Leerplannen Leerplandoelen
GE.110 Gebruiken L5 L6

Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de hedendaagse tijd vanuit verschillende perspectieven.

Geschiedenis Historisch referentiekader Historische periodes Hedendaagse tijd

Leeftijd
10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Formuleren
Verwerkingsaspect
Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
Minimumdoelen
L6 5.2.5; L6 5.2.6
In de PDF
pagina 34

Leerlijn

Formuleren redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit
de hedendaagse tijd vanuit verschillende perspectieven.

Voorbeelden
• De opkomst van internet en sociale media. Jongere: “Ik kan snel met vrienden
    praten, informatie zoeken, leuke filmpjes maken en kijken.” Ouders: “Het is handig
    dat we snel kunnen communiceren, maar ik maak me zorgen over schermtijd,
    privacy en wat mijn kinderen online te zien krijgen” Bedrijven: “Sociale media zijn
    een krachtig middel om klanten te bereiken en reclame te maken. Daardoor kunnen
    we gericht reclame maken en onze verkoop verhogen.” Mensen zonder internet:
    “Niet iedereen heeft dezelfde toegang tot informatie.” Historicus: “Internet
    veranderde communicatie over de hele wereld.”
• Klimaatverandering. Wetenschapper: “De aarde warmt op door broeikasgassen.”
    Jongeren: “Het is onze toekomst die op het spel staat. We willen dat er nu actie
    wordt ondernomen om de opwarming te beperken.” Bedrijven: “Er komen
    strengere regels om uitstoot te beperken. Dat kost geld maar het dwingt ons ook
    om te investeren in nieuwe technologie.” Ontkenners: “De klimaathysterie is er
    enkel om nog meer geld uit ons zakken te halen.”
• Coronapandemie. Arts: “Mondmaskers en vaccins helpen om mensen te
    beschermen.” Bejaarde: “Ik ben bang om ziek te worden en bleef dus altijd thuis.”
    Leerling: “Ik vind het moeilijk dat scholen soms sluiten en ik dus mijn vrienden
    minder zie.” Winkelier: “Door de maatregelen verlies ik inkomsten.” Tegenstander
    van maatregelen: “De paniek over de pandemie is overdreven, de regels zijn te
    streng en nemen onze vrijheid af.”

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch referentiekader”
KO

De kleuters weten
5.1.1 hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en
samenleefden.
• ontwikkelingen: het gebruik van vuur, jagen, voedsel
    verzamelen, werktuigen (steen en been), grot- en
    muurschilderingen;
• personen en groepen: kleine groep (stam).
5.1.2 hoe mensen tijdens de oudheid overleefden en
samenleefden.
Egyptische samenleving
• ontwikkelingen: schrift (hiërogliefen, de Steen van
    Rosetta, papyrus), bouwen en begraven;
• plaatsen: de Nijl, de piramides van Gizeh;
• personen en groepen: boer, priester, farao.
5.1.3 hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd
samenleefden.
• ontwikkelingen: veranderingen in het straatbeeld, het
    interieur van een woning, technologie;
• plaatsen, personen en groepen:
      o eigen woning, eigen stad, dorp of straat;
      o familieherinneringen uit de kindertijd.

De kleuters kunnen
5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde
samenlevingen benoemen:
• beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf;
• standbeeld, foto, dagboek, brief.
5.2.2 enkele veranderingen tussen verleden en heden
opnoemen.

L4

De leerlingen weten
5.1.1 hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur
omgingen en samenleefden.
• ontwikkelingen: rechtop lopen, taal, omgang met
    anderen, werktuigen (brons en ijzer), de eerste
    migraties, relaties tussen mens-dier-plant, leven op
    het ritme van dag/nacht/seizoenen;
• plaatsen: Afrika (Riftvallei), Flores, Maasvallei,
    Çatalhöyük;
• personen en groepen: complexere sociale groepen,
    Neanderthaler, Sapiens.
5.1.2 hoe mensen tijdens de oudheid overleefden,
samenleefden en hoe ze dachten.
Mesopotamië
• ontwikkelingen: standenmaatschappij,
    beroepsspecialisatie, slavernij, handel,
    irrigatielandbouw, spijkerschrift, epische verhalen;
• plaatsen: stroomgebied van Tigris en Eufraat,
    stadstaat, ziggurat;
• personen en groepen: slaafgemaakten,
    schriftgeleerde, koning;
• gebeurtenissen: Codex Hammurabi, Gilgamesj-epos.
De Griekse wereld
• ontwikkelingen: mythologie, religie, filosofie,
    democratie, burgerrechten;
• plaatsen: Athene, de Akropolis, de berg Olympos;
• personen en groepen: de aristocratie, Socrates,
    Archimedes, Hippocrates, vrouwen in de Griekse
    oudheid;
• gebeurtenissen: de wetten van Solon.
De Romeinen

L6

De leerlingen weten
5.1.1 hoe mensen in de vroegmoderne tijd overleefden,
samenleefden en hoe ze dachten.
Afrika
• ontwikkelingen: mondelinge tradities, religie,
    machtsverhoudingen, slavenhandel, staatsvorming;
• plaatsen: de Kongostroom;
• personen en groepen: Lukeni Lua Nimi, Portugese
    handelaren, Afonso I, Garcia II van Kongo;
• gebeurtenissen: de oprichting van het Kongo-
    koninkrijk, introductie van het Christendom.
Contacten tussen samenlevingen
• ontwikkelingen: uitwisseling van ideeën in kunst,
    wetenschap en kosmologie,
• wereldimperialisme, Atlantische driehoekshandel;
• plaatsen: zijderoutes, handelspost, kolonie;
• personen en groepen: slaafgemaakten, zeevaarders,
    Vermeer, Columbus, de West-Indische Compagnie, La
    Malinche;
• gebeurtenissen: het ronden van Kaap de Goede
    Hoop.
5.1.2 hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur
omgingen, overleefden, samenleefden en dachten.
• ontwikkelingen: industriële en agrarische revolutie,
    effecten van verstedelijking op leef- en
    werkomstandigheden, leven op het ritme van de klok,
    migratie, imperialisme, veranderende grenzen,
    grondwetten, emancipatie;
• plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen:
      o de Verklaring van de Rechten van de Mens
          en van de Burger, het Burgerlijk Wetboek
• ontwikkelingen: imperialisme, identiteit en integratie,
    migratie, handel over lange afstanden, culturele
    uitwisseling, voedselproductie, dagelijks leven;
• plaatsen: wegennetwerk, keukens, Rome, Pompeii,
    Carthago, Tongeren, Velzeke, Limes;
• personen en groepen: Hannibal, Cornelia, Caesar,
    keizer Augustus, slaafgemaakten, de Kelten,
    Germanen, Constantijn;
• gebeurtenissen: ontstaan van het christendom, Pax
    Romana.
5.1.3 hoe mensen tijdens de middeleeuwen overleefden,
samenleefden en hoe ze dachten.
De Arabische wereld
• ontwikkelingen: het ontstaan en de verspreiding van
    de islam, kennisontwikkeling, Arabische kunst;
• plaatsen: Bagdad (huis van wijsheid);
• personen en groepen: Al Ghazali, geleerden,
    kaliefen;
• gebeurtenissen: schisma tussen sjiieten en
    soennieten;
    <de Slag van de Kameel>.
Europa
• ontwikkelingen: rurale en stedelijke samenleving,
    ziekten (de pest), agrarische (r)evolutie, handel,
    rechtspraak, machtsverhoudingen en ongelijkheid,
    christendom;
• plaatsen: Brugge, Gent, kloosters en abdijen;
• personen en groepen: Hildegard van Bingen, de
    Bourgondiërs, begijnen, gilde, ambachtslieden;
• gebeurtenissen: de keure van Kortenberg, het
    drieslagstelsel.
Contacten tussen samenlevingen
• ontwikkelingen: interculturele contacten;
• plaatsen: Al-Andaluz, de moskee van Cordoba, het
    Alhambra, Dorestad;
• personen en groepen: Maimonides, conversos,
    vikingen, Rollo de Noorman;
• gebeurtenissen: de Reconquista, de belegering van
    Parijs.

van Napoleon, de Belgische Grondwet, de
          Bloednacht in Leuven;
      o Charleroi, arbeiders en opdrachtgevers,
          Lieven Bauwens, Emilie Claeys,
          landschapsverandering (terrils, kleiputten,
          kanalen, spoorwegen), landverhuizers;
      o conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke
          Kongostaat, Union Minière du Haute-
          Katanga, Paul Panda Farnana;
      o Begraafplaatsen, monumenten en
          gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog,
          Verdrag van Versailles.
5.1.3 hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd
samenleefden.
• ontwikkelingen: internationale rivaliteit en
    samenwerking; vrouwenemancipatie, burgerrechten;
    informatie-, communicatie- en technologierevoluties,
    ruimte-exploratie;
• plaatsen, personen, groepen en gebeurtenissen:
      o het Fort van Breendonk en de Kazerne
          Dossin, verzetsstrijders en collaborateurs;
      o Verenigde Naties, Europese Unie, de Muur
          van Berlijn;
      o Rosa Parks, gastarbeiders, de pil, stemrecht
          voor vrouwen, homohuwelijk;
      o Neil Armstrong, het internet.

De leerlingen kunnen
5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het
antwoorden op historische vragen.
5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.
5.2.3 typische historische vragen stellen met betrekking
tot:
• continuïteit-verandering;
    < bv. wat veranderde er voor vrouwen in de 20e
    eeuw? >
• oorzaak-gevolg.
    < bv. welke impact had de Europese handel op het
    Kongo-koninkrijk?, waarom werd de Muur van Berlijn
    afgebroken? >
5.1.4 hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd
overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
Europa
• ontwikkelingen: religieuze conflicten, staatsvorming,
    imperialisme, boekdrukkunst;
• plaatsen: Frankrijk, Duitse Rijk, Antwerpen;
• personen en groepen: Karel V, Plantijn, Lodewijk XIV;
• gebeurtenissen: de Vrede van Westfalen.

De leerlingen kunnen
5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd
noemen.
5.2.5 gelijkenissen en verschillen onderscheiden binnen
en tussen bestudeerde samenlevingen.
< bv. vergelijking van Mesopotamische en Egyptische
samenlevingen; of vergelijking van ervaringen van
mannen en vrouwen, boeren en reizende kooplieden,
binnen Mesopotamië >
5.2.6 aspecten van verandering en continuïteit
bespreken.
5.2.7 oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een
ontwikkeling verklaren.
5.2.8 een onderscheid tussen een perspectief van mensen
in het verleden en een hedendaags perspectief op het
verleden begrijpen.

5.2.4 hun gedachten ordenen om typische historische
vragen te beantwoorden met betrekking tot:
• continuïteit-verandering;
• oorzaak-gevolg.
5.2.5 hun historische kennis gebruiken om vragen te
stellen over de perspectieven van mensen en groepen in
het verleden.
< bv. waarom was het zo belangrijk voor Afonso I dat zijn
zoon bisschop was?, waarom schafte de Europese clerus de
Congolese bisschopszetel gauw terug af?, waarom stelde
Pieter Bruegel de Oude “de Korenoogst” voor als erg hard
werken en armoedig? >
5.2.6 redeneringen over personen, groepen,
gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden
verwoorden vanuit verschillende perspectieven.