Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

244 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: GE ✕

  1. GE.001 Begrijpen K1 KO 5.1.1

    Herkennen hoe mensen in de prehistorie leefden en overleefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

  2. GE.002 Begrijpen K2 KO 5.1.1

    Illustreren hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De prehistorie:
    ontwikkelingen: voedsel verzamelen en jagen

    Te hanteren begrippen

    de prooi, jagen, het voedsel, verzamelen, op jacht
  3. GE.003 Begrijpen K3 KO 5.1.1

    Illustreren hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De prehistorie:
    • ontwikkelingen: het gebruik van vuur, werktuigen, grot- en muurschilderingen
    • personen en groepen: kleine groep (de stam)

    Te hanteren begrippen

    het vuur, het mes, de speer, de bijl, de pijlpunt, het vee, de muurschildering, de grot, de
    steen, het been
  4. GE.004 Begrijpen K3 KO 5.2.1

    Benoemen bronnen uit de prehistorie.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    beenderen
    fossielen
    werktuig
    rotsschildering
  5. GE.005 Begrijpen L1 L2 L4 5.1.1

    Beschrijven hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De prehistorie:
    • ontwikkelingen: rechtop lopen, taal, omgang met anderen, werktuigen (brons en
        ijzer)
    • plaatsen: Maasvallei

    Te hanteren begrippen

    het werktuig, het brons, het ijzer, de Maasvallei, de vallei, de rivier, rechtop lopen,
    samen, samenleven, de taal, spreken
  6. GE.006 Begrijpen L3 L4 L4 5.1.1

    Beschrijven hoe mensen tijdens de prehistorie leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De prehistorie:
    • ontwikkelingen: de eerste migraties, relaties tussen mens-dier-plant, leven op het
        ritme van dag/nacht/seizoenen
    • plaatsen: Afrika (Rift-vallei), Flores, Çatalhöyük
    • personen en groepen: complexere sociale groepen, Sapiens, de Neanderthaler

    Te hanteren begrippen

    de nomade, de verzamelaar, de landbouw, het gewas, het getemde dier, de migratie,
    leven op ritme van natuur, de mensachtige, de mens ontwikkelt, de nederzetting, de
    landbouwgemeenschap, het dorp
  7. GE.007 Begrijpen L5 GO!-doel

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de prehistorie ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Ontwikkelingen:
    • rechtop lopen: Dit gaf vroege mensachtigen een beter overzicht van hun omgeving
        en maakte hun handen vrij voor werktuigen en gebaren. Deze ontwikkeling begon
        waarschijnlijk in Afrika, vooral in de regio van de Rift-vallei.
    • ontwikkeling van taal: Communicatie verbeterde, wat samenwerking en sociale
        banden versterkte. Neanderthalers hadden waarschijnlijk een eenvoudige vorm van
        taal. Bij de Homo sapiens was taal verder ontwikkeld, wat samenwerking,
        kennisoverdracht en migratie naar nieuwe gebieden vergemakkelijkte.
    • complexere omgang met anderen: Sociale groepen werden groter en het
        samenleven kreeg complexere structuren. In nederzettingen zoals Çatalhöyük
        leefden mensen dicht op elkaar en ontstonden nieuwe vormen van samenwerking,
        taakverdeling en organisatie. Çatalhöyük is een van de oudste bekende permanente
        nederzettingen.
    • werktuigen van brons en ijzer: Mensen leerden werktuigen en wapens van brons en
        later van ijzer maken. Deze metalen werktuigen waren sterker en duurzamer dan
        stenen werktuigen en verbeterden landbouw, ambacht en overlevingskansen. Deze
        ontwikkelingen verspreidden zich over grote delen van Europa, waaronder de
        Maasvallei, waar vroege landbouwgemeenschappen leefden.
    • eerste migraties: Vroege mensen verspreidden zich vanuit Afrika (waarschijnlijk
        vanuit de Rift-vallei) naar andere delen van de wereld, waaronder Flores, waar een
        aparte mensensoort, Homo floresiensis, leefde.
    • relaties tussen mens, dier en plant: Aan het einde van de prehistorie begonnen
        mensen dieren te domesticeren en gewassen te verbouwen, wat leidde tot een
        sedentaire levensstijl, waarbij mensen op vaste plekken gingen wonen.
        Neanderthalers leefden sterk in afhankelijkheid van hun natuurlijke omgeving en
        pasten zich aan koude klimaten aan door hun jachttechnieken, kleding en gebruik
        van vuur.
    • leven in het ritme van dag en nacht en seizoenen: Mensen leerden zich aan te
        passen aan het klimaat en de cycli van de natuur, waardoor ze effectiever konden
        jagen, verzamelen en uiteindelijk landbouw ontwikkelen. Kennis van seizoenen
        werd belangrijk voor het plannen van voedselvoorziening en landbouwactiviteiten.
  8. GE.008 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2

    Vergelijken de prehistorie met het heden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

  9. GE.009 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de prehistorie.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

  10. GE.010 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.6; L4 5.2.7

    Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de prehistorie.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Formuleren:
    • continuïteit versus verandering
        o aspecten die veranderen (verandering)
        o aspecten die continu zijn (continuïteit)
  11. GE.011 Gebruiken L4 L4 5.2.7

    Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de prehistorie.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oorzaken en gevolgen:
    • Ontdekking van vuur. Oorzaak: mensen ontdekten hoe ze vuur konden maken of
        bewaren. Gevolg: Ze konden zich verwarmen, voedsel koken en wilde dieren
        wegjagen. Het vuur zorgde ook voor sterkere banden met elkaa: mensen
        verzamelden zich vaak rond het vuur, dat een centrale plek had in de gemeenschap.
    • Ontstaan van landbouw. Oorzaak: mensen wilden meer zekerheid over voedsel.
        Gevolg: ze gingen op één plaats wonen en begonnen groenten en vee te telen.
  12. GE.012 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.8; L4 5.2.5

    Vergelijken een perspectief van mensen in de prehistorie met een hedendaags perspectief.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Manu zegt: “In de prehistorie dachten mensen dat onweer iets was dat de goden deden
    omdat ze boos waren. Nu weten wij dat het komt door elektriciteit in de lucht. Zij
    konden het niet weten, want er was geen wetenschap of elektriciteit zoals wij die nu
    hebben. Wij kunnen dingen meten met machines, zij moesten alles verklaren met wat ze
    zagen of dachten."
  13. GE.013 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.4

    Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de prehistorie.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    oorzaak-gevolg
    continuïteit versus verandering
  14. GE.014 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.3

    Formuleren historische vragen bij de prehistorie.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    oorzaak-gevolg
    continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Oorzaak gevolg:
    Waarom zijn mensen gestopt met jagen en verzamelen?
    Continuïteit versus verandering:
    Wat veranderde er aan hun manier van wonen toen de mensen in de prehistorie boer
    werden?
  15. GE.015 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de prehistorie vanuit verschillende perspectieven.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Ontdekking en gebruik van vuur. Jager: “Met vuur kunnen we dieren wegjagen en
        vlees bakken, waardoor het makkelijker eetbaar wordt en langer goed blijft.”
        Familie: “We hebben licht en warmte in de grot.” Andere groepen: “Mensen met
        vuur lijken sterker.” Historicus: “Vuur was een belangrijke stap in de ontwikkeling
        van de mens.”
    • Overgang van jagen naar landbouw. Jager: “Door op één plaats te blijven wonen,
        hebben we meer voedselzekerheid omdat we zelf gewassen verbouwen en dieren
        houden. Maar ik vind het moeilijk dat we minder vrij kunnen rondtrekken en harder
        moeten werken op het land.” Boer: “Een vaste woonplaats is beter omdat we
        huizen kunnen bouwen, voedsel kunnen opslaan en een dorp vormen. Daardoor
        kunnen gezinnen groeien en voelen we ons veiliger.” Stamleider: “Sedentair leven
        maakt het makkelijker om afspraken te maken over grond en voedselvoorraden.
        Maar er kunnen ook conflicten ontstaan over eigendom en bezit.” Historicus:
        “Landbouw veranderde het leven van mensen helemaal.”
  16. GE.016 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.1

    Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de prehistorie.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

  17. GE.017 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.1.1; L4 5.1.1

    Tonen hun kennis van de prehistorische tijd in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Prehistorie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Isla bespreekt tijdens de les over het classificeren van organismen de uiterlijke
        kenmerken en de eetgewoontes van de prehistorische mensen.
    • Bilal maakt samen met zijn klas een kampvuur en legt uit hoe vuur in de prehistorie
        werd gemaakt en waarom het zo belangrijk was voor de prehistorische mens.
  18. GE.018 Begrijpen K1 KO 5.1.2

    Herkennen hoe mensen in de oudheid leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

  19. GE.019 Begrijpen K2 KO 5.1.2

    Illustreren hoe mensen tijdens de oudheid leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De oudheid - Egyptische samenleving:
    • ontwikkelingen: begraven
    • plaatsen: Egypte, de piramides
    • personen en groepen: farao

    Te hanteren begrippen

    de piramide, begraven, de farao
  20. GE.020 Begrijpen K3 KO 5.1.2

    Illustreren hoe mensen tijdens de oudheid leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De oudheid - Egyptische samenleving:
    • ontwikkelingen: schrift (hiërogliefen, de Steen van Rosetta, papyrus)
    • plaatsen: de piramides van Gizeh, de Nijl
    • personen en groepen: boer, priester, farao

    Te hanteren begrippen

    Egypte, het schrift, de papyrus, het schrijven op steen, krassen, de Nijl
  21. GE.021 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.1

    Benoemen bronnen uit de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: hiërogliefen op tempels
    • materiële bronnen: tempels, piramiden, sieraden, wapens

    Te hanteren begrippen

    de tempel, het wapen, het juweel, schrijven
  22. GE.022 Begrijpen L1 L4 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De oudheid - de Romeinen:
    • ontwikkelingen: imperialisme, migratie, handel over lange afstanden, culturele
        uitwisseling, voedselproductie, dagelijks leven
    • plaatsen: wegennetwerk, keukens, Rome, Tongeren
    • gebeurtenissen: ontstaan van het christendom

    Te hanteren begrippen

    de Romeinen, Rome, Tongeren, de god, de godin, de (eerste) wegen, de heirbaan, de
    handel, kopen, verkopen, de keuken, een groot rijk met één leider, het geloof, het
    christendom, lange reizen maken, verhuizen, het Romeinse bad, het eten, de
    eetgewoonte, het toilet, de centrale verwarming
  23. GE.023 Begrijpen L2 L4 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De oudheid – Mesopotamië:
    • ontwikkelingen: standenmaatschappij, beroepsspecialisatie, slavernij, handel
    • plaatsen: stroomgebied van Tigris en Eufraat, stadstaat
    • personen en groepen: slaafgemaakten, koning
    
    De oudheid - de Griekse wereld:
    • ontwikkelingen: mythologie, religie
    • plaatsen: Athene, de Akropolis, de berg Olympus

    Te hanteren begrippen

    de koning, de priester, de schriftgeleerde, de handelaar, de ambachtslui, de boer, de
    slaaf, de slavernij, de standen, arm en rijk, de Griekse wereld, Mesopotamië, de rivier,
    de stroom, het stroomgebied, de Tigris, de Eufraat, de stadstaat, de mythe, de
    godsdienst, de berg Olympus, Athene, de Akropolis, het hoogste punt van de stad, de
    tempel Parthenon, de hoge heuvel, de heilige plaats, de godin Athena
  24. GE.024 Begrijpen L3 L4 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De oudheid - de Griekse wereld:
    • ontwikkelingen: filosofie, democratie, burgerrechten
    • plaatsen: Athene
    • personen en groepen: de aristocratie, Socrates, Archimedes, Hippocrates, vrouwen
        in de Griekse oudheid
    • gebeurtenissen: de wetten van Solon
    
    De oudheid - De Romeinen:
    • ontwikkelingen: identiteit en integratie
    • plaatsen: Rome, Pompeii, Carthago, Velzeke, Limes
    • personen en groepen: Hannibal, Cornelia, Caesar, keizer Augustus, slaafgemaakten,
        de Kelten, Germanen, Constantijn
    • gebeurtenissen: Pax Romana

    Te hanteren begrippen

    de Grieken, de Romeinen, de aristocratie, de machtige familie, de filosoof, de slimme
    man, Socrates, de uitvinder (wiskunde, techniek), Archimedes, de dokter, Hippocrates,
    de wet, de regel, de wetten van Solon, de rechten, de burger, de Griekse vrouw
    (Oudheid), de huisvrouw, het vrouwenrecht, tijd van vrede, Hannibal, Cornelia, Caesar,
    keizer Augustus, Constantijn, de kerk, de Kelten, de dappere krijger, de Germanen,
    Rome, Pompeii, Carthago, Velzeke, Limes
  25. GE.025 Begrijpen L4 L4 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De oudheid – Mesopotamië:
    • ontwikkelingen: irrigatielandbouw, spijkerschrift, epische verhalen (over helden en
        goden)
    • plaatsen: ziggoerat (grote tempel)
    • personen en groepen: schriftgeleerde
    • gebeurtenissen: Codex Hammurabi (een van de eerste wetboeken met 282 wetten
        voor de Babyloniërs); Gilgamesj-epos

    Te hanteren begrippen

    de irrigatie, de landbouw, de bevloeiing, het graven van kanalen en sloten, het
    spijkerschrift, het stokje, de kleitablet, de grote tempel, het offer, de wetten en regels,
    “oog voor oog, tand voor tand”, het wetboek, de mythe
  26. GE.026 Begrijpen L3 L4 L4 5.2.4

    Benoemen relevante bronnen voor de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: Mesopotamië: inscripties in tempels, wetboek,
        Rome/Griekenland: historische verslagen, mythes en dagboeken in oud-Grieks en
        Latijn, Romeinse cijfers I – V – X – L – C – D - M
    • beeldende bronnen: Rome/Griekenland: standbeelden, mozaïek, beschilderde
        vazen
    • materiële bronnen: tempels, theaters, badhuizen, Romeinse heirwegen, aardewerk,
        sieraden
  27. GE.027 Begrijpen L5 GO!-doel

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de oudheid ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    De oudheid – Egypte
    • Het oude Egypte ontstond duizenden jaren geleden langs de rivier de Nijl. Dankzij
        het water van de rivier konden mensen er wonen, voedsel verbouwen en steden
        bouwen. Doorheen de oudheid ontwikkelde Egypte zich tot een sterke beschaving.
    • De Nijl was heel belangrijk voor de voedselvoorziening (mensen konden vissen),
        transport en handel (boten voeren over de rivier) en landbouw (de grond werd
        vruchtbaar door overstromingen).
    • De farao was de "goddelijke leider”. Hij maakte wetten, leidde het land en liet
        tempels en piramides bouwen. De piramides waren eigenlijk grote graven voor de
        farao’s. Niet alleen farao’s maar ook andere rijke en belangrijke mensen werden
        gebalsemd tot mummies.
    • De Egyptenaren geloofden in veel goden en de priesters zorgden ervoor dat die
        goden in de tempels konden aanbeden worden.
    • De Egyptenaren ontwikkelden een eigen schrift: de hiërogliefen. Ze schreven op
        muren van tempels, graven en papyrus. Pas sinds de ontdekking van ‘de Steen van
        Rosetta’ zijn wetenschappers in staat om hiërogliefen te begrijpen.
    De oudheid – Mesopotamië:
    • de samenleving was hiërarchisch: Koningen heersten over stadstaten en
        schriftgeleerden gebruikten het spijkerschrift. Slaafgemaakten en boeren werkten
        vooral in de irrigatielandbouw langs de Tigris en de Eufraat.
    • In Mesopotamië ontstond een van de eerste vormen van schrift, waardoor handel,
        wetten en verhalen konden worden opgeschreven: De Codex Hammurabi bevatte
        strenge wetten, terwijl het Gilgamesj-epos een vroeg heroïsch verhaal was. Mensen
        aanbaden verschillende goden en bouwden ziggoerats als tempels binnen hun
        stadstaat.
    De oudheid - de Griekse Wereld:
    • De Grieken geloofden in goden zoals Zeus op de berg Olympos en brachten offers.
        Sokrates en Archimedes droegen bij aan de ontwikkeling van filosofie, wetenschap
        en logisch denken.
    • In Athene, bij de Akropolis, ontstond democratie. Hippocrates legde de basis voor
        geneeskunde. Solons wetten hervormden het bestuur en vergrootten
        burgerrechten.
    • De Grieken bouwden tempels, theaters en stadions en organiseerden de
        Olympische Spelen ter ere van de goden.
    • De Griekse cultuur verspreidde zich rond de Middellandse Zee door handel, kolonies
        en de veroveringen van Alexander de Grote.
    De oudheid - de Romeinen:
    • Rome breidde zijn rijk uit en kwam in contact met Kelten en Germanen. Onder
        Constantijn de Grote kreeg het christendom meer vrijheid en invloed.
    • Via een uitgebreid wegennetwerk reisden goederen tussen Rome, Pompeii,
        Carthago, Tongeren en Velzeke. Keukens waren geavanceerd en sociale structuren
        bepaalden het dagelijks leven.
    • Keizer Augustus zorgde voor de Pax Romana, Hannibal vocht tegen Rome, Cornelia
        had invloed als vrouw en Julius Caesar droeg bij aan de overgang van republiek naar
        keizerrijk.
    • De Romeinen bouwden aquaducten, badhuizen en amfitheaters, waardoor steden
        beter georganiseerd en comfortabeler werden.
    • Het Romeinse recht en de Latijnse taal beïnvloedden later veel Europese landen en
        talen.
  28. GE.028 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2; L4 5.2.5

    Vergelijken de oudheid met het heden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

  29. GE.029 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5

    Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

  30. GE.030 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.5; L4 5.2.6; L4 5.2.7

    Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Formuleren:
    • continuïteit versus verandering
        o aspecten die veranderen (verandering)
        o aspecten die continu zijn (continuïteit)
  31. GE.031 Gebruiken L4 L4 5.2.7

    Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oorzaken en gevolgen:
    • Uitvinding van het schrift. Oorzaak: handelaars en bestuurders wilden informatie
        onthouden en bijhouden. Gevolg: wetten, handel en geschiedenis konden worden
        opgeschreven.
    • Aanleg van Romeinse wegen. Oorzaak: Romeinen wilden hun leger en handel
        sneller laten reizen. Gevolg: steden werden beter verbonden en handel groeide.
  32. GE.032 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.8

    Vergelijken een perspectief van mensen in de oudheid met een hedendaags perspectief.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Neo zegt: “In het oude Rome vonden ze het normaal dat sommige mensen slaven waren
    en geen rechten hadden. Nu vinden wij dat iedereen gelijk is en recht heeft op vrijheid.”
  33. GE.033 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.4

    Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Oorzaak-gevolg:
    Hoe komt het dat het Romeinse Rijk zo groot werd?
    Continuïteit versus verandering:
    Welke dingen uit de Romeinse tijd gebruiken we vandaag nog?
  34. GE.034 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.3

    Formuleren historische vragen bij de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering
  35. GE.035 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de oudheid vanuit verschillende perspectieven.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • De Olympische Spelen in ‘het oude Griekenland’. Griekse atleet: “Ik wil winnen voor
        mijn stad en beroemd worden.” Toeschouwer: “De spelen zijn spannend en
        feestelijk.” Priester: “De wedstrijden eren de god Zeus.” Stadsstaat: “Onze stad
        krijgt prestige als onze atleet wint.” Handelaar: “Tijdens de spelen kan ik meer
        verkopen.” Historicus: “De Olympische Spelen tonen hoe belangrijk sport en
        godsdienst waren bij de Grieken.”
    • Bouw van een Romeins aquaduct. Romeinse bestuurder: “Met een aquaduct krijgt
        de stad genoeg water en zijn de inwoners tevreden.” Bewoners van de stad: “Nu
        hebben we drinkwater en badhuizen.” Arbeiders/slaven: “Wij moeten zwaar werk
        doen om het aquaduct te bouwen.” Rijke burgers: “De stad wordt belangrijker en
        mooier.” Historicus: “Aquaducten tonen hoe goed de Romeinen konden bouwen.”
  36. GE.036 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.1

    Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de oudheid.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

  37. GE.037 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.1.2; L4 5.1.2

    Tonen hun kennis van de oudheid in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Oudheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bij actuele berichtgeving over het Midden-Oosten herkent Marcel dat dit een regio
        en beschaving is die floreerde in de oudheid.
    • Zeno legt tijdens de les over verkiezingen en de democratie in ons land, de
        herkomst van de bestuursvorm democratie uit.
  38. GE.038 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen hoe mensen in de middeleeuwen leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

  39. GE.039 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Illustreren hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De middeleeuwen:
    • de tijd van burchten en steden
    • Mensen bouwden burchten. De bevolking woonde daarrond.
    • Ridders beschermden de burchten. Ridders hadden verschillende manieren om zich
        te verdedigen.

    Te hanteren begrippen

    de ridder, de heer, de boer, de burcht, de spelen
  40. GE.040 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Benoemen bronnen uit de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    materiële bronnen: burchten, kasteelruïnes, harnassen, zwaarden
  41. GE.041 Begrijpen L1 L4 5.1.3

    Beschrijven hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De middeleeuwen:
    ontwikkelingen: rurale versus stedelijke samenlevingen

    Te hanteren begrippen

    het ambacht, de gemeenschap, samenleven op het platteland, samenleven in de stad

    Voorbeelden

    Ambachtslieden:
    de smid, de schoenmaker, de wever, de drukker, de naaister, de pottenbakker
  42. GE.042 Begrijpen L2 L4 5.1.3

    Illustreren hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden en dachten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De middeleeuwen – Europa:
    • ontwikkelingen: rurale en stedelijke samenleving, ziekten (de pest), handel,
        christendom
    • plaatsen: Brugge, kloosters en abdijen (bidden, werken, schrijven)
    • personen en groepen: Hildegard van Bingen (Duitse componiste en auteur, de
        theologe, de wetenschapper, de verdediger voor gelijke rechten), begijnen (helpen
        van zieken en armen), gilde (vereniging van mensen met hetzelfde beroep),
        ambachtslieden

    Te hanteren begrippen

    het platteland, de stad, de zieke, de pest, de handel, het ambacht, de markt, het schip,
    Brugge, de handelsstad, de koopman, de gezel/ de leerling, textiel, de priester, de non,
    de monnik, de abdij, het klooster, de begijn, de gilde, het atelier, de winkel, Hildegard
    van Bingen, arm, rijk, de adel
  43. GE.043 Begrijpen L3 L4 5.1.3

    Beschrijven hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden en dachten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De middeleeuwen - Europa:
    • ontwikkelingen: agrarische (r)evolutie, rechtspraak, machtsverhoudingen en
        ongelijkheid
    • plaatsen: Brugge, Gent
    • personen en groepen: de Bourgondiërs (belangrijke heersers in de lage landen)
    • gebeurtenissen: de keure van Kortenberg (1312, de keure/ het recht), het
        drieslagstelsel (de gewassen, de braakliggende grond, om de drie jaren)

    Te hanteren begrippen

    de landbouw, de macht, de ongelijkheid, het drieslagstelsel, de rechtspraak, de straf, de
    keure van Kortenberg, de Bourgondiër, het charter
  44. GE.044 Begrijpen L4 L4 5.1.3

    Beschrijven hoe mensen tijdens de middeleeuwen leefden en dachten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De middeleeuwen – de Arabische wereld:
    • ontwikkelingen: het ontstaan en de verspreiding van de islam, kennisontwikkeling,
        Arabische kunst
    • plaatsen: Bagdad (huis van wijsheid: huis voor wetenschappers en filosofen)
    • personen en groepen: Al Ghazali (Islamitische filosoof, jurist), geleerden, kaliefen
        (leider van een Islamitisch grondgebied)
    • gebeurtenissen: schisma tussen sjiieten en soennieten: een splitsing binnen de
        islam i.v.m. de opvolger voor profeet Mohammed
    
    De middeleeuwen - contacten tussen samenlevingen:
    • ontwikkelingen: interculturele contacten
    • plaatsen: Al-Andaluz, de moskee van Cordoba (Spanje), het Alhambra (Granada -
        Spanje, een groot paleis), Dorestad (een handelsstad)
    • personen en groepen: Maimonides (de Joodse arts), conversos (van geloof
        veranderen), vikingen, Rollo de Noorman
    • gebeurtenissen: de Reconquista (de herovering /overheersing van christelijke
        koninkrijken en het verdrijven van moslims), de belegering van Parijs (aanvallen op
        stad Parijs door Noormannen.

    Te hanteren begrippen

    de islam, de Arabische kunst, Bagdad, het huis van wijsheid, de geleerde, de kalief, Al
    Ghazali, het shisma , de viking, de Noormannen, de belegering, de verovering, de
    herovering, de moskee, Rollo De Noorman, Maimonides, conversos, het Alhambra, de
    moskee van Cordoba, Dorestad

    Voorbeelden

    De Arabische wereld:
    de Slag van de Kameel: begin van splitsing in sjiieten en soennieten
    Contacten tussen samenlevingen:
    handel tussen Vikingen en Arabieren, samenwerking tussen christenen, joden en
    moslims in Al-Andaluz
  45. GE.045 Begrijpen L3 L4 L4 5.2.4

    Benoemen relevante bronnen voor de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: ridderverhalen, dierenverhalen, religieuze boeken
    • beeldende bronnen: wandtapijten, fresco’s in kerken
    • materiële bronnen: burchten, stadspoorten en -muren, kerken/kathedralen,
        wapens, sieraden, gebruiksvoorwerpen
  46. GE.046 Begrijpen L5 GO!-doel

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de middeleeuwen ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    De middeleeuwen:
    • de Arabische wereld bloeit: De islam verspreidt zich vanaf de 7e eeuw snel over het
        Midden-Oosten, In centra zoals Huis van Wijsheid (in Bagdad) floreert wetenschap,
        filosofie en geneeskunde. Arabische kunst, architectuur en literatuur bereiken een
        hoog niveau. Intellectuelen zoals Al Ghazali en de kaliefen beïnvloeden het denken,
        terwijl het schisma tussen sjiieten en soennieten voor blijvende religieuze en
        politieke verdeeldheid binnen de islamitische wereld zorgt.
    • Europa verandert: Vanaf de late middeleeuwen groeit Europa geleidelijk van een
        voornamelijk landbouwgerichte samenleving naar een samenleving met steeds
        belangrijkere steden en handel Handel en ambachten groeien, terwijl kloosters en
        abdijen een belangrijke rol spelen in religie en het bewaren van kennis. De pest
        vanaf de 14e eeuw veroorzaakt enorme sterfte. Het Huis van Bourgondië breidt zijn
        invloed uit in de Nederlanden. De Keure van Kortenberg versterkt inspraak en
        rechtspraak in het hertogdom Brabant.
    • contacten tussen culturen: In Al-Andalus leven moslims, christenen en joden
        gedurende bepaalde periodes relatief vreedzaam samen en wisselen zij kennis uit
        op het vlak van wetenschap, filosofie en geneeskunde. De moskee van Córdoba en
        het Alhambra tonen culturele uitwisseling. Tegelijk drijven Vikingen handel met
        Byzantijnen en Arabische gebieden via rivieren en handelsroutes in Oost-Europa.
        Rollo vestigt zich in Normandië, waar Viking- en Europese culturen zich vermengen.
        De Reconquista verandert geleidelijk de machtsverhoudingen in Spanje.
    • technologische en economische vooruitgang: Het drieslagstelsel verbetert de
        landbouwproductie, waardoor de bevolking in Europa groeit. Handel breidt uit via
        nieuwe handelsroutes op land en zee. Steden zoals Brugge en Gent groeien uit tot
        belangrijke centra van handel en nijverheid. Gilden organiseren ambachtslieden en
        kooplieden en spelen een grote rol in het economische en sociale leven.
    • denken en geloof: Het christendom domineert Europa en beïnvloedt kunst,
        wetenschap en het dagelijks leven. Personen zoals Hildegard van Bingen brengen
        kennis, muziek en spiritualiteit samen. Handelsplaatsen zoals Dorestad brengen in
        de vroege middeleeuwen verschillende culturen met elkaar in contact en zorgen
        voor de verspreiding van ideeën, goederen en technieken.
  47. GE.047 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2; L4 5.2.5

    Vergelijken de middeleeuwen met het heden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

  48. GE.048 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5

    Vergelijken de bestudeerde samenlevingen van de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

  49. GE.049 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.5; L4 5.2.6; L4 5.2.7

    Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Formuleren:
    • continuïteit versus verandering
        o aspecten die veranderen (verandering)
        o aspecten die continu zijn (continuïteit)
  50. GE.050 Gebruiken L4 L4 5.2.7

    Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oorzaken en gevolgen:
    • De pest (“Zwarte Dood”) in West-Europa. Oorzaak: besmetting verspreidde zich via
        ratten, vlooien en handel. Gevolg: miljoenen mensen stierven en veel dorpen
        raakten verlaten.
    • Invallen van Vikingen. Oorzaak: Vikingen zochten rijkdom, handel en nieuwe
        woonplaatsen. Gevolg: dorpen en kloosters werden aangevallen en mensen
        bouwden betere verdediging.
  51. GE.051 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.8

    Vergelijken een perspectief van mensen in de middeleeuwen met een hedendaags perspectief.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Saskia zegt: “In de middeleeuwen dachten mensen dat er pest was omdat God boos
    was. Nu weten we dat het door bacteriën komt die via ratten en vlooien verspreid
    worden. Wij gebruiken vaccins en medicijnen om ziekten te bestrijden, zij wisten nog
    niet hoe dat werkte.”
  52. GE.052 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.4

    Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering
  53. GE.053 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.3

    Formuleren historische vragen bij de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Oorzaak-gevolg:
    Waarom bouwden mensen burchten in de Middeleeuwen, en wat veranderde daardoor
    in hoe mensen leefden?
    Continuïteit versus verandering:
    Welke dingen in de handel zijn hetzelfde gebleven sinds de Middeleeuwen en welke zijn
    er veranderd?
  54. GE.054 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de middeleeuwen vanuit verschillende perspectieven.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bouw van een middeleeuws kasteel. Heer of koning: “Het kasteel beschermt mijn
        gebied en toont mijn macht.” Ridder: “Vanuit het kasteel kan ik het land
        verdedigen.” Boeren: “Bij gevaar kunnen we schuilen achter de muren maar we
        moeten te hard werken voor de kasteelheer.” Vijanden: “Een sterk kasteel is
        moeilijk te veroveren. Daarom moeten we nieuwe aanvalstechnieken gebruiken,
        zoals stormrammen of katapulten.”
    • Leven in een middeleeuwse stad rond de kerk of kathedraal. Priester: “De kerk
        brengt mensen dichter bij God.” Gelovige: “Ik ga naar de kerk voor gebed en
        feesten.” Handelaar: “Rond de kathedraal is het vaak druk. Een ideale plek dus om
        handel te drijven.” Arme bewoners: “We betalen te veel mee aan de bouw van de
        kerk. Rijke mensen hebben veel invloed in de kerk” Historicus: “Kerken tonen de
        grote invloed van het geloof in de middeleeuwen.”
  55. GE.055 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.1

    Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de middeleeuwen.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

  56. GE.056 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 5.1.3

    Tonen hun kennis van de historische periode van de middeleeuwen in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Middeleeuwen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • In steden zoals Brussel, Leuven en Antwerpen herkent Nour sporen uit de
        Middeleeuwen.
    • Bij het bezoeken van een schoenhersteller vertelt Manon over de verschillende
        ambachten die in de middeleeuwen ontstonden.
  57. GE.057 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen hoe mensen in de vroegmoderne tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

  58. GE.058 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Illustreren hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De vroegmoderne tijd:
    De boekdrukkunst ontstond waardoor kennis gemakkelijker verspreid kon worden.
    Er werden grote schepen ontwikkeld om op volle zee te varen en zo werden andere
    landen en gebieden ontdekt.

    Te hanteren begrippen

    het boek, drukken, het schip, de zee, de haven
  59. GE.059 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Benoemen bronnen uit de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: boeken; beeldende bronnen: schilderijen
    • materiële bronnen: zeilschepen
  60. GE.060 Begrijpen L1 L2 L4 5.1.4

    Beschrijven hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden en dachten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De vroegmoderne tijd – Europa:
    • ontwikkelingen: boekdrukkunst
    • plaatsen: Antwerpen, Frankrijk
    • personen en groepen: Plantijn, Lodewijk XIV (de Zonnekoning)

    Te hanteren begrippen

    de boekdrukkunst, Plantijn, Lodewijk XIV
  61. GE.061 Begrijpen L3 L4 L4 5.1.4

    Beschrijven hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden en dachten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De vroegmoderne tijd – Europa:
    • ontwikkelingen: religieuze conflicten (tussen christenen en reformisten),
        staatsvorming, imperialisme (een imperium, je invloed en macht uitbreiden)
    • plaatsen: Duitse Rijk
    • personen en groepen: Karel V (keizer van Duitse Rijk)
    • gebeurtenissen: de Vrede van Westfalen (landen mochten kiezen welke godsdienst
        ze wilden, er kwamen grenzen tussen landen, elk land had eigen regels)

    Te hanteren begrippen

    het conflict, de staatsvorming, het rijk/het imperium, keizer Karel V, de landsgrens
  62. GE.062 Begrijpen L3 L4 L4 5.2.4

    Benoemen relevante bronnen voor de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: boeken; beeldende bronnen: schilderijen
    • materiële bronnen: gebruiksvoorwerpen, drukpersen
  63. GE.063 Begrijpen L5 L6 5.1.1

    Beschrijven hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd leefden en dachten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De vroegmoderne tijd – Afrika:
    • ontwikkelingen: mondelinge tradities, religie, machtsverhoudingen, slavenhandel,
        staatsvorming
    • plaatsen: de Kongostroom (belangrijke Afrikaanse rivier voor handel)
    • personen en groepen: Lukeni Lua Nimi (eerste koning en stichter van het Koninkrijk
        Kongo), Portugese handelaren, Afonso I (een koning van het Koninkrijk Kongo, de
        slavenhandel), Garcia II van Kongo (koning van Kongo die aan slavenhandel deed)
    • gebeurtenissen: de oprichting van het Kongo-koninkrijk, introductie van het
        Christendom
    
    De vroegmoderne tijd - contacten tussen samenlevingen:
    • ontwikkelingen: uitwisseling van ideeën in kunst, wetenschap en kosmologie,
        wereldimperialisme, Atlantische driehoekshandel (handelssysteem tussen drie
        werelddelen, m.n. Europa, Afrika en Amerika)
    • plaatsen: zijderoutes, handelspost, kolonie
    • personen en groepen: slaafgemaakten, zeevaarders, Vermeer, Columbus, de West-
        Indische Compagnie, La Malinche (Mexicaanse tolk die meereisde met Spaanse
        ontdekkingsreiziger Cortès, de symbolische moeder van het Mexicaanse volk,
        symbool voor koloniale botsing en culturele vermenging)
    • gebeurtenissen: het ronden van Kaap de Goede Hoop

    Te hanteren begrippen

    de traditie, de Kongostroom, de handelaar, Lukeni Lua Nimi, de stichter, de
    slavenhandel, het koninkrijk Kongo, de driehoekshandel, de zijderoute, Columbus,
    Vermeer, La Malinche, de ontdekkingsreis, de zeevaarder, de zeevaart, Kaap de Goede
    Hoop
  64. GE.064 Begrijpen L5 L6 L6 5.2.2

    Benoemen relevante bronnen voor de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: pamfletten, boeken over wetenschap en religie, literatuur,
        wetteksten
    • beeldende bronnen: schilderijen, standbeelden, (geografische) kaarten
    • materiële bronnen: kerken, paleizen, meubels, kleding, gebruiksvoorwerpen
  65. GE.065 Begrijpen L6 L6 5.1.1

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de vroegmoderne tijd ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    De vroegmoderne tijd:
    • Afrika: tradities en macht: In veel Afrikaanse samenlevingen blijft mondelinge
        overlevering cruciaal voor kennisoverdracht. Religie en machtsstructuren
        veranderen in Centraal-Afrika vanaf de 15e eeuw met de komst van het
        Christendom, geïntroduceerd door Portugese handelaren. Het Kongo-koninkrijk
        wordt gesticht onder Lukeni Lua Nimi. Onder heersers zoals Afonso I neemt de
        invloed van het christendom toe en ontstaan nauwe contacten met Portugal. Later
        probeert Garcia II de onafhankelijkheid van het rijk te behouden tegenover
        buitenlandse invloed.
    • slavenhandel en staatsvorming: De Atlantische slavenhandel heeft vanaf de 16e
        eeuw grote gevolgen voor de politieke, economische en sociale structuren in
        Centraal- en West-Afrika. Europese handelaars werken samen met sommige
        Afrikaanse leiders en tussenhandelaren bij de handel in tot slaaf gemaakte mensen.
        Langs de Congostroom ontstaan spanningen door oorlogen, machtsstrijd en
        buitenlandse inmenging. Lokale koninkrijken proberen zich aan te passen aan de
        groeiende Europese invloed en de veranderende machtsverhoudingen.
    • uitwisseling van kennis en cultuur: Via handelsroutes zoals de zijderoutes en
        Europese handelsposten worden goederen, ideeën, religies en wetenschappelijke
        kennis gedeeld tussen continenten. Zeevaarders en ontdekkingsreizigers,
        waaronder Columbus en de West-Indische Compagnie, spelen hierin een belangrijke
        rol.
    • Wereldimperialisme: Europese mogendheden zoals Spanje, Portugal, Engeland en
        de Republiek der Nederlanden vestigen vanaf de 15e en 16e eeuw kolonies en
        breiden hun invloed uit, waarbij Afrikaanse en inheemse samenlevingen worden
        beïnvloed door nieuwe economische en politieke systemen. Dit leidt tot
        grootschalige sociale veranderingen.
    • rituelen en ontdekkingen: Ceremonies blijven een belangrijk onderdeel van
        samenlevingen, waarbij traditionele en nieuwe culturele invloeden worden
        vermengd. Het ronden van Kaap de Goede Hoop markeert een keerpunt in
        wereldwijde handelsroutes en Europese expansie.
  66. GE.066 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2; L4 5.2.5

    Vergelijken de vroegmoderne tijd met het heden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

  67. GE.067 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Vergelijken de bestudeerde samenlevingen van de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

  68. GE.068 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.5; L4 5.2.6; L4 5.2.7

    Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen binnen de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Formuleren:
    • continuïteit versus verandering
        o aspecten die veranderen (verandering)
        o aspecten die continu zijn (continuïteit)
  69. GE.069 Gebruiken L4 L4 5.2.7

    Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oorzaken en gevolgen:
    • Kolonisatie. Oorzaak: grote koninkrijken willen hun rijkdom vergroten o.a. om hun
        legers te kunnen bekostigen. Gevolg: er worden in het zuiden grote gebieden bezet
        die kolonies worden van het ‘moederland’.
    • Reformatie: Oorzaak: een aantal christelijke gelovigen vond dat de kerk te rijk
        geworden was. Gevolg: er kwam een ‘afscheuring’ binnen de kerk: katholieken en
        protestanten.
  70. GE.070 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.8

    Vergelijken een perspectief van mensen in de vroegmoderne tijd met een hedendaags perspectief.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Jerome zegt: "Mensen in de 16e eeuw dachten dat zij nieuwe landen konden
    'ontdekken', ook al woonden daar al mensen. Wij vinden het raar dat je een land
    'ontdekt' terwijl het al bewoond is."
  71. GE.071 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.4

    Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering
  72. GE.072 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.3

    Formuleren historische vragen bij de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Oorzaak-gevolg:
    Waarom werden wetenschappers in de 17e eeuw soms tegengewerkt door de kerk?
    Wat was het gevolg?
    Continuïteit versus verandering:
    Hoe veranderde het leven van mensen toen de boekdrukkunst werd uitgevonden? Wat
    bleef er nog wel hetzelfde?
  73. GE.073 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de vroegmoderne tijd vanuit verschillende perspectieven.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Uitvinding van de boekdrukkunst. Drukker: “Boeken kunnen sneller en goedkoper
        geschreven teksten verspreiden.” Wetenschapper: “Nieuwe ideeën kunnen zich
        sneller verspreiden.” Kerkelijke leiders: “De drukkunst helpt om religieuze teksten
        te verspreiden, maar mensen kunnen nu ook sneller kritische ideeën delen”
        Historicus: “De boekdrukkunst veranderde onderwijs, wetenschap en geloof.”
    • Ontdekkingsreizen. Ontdekkingsreiziger: “Het avontuur lonkt en ik zal er
        waarschijnlijk veel geld mee verdienen” Koning of vorst: “Kostbaarheden uit de
        ontdekte/veroverde gebieden vullen onze schatkist.” Zeeman: “De reis is gevaarlijk
        en zwaar.” Inheemse bevolking: “Vreemdelingen veranderen ons land en onze
        manier van leven.” Historicus: “Ontdekkingsreizen zorgden voor meer contact
        tussen werelddelen.”
  74. GE.074 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.1; L6 5.2.2

    Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de vroegmoderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

  75. GE.075 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 5.1.4; L6 5.1.1

    Tonen hun kennis van de historische periode van de vroegmoderne tijd in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Vroegmoderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bij het lezen van een boek vertelt Safouan hoe boeken nu tot stand komen en hoe
        dit ooit wel anders was.
    • Marwa herkent de revoluties die ook nu nog uitbreken in gebieden waar mensen
        worden onderdrukt en vergelijkt die met de revoluties uit de vroegmoderne tijd.
  76. GE.076 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen hoe mensen in de moderne tijd samenleefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

  77. GE.077 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Illustreren hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De moderne tijd:
    • ontwikkelingen en uitvindingen in de moderne tijd: radio, televisie, telefoon,
        gloeilamp, elektriciteit, treinen en schepen, vliegtuigen, auto, fietsen
    • machines nemen het handwerk over

    Te hanteren begrippen

    de radio, de televisie, de telefoon, de gloeilamp, de machines, het handwerk, de
    uitvinding, de ontdekking, de trein, het schip, het vliegtuig, de auto, de fiets
  78. GE.078 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Benoemen bronnen uit de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: kranten, boeken
    • beeldende bronnen: schilderijen
    • materiële bronnen: machines, radio, televisie
  79. GE.079 Begrijpen L1 L2 L6 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De moderne tijd:
    • ontwikkelingen en uitvindingen in de moderne tijd/ technologische innovaties:
        machines, vaccins, stoomtreinen en -schepen
    • De ontwikkeling van stoomtreinen en stoomschepen zorgden voor een beter
        transport van mensen en goederen. Levensmiddelen en goederen van over de hele
        wereld konden worden toegevoerd.

    Te hanteren begrippen

    de stoommachine, de stoomtrein, het stoomschip, de elektriciteit, de spoorweg, de
    vernieuwing
  80. GE.080 Begrijpen L3 L4 L6 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De moderne tijd - ontwikkelingen:
    • industriële en agrarische revolutie, effecten van verstedelijking op leef- en
        werkomstandigheden, leven op het ritme van de klok
    
    De moderne tijd - plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen:
    • Charleroi, arbeiders en opdrachtgevers, landschapsverandering (terrils (afvalhopen
        van puin uit mijnen), kleiputten (steenbakkerij), kanalen, spoorwegen)
    • WOI, WOII
    • begraafplaatsen, monumenten en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog,
        Verdrag van Versailles (verdrag dat werd gesloten na de Eerste Wereldoorlog –
        Duitsland kreeg schuld van de oorlog en moet geld betalen – Duitsland verloor
        gebieden aan andere landen)

    Te hanteren begrippen

    de revolutie, de leef- en werkomstandigheden, het leven volgens het ritme van de klok,
    de opdrachtgever, de arbeider, de mijn, de mijnwerker, de steenbakkerij, de spoorweg,
    het kanaal, de wereldoorlog, Het Verdrag van Versailles, de winnaar, de verliezer
  81. GE.081 Begrijpen L5 L6 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen tijdens de moderne tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De moderne tijd - ontwikkelingen:
    • migratie, imperialisme, veranderende grenzen, grondwetten, emancipatie
    
    De moderne tijd - plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen:
    • het Burgerlijk Wetboek van Napoleon, de Belgische Grondwet, de Bloednacht in
        Leuven (keerpunt in Belgische democratie: staking van arbeiders voor algemeen
        stemrecht, de burgerwacht moest de orde bewaren)
    • de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger,
    • Lieven Bauwens (industriële spion), Emilie Claeys (Belgische feministe, socialiste en
        pionier voor vrouwenrechten), landverhuizers (na- oorlogse migratie(s))
    • conferentie van Berlijn (een vergadering waar Europese landen afspraken maakten
        over de verdeling van Afrika), de Onafhankelijke Kongostaat, Union Minière du
        Haute Katanga (bedrijf voor de uitbating van de mijnen), Paul Panda Farnana (tegen
        kolonialisme, pleiter voor gelijke rechten voor Afrikanen)

    Te hanteren begrippen

    de verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger, de emancipatie, de
    grondwet, Napoleon, de staking, de betoging, het algemeen stemrecht, de burgerwacht,
    de spion, Lieven Bauwens, Emilie Claeys, de vrouwenrechten, de kolonie, Union Minière,
    Paul Panda Fernana, het gelijke recht, de conferentie van Berlijn, de migratie
  82. GE.082 Begrijpen L5 L6 L6 5.2.2

    Benoemen relevante bronnen voor de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    o geschreven bronnen: kranten, boeken, pamfletten, wetteksten
    o beeldende bronnen: schilderijen, standbeelden
    o audiovisuele bronnen: film, documentaires
    o materiële bronnen: kledij, huizen, meubels
    o mondelinge tradities: verhalen, plaatsnamen, familienamen, spreekwoorden,
        gezegdes
  83. GE.083 Begrijpen L6 L6 5.1.2

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de moderne tijd ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Holocaust

    Voorbeelden

    De moderne tijd:
    • industriële en agrarische revolutie: De industriële revolutie zorgt vanaf de 18e en
        19e eeuw voor sterke veranderingen in landbouw en industrie. Nieuwe machines
        verhogen de productie en veranderen de manier van werken. Ook in de landbouw
        zorgen vernieuwingen voor efficiëntere productie. Industriesteden zoals Charleroi
        groeien snel door steenkoolwinning en industrie. Tegelijk ontstaat een nieuwe
        sociale klasse van fabrieksarbeiders, die vaak in moeilijke omstandigheden leven en
        werken.
    • verstedelijking en levensritme: Door de industrialisering trekken veel mensen naar
        de stad om werk te vinden. Het dagelijks leven wordt steeds meer bepaald door
        vaste werktijden en de klok. Spoorwegen, kanalen en industrie veranderen het
        landschap ingrijpend. In industriële regio’s ontstaan terrils als zichtbare resten van
        de mijnbouw. Handel, transport en communicatie ontwikkelen zich sneller dan
        vroeger.
    • grondwetten en rechten: Nieuwe ideeën over vrijheid, gelijkheid en burgerrechten
        leiden tot belangrijke politieke veranderingen. De Verklaring van de Rechten van de
        Mens, het Burgerlijk Wetboek van Napoleon en de Belgische grondwet leggen
        nieuwe juridische en sociale structuren vast.
    • imperialisme en migratie: Tijdens het imperialisme breiden Europese landen in de
        19e eeuw hun macht uit over grote delen van Afrika en Azië. De Conferentie van
        Berlijn verdeelt grote delen van Afrika onder Europese mogendheden. De
        Onafhankelijke Kongostaat toont hoe kolonisatie gepaard gaat met economische
        uitbuiting en geweld. Tegelijk verlaten veel Europeanen hun land op zoek naar werk
        en een beter leven in andere werelddelen. Personen zoals Paul Panda Farnana
        verzetten zich tegen koloniale ongelijkheid en vragen meer rechten voor
        Congolezen.
    • oorlog en herinnering: Na WOI zorgde het Verdrag van Versailles voor andere
        grenzen en machtsverhoudingen. De twee wereldoorlogen en de Holocaust leidden
        tot enorme verwoestingen, miljoenen doden. Na deze gebeurtenissen beseften
        landen dat er iets moest veranderen. Daarom werd de Verenigde Naties opgericht
        om internationale samenwerking en vrede te bevorderen en kwamen
        er mensenrechten om iedereen beter te beschermen.
  84. GE.084 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2; L4 5.2.5

    Vergelijken de moderne tijd met het heden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

  85. GE.085 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

  86. GE.086 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.5; L4 5.2.6; L4 5.2.7

    Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Formuleren:
    • continuïteit versus verandering
        o aspecten die veranderen (verandering)
        o aspecten die continu zijn (continuïteit)
  87. GE.087 Gebruiken L4 L4 5.2.7

    Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oorzaken en gevolgen:
    • Groei van spoorwegen. Oorzaak: behoefte aan sneller transport van goederen en
        mensen + uitvindingen. Gevolg: steden groeiden en handel werd sneller en
        goedkoper.
    • Arbeidersbeweging. Oorzaak: slechte en gevaarlijke werkomstandigheden in
        fabrieken. Gevolg: arbeiders verenigden zich, protesteerden en kregen uiteindelijk
        geleidelijk aan betere lonen, minder werkuren en meer rechten.
  88. GE.088 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.8

    Vergelijken een perspectief van mensen in de moderne tijd met een hedendaags perspectief.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Günifer zegt: “In de 18e eeuw mochten vrouwen niet stemmen en kregen ze minder
    kansen op school of werk. Nu vinden wij, in Europa, dat mannen en vrouwen gelijke
    rechten moeten hebben."
  89. GE.089 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.4

    Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering
  90. GE.090 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.3

    Formuleren historische vragen bij de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Oorzaak-gevolg:
    Waarom werd kinderarbeid in België verboden, en wat veranderde er toen voor
    kinderen?
    Continuïteit versus verandering:
    Wat veranderde er in het leven van arbeiders door de komst van fabrieken? Wat bleef
    er hetzelfde?
  91. GE.091 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de moderne tijd vanuit verschillende perspectieven.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • De industriële revolutie. Fabriekseigenaar: “Met machines kan ik sneller en
        goedkoper produceren en dus meer winst maken.” Arbeider: “Ik verdien geld, maar
        het werk is zwaar en gevaarlijk.”Kindarbeider: “Ik moet werken in de fabriek in
        plaats van naar school te gaan. Het werk is zwaar en vermoeiend” Sommige boeren
        op het platteland: “Ik verhuis naar de stad want ik zal in de fabriek meer geld
        verdienen.” Historicus: “De industriële revolutie veranderde wonen, werken en
        vervoer.”
    • Strijd voor stemrecht: Rijke mannen: “Niet iedereen is voldoende opgeleid om te
        stemmen. Het is beter dat alleen mensen met bezit of opleiding mogen beslissen.”
        Arbeiders: “Ik werk hard en betaal belastingen, maar ik heb geen inspraak in de
        politiek. Ik vind dat ook gewone mensen mogen stemmen.” Vrouwen: “Ik mag niet
        stemmen omdat ik een vrouw ben, maar ik wil net zoals mannen meebeslissen over
        het land waarin ik leef.” Historicus: “De uitbreiding van het stemrecht maakte de
        democratie sterker.”
  92. GE.092 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.1; L6 5.2.2

    Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de moderne tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

  93. GE.093 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 5.1.2

    Tonen hun kennis van de historische periode van de moderne tijd in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Moderne tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Yasin vertelt bij een treinreis hoe de eerste stoomtreinen werkten en vergelijkt het
        spoornet van vroeger met dat van vandaag.
    • Sara bezoekt een museum en vertelt hoe mensen tijdens de industriële revolutie in
        fabrieken werkten met stoommachines, en vergelijkt dat met moderne fabrieken
        waar veel machines automatisch werken.
  94. GE.094 Begrijpen K1 KO 5.1.3

    Herkennen hoe mensen in de hedendaagse tijd samenleefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De hedendaagse tijd:
    • ontwikkelingen: het interieur van een woning
    • plaatsen, personen en groepen: eigen woning
  95. GE.095 Begrijpen K2 KO 5.1.3

    Illustreren hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De hedendaagse tijd:
    • ontwikkelingen: technologie
    • plaatsen, personen en groepen: familieherinneringen uit de kindertijd

    Te hanteren begrippen

    de radio, de tv, de computer, het speelgoed, het meubel, de school, het apparaat
  96. GE.096 Begrijpen K3 KO 5.1.3

    Illustreren hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De hedendaagse tijd:
    • ontwikkelingen: veranderingen in het straatbeeld
    • plaatsen, personen en groepen: eigen woning, eigen stad, dorp of straat

    Te hanteren begrippen

    het vervoer, het verkeer, de straat
  97. GE.097 Begrijpen L1 L2 L6 5.1.3

    Beschrijven hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De hedendaagse tijd:
    • ontwikkelingen: informatie-, communicatie- en technologierevolutie (ICT), ruimte-
        exploratie
    • plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen: Neil Armstrong, het internet

    Te hanteren begrippen

    de ruimtevaart, het ruimteonderzoek, de expeditie, de ruimtevaarder, Neil Armstrong,
    het internet, ICT
  98. GE.098 Begrijpen L1 L2 L6 5.2.2

    Benoemen bronnen uit de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen: boeken, kranten, tijdschriften, internet
    • beeldende bronnen: kunstwerken
    • audiovisuele bronnen: film, documentaire
    • materiële bronnen: openbare gebouwen, designobject, huishoudelijke voorwerp
    • mondelinge tradities: lied, spreekwoord
  99. GE.099 Begrijpen L3 L4 L6 5.1.3

    Beschrijven hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De hedendaagse tijd:
    • ontwikkelingen: vrouwenemancipatie, burgerrechten
    • plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen: Rosa Parks (een Amerikaanse
        burgerrechtenactiviste die wereldberoemd werd door haar moedige verzetsdaad
        tegen rassenscheiding in de Verenigde Staten), gastarbeiders, stemrecht voor
        vrouwen, homohuwelijk

    Te hanteren begrippen

    het homohuwelijk, het stemrecht voor vrouwen, de gastarbeider, Rosa Parks, de
    activist(e)
  100. GE.100 Begrijpen L5 L6 5.1.3

    Beschrijven hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd leefden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De hedendaagse tijd – ontwikkelingen:
    • internationale rivaliteit (de spanningen en strijd tussen landen) en samenwerking
    
    De hedendaagse tijd - plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen:
    • het Fort van Breendonk (Duitsers gebruikte dit gebouw als gevangenis tijdens de
        oorlog) en de Kazerne Dossin (een doorgangskamp van waaruit Joodse mensen,
        Roma en Sintri met treinen naar concentratiekampen werden vervoerd),
        verzetsstrijder (iemand die in het geheim vecht tegen de vijand tijdens een oorlog)
        en collaborateur (iemand die tijdens een oorlog samenwerkt met de vijand)
    • Verenigde Naties, Europese Unie, de Muur van Berlijn (een grote muur die mensen
        in de stad Berlijn van elkaar scheidde, omdat Oost-Duitsland niet wilde dat mensen
        naar het vrije Westen vluchtten)
    • de uitvinding van de pil (anticonceptie)

    Te hanteren begrippen

    de spanning, de verzetsstrijder, de collaborateur, de technologische strijd, de strijd om
    grondstoffen, de wedloop in ruimteonderzoek, de Berlijnse Muur, Oost- Duitsland,
    West- Duitsland, het kamp, het concentratiekamp, de kazerne Dossin, het Fort van
    Breendonk, de discriminatie, iemand onrecht aandoen, het respect, de gelijkheid,
    samenwerken, vrede, de Verenigde Naties, de Europese Unie
  101. GE.101 Begrijpen L5 L6 L6 5.2.2

    Benoemen relevante bronnen voor de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bronnen:
    • geschreven bronnen
    • beeldende bronnen
    • materiële bronnen
    • mondelinge tradities
  102. GE.102 Begrijpen L6 L6 5.1.3

    Beschrijven hoe mensen zich doorheen de hedendaagse tijd ontwikkelden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    De hedendaagse tijd:
    • Communicatie en dagelijks leven: Waar vroeger radio en televisie de belangrijkste
        massamedia waren, gebruiken mensen vandaag vooral computers, smartphones en
        het internet om te communiceren, informatie op te zoeken en te werken. Digitale
        technologie heeft ook het spelgedrag veranderd: traditioneel speelgoed zoals
        houten blokken blijft bestaan, maar digitale en interactieve spelletjes zijn sterk
        toegenomen. School blijft een centrale plek waar kinderen leren, samenwerken en
        sociale vaardigheden ontwikkelen, al worden digitale leermiddelen steeds vaker
        gebruikt.
    • Na de Tweede Wereldoorlog groeit het belang van internationale samenwerking om
        vrede te bewaren. De Verenigde Naties en later de Europese Unie spelen hierin een
        belangrijke rol. De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, waaronder de Holocaust,
        hebben diepe sporen nagelaten in Europa. Plaatsen zoals Fort Breendonk en
        Kazerne Dossin herinneren aan verzet, vervolging en oorlogsmisdaden. In de
        tweede helft van de 20e eeuw worden burgerrechten geleidelijk uitgebreid, zoals
        het stemrecht voor vrouwen (in België volledig in 1948/1949) en later ook de
        erkenning van het homohuwelijk (in België sinds 2003).
    • Tweede Wereldoorlog en invloed Tijdens de oorlog werden veel mensen
        gedwongen om te vechten of te vluchten. Verzetsstrijders probeerden de bezetters
        tegen te werken, terwijl anderen collaboreerden. Na de oorlog hielp de
        wederopbouw bij het herstellen van steden en economieën, wat ook het dagelijks
        leven beïnvloedde.
    • Technologische en evoluties in de ruimtevaart. De informatierevolutie veranderde
        hoe mensen werkten en leerden, met de komst van het internet. Neil Armstrong
        zette in 1969 als eerste mens voet op de maan, een mijlpaal in de ruimte-exploratie
        die de kennis over het universum vergrootte en tot nieuwe wetenschappelijke
        inzichten en toepassingen leidde (wegwerpluiers, microgolf, poedermaaltijden…).
  103. GE.103 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2; L4 5.2.5

    Vergelijken de hedendaagse tijd met het heden.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

  104. GE.104 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

  105. GE.105 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.5; L4 5.2.6; L4 5.2.7

    Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Formuleren:
    • continuïteit versus verandering
        o aspecten die veranderen (verandering)
        o aspecten die continu zijn (continuïteit)
  106. GE.106 Gebruiken L4 L4 5.2.7

    Verklaren oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling in de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oorzaken en gevolgen:
    • Goedkopere en snellere reizen. Oorzaak: ontwikkeling van vliegtuigen en
        internationale luchtvaart. Gevolg: mensen reizen vaker en toerisme groeit sterk.
    • Migratie. Oorzaak: oorlog, armoede of betere kansen elders. Gevolg: samenlevingen
        worden diverser, maar leiden soms ook tot spanningen.
  107. GE.107 Gebruiken L3 L4 L4 5.2.8

    Vergelijken perspectieven van mensen in de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Nesrim zegt: “In de jaren 50 van de vorige eeuw vonden mensen het normaal dat
    moeders thuisbleven en voor de kinderen zorgden. Nu werken veel moeders én vaders,
    en delen ze de zorg."
  108. GE.108 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.4

    Beantwoorden typische historische vragen m.b.t. de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering
  109. GE.109 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.3

    Formuleren historische vragen bij de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • oorzaak-gevolg
    • continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Oorzaak-gevolg:
    Waarom is het gebruik van mobiele telefoons zo snel gegroeid? Wat is het gevolg
    daarvan voor hoe mensen met elkaar omgaan?
    Continuïteit versus verandering:
    Hoe is het nieuws volgen veranderd sinds vroeger?
  110. GE.110 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de hedendaagse tijd vanuit verschillende perspectieven.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • De opkomst van internet en sociale media. Jongere: “Ik kan snel met vrienden
        praten, informatie zoeken, leuke filmpjes maken en kijken.” Ouders: “Het is handig
        dat we snel kunnen communiceren, maar ik maak me zorgen over schermtijd,
        privacy en wat mijn kinderen online te zien krijgen” Bedrijven: “Sociale media zijn
        een krachtig middel om klanten te bereiken en reclame te maken. Daardoor kunnen
        we gericht reclame maken en onze verkoop verhogen.” Mensen zonder internet:
        “Niet iedereen heeft dezelfde toegang tot informatie.” Historicus: “Internet
        veranderde communicatie over de hele wereld.”
    • Klimaatverandering. Wetenschapper: “De aarde warmt op door broeikasgassen.”
        Jongeren: “Het is onze toekomst die op het spel staat. We willen dat er nu actie
        wordt ondernomen om de opwarming te beperken.” Bedrijven: “Er komen
        strengere regels om uitstoot te beperken. Dat kost geld maar het dwingt ons ook
        om te investeren in nieuwe technologie.” Ontkenners: “De klimaathysterie is er
        enkel om nog meer geld uit ons zakken te halen.”
    • Coronapandemie. Arts: “Mondmaskers en vaccins helpen om mensen te
        beschermen.” Bejaarde: “Ik ben bang om ziek te worden en bleef dus altijd thuis.”
        Leerling: “Ik vind het moeilijk dat scholen soms sluiten en ik dus mijn vrienden
        minder zie.” Winkelier: “Door de maatregelen verlies ik inkomsten.” Tegenstander
        van maatregelen: “De paniek over de pandemie is overdreven, de regels zijn te
        streng en nemen onze vrijheid af.”
  111. GE.111 Gebruiken L5 L6 L6 5.2.1; L6 5.2.2

    Gebruiken aangereikt bewijs uit bronnen als antwoord op historische vragen omtrent de hedendaagse tijd.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

  112. GE.112 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.1.3; L6 5.1.3

    Tonen hun kennis van de historische periode van de hedendaagse tijd in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch referentiekader › Historische periodes › Hedendaagse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Zayd legt uit dat de opkomst van smartphones en sociale media deel uitmaakt van
        de gedigitaliseerde wereld, een kenmerk van de hedendaagse tijd.
    • Bij actuele berichtgeving vertelt Marleen dat de omstandigheden en fenomenen
        van de hedendaagse tijd wel erg verschillen afhankelijk van de plaats op de wereld.
  113. GE.113 Begrijpen K1 KO 5.2.1

    Herkennen soorten bronnen over het eigen verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  114. GE.114 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.1

    Verwoorden soorten bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten bronnen:
    • bronnen over het eigen verleden
    • bronnen over de collectieve identiteit
    • leefomgeving

    Te hanteren begrippen

    de foto, het dagboek, de brief, het standbeeld, het gebouw, de vlag
  115. GE.115 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.1

    Beschrijven de functionaliteit van historische bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functionaliteit:
    Bronnen helpen om te begrijpen hoe het vroeger was.
  116. GE.116 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.1

    Herkennen relevante vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relevante vragen:
    • Wie is herkenbaar in de bron?
    • Wat is herkenbaar in/op de bron?
  117. GE.117 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L4 5.2.2

    Herkennen typische vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Typische vragen:
    WWWH – vragen bij het bronmateriaal

    Te hanteren begrippen

    de bron
  118. GE.118 Begrijpen L5 L6 L4 5.2.2

    Herkennen vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    • WWWH-vragen
    • vragen over betrouwbaarheid, bruikbaarheid
    
    Soorten bronnen:
    • geschreven bronnen
    • materiële bronnen
    • mondelinge tradities
    • beeldende bronnen
    • audiovisuele bronnen

    Te hanteren begrippen

    de geschreven bron, de materiële bron, de mondelinge bron, de traditie, de
    audiovisuele bron, de beeldende bron

    Voorbeelden

    Geschreven bronnen:
    het manuscript, het wetboek, de mythe, het verslag, de krant, het overlijdensbericht,
    het verdrag
    Materiële bronnen:
    het gebouw, het sieraad, het monument, de ruïne, de grafgift
    Mondelinge tradities:
    het verhaal, de plaatsnaam, de familienaam, het lied, het spreekwoord
    Beeldende bronnen:
    het standbeeld, de fresco
    Audiovisuele bronnen:
    de film, de documentaire, het nieuws
  119. GE.119 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L4 5.2.2

    Formuleren relevante vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  120. GE.120 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 5.2.2

    Formuleren typische vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  121. GE.121 Begrijpen L3 L4 5.2.3

    Illustreren de rol van archeologen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rol archeologen:
    Graven in de grond om resten van oude gebouwen, gereedschappen en andere objecten
    uit het verleden te vinden. Zij onderzoeken hoe mensen vroeger leefden, wat ze aten,
    welke huizen ze bouwden en hoe hun culturen zich ontwikkelden.

    Te hanteren begrippen

    de archeoloog
  122. GE.122 Begrijpen L3 L4 5.2.1

    Illustreren het verschil tussen bron en bewijs.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het bewijs

    Voorbeelden

    Verschil bron en bewijs:
    • Een oude krant uit 1945 is een bron van informatie over de Tweede Wereldoorlog.
        Maar als je wilt bewijzen dat een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, moet
        je meerdere bronnen onderzoeken en kritisch kijken of ze als bewijs kunnen dienen.
    • Een dagboek van een soldaat uit WOII vertelt over zijn ervaringen. Bewijs: Als
        meerdere dagboeken en officiële documenten hetzelfde verhaal bevestigen, kan dit
        als bewijs dienen dat die gebeurtenissen echt plaatsvonden.
  123. GE.123 Begrijpen L4 L4 5.2.3

    Illustreren de rol van paleontologen en historici.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Paleontologen:
    bestuderen fossielen, de versteende resten van planten en dieren die miljoenen jaren
    geleden leefden. Ze helpen ons te begrijpen hoe het leven op aarde zich heeft
    ontwikkeld en welke dieren vroeger bestonden.
    Historici:
    lezen en bestuderen oude documenten, boeken en verhalen om het verleden te
    begrijpen. Zij proberen te ontdekken waarom dingen in de geschiedenis zijn gebeurd en
    hoe dat onze wereld vandaag de dag heeft gevormd.

    Te hanteren begrippen

    de paleontoloog, de historicus, de historici
  124. GE.124 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 5.2.2

    Determineren wie er aan de basis ligt van de gehanteerde historische bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  125. GE.125 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.2.1; L4 5.2.2; L4 5.2.4; L6 5.2.1; L6 5.2.2

    Tonen hun kennis over historisch brongebruik in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Léa bekijkt een oude klasfoto uit de 20e eeuw. Ze beantwoordt WWWWH-vragen
        door te zeggen wie er op de foto staat (kinderen en een juf), wat ze doen (in de klas
        zitten), waar het is (in een school), wanneer het ongeveer is (vroeger, omdat de
        kleren en het bord anders zijn dan nu) en dat de foto een herinnering was voor de
        kinderen en juf van die klas (hoe/waarom). Ze legt uit dat de bron ons toont hoe
        een school er vroeger uitzag.
    • Amir onderzoekt een brief uit de Tweede Wereldoorlog en gebruikt WWWWH-
        vragen om de bron te analyseren. Hij identificeert wie de afzender is (een soldaat),
        wat de inhoud is (een beschrijving van het leven aan het front), waar en wanneer de
        brief geschreven werd, en bespreekt hoe betrouwbaar de bron is. Hij vergelijkt de
        informatie met wat hij weet uit het handboek over de oorlog.
  126. GE.126 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.2

    Herkennen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

  127. GE.127 Begrijpen K3 KO 5.2.2

    Benoemen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    hetzelfde, anders, de verandering
  128. GE.128 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2

    Vergelijken historische fenomenen op continuïteit versus verandering.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Jasmine vergelijkt een foto van een mes van vroeger met een mes van nu.
  129. GE.129 Begrijpen K3 KO 5.2.2

    Bedenken historische vragen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Historische vragen:
    Wat is hetzelfde? Wat is er anders?
  130. GE.130 Gebruiken K3 KO 5.2.2

    Beantwoorden historische vragen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    continuïteit versus verandering
  131. GE.131 Begrijpen L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Illustreren continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestudeerde samenlevingen:
    continuïteit versus verandering

    Te hanteren begrippen

    de verandering, voortdurend/ constant
  132. GE.132 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Vergelijken continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

  133. GE.133 Begrijpen L3 L4 5.2.7

    Bedenken historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    oorzaak-gevolg

    Te hanteren begrippen

    de reden, het resultaat, het gevolg

    Voorbeelden

    Historische vragen:
    • Waarom bouwen mensen wegen en bruggen?
    • Hoe kon deze uitvinding de wereld veranderen?
  134. GE.134 Gebruiken L3 L4 5.2.7

    Beantwoorden historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    oorzaak - gevolg
  135. GE.135 Begrijpen L4 L5 L6 L4 5.2.7; L6 5.2.3

    Bedenken historische vragen over de bestudeerde samenlevingen .

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • continuïteit versus verandering
    • oorzaak – gevolg

    Voorbeelden

    Historische vragen:
    Hoe beïnvloedden migratie en handel de samenlevingen?
  136. GE.136 Gebruiken L4 L5 L6 L4 5.2.7; L6 5.2.4

    Beantwoorden historische vragen over de bestudeerde samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • continuïteit versus verandering
    • oorzaak – gevolg
  137. GE.137 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.2.2; L4 5.2.7; L6 5.2.4

    Tonen hun historisch redeneervermogen in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische redeneervermogen:
    • continuïteit versus verandering
    • oorzaak – gevolg

    Voorbeelden

    • Esmée bezoekt een openluchtmuseum met oude boerderijen. Ze merkt op dat
        mensen vroeger ook zelf brood bakten en groenten kweekten (continuïteit), maar
        dat ze nu elektriciteit en machines gebruiken (verandering).
    • Pol leest over de uitvinding van de stoommachine. Hij legt uit dat dit een
        belangrijke oorzaak was van de industriële revolutie en dat dit als gevolg had dat
        veel mensen naar de stad verhuisden om te werken.
  138. GE.138 Begrijpen L3 L4 5.2.8

    Herkennen hoe het perspectief van mensen in het verleden verschilt van nu.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het standpunt
  139. GE.139 Gebruiken L3 L4 5.2.8

    Analyseren hoe het perspectief van mensen in het verleden verschilt van nu.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

  140. GE.140 Begrijpen L4 L4 5.2.8

    Drukken uit waarom perspectieven van mensen veranderen doorheen de tijd.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Perspectieven:
    • van mensen in het verleden
    • het hedendaagse perspectief op het verleden

    Te hanteren begrippen

    het perspectief, hedendaags, de historische context
  141. GE.141 Gebruiken L4 L4 5.2.8

    Analyseren het perspectief van mensen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Perspectief:
    • van mensen in het verleden
    • het hedendaagse perspectief op het verleden
  142. GE.142 Begrijpen L5 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Duiden hoe sociale positie en cultuur invloed hebben op perspectieven in het verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Perspectieven:
    • doel, maker
    • lokaal, regionaal, mondiaal
    • winnaar, verliezer
    • voordeel, nadeel

    Te hanteren begrippen

    de betekenis, het voordeel, het nadeel, lokaal/ plaatselijk, regionaal, mondiaal, de
    winnaar, de verliezer
  143. GE.143 Gebruiken L5 L6 5.2.5

    Formuleren historische vragen over perspectieven.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Perspectieven:
    • doel, maker
    • lokaal, regionaal, mondiaal
    • winnaar, verliezer
    • voordeel, nadeel

    Voorbeelden

    Doel/maker:
    • Waarom heeft een ridder dit verhaal over een veldslag zo geschreven?
    • Waarom stelde Pieter Bruegel de Oude ‘De Korenoogst’ voor als erg hard werken
        en armoedig?
    Lokaal, regionaal, mondiaal:
    Wat gebeurde er in mijn eigen dorp, mijn land, Europa tijdens de middeleeuwen?
    Winnaar, verliezer:
    • Hoe voelde een boer zich toen de koning meer belastingen vroeg?
    • Waarom schafte de Europese clerus de Congolese bisschopszetel gauw terug af?
    Voordeel, nadeel:
    Wie had voordeel bij de bouw van een kasteel in de buurt?
  144. GE.144 Begrijpen L6 L6 5.2.5; L6 5.2.6

    Duiden hoe sociale positie en cultuur invloed hebben op perspectieven in het verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Perspectieven:
    • mening, feit
    • invloed, betekenis
    • geslacht, macht

    Te hanteren begrippen

    de macht, de invloed
  145. GE.145 Gebruiken L6 L6 5.2.5

    Formuleren historische vragen over perspectieven.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Perspectieven:
    • doel, maker
    • lokaal, regionaal, mondiaal
    • winnaar, verliezer
    • voordeel, nadeel
    • mening, feit
    • invloed, betekenis
    • geslacht, macht

    Voorbeelden

    Mening en feit:
    Is ‘de pest was vreselijk’ een feit of een mening?
    Invloed en betekenis:
    Welke invloed had de komst van de Islam op Spanje?
    Geslacht en macht:
    • Mochten vrouwen in de middeleeuwen ook beslissingen nemen?
    • Waarom was het zo belangrijk voor Afonso I dat zijn zoon bisschop was?
  146. GE.146 Engageren L5 L6 L6 5.2.6

    Beargumenteren waarom een hedendaagse kijk op het verleden anders is dan een perspectief van toen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beargumenteren:
    niet-oordelend

    Voorbeelden

    Babs bespreekt waarom mensen vandaag kritisch kijken naar kinderarbeid tijdens de
    industriële revolutie, terwijl veel fabriekseigenaars en gezinnen dit in de 19e eeuw
    normaal vonden omdat kinderen mee moesten werken om geld te verdienen. Ze legt
    uit dat onze kijk veranderd is door nieuwe ideeën over kinderrechten, onderwijs en
    arbeidswetten.
  147. GE.147 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de regelmaat en structuur van een halve dag.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Halve dag:
    • verloop
    • opeenvolging van activiteiten

    Te hanteren begrippen

    eerst, dan, nu

    Voorbeelden

    • Alana herkent de structuur van de ochtend en zegt: "Eerst zitten we in de kring,
        dan mogen we spelen in de hoeken."
    • Pim benoemt de volgorde van activiteiten en zegt: "Eerst eten we fruit en dan
        gaan we buitenspelen."
  148. GE.148 Begrijpen K2 K3 L1 KO 2.3.16; KO.2.; KO 3.17; KO 2.3.19; L4 2.3.36

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een dag.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een dag:
    • verloop
    • opeenvolging van activiteiten; ordenen van gebeurtenissen
    • associëren van delen van een dag met typische klasactiviteiten

    Te hanteren begrippen

    de morgen/de ochtend, de voormiddag, de middag, de namiddag, de avond, de nacht,
    ’s morgens, ’s middags, ’s avonds, ’s nachts, daarna, daarvoor, straks, later, vroeger, de
    daglijn, de dag

    Voorbeelden

    • Ibrahim herkent de vaste ochtendroutine en zegt: "Elke ochtend beginnen we in
        de kring."
    • Ellis weet dat het bijna middag is en zegt: "De juf leest altijd een verhaaltje voor
        we gaan eten.”
  149. GE.149 Gebruiken K1 K2 K3 L1 GO!-doel

    Gebruiken een daglijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Daglijn:
    • ordenen van gebeurtenissen
    • vooruit- en terugblikken
  150. GE.150 Begrijpen L1 L4 2.3.36

    Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • Een dag telt twee keer 12 uur.
    • nacht: van 00 uur tot 6 uur
    • ochtend: van 6 uur tot 9 uur
    • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur
    • middag: 12 uur
    • namiddag: van 12 uur tot 6 uur
    • avond: van 6 uur tot 12 uur

    Te hanteren begrippen

    het uur, meteen, dadelijk
  151. GE.151 Begrijpen L2 L4 2.3.36

    Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • Een dag telt 24 uur.
    • nacht: van 00 uur tot 6 uur
    • ochtend: van 6 uur tot 9 uur
    • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur
    • middag: 12 uur
    • namiddag: van 12 uur tot 18 uur
    • avond: van 18 uur tot 00 uur

    Te hanteren begrippen

    middernacht, de klokuren analoog en digitaal (24-uursubdeling), de minuut
  152. GE.152 Begrijpen L1 L2 GO!-doel

    Ordenen verschillende beschreven activiteiten van de dag chronologisch volgens de klokuren.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Anoushka ordent haar ochtendactiviteiten en zegt: "Om 7 uur ontbijt ik, om 8 uur
        vertrek ik naar school."
    • Otto zet zijn middagactiviteiten op volgorde en zegt: "Om 11 uur lees ik een boek,
        om 12 uur eet ik mijn lunch."
  153. GE.153 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.36

    Begrijpen de relatie tussen klokuren, dagdelen en activiteiten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • activiteiten koppelen aan dagdelen
    • klokuren worden verdeeld in ochtend (06 uur-12 uur), middag (12 uur-18 uur),
        avond (18 uur-00 uur)
    • begrip van het verschil tussen ochtend- en middaguren

    Te hanteren begrippen

    de seconde, het kwartier, het halfuur
  154. GE.154 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een doelgerichte dagplanning.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    plannen, de activiteit, de taak
  155. GE.155 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • a.m. (ante meridiem): voor de middag, van 12 uur ’s nachts tot 12 uur ’s middags
    • p.m. (post meridiem): na de middag, van 12 uur ’s middags tot 12 uur ’s nachts

    Te hanteren begrippen

    a.m., p.m.
  156. GE.156 Begrijpen K2 KO 2.3.16; KO.2.; KO 3.17; KO 3.18; KO 2.3.19; KO 2.3.20

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De week:
    • onderlinge volgorde van dagen in een week
    • ordenen van gebeurtenissen
    • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.

    Te hanteren begrippen

    maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag, vandaag,
    gisteren, morgen

    Voorbeelden

    Boris van de tweede kleuterklas duidt op de weeklijn (weekkalender) woensdag en
    vrijdag aan en zegt: "Op woensdag gaan we altijd naar de zwemles en op vrijdag eten
    we pannenkoeken."
  157. GE.157 Begrijpen K3 KO 2.3.16; KO.2.; KO 3.17; KO 3.18; KO 2.3.19; KO 2.3.20

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De week:
    • onderlinge volgorde van dagen in een week
    • ordenen van gebeurtenissen
    • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.
    • aantal dagen tussen nu en speciale gebeurtenissen binnen de periode van een
        week.
    • welke dag het vandaag is, gisteren was en morgen zal zijn.

    Te hanteren begrippen

    de week, 7 dagen, het weekend, na… komt…, voor… komt…, de kalender, nog … dagen,
    nog … keer slapen

    Voorbeelden

    • Bavo van de derde kleuterklas benoemt de volgorde van de dagen en zegt: "Na
        zondag komt maandag, en vóór dinsdag komt maandag."
    • Meryem van de derde kleuterklas zegt: “Nog 4 keer slapen en dan is het
        schoolfeest!”
  158. GE.158 Begrijpen L1 L4 2.3.36

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De week:
    • onderlinge volgorde van dagen in een week
    • ordenen van gebeurtenissen
    • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.

    Te hanteren begrippen

    eergisteren, overmorgen
  159. GE.159 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een weekplanning.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weekplanning:
    • het lineaire van tijd: beleving/ gebeurtenissen
    • het circulaire van tijd: regelmaat en structuur
    • vooruitblikken/ terugblikken

    Te hanteren begrippen

    de weeklijn
  160. GE.160 Gebruiken L1 L2 GO!-doel

    Situeren dag en week op de jaarkalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de jaarkalender
  161. GE.161 Begrijpen K3 GO!-doel

    Ordenen gebeurtenissen in een jaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • van belevenissen of ervaringen
    • vooruit en terugblik
    • tijdsbeleving

    Te hanteren begrippen

    het jaar, de vakantie

    Voorbeelden

    • Emma haar verjaardag is in de zomer, maar eerst is het de verjaardag van haar
        broer.
    • Op Simon's school vindt het jaarlijkse schoolfeest altijd plaats net voor de grote
        vakantie.
  162. GE.162 Begrijpen L1 L2 L4 2.3.34

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een jaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het jaar:
    • chronologische volgorde van maanden
    • Een jaar is twaalf maanden.
    • chronologisch ordenen van seizoenen
    • Een jaar is vier seizoenen.
    • maandplaat

    Te hanteren begrippen

    januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november,
    december, de maand, de lente, de zomer, de herfst, de winter, het seizoen, het jaar

    Voorbeelden

    • Lux herkent de structuur van het jaar en weet dat na juli augustus komt en dat
        december vóór januari komt.
    • Remco begrijpt de volgorde van de maanden en ziet dat de zomermaanden juli en
        augustus volgen op elkaar, terwijl het nieuwe jaar altijd in januari begint.
  163. GE.163 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een jaarkalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jaarkalender:
    • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen): jaarband*
    • circulaire van tijd (regelmaat en structuur): jaarkalender
    
    * enkel in de eerste graad
  164. GE.164 Begrijpen L2 L4 2.3.35

    Illustreren de relat ie tussen weken en een maand.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • Aantal dagen in een maand
    • Een maand is 28, 29, 30 of 31 dagen.
    • Een maand is ongeveer vier weken.

    Voorbeelden

    Relatie:
    De maand januari 2025 heeft drie volle weken en een week van zes dagen en nog een
    week van vier dagen. De maand april 2025 telt drie volle weken, een week van vijf
    dagen en een week van vier dagen.
  165. GE.165 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Illustreren de relatie tussen maanden en seizoenen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    maanden en dagen associëren met begrip seizoen

    Te hanteren begrippen

    het voorjaar, het najaar

    Voorbeelden

    Relatie:
    Sinterklaas komt op 6 december, dat is in de herfst; Maart valt in de lente, dat is het
    voorjaar.
  166. GE.166 Gebruiken L1 L2 GO!-doel

    Gebruiken een maandkalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kalenders:
    • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen)
    • circulaire van tijd (regelmaat en structuur)
  167. GE.167 Begrijpen L3 L4 2.3.36

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een maand en jaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jaar:
    • Een jaar is 52 weken.
    • Een jaar is 365 of 366 dagen.
    • schooljaar versus kalenderjaar
    • een schrikkeljaar

    Te hanteren begrippen

    het kalenderjaar, het schrikkeljaar, het schooljaar, de maandkalender
  168. GE.168 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Bepalen een schooljaar en kalenderjaar op een meerjarenlijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meerjarenlijn:
    tweejarenband met aanduiding schooljaar, maandkalender
  169. GE.169 Begrijpen L4 GO!-doel

    Beschrijven verschillende jaarindelingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jaarindelingen:
    • semester: periode van zes maanden
    • trimester: periode van drie maanden
    • kwartaal: ¼ van een jaar of drie maanden

    Te hanteren begrippen

    het semester, het trimester, het kwartaal
  170. GE.170 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Herkennen verschillende gegevens op een kalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gegevens kalender:
    • feestaanduiding
    • zonsopgang, zonsondergang
    • weeknummer, dagnummer

    Te hanteren begrippen

    het weeknummer, het dagnummer, de zonsopgang, de zonsondergang
  171. GE.171 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken de datum functioneel.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de datum

    Voorbeelden

    • Lune noteert haar verjaardag in haar agenda als 7 juli 2018 of 03/07/2018
    • Siebe vult de datum correct in op een inschrijfformulier
  172. GE.172 Begrijpen K2 KO 2.3.17

    Herkennen de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    kort, lang

    Voorbeelden

    Relatie tijdbeleving en tijdbesteding:
    Spelen voelt kort, wachten voelt lang.
  173. GE.173 Begrijpen K3 L1 KO 2.3.17

    Illustreren de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    even lang, langer, korter

    Voorbeelden

    • De tijd in de hoeken is 20 minuten. Femke merkt op dat deze tijd veel sneller
        voorbij lijkt te gaan in de bouwhoek dan in de huishoudhoek.
    • Bahku ervaart dat de middagpauze in de winter langer lijkt te duren dan in de
        zomer.
  174. GE.174 Begrijpen L2 GO!-doel

    Illustreren verschillen in tijdbesteding.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Relatie:
    • Ik ben op woensdagnamiddag thuis, maar mijn mama niet want zij moet werken.
    • We hebben dit weekend het 40-jarig huwelijk van mijn oma en opa gevierd. Het
        weekend is weer voorbijgevlogen.
  175. GE.175 Begrijpen L3 GO!-doel

    Illustreren dat de tijdrekening (tijdsduur) bepaald wordt door verschillende contextfactoren.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Contextfactoren:
    • sociaal-culturele: schoolritme en vakanties, kalender en feestdagen
    • persoonlijke: keuzes en prioriteiten, stress, interesses, competenties

    Voorbeelden

    Tijdrekening (tijdsduur) en contextfactoren:
    In Vlaanderen is de schoolvakantie 2 maanden, in Wallonië is dit korter; Mijn papa is al
    35 jaar en dus al heel oud.
  176. GE.176 Gebruiken L4 GO!-doel

    Vergelijken tijdbestedingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • in de omgeving en wereldwijd
    • context van de school: dag- en weekindeling
    • vrijetijdsbesteding: sport, werk, familieactiviteiten
    • relatie tussen tijdbeleving en tijdsbesteding

    Voorbeelden

    Relatie tijdbeleving en tijdbesteding:
    • Kinderen in België hebben een vrije woensdagmiddag, maar in Frankrijk niet;
        Scholen starten de dag en de middag op andere tijdstippen.
    • Sara maakt een schema van haar week en vergelijkt hoeveel tijd ze besteedt aan
        school, hobby’s, rust en digitale media. Daarna bespreekt ze welke activiteiten
        lang en welke kort lijken te duren.
  177. GE.177 Begrijpen K1 K2 GO!-doel

    Verwoorden hun eigen leeftijd.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Emanuel zegt: “Ik ben 4 jaar.”
  178. GE.178 Begrijpen K3 L1 GO!-doel

    Verwoorden hun verjaardag.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    jarig zijn, de verjaardag

    Voorbeelden

    Alix zegt: “Ik ben jarig op 28 november.”
  179. GE.179 Gebruiken K2 K3 L1 GO!-doel

    Gebruiken een verjaardagskalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verjaardagskalender:
    • wie er al jarig was en wie nog niet
    • leeftijden

    Te hanteren begrippen

    de verjaardagskalender
  180. GE.180 Begrijpen L2 GO!-doel

    Verwoorden hun geboortedatum.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geboortedatum

    Voorbeelden

    Alix zegt: “Ik ben geboren op 28 november 2020.”
  181. GE.181 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Selecteren de juiste kalender in functie van het doel.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Annelies kijkt op de daglijn om te zien wat de volgende activiteit in de klas is.
    • Lothar gebruikt een maandkalender om zijn toetsenperiode te plannen.
  182. GE.182 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van dagelijkse tijd in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Leon kijkt op de verjaardagskalender en roept enthousiast dat Anna bijna jarig is.
    • Lien merkt tijdens de les lichamelijke opvoeding op dat de vijf minuten warming-
        up veel sneller voorbij leken te gaan dan de vijf minuten wachten op haar beurt bij
        het spel.
  183. GE.183 Begrijpen K3 L1 KO 5.2.4

    Ordenen belangrijke gemeenschappelijke gebeurtenissen en ervaringen chronologisch op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de gebeurtenis, de ervaring, de plaats, de persoon

    Voorbeelden

    • Sadiq herinnert zich dat hij vorig schooljaar in de eerste kleuterklas bij juf Sylvie zat
        en plaatst dit als een belangrijke gebeurtenis op zijn levenslijn.
    • Levi noteert op zijn levenslijn dat Sinterklaas dit schooljaar op 6 december in de klas
        langskwam.
  184. GE.184 Begrijpen K3 L1 KO 5.2.4

    Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van zichzelf op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de levenslijn

    Voorbeelden

    • Maryam zet op haar levenslijn dat ze twee jaar geleden voor het eerst naar de
        kleuterschool ging en dat vorig jaar haar zusje werd geboren.
    • Cohen noteert op zijn levenslijn dat hij drie jaar geleden leerde fietsen zonder
        zijwieltjes en dat hij afgelopen zomer voor het eerst op vakantie naar het
        buitenland ging.
  185. GE.185 Gebruiken K3 L1 GO!-doel

    Vergelijken levenslijnen van leeftijdsgenoten met elkaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geboorte, de baby, de peuter, de kleuter, het eerste leerjaar
  186. GE.186 Begrijpen L2 GO!-doel

    Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van ouders op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenslijn:
    • Levenslijn van het kind uitbreiden met die van ouders.
    • ik en ouders

    Voorbeelden

    Belangrijke gebeurtenissen van ouders:
    Mijn mama werd geboren in 1990. Dit zie ik op haar geboortekaartje; Mijn pluspapa
    leerde mama kennen in 2021.
  187. GE.187 Gebruiken L2 GO!-doel

    Vergelijken de levenslijnen van verschillende ouders.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende ouders:
    ouders van de klasgenoten
    
    Vergelijken:
    de gelijkenissen
    de verschillen
    het jaartal

    Te hanteren begrippen

    toen, verleden, heden, de toekomst, de ouder
  188. GE.188 Begrijpen L2 GO!-doel

    Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van grootouders op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenslijn:
    • De levenslijn van het kind en ouders uitbreiden met die van grootouder(s).
    • ik, ouders, grootouder(s)
  189. GE.189 Gebruiken L2 GO!-doel

    Vergelijken levenslijnen van grootouders.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grootouders:
    van de klasgenoten
    
    Vergelijken:
    de gelijkenissen
    de verschillen
    het jaartal

    Te hanteren begrippen

    de grootouder
  190. GE.190 Gebruiken L2 GO!-doel

    Situeren data op de levenslijn van grootouders.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Data:
    • het geboortejaar van grootouder(s)
    • het geboortejaar van ouder(s)
    • het eigen geboortejaar
    • het huidig jaar

    Te hanteren begrippen

    het geboortejaar
  191. GE.191 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Duiden familierelaties van een gegeven stamboom tot op twee generaties.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de stamboom, de generatie, de voorouder, de (groot)ouder, het kind, de broer, de zus,
    de tante, de nonkel, de neef, de nicht, afstammen van
  192. GE.192 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Geven de eigen stamboom van één generatie weer.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

  193. GE.193 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Interpreteren een stamboom van twee generaties.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

  194. GE.194 Begrijpen K1 KO 5.2.4

    Herkennen ervaringen als oud of nieuw.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

  195. GE.195 Gebruiken K1 KO 5.2.4

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    oud, nieuw
  196. GE.196 Begrijpen K2 KO 5.2.3; KO 5.2.4

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    lang geleden, nu, oud, nieuw
  197. GE.197 Gebruiken K2 KO 5.2.3; KO 5.2.4

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • oud, nieuw
    • lang geleden, nu
  198. GE.198 Begrijpen K3 KO 5.2.3; KO 5.2.5

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    heel lang geleden, lang geleden, nu, later, oud, nieuw
  199. GE.199 Gebruiken K3 KO 5.2.3; KO 5.2.5

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • oud, nieuw
    • heel lang geleden, lang geleden, nu, later
  200. GE.200 Begrijpen L1 L4 5.2.9

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    Het verleden, het heden, de toekomst
  201. GE.201 Gebruiken L1 L4 5.2.9; L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    verleden, heden, toekomst
  202. GE.202 Begrijpen L2 L4 5.2.9

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de duur
  203. GE.203 Gebruiken L2 L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • verleden, heden, toekomst
    • de duur
  204. GE.204 Begrijpen L3 L4 5.2.9

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de periode, de geschiedenis
  205. GE.205 Gebruiken L3 L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • verleden, heden, toekomst
    • de duur
    • de periode, de geschiedenis
  206. GE.206 Begrijpen L4 L4 5.2.10

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
  207. GE.207 Gebruiken L4 L4 5.2.10; L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • verleden, heden, toekomst
    • de duur
    • de periode, de geschiedenis
    • v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
  208. GE.208 Begrijpen L3 GO!-doel

    Illustreren het begrip eeuw en decennium.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Decennium:
    • periode van 10 jaar
    
    Eeuw:
    • Een eeuw is een aaneengesloten periode van 100 jaar.
    • Een eeuw is tien decennia.
    • Wij leven in de 21ste eeuw.
    • Een eerste eeuw begint met het jaar 1 en eindigt met het jaar 100, een tweede
        eeuw begint met het jaar 101 en eindigt met het jaar 200.

    Te hanteren begrippen

    de eeuw, de 21ste eeuw, het decennium

    Voorbeelden

    Eeuw:
    Het jaar 2000 valt in de 20e eeuw. Het jaar 2001 valt in de 21e eeuw.
  209. GE.209 Gebruiken L3 GO!-doel

    Verdelen de eeuwenband in decennia.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

  210. GE.210 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren het begrip millennium.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Millennium:
    • is 1000 jaar
    • is tien eeuwen
    • is 100 decennia

    Te hanteren begrippen

    het millennium
  211. GE.211 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Verdelen de historische tijdsband in millennia.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

  212. GE.212 Gebruiken L5 GO!-doel

    Geven de indeling van onze tijdrekening weer.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onze tijdrekening:
    Het begin van onze tijdrekening is het jaar 1.

    Te hanteren begrippen

    1 o.t. (jaar 1 van onze tijdrekening)
  213. GE.213 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren dat er ook andere tijdrekeningen gehanteerd worden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Andere tijdrekeningen:
    Chinese jaartelling vanaf 2697 v.o.t., Islamitische jaartelling vanaf 622 o.t., Christelijke
    jaartelling, voor Christus, na Christus
  214. GE.214 Begrijpen L3 GO!-doel

    Begrijpen hoe historische feiten, personen en ontwikkelingen worden gesitueerd op een eeuwenband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eeuwenband:
    • met onderscheid tussen tijdsperiodes
    • met volgende periodes: ‘eerder’ of ‘lang geleden’, ‘19de eeuw’, ‘20ste eeuw’, ‘21ste
        eeuw’, ‘later’

    Te hanteren begrippen

    de eeuwenband
  215. GE.215 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Situeren historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, bronnen, ontwikkelingen uit de omgeving op een eeuwenband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

  216. GE.216 Begrijpen L4 L6 5.2.7

    Benoemen de zes historische periodes op een gevisualiseerd historisch referentiekader.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de periode, de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen, de vroegmoderne tijd, de
    moderne tijd, de hedendaagse tijd
  217. GE.217 Begrijpen L4 L5 L6 L6 5.2.7

    Ordenen de zes historische periodes chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische periodes:
    • de prehistorie (tot ca. 3500 v.o.t.)
    • de oudheid (ca. 3500 v.o.t. – ca. 500 o.t.)
    • de middeleeuwen (ca. 500 o.t. – ca. 1500 o.t.)
    • de vroegmoderne tijd (ca. 1500 o.t. – ca. 1800 o.t.)
    • de moderne tijd (ca. 1800 o.t. – 1945 o.t.)
    • de hedendaagse tijd (1945 o.t. – nu)
  218. GE.218 Gebruiken L4 L5 L6 L6 5.2.7

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch op het historisch referentiekader.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

  219. GE.219 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren de relativiteit van historische periodisering.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relativiteit:
    • Het begin en een einde van een historische periode wordt gekenmerkt door grote
        historische gebeurtenissen.
    • De periodisering hangt af van de plaats in de wereld, maar ook van het belang dat
        een historicus hecht aan bepaalde gebeurtenissen.
  220. GE.220 Begrijpen L5 L6 5.2.7

    Illustreren de scharniermomenten van de historische periodes op de tijdsband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Scharniermomenten:
    • prehistorie (ca. 3500 v.o.t.): ‘uitvinding’ van het schrift. Dit is een fundamentele
        breuklijn in de geschiedenis, omdat het schrift het mogelijk maakte om informatie
        systematisch vast te leggen en zo op grotere schaal een samenleving te organiseren
    • oudheid (tot ca 500 o.t.): val van het West Romeinse rijk. Eind van de eeuwenlange
        overheersing van West-Europa door Rome.
    • middeleeuwen (tot ca 1500 o.t.): de start van de ontdekkingsreizen en de
        boekdrukkunst
    • vroegmoderne tijd (tot ca. 1800 o.t.): de Franse revolutie (1789) markeert de breuk
        met het ‘ancien régime’. Rond 1800 start ook de industriële revolutie
    • moderne tijd (tot 1945 o.t.): Einde van de tweede wereldoorlog: einde van koloniale
        grootmachten, oprichting van de VN, start van technologische revoluties
    • hedendaagse tijd (tot nu).
  221. GE.221 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.2.3; L4 5.2.11; L6 5.2.7

    Tonen hun kennis over historische tijdsbegrippen in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jadran vergelijkt een hedendaagse klas met een klas uit de jaren 1950 en gebruikt
        begrippen als vroeger, nu en toen om verschillen en gelijkenissen aan te duiden.
    • Yarah bekijkt oude familiefoto’s van haar grootouders en plaatst ze op een tijdlijn.
        Ze zegt dat haar opa als kind in de 20ste eeuw leefde en zij nu in de 21ste eeuw
        opgroeit.
  222. GE.222 Begrijpen K1 KO 5.3.3

    Herkennen erfgoed uit het eigen leven.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Erfgoed uit eigen leven:
    • Opa zingt ‘daar was laatst een meisje loos”.
    • Uit de koekentrommel tovert oma foto’s van mama toen zij even oud was als ik.
  223. GE.223 Begrijpen K2 KO 5.3.2

    Illustreren sporen uit het verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    dingen van vroeger
  224. GE.224 Begrijpen K3 KO 5.3.2

    Illustreren het belang van erfgoed.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    de schoonheid, de herinnering, de persoonlijke band/ identiteit

    Te hanteren begrippen

    de herinnering, bewaren
  225. GE.225 Begrijpen L1 L4 5.3.3; L6 5.3.3

    Herkennen erfgoed in de samenleving.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Erfgoed:
    materieel

    Voorbeelden

    Materieel erfgoed:
    gebouw, foto
  226. GE.226 Begrijpen L2 L4 5.3.3; L6 5.3.3

    Herkennen erfgoed in de samenleving.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Erfgoed:
    immaterieel

    Voorbeelden

    Immaterieel erfgoed:
    feestdagen, rituelen, folklore
  227. GE.227 Begrijpen L3 L4 5.3.3; L6 5.3.3

    Herkennen erfgoed van hun stad of gemeente.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Erfgoed:
    • materieel
    • immaterieel: regionale feesten, verhalen, dialect

    Te hanteren begrippen

    het erfgoed

    Voorbeelden

    Erfgoed:
    het standbeeld, de straatnaam, het monument, het gebouw, de kunstcreatie, de
    plaatsnaam
  228. GE.228 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 5.3.3; L4 5.3.4

    Determineren erfgoed uit eigen leven en omgeving.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

  229. GE.229 Begrijpen L4 L4 5.3.3

    Duiden de ontstaansperiode van hun stad of gemeente.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontstaansperiode:
    • historische periode
    • jaartal van ontstaan
    • reden van ontstaan: handelsroutes, natuurlijke ligging

    Te hanteren begrippen

    de ontstaansperiode, het ontstaan
  230. GE.230 Gebruiken L3 L4 L4 5.3.3

    Determineren erfgoed in hun stad of gemeente.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

  231. GE.231 Begrijpen L4 L4 5.3.3; L6 5.3.3

    Illustreren het belang van erfgoed.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    • educatieve waarde: Erfgoed helpt ons te leren van het verleden en biedt inzicht in
        maatschappelijke ontwikkelingen en historische gebeurtenissen.
    • economische impact: Het stimuleert toerisme, creëert werkgelegenheid en draagt
        bij aan stedelijke ontwikkeling.
    • innovatie en inspiratie: Historische kennis en traditionele ambachten vormen een
        bron van creativiteit en vernieuwing.

    Te hanteren begrippen

    het inzicht, het toerisme, de werkgelegenheid, de ontwikkeling, het ambacht, de
    innovatie, de inspiratie
  232. GE.232 Gebruiken L4 L5 L4 5.3.3; L6 5.3.2; L6 5.3.3

    Analyseren het belang van erfgoed.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

  233. GE.233 Begrijpen L5 L6 L6 5.3.2

    Illustreren het belang van erfgoed.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    • duurzaamheid en behoud: Erfgoed leert ons zorg te dragen voor onze omgeving en
        stimuleert het behoud van historische gebouwen en natuurgebieden.
    • sociale cohesie: Het kan gemeenschappen verenigen en een gevoel van continuïteit
        en samenhorigheid bevorderen.
    • culturele rijkdom: Het draagt bij aan een gevarieerd cultureel landschap en
        bevordert respect voor diverse tradities en achtergronden.

    Te hanteren begrippen

    de waarde, de gemeenschap, de identiteit, het behoud, duurzaam, de cultuur, de
    samenleving, de dialoog
  234. GE.234 Gebruiken L6 L4 5.3.3; L6 5.3.2; L6 5.3.3

    Analyseren het belang van erfgoed.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Erfgoed

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Erfgoed:
    • bij ons
    • wereldwijd

    Te hanteren begrippen

    het werelderfgoed, UNESCO, de traditie
  235. GE.235 Begrijpen K2 K3 KO 5.3.2

    Herkennen collectieve identiteit.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Collectieve identiteit:
    overeenkomsten en verschillen tussen mensen

    Voorbeelden

    Collectieve identiteit:
    Wat eet jouw familie tijdens feestdagen?
  236. GE.236 Begrijpen L1 L2 L4 5.3.3; L4 5.3.4

    Herkennen collectieve identiteit.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Collectieve identiteit:
    symbolen, gebruiken, feestdagen die gemeenschappen verbinden

    Voorbeelden

    Collectieve identiteit:
    • Welke symbolen herken je in je stad/ gemeente?
    • Welke feesten viert jouw familie?
  237. GE.237 Begrijpen L3 L4 L4 5.3.3

    Herkennen collectieve identiteit.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Collectieve identiteit:
    Erfgoed en geschiedenis draagt bij aan identiteit van een samenleving.

    Voorbeelden

    Collectieve identiteit:
    Waarom is dit gebouw belangrijk voor onze stad?
  238. GE.238 Begrijpen L5 L6 5.3.3

    Herkennen collectieve identiteit.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Collectieve identiteit:
    • evolutie
    • invloed op maatschappelijke samenhang

    Voorbeelden

    Collectieve identiteit:
    “Hoe verandert een samenleving door invloed van andere culturen?”
  239. GE.239 Gebruiken L6 L6 5.3.3

    Geven weer wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen, en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Collectieve identiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Betekenen:
    collectieve identiteit

    Voorbeelden

    • Het herinneren van de Holocaust helpt mensen nadenken over mensenrechten,
        discriminatie en respect.
    • Historische figuren zoals Nelson Mandela kunnen wereldwijd symbool staan voor
        vrijheid en gelijkheid.
    • Monumenten (zoals het Atomium, de Ijzertoren en de Menenpoort) en
        standbeelden (zoals Ambiorix, Brabo en de Reus, Godfried van Bouillon) herinneren
        ons aan belangrijke gebeurtenissen en personen uit onze geschiedenis.
  240. GE.240 Begrijpen L3 L4 L4 5.3.4

    Illustreren hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verleden:
    • familiebanden
    • aandenken

    Voorbeelden

    Familiebanden:
    • Een kind draagt dezelfde familienaam als zijn ouders of grootouders en voelt zich
        daardoor verbonden met zijn familie.
    • Oma vertelt verhalen over hoe zij vroeger leefde. Daardoor leert het kind meer over
        zijn familie en afkomst.
    • Een familie viert elk jaar dezelfde tradities, zoals samen eten op feestdagen.
    Aandenken:
    • Een kind bewaart de oude knuffel van toen het klein was en denkt daardoor terug
        aan fijne herinneringen.
    • Een familie hangt oude foto’s in huis om belangrijke momenten te herinneren.
    • Een kind bewaart medailles, tekeningen of souvenirs van uitstappen omdat die iets
        vertellen over zijn verleden.
  241. GE.241 Begrijpen L3 L4 L4 5.3.3

    Illustreren hoe ontwikkelingen in de bestudeerde samenleving een invloed hebben op hedendaagse samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Invloed:
    • (on)vrijheid
    • (on)gelijkheid
    • (on)verdraagzaamheid
    • oorlog en vrede
  242. GE.242 Begrijpen L5 L6 L6 5.3.2

    Beschrijven de relatie tussen heden, verleden en toekomst met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • racisme en discriminatie
    • organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap

    Te hanteren begrippen

    het racisme, de discriminatie
  243. GE.243 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 5.3.3; L6 5.3.2

    Vergelijken de bestudeerde samenleving met hedendaagse samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden

  244. GE.244 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.3.3; L4 5.3.3; L6 5.3.2

    Reflecteren in verschillende contexten over de betekenis van verleden voor heden en toekomst.

    Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden