GE.124
Gebruiken
L3
L4
L5
L6
Determineren wie er aan de basis ligt van de gehanteerde historische bronnen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
- Leeftijd
- 8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Determineren
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L4 5.2.2
- In de PDF
- pagina 38
Leerlijn
Determineren wie er aan de basis ligt van de gehanteerde historische bronnen.
Hangt samen met
- Vlag LL.068 Verwoorden vakspecifieke leerstrategieën. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: bronnen”
KO De kleuters kunnen 5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen: • beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf; • standbeeld, foto, dagboek, brief. L4 De leerlingen kennen 5.2.1 het verschil tussen bron en bewijs. 5.2.2 typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: • hoe en waarom een bron is gemaakt; • wanneer en waar een bron is gemaakt. De leerlingen weten 5.2.3 wat paleontologen, archeologen en historici doen. De leerlingen kunnen 5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen. L6 De leerlingen kunnen 5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen. 5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.