Leerplannen Leerplandoelen
GE.240 Begrijpen L3 L4

Illustreren hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden.

Geschiedenis Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst Erfgoed, identiteit, relatie verleden-heden Relatie verleden - heden

Leeftijd
8-9,9-10 jaar
Handelingswerkwoord
Illustreren
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
L4 5.3.4
In de PDF
pagina 65,66

Leerlijn

Illustreren hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden.

MIA
Verleden:
• familiebanden
• aandenken

Voorbeelden
Familiebanden:
• Een kind draagt dezelfde familienaam als zijn ouders of grootouders en voelt zich
    daardoor verbonden met zijn familie.
• Oma vertelt verhalen over hoe zij vroeger leefde. Daardoor leert het kind meer over
    zijn familie en afkomst.
• Een familie viert elk jaar dezelfde tradities, zoals samen eten op feestdagen.
Aandenken:
• Een kind bewaart de oude knuffel van toen het klein was en denkt daardoor terug
    aan fijne herinneringen.
• Een familie hangt oude foto’s in huis om belangrijke momenten te herinneren.
• Een kind bewaart medailles, tekeningen of souvenirs van uitstappen omdat die iets
    vertellen over zijn verleden.

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: dialoog voor de toekomst”
De kleuters weten
5.3.2 waarom iets uit het verleden bewaard wordt.

De kleuters kunnen
5.3.3 herkennen dat sporen uit het verleden aanwezig zijn
in wat ze om zich heen zien.

De leerlingen weten
5.3.3 dat ontwikkelingen in de bestudeerde
samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op
hedendaagse samenlevingen:
• (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid,
    oorlog en vrede;
• erfgoed.

De leerlingen kunnen
5.3.4 uitleggen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd
wordt door het verleden:
• familiebanden;
• aandenken.

De leerlingen kunnen
5.3.2 de relatie tussen heden, verleden en toekomst
verwoorden met betrekking tot de bestudeerde
samenlevingen:
• materieel en immaterieel erfgoed;
• racisme en discriminatie;
• organisatie van samenleving en dialoog:
    democratische instellingen, dictatorschap.
5.3.3 uitleggen wat historische gebeurtenissen,
ontwikkelingen, plaatsen, en/of personen voor de
samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden,
straatnamen, verhalen, feestdagen.