GE.242
Begrijpen
L5
L6
Beschrijven de relatie tussen heden, verleden en toekomst met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst › Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden › Relatie verleden - heden
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Beschrijven
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 5.3.2
- In de PDF
- pagina 66
Leerlijn
Beschrijven de relatie tussen heden, verleden en toekomst met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen. MIA Relatie: • racisme en discriminatie • organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap Te hanteren begrippen het racisme, de discriminatie
Hangt samen met
- Vlag BU.020 Analyseren andere bestuursvormen. L5,L6
- Vlag BU.021 Beschrijven de scheiding van machten in een democratische rechtsstaat. L5,L6
- Vlag BU.022 Beschrijven hoe de democratische rechtsstaat bescherming biedt. L5,L6
- Vlag BU.130 Herkennen vormen van racisme en discriminatie. L5,L6
- Vlag BU.131 Duiden het effect van discriminatie. L5,L6
- Vlag BU.132 Analyseren situaties om racisme en discriminatie te herkennen. L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag BU.020 Analyseren andere bestuursvormen. L5,L6
- Vlag BU.021 Beschrijven de scheiding van machten in een democratische rechtsstaat. L5,L6
- Vlag BU.022 Beschrijven hoe de democratische rechtsstaat bescherming biedt. L5,L6
- Vlag BU.130 Herkennen vormen van racisme en discriminatie. L5,L6
- Vlag BU.131 Duiden het effect van discriminatie. L5,L6
- Vlag BU.132 Analyseren situaties om racisme en discriminatie te herkennen. L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst”
De kleuters weten
5.3.2 waarom iets uit het verleden bewaard wordt.
De kleuters kunnen
5.3.3 herkennen dat sporen uit het verleden aanwezig zijn
in wat ze om zich heen zien.
De leerlingen weten
5.3.3 dat ontwikkelingen in de bestudeerde
samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op
hedendaagse samenlevingen:
• (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid,
oorlog en vrede;
• erfgoed.
De leerlingen kunnen
5.3.4 uitleggen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd
wordt door het verleden:
• familiebanden;
• aandenken.
De leerlingen kunnen
5.3.2 de relatie tussen heden, verleden en toekomst
verwoorden met betrekking tot de bestudeerde
samenlevingen:
• materieel en immaterieel erfgoed;
• racisme en discriminatie;
• organisatie van samenleving en dialoog:
democratische instellingen, dictatorschap.
5.3.3 uitleggen wat historische gebeurtenissen,
ontwikkelingen, plaatsen, en/of personen voor de
samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden,
straatnamen, verhalen, feestdagen.