GE.125
Engageren
K1
K2
K3
L1
L2
L3
L4
L5
L6
Tonen hun kennis over historisch brongebruik in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
- Leeftijd
- 2,5-4,4-5,5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Tonen
- Verwerkingsaspect
- Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
- Minimumdoelen
- KO 5.2.1; L4 5.2.2; L4 5.2.4; L6 5.2.1; L6 5.2.2
- In de PDF
- pagina 38
Leerlijn
Tonen hun kennis over historisch brongebruik in verschillende contexten.
Voorbeelden
• Léa bekijkt een oude klasfoto uit de 20e eeuw. Ze beantwoordt WWWWH-vragen
door te zeggen wie er op de foto staat (kinderen en een juf), wat ze doen (in de klas
zitten), waar het is (in een school), wanneer het ongeveer is (vroeger, omdat de
kleren en het bord anders zijn dan nu) en dat de foto een herinnering was voor de
kinderen en juf van die klas (hoe/waarom). Ze legt uit dat de bron ons toont hoe
een school er vroeger uitzag.
• Amir onderzoekt een brief uit de Tweede Wereldoorlog en gebruikt WWWWH-
vragen om de bron te analyseren. Hij identificeert wie de afzender is (een soldaat),
wat de inhoud is (een beschrijving van het leven aan het front), waar en wanneer de
brief geschreven werd, en bespreekt hoe betrouwbaar de bron is. Hij vergelijkt de
informatie met wat hij weet uit het handboek over de oorlog.
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: bronnen”
KO De kleuters kunnen 5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen: • beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf; • standbeeld, foto, dagboek, brief. L4 De leerlingen kennen 5.2.1 het verschil tussen bron en bewijs. 5.2.2 typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: • hoe en waarom een bron is gemaakt; • wanneer en waar een bron is gemaakt. De leerlingen weten 5.2.3 wat paleontologen, archeologen en historici doen. De leerlingen kunnen 5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen. L6 De leerlingen kunnen 5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen. 5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.