Leerplannen Leerplandoelen
GE.122 Begrijpen L3

Illustreren het verschil tussen bron en bewijs.

Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen Bronnengebruik Historische bronnen

Leeftijd
8-9 jaar
Handelingswerkwoord
Illustreren
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
L4 5.2.1
In de PDF
pagina 37

Leerlijn

Illustreren het verschil tussen bron en bewijs.

Te hanteren begrip
het bewijs

Voorbeeld
Verschil bron en bewijs:
• Een oude krant uit 1945 is een bron van informatie over de Tweede Wereldoorlog.
    Maar als je wilt bewijzen dat een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, moet
    je meerdere bronnen onderzoeken en kritisch kijken of ze als bewijs kunnen dienen.
• Een dagboek van een soldaat uit WOII vertelt over zijn ervaringen. Bewijs: Als
    meerdere dagboeken en officiële documenten hetzelfde verhaal bevestigen, kan dit
    als bewijs dienen dat die gebeurtenissen echt plaatsvonden.
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: bronnen”
KO

De kleuters kunnen
5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde
samenlevingen benoemen:
• beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf;
• standbeeld, foto, dagboek, brief.

L4

De leerlingen kennen
5.2.1 het verschil tussen bron en bewijs.
5.2.2 typische vragen om te stellen over aangereikte
bronnen:
• hoe en waarom een bron is gemaakt;
• wanneer en waar een bron is gemaakt.

De leerlingen weten
5.2.3 wat paleontologen, archeologen en historici doen.

De leerlingen kunnen
5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd
noemen.

L6

De leerlingen kunnen
5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het
antwoorden op historische vragen.
5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.