GE.113
Begrijpen
K1
Herkennen soorten bronnen over het eigen verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen
- Leeftijd
- 2,5-4 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- KO 5.2.1
- In de PDF
- pagina 35
Leerlijn
Herkennen soorten bronnen over het eigen verleden.
Hangt samen met
- Vlag GE.195 Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch. K1
Wordt verwezen vanuit
- Vlag GE.195 Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch. K1
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Historisch strategisch: bronnen”
KO De kleuters kunnen 5.2.1 soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen: • beenderen, fossielen, werktuig, rotsschildering, graf; • standbeeld, foto, dagboek, brief. L4 De leerlingen kennen 5.2.1 het verschil tussen bron en bewijs. 5.2.2 typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: • hoe en waarom een bron is gemaakt; • wanneer en waar een bron is gemaakt. De leerlingen weten 5.2.3 wat paleontologen, archeologen en historici doen. De leerlingen kunnen 5.2.4 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen. L6 De leerlingen kunnen 5.2.1 aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen. 5.2.2 diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.