Leerplannen Leerplandoelen
GE.116 Begrijpen K2 K3

Herkennen relevante vragen over aangereikte bronnen.

Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen Bronnengebruik Historische bronnen

Leeftijd
4-5,5-6 jaar
Handelingswerkwoord
Herkennen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
KO 5.2.1
In de PDF
pagina 36

Leerlijn

Herkennen relevante vragen over aangereikte bronnen.

MIA
Relevante vragen:
• Wie is herkenbaar in de bron?
• Wat is herkenbaar in/op de bron?

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: bronnen”
KO

De kleuters kunnen
5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde
samenlevingen benoemen:
• beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf;
• standbeeld, foto, dagboek, brief.

L4

De leerlingen kennen
5.2.1 het verschil tussen bron en bewijs.
5.2.2 typische vragen om te stellen over aangereikte
bronnen:
• hoe en waarom een bron is gemaakt;
• wanneer en waar een bron is gemaakt.

De leerlingen weten
5.2.3 wat paleontologen, archeologen en historici doen.

De leerlingen kunnen
5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd
noemen.

L6

De leerlingen kunnen
5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het
antwoorden op historische vragen.
5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.