
Beantwoorden historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: oorzaak - gevolg
-
Bedenken historische vragen over de bestudeerde samenlevingen .
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • continuïteit versus verandering • oorzaak – gevolg
Voorbeelden
Historische vragen: Hoe beïnvloedden migratie en handel de samenlevingen?
-
Beantwoorden historische vragen over de bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • continuïteit versus verandering • oorzaak – gevolg
-
Tonen hun historisch redeneervermogen in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische redeneervermogen: • continuïteit versus verandering • oorzaak – gevolg
Voorbeelden
• Esmée bezoekt een openluchtmuseum met oude boerderijen. Ze merkt op dat mensen vroeger ook zelf brood bakten en groenten kweekten (continuïteit), maar dat ze nu elektriciteit en machines gebruiken (verandering). • Pol leest over de uitvinding van de stoommachine. Hij legt uit dat dit een belangrijke oorzaak was van de industriële revolutie en dat dit als gevolg had dat veel mensen naar de stad verhuisden om te werken. -
Herkennen hoe het perspectief van mensen in het verleden verschilt van nu.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het standpunt
-
Analyseren hoe het perspectief van mensen in het verleden verschilt van nu.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
-
Drukken uit waarom perspectieven van mensen veranderen doorheen de tijd.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • van mensen in het verleden • het hedendaagse perspectief op het verleden
Te hanteren begrippen
het perspectief, hedendaags, de historische context
-
Analyseren het perspectief van mensen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectief: • van mensen in het verleden • het hedendaagse perspectief op het verleden
-
Duiden hoe sociale positie en cultuur invloed hebben op perspectieven in het verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • doel, maker • lokaal, regionaal, mondiaal • winnaar, verliezer • voordeel, nadeel
Te hanteren begrippen
de betekenis, het voordeel, het nadeel, lokaal/ plaatselijk, regionaal, mondiaal, de winnaar, de verliezer
-
Formuleren historische vragen over perspectieven.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • doel, maker • lokaal, regionaal, mondiaal • winnaar, verliezer • voordeel, nadeel
Voorbeelden
Doel/maker: • Waarom heeft een ridder dit verhaal over een veldslag zo geschreven? • Waarom stelde Pieter Bruegel de Oude ‘De Korenoogst’ voor als erg hard werken en armoedig? Lokaal, regionaal, mondiaal: Wat gebeurde er in mijn eigen dorp, mijn land, Europa tijdens de middeleeuwen? Winnaar, verliezer: • Hoe voelde een boer zich toen de koning meer belastingen vroeg? • Waarom schafte de Europese clerus de Congolese bisschopszetel gauw terug af? Voordeel, nadeel: Wie had voordeel bij de bouw van een kasteel in de buurt? -
Duiden hoe sociale positie en cultuur invloed hebben op perspectieven in het verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • mening, feit • invloed, betekenis • geslacht, macht
Te hanteren begrippen
de macht, de invloed
-
Formuleren historische vragen over perspectieven.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • doel, maker • lokaal, regionaal, mondiaal • winnaar, verliezer • voordeel, nadeel • mening, feit • invloed, betekenis • geslacht, macht
Voorbeelden
Mening en feit: Is ‘de pest was vreselijk’ een feit of een mening? Invloed en betekenis: Welke invloed had de komst van de Islam op Spanje? Geslacht en macht: • Mochten vrouwen in de middeleeuwen ook beslissingen nemen? • Waarom was het zo belangrijk voor Afonso I dat zijn zoon bisschop was?
-
Beargumenteren waarom een hedendaagse kijk op het verleden anders is dan een perspectief van toen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beargumenteren: niet-oordelend
Voorbeelden
Babs bespreekt waarom mensen vandaag kritisch kijken naar kinderarbeid tijdens de industriële revolutie, terwijl veel fabriekseigenaars en gezinnen dit in de 19e eeuw normaal vonden omdat kinderen mee moesten werken om geld te verdienen. Ze legt uit dat onze kijk veranderd is door nieuwe ideeën over kinderrechten, onderwijs en arbeidswetten.
-
Herkennen de regelmaat en structuur van een halve dag.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Halve dag: • verloop • opeenvolging van activiteiten
Te hanteren begrippen
eerst, dan, nu
Voorbeelden
• Alana herkent de structuur van de ochtend en zegt: "Eerst zitten we in de kring, dan mogen we spelen in de hoeken." • Pim benoemt de volgorde van activiteiten en zegt: "Eerst eten we fruit en dan gaan we buitenspelen." -
Herkennen de regelmaat en de structuur van een dag.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een dag: • verloop • opeenvolging van activiteiten; ordenen van gebeurtenissen • associëren van delen van een dag met typische klasactiviteiten
Te hanteren begrippen
de morgen/de ochtend, de voormiddag, de middag, de namiddag, de avond, de nacht, ’s morgens, ’s middags, ’s avonds, ’s nachts, daarna, daarvoor, straks, later, vroeger, de daglijn, de dag
Voorbeelden
• Ibrahim herkent de vaste ochtendroutine en zegt: "Elke ochtend beginnen we in de kring." • Ellis weet dat het bijna middag is en zegt: "De juf leest altijd een verhaaltje voor we gaan eten.” -
Gebruiken een daglijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Daglijn: • ordenen van gebeurtenissen • vooruit- en terugblikken
-
Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • Een dag telt twee keer 12 uur. • nacht: van 00 uur tot 6 uur • ochtend: van 6 uur tot 9 uur • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur • middag: 12 uur • namiddag: van 12 uur tot 6 uur • avond: van 6 uur tot 12 uur
Te hanteren begrippen
het uur, meteen, dadelijk
-
Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • Een dag telt 24 uur. • nacht: van 00 uur tot 6 uur • ochtend: van 6 uur tot 9 uur • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur • middag: 12 uur • namiddag: van 12 uur tot 18 uur • avond: van 18 uur tot 00 uur
Te hanteren begrippen
middernacht, de klokuren analoog en digitaal (24-uursubdeling), de minuut
-
Ordenen verschillende beschreven activiteiten van de dag chronologisch volgens de klokuren.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Anoushka ordent haar ochtendactiviteiten en zegt: "Om 7 uur ontbijt ik, om 8 uur vertrek ik naar school." • Otto zet zijn middagactiviteiten op volgorde en zegt: "Om 11 uur lees ik een boek, om 12 uur eet ik mijn lunch." -
Begrijpen de relatie tussen klokuren, dagdelen en activiteiten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • activiteiten koppelen aan dagdelen • klokuren worden verdeeld in ochtend (06 uur-12 uur), middag (12 uur-18 uur), avond (18 uur-00 uur) • begrip van het verschil tussen ochtend- en middagurenTe hanteren begrippen
de seconde, het kwartier, het halfuur
-
Gebruiken een doelgerichte dagplanning.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
plannen, de activiteit, de taak
-
Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • a.m. (ante meridiem): voor de middag, van 12 uur ’s nachts tot 12 uur ’s middags • p.m. (post meridiem): na de middag, van 12 uur ’s middags tot 12 uur ’s nachts
Te hanteren begrippen
a.m., p.m.
-
Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De week: • onderlinge volgorde van dagen in een week • ordenen van gebeurtenissen • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.
Te hanteren begrippen
maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag, vandaag, gisteren, morgen
Voorbeelden
Boris van de tweede kleuterklas duidt op de weeklijn (weekkalender) woensdag en vrijdag aan en zegt: "Op woensdag gaan we altijd naar de zwemles en op vrijdag eten we pannenkoeken."
-
Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De week: • onderlinge volgorde van dagen in een week • ordenen van gebeurtenissen • associatie van dagen van een week met typische activiteiten. • aantal dagen tussen nu en speciale gebeurtenissen binnen de periode van een week. • welke dag het vandaag is, gisteren was en morgen zal zijn.Te hanteren begrippen
de week, 7 dagen, het weekend, na… komt…, voor… komt…, de kalender, nog … dagen, nog … keer slapen
Voorbeelden
• Bavo van de derde kleuterklas benoemt de volgorde van de dagen en zegt: "Na zondag komt maandag, en vóór dinsdag komt maandag." • Meryem van de derde kleuterklas zegt: “Nog 4 keer slapen en dan is het schoolfeest!” -
Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De week: • onderlinge volgorde van dagen in een week • ordenen van gebeurtenissen • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.
Te hanteren begrippen
eergisteren, overmorgen
-
Gebruiken een weekplanning.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weekplanning: • het lineaire van tijd: beleving/ gebeurtenissen • het circulaire van tijd: regelmaat en structuur • vooruitblikken/ terugblikken
Te hanteren begrippen
de weeklijn
-
Situeren dag en week op de jaarkalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de jaarkalender
-
Ordenen gebeurtenissen in een jaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ordenen: • van belevenissen of ervaringen • vooruit en terugblik • tijdsbeleving
Te hanteren begrippen
het jaar, de vakantie
Voorbeelden
• Emma haar verjaardag is in de zomer, maar eerst is het de verjaardag van haar broer. • Op Simon's school vindt het jaarlijkse schoolfeest altijd plaats net voor de grote vakantie. -
Herkennen de regelmaat en de structuur van een jaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het jaar: • chronologische volgorde van maanden • Een jaar is twaalf maanden. • chronologisch ordenen van seizoenen • Een jaar is vier seizoenen. • maandplaat
Te hanteren begrippen
januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december, de maand, de lente, de zomer, de herfst, de winter, het seizoen, het jaar
Voorbeelden
• Lux herkent de structuur van het jaar en weet dat na juli augustus komt en dat december vóór januari komt. • Remco begrijpt de volgorde van de maanden en ziet dat de zomermaanden juli en augustus volgen op elkaar, terwijl het nieuwe jaar altijd in januari begint. -
Gebruiken een jaarkalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jaarkalender: • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen): jaarband* • circulaire van tijd (regelmaat en structuur): jaarkalender * enkel in de eerste graad
-
Illustreren de relat ie tussen weken en een maand.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • Aantal dagen in een maand • Een maand is 28, 29, 30 of 31 dagen. • Een maand is ongeveer vier weken.
Voorbeelden
Relatie: De maand januari 2025 heeft drie volle weken en een week van zes dagen en nog een week van vier dagen. De maand april 2025 telt drie volle weken, een week van vijf dagen en een week van vier dagen.
-
Illustreren de relatie tussen maanden en seizoenen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: maanden en dagen associëren met begrip seizoen
Te hanteren begrippen
het voorjaar, het najaar
Voorbeelden
Relatie: Sinterklaas komt op 6 december, dat is in de herfst; Maart valt in de lente, dat is het voorjaar.
-
Gebruiken een maandkalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kalenders: • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen) • circulaire van tijd (regelmaat en structuur)
-
Herkennen de regelmaat en de structuur van een maand en jaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jaar: • Een jaar is 52 weken. • Een jaar is 365 of 366 dagen. • schooljaar versus kalenderjaar • een schrikkeljaar
Te hanteren begrippen
het kalenderjaar, het schrikkeljaar, het schooljaar, de maandkalender
-
Bepalen een schooljaar en kalenderjaar op een meerjarenlijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meerjarenlijn: tweejarenband met aanduiding schooljaar, maandkalender
-
Beschrijven verschillende jaarindelingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jaarindelingen: • semester: periode van zes maanden • trimester: periode van drie maanden • kwartaal: ¼ van een jaar of drie maanden
Te hanteren begrippen
het semester, het trimester, het kwartaal
-
Herkennen verschillende gegevens op een kalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gegevens kalender: • feestaanduiding • zonsopgang, zonsondergang • weeknummer, dagnummer
Te hanteren begrippen
het weeknummer, het dagnummer, de zonsopgang, de zonsondergang
-
Gebruiken de datum functioneel.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de datum
Voorbeelden
• Lune noteert haar verjaardag in haar agenda als 7 juli 2018 of 03/07/2018 • Siebe vult de datum correct in op een inschrijfformulier
-
Herkennen de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
kort, lang
Voorbeelden
Relatie tijdbeleving en tijdbesteding: Spelen voelt kort, wachten voelt lang.
-
Illustreren de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
even lang, langer, korter
Voorbeelden
• De tijd in de hoeken is 20 minuten. Femke merkt op dat deze tijd veel sneller voorbij lijkt te gaan in de bouwhoek dan in de huishoudhoek. • Bahku ervaart dat de middagpauze in de winter langer lijkt te duren dan in de zomer. -
Illustreren verschillen in tijdbesteding.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Relatie: • Ik ben op woensdagnamiddag thuis, maar mijn mama niet want zij moet werken. • We hebben dit weekend het 40-jarig huwelijk van mijn oma en opa gevierd. Het weekend is weer voorbijgevlogen. -
Illustreren dat de tijdrekening (tijdsduur) bepaald wordt door verschillende contextfactoren.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Contextfactoren: • sociaal-culturele: schoolritme en vakanties, kalender en feestdagen • persoonlijke: keuzes en prioriteiten, stress, interesses, competenties
Voorbeelden
Tijdrekening (tijdsduur) en contextfactoren: In Vlaanderen is de schoolvakantie 2 maanden, in Wallonië is dit korter; Mijn papa is al 35 jaar en dus al heel oud.
-
Vergelijken tijdbestedingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • in de omgeving en wereldwijd • context van de school: dag- en weekindeling • vrijetijdsbesteding: sport, werk, familieactiviteiten • relatie tussen tijdbeleving en tijdsbesteding
Voorbeelden
Relatie tijdbeleving en tijdbesteding: • Kinderen in België hebben een vrije woensdagmiddag, maar in Frankrijk niet; Scholen starten de dag en de middag op andere tijdstippen. • Sara maakt een schema van haar week en vergelijkt hoeveel tijd ze besteedt aan school, hobby’s, rust en digitale media. Daarna bespreekt ze welke activiteiten lang en welke kort lijken te duren. -
Verwoorden hun eigen leeftijd.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Emanuel zegt: “Ik ben 4 jaar.”
-
Verwoorden hun verjaardag.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
jarig zijn, de verjaardag
Voorbeelden
Alix zegt: “Ik ben jarig op 28 november.”
-
Gebruiken een verjaardagskalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verjaardagskalender: • wie er al jarig was en wie nog niet • leeftijden
Te hanteren begrippen
de verjaardagskalender
-
Verwoorden hun geboortedatum.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de geboortedatum
Voorbeelden
Alix zegt: “Ik ben geboren op 28 november 2020.”
-
Selecteren de juiste kalender in functie van het doel.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Annelies kijkt op de daglijn om te zien wat de volgende activiteit in de klas is. • Lothar gebruikt een maandkalender om zijn toetsenperiode te plannen.
-
Tonen hun kennis van dagelijkse tijd in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Leon kijkt op de verjaardagskalender en roept enthousiast dat Anna bijna jarig is. • Lien merkt tijdens de les lichamelijke opvoeding op dat de vijf minuten warming- up veel sneller voorbij leken te gaan dan de vijf minuten wachten op haar beurt bij het spel. -
Ordenen belangrijke gemeenschappelijke gebeurtenissen en ervaringen chronologisch op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de gebeurtenis, de ervaring, de plaats, de persoon
Voorbeelden
• Sadiq herinnert zich dat hij vorig schooljaar in de eerste kleuterklas bij juf Sylvie zat en plaatst dit als een belangrijke gebeurtenis op zijn levenslijn. • Levi noteert op zijn levenslijn dat Sinterklaas dit schooljaar op 6 december in de klas langskwam. -
Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van zichzelf op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de levenslijn
Voorbeelden
• Maryam zet op haar levenslijn dat ze twee jaar geleden voor het eerst naar de kleuterschool ging en dat vorig jaar haar zusje werd geboren. • Cohen noteert op zijn levenslijn dat hij drie jaar geleden leerde fietsen zonder zijwieltjes en dat hij afgelopen zomer voor het eerst op vakantie naar het buitenland ging. -
Vergelijken levenslijnen van leeftijdsgenoten met elkaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de geboorte, de baby, de peuter, de kleuter, het eerste leerjaar
-
Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van ouders op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenslijn: • Levenslijn van het kind uitbreiden met die van ouders. • ik en ouders
Voorbeelden
Belangrijke gebeurtenissen van ouders: Mijn mama werd geboren in 1990. Dit zie ik op haar geboortekaartje; Mijn pluspapa leerde mama kennen in 2021.
-
Vergelijken de levenslijnen van verschillende ouders.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende ouders: ouders van de klasgenoten Vergelijken: de gelijkenissen de verschillen het jaartal
Te hanteren begrippen
toen, verleden, heden, de toekomst, de ouder
-
Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van grootouders op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenslijn: • De levenslijn van het kind en ouders uitbreiden met die van grootouder(s). • ik, ouders, grootouder(s)
-
Vergelijken levenslijnen van grootouders.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Grootouders: van de klasgenoten Vergelijken: de gelijkenissen de verschillen het jaartal
Te hanteren begrippen
de grootouder
-
Situeren data op de levenslijn van grootouders.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Data: • het geboortejaar van grootouder(s) • het geboortejaar van ouder(s) • het eigen geboortejaar • het huidig jaar
Te hanteren begrippen
het geboortejaar
-
Duiden familierelaties van een gegeven stamboom tot op twee generaties.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de stamboom, de generatie, de voorouder, de (groot)ouder, het kind, de broer, de zus, de tante, de nonkel, de neef, de nicht, afstammen van
-
Geven de eigen stamboom van één generatie weer.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
-
Interpreteren een stamboom van twee generaties.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
-
Herkennen ervaringen als oud of nieuw.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: oud, nieuw
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
lang geleden, nu, oud, nieuw
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • oud, nieuw • lang geleden, nu
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
heel lang geleden, lang geleden, nu, later, oud, nieuw
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • oud, nieuw • heel lang geleden, lang geleden, nu, later
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
Het verleden, het heden, de toekomst
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: verleden, heden, toekomst
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de duur
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • verleden, heden, toekomst • de duur
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de periode, de geschiedenis
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • verleden, heden, toekomst • de duur • de periode, de geschiedenis
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • verleden, heden, toekomst • de duur • de periode, de geschiedenis • v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
-
Illustreren het begrip eeuw en decennium.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Decennium: • periode van 10 jaar Eeuw: • Een eeuw is een aaneengesloten periode van 100 jaar. • Een eeuw is tien decennia. • Wij leven in de 21ste eeuw. • Een eerste eeuw begint met het jaar 1 en eindigt met het jaar 100, een tweede eeuw begint met het jaar 101 en eindigt met het jaar 200.Te hanteren begrippen
de eeuw, de 21ste eeuw, het decennium
Voorbeelden
Eeuw: Het jaar 2000 valt in de 20e eeuw. Het jaar 2001 valt in de 21e eeuw.
-
Verdelen de eeuwenband in decennia.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
-
Illustreren het begrip millennium.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Millennium: • is 1000 jaar • is tien eeuwen • is 100 decennia
Te hanteren begrippen
het millennium
-
Verdelen de historische tijdsband in millennia.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
-
Geven de indeling van onze tijdrekening weer.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onze tijdrekening: Het begin van onze tijdrekening is het jaar 1.
Te hanteren begrippen
1 o.t. (jaar 1 van onze tijdrekening)
-
Illustreren dat er ook andere tijdrekeningen gehanteerd worden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Andere tijdrekeningen: Chinese jaartelling vanaf 2697 v.o.t., Islamitische jaartelling vanaf 622 o.t., Christelijke jaartelling, voor Christus, na Christus
-
Begrijpen hoe historische feiten, personen en ontwikkelingen worden gesitueerd op een eeuwenband.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eeuwenband: • met onderscheid tussen tijdsperiodes • met volgende periodes: ‘eerder’ of ‘lang geleden’, ‘19de eeuw’, ‘20ste eeuw’, ‘21ste eeuw’, ‘later’Te hanteren begrippen
de eeuwenband
-
Situeren historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, bronnen, ontwikkelingen uit de omgeving op een eeuwenband.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
-
Benoemen de zes historische periodes op een gevisualiseerd historisch referentiekader.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de periode, de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen, de vroegmoderne tijd, de moderne tijd, de hedendaagse tijd
-
Ordenen de zes historische periodes chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische periodes: • de prehistorie (tot ca. 3500 v.o.t.) • de oudheid (ca. 3500 v.o.t. – ca. 500 o.t.) • de middeleeuwen (ca. 500 o.t. – ca. 1500 o.t.) • de vroegmoderne tijd (ca. 1500 o.t. – ca. 1800 o.t.) • de moderne tijd (ca. 1800 o.t. – 1945 o.t.) • de hedendaagse tijd (1945 o.t. – nu)
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch op het historisch referentiekader.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
-
Illustreren de relativiteit van historische periodisering.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relativiteit: • Het begin en een einde van een historische periode wordt gekenmerkt door grote historische gebeurtenissen. • De periodisering hangt af van de plaats in de wereld, maar ook van het belang dat een historicus hecht aan bepaalde gebeurtenissen. -
Illustreren de scharniermomenten van de historische periodes op de tijdsband.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Scharniermomenten: • prehistorie (ca. 3500 v.o.t.): ‘uitvinding’ van het schrift. Dit is een fundamentele breuklijn in de geschiedenis, omdat het schrift het mogelijk maakte om informatie systematisch vast te leggen en zo op grotere schaal een samenleving te organiseren • oudheid (tot ca 500 o.t.): val van het West Romeinse rijk. Eind van de eeuwenlange overheersing van West-Europa door Rome. • middeleeuwen (tot ca 1500 o.t.): de start van de ontdekkingsreizen en de boekdrukkunst • vroegmoderne tijd (tot ca. 1800 o.t.): de Franse revolutie (1789) markeert de breuk met het ‘ancien régime’. Rond 1800 start ook de industriële revolutie • moderne tijd (tot 1945 o.t.): Einde van de tweede wereldoorlog: einde van koloniale grootmachten, oprichting van de VN, start van technologische revoluties • hedendaagse tijd (tot nu). -
Tonen hun kennis over historische tijdsbegrippen in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jadran vergelijkt een hedendaagse klas met een klas uit de jaren 1950 en gebruikt begrippen als vroeger, nu en toen om verschillen en gelijkenissen aan te duiden. • Yarah bekijkt oude familiefoto’s van haar grootouders en plaatst ze op een tijdlijn. Ze zegt dat haar opa als kind in de 20ste eeuw leefde en zij nu in de 21ste eeuw opgroeit. -
Herkennen erfgoed uit het eigen leven.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Erfgoed uit eigen leven: • Opa zingt ‘daar was laatst een meisje loos”. • Uit de koekentrommel tovert oma foto’s van mama toen zij even oud was als ik.
-
Illustreren sporen uit het verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
dingen van vroeger
-
Illustreren het belang van erfgoed.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang: de schoonheid, de herinnering, de persoonlijke band/ identiteit
Te hanteren begrippen
de herinnering, bewaren
-
Herkennen erfgoed in de samenleving.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Erfgoed: materieel
Voorbeelden
Materieel erfgoed: gebouw, foto
-
Herkennen erfgoed in de samenleving.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Erfgoed: immaterieel
Voorbeelden
Immaterieel erfgoed: feestdagen, rituelen, folklore
-
Herkennen erfgoed van hun stad of gemeente.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Erfgoed: • materieel • immaterieel: regionale feesten, verhalen, dialect
Te hanteren begrippen
het erfgoed
Voorbeelden
Erfgoed: het standbeeld, de straatnaam, het monument, het gebouw, de kunstcreatie, de plaatsnaam
-
Determineren erfgoed uit eigen leven en omgeving.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
-
Duiden de ontstaansperiode van hun stad of gemeente.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontstaansperiode: • historische periode • jaartal van ontstaan • reden van ontstaan: handelsroutes, natuurlijke ligging
Te hanteren begrippen
de ontstaansperiode, het ontstaan
-
Determineren erfgoed in hun stad of gemeente.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
-
Illustreren het belang van erfgoed.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang: • educatieve waarde: Erfgoed helpt ons te leren van het verleden en biedt inzicht in maatschappelijke ontwikkelingen en historische gebeurtenissen. • economische impact: Het stimuleert toerisme, creëert werkgelegenheid en draagt bij aan stedelijke ontwikkeling. • innovatie en inspiratie: Historische kennis en traditionele ambachten vormen een bron van creativiteit en vernieuwing.Te hanteren begrippen
het inzicht, het toerisme, de werkgelegenheid, de ontwikkeling, het ambacht, de innovatie, de inspiratie
-
Analyseren het belang van erfgoed.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
-
Illustreren het belang van erfgoed.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang: • duurzaamheid en behoud: Erfgoed leert ons zorg te dragen voor onze omgeving en stimuleert het behoud van historische gebouwen en natuurgebieden. • sociale cohesie: Het kan gemeenschappen verenigen en een gevoel van continuïteit en samenhorigheid bevorderen. • culturele rijkdom: Het draagt bij aan een gevarieerd cultureel landschap en bevordert respect voor diverse tradities en achtergronden.Te hanteren begrippen
de waarde, de gemeenschap, de identiteit, het behoud, duurzaam, de cultuur, de samenleving, de dialoog
-
Analyseren het belang van erfgoed.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Erfgoed: • bij ons • wereldwijd
Te hanteren begrippen
het werelderfgoed, UNESCO, de traditie
-
Herkennen collectieve identiteit.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Collectieve identiteit: overeenkomsten en verschillen tussen mensen
Voorbeelden
Collectieve identiteit: Wat eet jouw familie tijdens feestdagen?
-
Herkennen collectieve identiteit.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Collectieve identiteit: symbolen, gebruiken, feestdagen die gemeenschappen verbinden
Voorbeelden
Collectieve identiteit: • Welke symbolen herken je in je stad/ gemeente? • Welke feesten viert jouw familie?
-
Herkennen collectieve identiteit.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Collectieve identiteit: Erfgoed en geschiedenis draagt bij aan identiteit van een samenleving.
Voorbeelden
Collectieve identiteit: Waarom is dit gebouw belangrijk voor onze stad?
-
Herkennen collectieve identiteit.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Collectieve identiteit: • evolutie • invloed op maatschappelijke samenhang
Voorbeelden
Collectieve identiteit: “Hoe verandert een samenleving door invloed van andere culturen?”
-
Geven weer wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen, en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenen: collectieve identiteit
Voorbeelden
• Het herinneren van de Holocaust helpt mensen nadenken over mensenrechten, discriminatie en respect. • Historische figuren zoals Nelson Mandela kunnen wereldwijd symbool staan voor vrijheid en gelijkheid. • Monumenten (zoals het Atomium, de Ijzertoren en de Menenpoort) en standbeelden (zoals Ambiorix, Brabo en de Reus, Godfried van Bouillon) herinneren ons aan belangrijke gebeurtenissen en personen uit onze geschiedenis. -
Illustreren hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verleden: • familiebanden • aandenken
Voorbeelden
Familiebanden: • Een kind draagt dezelfde familienaam als zijn ouders of grootouders en voelt zich daardoor verbonden met zijn familie. • Oma vertelt verhalen over hoe zij vroeger leefde. Daardoor leert het kind meer over zijn familie en afkomst. • Een familie viert elk jaar dezelfde tradities, zoals samen eten op feestdagen. Aandenken: • Een kind bewaart de oude knuffel van toen het klein was en denkt daardoor terug aan fijne herinneringen. • Een familie hangt oude foto’s in huis om belangrijke momenten te herinneren. • Een kind bewaart medailles, tekeningen of souvenirs van uitstappen omdat die iets vertellen over zijn verleden. -
Illustreren hoe ontwikkelingen in de bestudeerde samenleving een invloed hebben op hedendaagse samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Invloed: • (on)vrijheid • (on)gelijkheid • (on)verdraagzaamheid • oorlog en vrede
-
Beschrijven de relatie tussen heden, verleden en toekomst met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • racisme en discriminatie • organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap
Te hanteren begrippen
het racisme, de discriminatie
-
Vergelijken de bestudeerde samenleving met hedendaagse samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden
-
Reflecteren in verschillende contexten over de betekenis van verleden voor heden en toekomst.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden