GE.123
Begrijpen
L4
Illustreren de rol van paleontologen en historici.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
- Leeftijd
- 9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Illustreren
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L4 5.2.3
- In de PDF
- pagina 37,38
Leerlijn
Illustreren de rol van paleontologen en historici. MIA Paleontologen: bestuderen fossielen, de versteende resten van planten en dieren die miljoenen jaren geleden leefden. Ze helpen ons te begrijpen hoe het leven op aarde zich heeft ontwikkeld en welke dieren vroeger bestonden. Historici: lezen en bestuderen oude documenten, boeken en verhalen om het verleden te begrijpen. Zij proberen te ontdekken waarom dingen in de geschiedenis zijn gebeurd en hoe dat onze wereld vandaag de dag heeft gevormd. Te hanteren begrippen de paleontoloog, de historicus, de historici
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: bronnen”
KO De kleuters kunnen 5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen: • beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf; • standbeeld, foto, dagboek, brief. L4 De leerlingen kennen 5.2.1 het verschil tussen bron en bewijs. 5.2.2 typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: • hoe en waarom een bron is gemaakt; • wanneer en waar een bron is gemaakt. De leerlingen weten 5.2.3 wat paleontologen, archeologen en historici doen. De leerlingen kunnen 5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen. L6 De leerlingen kunnen 5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen. 5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.