Leerplannen Leerplandoelen
GE.118 Begrijpen L5 L6

Herkennen vragen over aangereikte bronnen.

Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen Bronnengebruik Historische bronnen

Leeftijd
10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Herkennen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
L4 5.2.2
In de PDF
pagina 36,37

Leerlijn

Herkennen vragen over aangereikte bronnen.

MIA
Vragen:
• WWWH-vragen
• vragen over betrouwbaarheid, bruikbaarheid

Soorten bronnen:
• geschreven bronnen
• materiële bronnen
• mondelinge tradities
• beeldende bronnen
• audiovisuele bronnen

Te hanteren begrippen
de geschreven bron, de materiële bron, de mondelinge bron, de traditie, de
audiovisuele bron, de beeldende bron

Voorbeelden
Geschreven bronnen:
het manuscript, het wetboek, de mythe, het verslag, de krant, het overlijdensbericht,
het verdrag
Materiële bronnen:
het gebouw, het sieraad, het monument, de ruïne, de grafgift
Mondelinge tradities:
het verhaal, de plaatsnaam, de familienaam, het lied, het spreekwoord
Beeldende bronnen:
het standbeeld, de fresco
Audiovisuele bronnen:
de film, de documentaire, het nieuws

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: bronnen”
KO

De kleuters kunnen
5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde
samenlevingen benoemen:
• beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf;
• standbeeld, foto, dagboek, brief.

L4

De leerlingen kennen
5.2.1 het verschil tussen bron en bewijs.
5.2.2 typische vragen om te stellen over aangereikte
bronnen:
• hoe en waarom een bron is gemaakt;
• wanneer en waar een bron is gemaakt.

De leerlingen weten
5.2.3 wat paleontologen, archeologen en historici doen.

De leerlingen kunnen
5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd
noemen.

L6

De leerlingen kunnen
5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het
antwoorden op historische vragen.
5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de
vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.