Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

148 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: BU ✕

  1. BU.001 Begrijpen K1 KO 9.3.4; L4 5.3.1

    Herkennen afspraken en regels.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Afspraken en regels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • in de klas
    • op de speelplaats

    Voorbeelden

    • Emma ruimt op in de klas.
    • Liam duwt niet in de rij.
  2. BU.002 Begrijpen K2 K3 KO 9.3.4; L4 5.3.1

    Illustreren afspraken en regels.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Afspraken en regels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • in de klas
    • op school

    Te hanteren begrippen

    de afspraak, de regel, samen, delen
  3. BU.003 Begrijpen L1 L2 L4 5.3.1

    Illustreren het belang van afspraken en regels voor het samenleven.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Afspraken en regels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken en regels voor het samenleven:
    • klasafspraken en –regels
    • schoolafspraken en –regels
    • spelafspraken en –regels

    Voorbeelden

    Belang van afspraken en regels:
    om elkaar niet te storen tijdens het werken, omwille van veiligheidsredenen, om samen te
    leven, om ruzies te voorkomen, zodat iedereen weet wat er van hem verwacht wordt,
    omdat deze aansluiten op onze waarden en normen
  4. BU.004 Begrijpen L3 L4 L4 5.3.1

    Illustreren het belang van afspraken en regels voor het samenleven.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Afspraken en regels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken en regels voor het samenleven:
    • in het eigen gezin
    • in groepen waar kinderen tijdens hun vrije tijd aan participeren
    • in de samenleving
  5. BU.005 Begrijpen L2 L4 9.1.17

    Verwoorden wat rechten en plichten zijn.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Rechten en plichten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rechten en plichten:
    • Een recht is iets wat je mag doen of krijgt.
    • Een plicht is iets wat je moet doen voor anderen of voor jezelf.
  6. BU.006 Begrijpen L2 L4 9.1.17

    Herkennen enkele rechten en plichten in hun eigen leefwereld.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Rechten en plichten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Rechten en plichten:
    verkeersregels, schoolregels
  7. BU.007 Begrijpen L3 L4 5.3.1

    Beschrijven enkele rechten en plichten in hun eigen leefwereld.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Rechten en plichten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de rechten, de plichten
  8. BU.008 Begrijpen L4 L4 5.3.1

    Illustreren dat rechten en plichten elkaar aanvullen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Rechten en plichten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rechten en plichten:
    • Rechten geven vrijheid om dingen te doen, plichten zorgen ervoor dat iedereen goed
        met elkaar omgaat.
    • We hebben rechten maar we moeten ook plichten vervullen om samen te kunnen
        werken.
    • rechten: vrijheid van meningsuiting, recht op veiligheid, recht op privacy, recht op
        gelijkwaardige behandeling
    • plichten: respecteren van regels, verantwoordelijk omgaan met materialen en de
        omgeving

    Te hanteren begrippen

    de vrijheid, de veiligheid, de privacy
  9. BU.009 Begrijpen L5 L4 5.3.1

    Illustreren dat rechten en plichten in de klas en de samenleving complementair zijn.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Rechten en plichten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rechten en plichten:
    • Rechten en plichten horen samen. Je hebt het recht om gehoord te worden maar je
        hebt ook de plicht om anderen te respecteren.
    • In een klas of maatschappij kunnen we pas echt samen werken als iedereen zijn
        rechten en plichten begrijpt en naleeft.

    Te hanteren begrippen

    het respect, de verantwoordelijkheid

    Voorbeelden

    Didier heeft het recht om boeken te lenen in de bibliotheek maar heeft de plicht om ze op
    tijd terug te brengen.
  10. BU.010 Begrijpen L6 L6 5.3.1

    Beschrijven enkele rechten en plichten in een democratische samenleving.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Rechten en plichten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rechten en plichten:
    • rechten: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie, recht op gelijke behandeling,
        stemrecht, persvrijheid, recht op privacy, eerlijke rechtsgang
    • plichten: respecteren van de wetten, participatie aan verkiezingen, betalen van
        belastingen
    • Rechten en plichten zijn opgenomen in de (grond)wet.

    Te hanteren begrippen

    de vrije meningsuiting, de (grond)wet, de democratie, de samenleving, de participatie
  11. BU.011 Begrijpen K1 K2 KO 5.3.1

    Herkennen inspraak en overleg.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Inspraak en overleg

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    in de klas- en schoolcontext
    
    Inspraak/ overleg:
    • mogen inbrengen wat ze willen of vinden
    • samen kiezen helpt om de betrokkenheid te verhogen

    Voorbeelden

    • Farah kiest samen met de klas een liedje om te zingen in de kring.
    • Imane beslist samen met de anderen welke spelhoek geopend wordt.
  12. BU.012 Begrijpen K3 L1 L2 KO 5.3.1

    Illustreren het belang van inspraak en overleg.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Inspraak en overleg

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    in klas- en schoolcontext
    
    Inspraak en overleg:
    • Inspraak en overleg betekent dat iedereen zijn mening mag geven en mee mag
        denken.
    • Samen praten over ideeën helpt om eerlijke en duidelijke afspraken te maken die
        voor iedereen goed werken.
    • Op basis van stemmen kan een beslissing genomen worden.

    Te hanteren begrippen

    de mening, het idee, samen praten, de kring, stemmen, het overleg

    Voorbeelden

    • Frederique geeft zijn mening tijdens een klasgesprek. Zo weet iedereen wat hij denkt.
    • In de kleuterklas van Hira wordt via klassikaal stemmen beslist hoe ze het thema vorm
        gaan geven.
  13. BU.013 Begrijpen L3 KO 5.3.1

    Illustreren het principe van inspraak en overleg.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Inspraak en overleg

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • belang van inspraak en overleg: Iedereen heeft het recht om zijn of haar mening te
        geven en mee te denken over beslissingen die invloed hebben op een groep.
    
    Principe:
    • Beslissingen worden genomen op basis van overleg en respect voor verschillende
        meningen.
    • In een democratie werken we samen om beslissingen te nemen.

    Te hanteren begrippen

    de inspraak, de meerderheid, de minderheid
  14. BU.014 Begrijpen L2 L4 5.3.1

    Illustreren het principe van een stemming.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Verkiezingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    binnen klas- en schoolcontext
    
    Principe:
    medezeggenschap

    Voorbeelden

    Madeleine legt uit dat in de klasstemming iedereen een stem mag uitbrengen om te
    bepalen wie de groepsleider wordt voor het groepswerk.
  15. BU.015 Begrijpen L3 L4 5.3.1

    Beschrijven de functie van verkiezingen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Verkiezingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    Niet iedereen kan deelnemen aan overleg. Daarom worden via verkiezingen
    vertegenwoordigers gekozen.

    Te hanteren begrippen

    de verkiezingen, de kandidaat, kiezen

    Voorbeelden

    Madeleine legt uit dat in de klasstemming iedereen een stem mag uitbrengen om te
    bepalen wie de vertegenwoordiger wordt in de leerlingenraad.
  16. BU.016 Begrijpen L3 L4 L4 5.3.1

    Beschrijven de belangrijke principes bij democratische verkiezingen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Verkiezingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Democratische verkiezingen:
    • op niveau van de school: kandidaten en verkiezingen van de leerlingenraad
    • op niveau van de samenleving: Democratie maakt gebruik van regelmatige, vrije en
        eerlijke verkiezingen waarin burgers kunnen stemmen op kandidaten of partijen. Dit
        stelt hen in staat om hun voorkeuren te uiten en invloed uit te oefenen op het beleid.
    
    Principes:
    • Iedereen mag stemmen.
    • De kiezers stemmen vrij en in het geheim.
    • Elke stem telt even zwaar.
    • Regelmatige en eerlijke verkiezingen zorgen ervoor dat vertegenwoordigers de
        wensen van de kiezer uitvoeren.
    • De verkozen personen nemen beslissingen voor anderen (vertegenwoordiging).

    Te hanteren begrippen

    de democratie, de kiezer, de stem, de vertegenwoordiger, de vertegenwoordiging, de
    eerlijkheid, het geheim, de gelijkheid, de politieke partij, het stemrecht, de stemplicht, de
    opkomstplicht, de macht, de campagne, de meerderheid, de minderheid

    Voorbeelden

    • Niels legt uit dat bij de verkiezingen voor de leerlingenraad elke klas één
        vertegenwoordiger kiest door middel van stemming zodat iedereen een eerlijke kans
        krijgt om mee te beslissen.
    • Tine beschrijft hoe na het stemmen alle stemmen worden geteld en de kandidaat met
        de meeste stemmen wordt gekozen, wat een belangrijk principe is in democratische
        verkiezingen.
  17. BU.017 Begrijpen L4 L4 5.3.1

    Duiden verkiezingen als een belangrijk element van een democratische rechtsstaat.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Verkiezingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Democratische rechtsstaat:
    In een democratie heeft het volk de macht. Burgers kiezen via verkiezingen hun
    vertegenwoordigers. Deze vertegenwoordigers nemen beslissingen in naam van het volk.
  18. BU.018 Begrijpen L3 L4 L4 5.3.2

    Herkennen principes van een democratische rechtsstaat in samenlevingen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Democratische rechtsstaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    in bestudeerde samenlevingen uit het verleden

    Te hanteren begrippen

    de verkiezingen, de vertegenwoordiging, de macht, de rechten, de plichten, de regel, de
    afspraak, de gelijkheid

    Voorbeelden

    In bestudeerde samenlevingen:
    • Stemmen in het oude Athene
    • Wetten in het Romeinse Rijk
    • Stadsrechten voor burgers in middeleeuwse steden; de Keure van Kortenberg
  19. BU.019 Begrijpen L4 GO!-doel

    Herkennen andere bestuursvormen dan democratie.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Democratische rechtsstaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Andere bestuursvormen:
    • dictatuur: Eén persoon of een zeer kleine groep heeft de macht. De bevolking mag
        niet mee beslissen of kritiek geven.
    • absolute monarchie: Een koning of koningin heeft alle macht.
    • theocratie: Het land wordt bestuurd op basis van religieuze regels en door religieuze
        leiders.
  20. BU.020 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Analyseren andere bestuursvormen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Democratische rechtsstaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    • macht
    • inspraak
    • vrijheden
    • rechten
    • gelijkwaardigheid
  21. BU.021 Begrijpen L5 L6 L6 5.3.1

    Beschrijven de scheiding van machten in een democratische rechtsstaat.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Democratische rechtsstaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Scheiding van machten:
    • In een democratie zijn er drie machten: de wetgevende, de uitvoerende en de
        rechterlijke macht.
    • De wetgevende macht maakt wetten en controleert de uitvoerende macht. De
        uitvoerende macht zorgt dat wetten worden toegepast en nageleefd. De rechterlijke
        macht doet uitspraken over geschillen en controleert de wettelijkheid van de daden
        van de uitvoerende macht. Iedere macht controleert de andere, niemand kan alles
        zelf beslissen.
    • In een rechtbank worden niet enkel strafzaken behandeld maar ook burgerlijke zaken,
        familiezaken, handelszaken

    Te hanteren begrippen

    de politie, de rechter, de rechtbank, het vonnis, de scheiding der machten, de regering, de
    wetten, de democratie, het parlement

    Voorbeelden

    Wetgevende macht:
    Het federale parlement keurt een nieuwe milieuwet goed.
    Uitvoerende macht:
    De federale regering voert de milieuwet uit via het ministerie van Milieu.
    Rechterlijke macht:
    Als een bedrijf de milieuwet overtreedt, kan een rechtbank een boete opleggen.
  22. BU.022 Begrijpen L5 L6 L6 5.3.1

    Beschrijven hoe de democratische rechtsstaat bescherming biedt.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Democratische rechtsstaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bescherming:
    • Rechten en plichten van burgers worden beschermd door de grondwet.
    • De overheid moet zich aan die regels houden.
    • Iedereen is gelijk voor de wet.

    Te hanteren begrippen

    de bescherming, de grondwet, de vrijheid
  23. BU.023 Begrijpen L3 L4 9.1.17

    Benoemen enkele Rechten van het Kind.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rechten van het Kind:
    • recht op onderwijs
    • recht op privacy
    • recht op vrije tijd
    • recht op eigen identiteit
    • recht op veiligheid en bescherming

    Te hanteren begrippen

    het recht op onderwijs, het recht op privacy, het recht op vrije tijd, het recht op eigen
    identiteit, het recht op veiligheid en bescherming
  24. BU.024 Begrijpen L3 L4 9.1.17; L4 9.1.18

    Beschrijven het belang van de Rechten van het Kind.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang van de Rechten van het Kind:
    • Kinderrechten zijn afspraken die zorgen dat alle kinderen veilig, gezond en eerlijk
        kunnen opgroeien, waar ze ook wonen.
    • Volwassenen moeten met de belangen van kinderen rekening houden.
    • Het Verdrag van de Rechten van het Kind is een internationale overeenkomst waarin
        deze rechten zijn vastgelegd.

    Te hanteren begrippen

    het kinderrecht, de Rechten van het Kind
  25. BU.025 Gebruiken L3 L4 L4 9.1.19

    Analyseren kinderrechten in hun eigen leefwereld.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    het waarborgen of schenden van kinderrechten
  26. BU.026 Begrijpen L5 L6 9.1.14; L6 9.1.15

    Benoemen organisaties die zich inzetten voor kinder- en mensenrechten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organisaties:
    • in Vlaanderen: het Kinderrechtencommissariaat
    • wereldwijd: Unicef, De Verenigde Naties (VN), Amnesty International, Raad van
        Europa – Europees Hof voor de Rechten van de Mens

    Te hanteren begrippen

    het kinderrechtencommissariaat, UNICEF, de Verenigde Naties (VN), Amnesty
    International, de Raad van Europa, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
  27. BU.027 Begrijpen L5 L6 9.1.14; L6 9.1.15

    Beschrijven de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:
    • In de verklaring worden de rechten en vrijheden van de mens vastgelegd.
    • De mensenrechten gelden voor iedereen, waar je ook bent.
    • Alle leden van de Verenigde Naties hebben zich gebonden aan de Universele
        Verklaring van de Rechten van de Mens.
  28. BU.028 Begrijpen L5 L6 9.1.14; L6 9.1.15

    Benoemen enkele elementen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:
    • Alle mensen worden vrij en met gelijke rechten geboren.
    • Je het recht op leven, vrijheid en veiligheid.
    • Slavernij is verboden.
    • Je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is.
    • Je hebt het recht om naar een ander land te gaan en dat land te vragen om jou te
        beschermen.
    • Je mag je eigen godsdienst en overtuiging kiezen.
  29. BU.029 Begrijpen L5 L6 9.1.16; L6 9.1.15

    Begrijpen hoe mensenrechten en kinderrechten zicht tot elkaar verhouden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verhouding van mensenrechten en kinderrechten tot elkaar:
    • Kinderrechten zijn een vorm van mensenrechten.
    • Kinderrechten zijn specifieker geformuleerd voor kinderen.
  30. BU.030 Begrijpen L6 L6 9.1.17; L6 9.1.15

    Illustreren hoe kinder- en mensenrechten geschonden worden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geschonden worden:
    • in de eigen samenleving
    • in de wereld
  31. BU.031 Begrijpen L6 L6 9.1.17; L6 9.1.15

    Illustreren hoe mensen opkomen voor kinder- en mensenrechten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke basiswaarden › Kinder- en mensenrechten

  32. BU.032 Gebruiken K1 K2 K3 KO 9.3.4; L4 5.3.1

    Passen eenvoudige afspraken en regels toe.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassen:
    • in de klas
    • op de speelplaats
  33. BU.033 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 5.3.1

    Volgen afspraken en regels.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken en regels:
    • klasafspraken en -regels
    • schoolafspraken en -regels
    • spelafspraken en -regels
    • afspraken en regels in de samenleving

    Voorbeelden

    • Geraldine start met opruimen zodra de leerkracht het opruimsignaal geeft.
    • Morad kijkt op het takenbord en ziet dat hij deze week verantwoordelijk is voor het
        vegen van de klas.
  34. BU.034 Gebruiken K2 K3 L4 5.3.1

    Maken afspraken.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken:
    op groeps- en klasniveau
    • afspraken bij het samenspelen
    • afspraken bij groepswerk
    
    Maken:
    vanuit gedeelde waarden en normen
    afspraken op initiatief van de leraar
  35. BU.035 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 5.3.1

    Maken afspraken.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken:
    op groeps- en klasniveau
    • afspraken bij het samenspelen
    • afspraken bij groepswerk
    • afspraken vastleggen
    • afspraken evalueren
    
    Maken:
    vanuit gedeelde waarden en normen
    voorstellen formuleren voor bijsturing
    afspraken op initiatief van de leraar
  36. BU.036 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.3.1

    Gebruiken inspraakmogelijkheden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inspraakmogelijkheden:
    verschillende vormen van leerlingenparticipatie

    Voorbeelden

    Inspraakmogelijkheden:
    een taakverdeling, een keuzebord, samen de inhoud van een thema bepalen, samen
    beslissingen nemen in een groepswerk, een kringgesprek, online stemtools, een
    ideeënbus, een werkgroep, een klankbordgroep, een klasraad, een leerlingenraad, een
    buurtpetitie voor een veiligere schoolomgeving of behoud van een bosje
  37. BU.037 Begrijpen K1 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

  38. BU.038 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • pas op - borden (A-serie gevaarsborden)
    • ik moet hier – borden (D-serie gebodsborden)
    • ik mag hier niet – borden (C-serie verbodsborden)
    • kijk hier eens – borden (F-serie aanwijsborden)

    Te hanteren begrippen

    het verkeersbord
  39. BU.039 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.1

    Herkennen de betekenis van verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • stoppen en voorrang verlenen (B5)
    • verkeerslichten voor voetgangers en fietsers (A33)

    Te hanteren begrippen

    het zebrapad, de voetganger, het fietspad, verboden, moeten, mogen, oppassen
  40. BU.040 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.1

    Herkennen de betekenis van verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • gevaarsborden:
        o verkeerslichten (A33)
        o werken (A31)
        o verkeersdrempel (A14) verhoogde inrichting
        o schoolomgeving (A23) opgelet kinderen
    • voorrangsborden:
        o stoppen en voorrang verlenen (B5)
    • gebodsborden:
        o verplicht fietspad (D7)
        o verplichte richting (D1)
        o deel van de weg voorbehouden voor voetgangers en fietsers (D9 en D10)
        o verplichte weg voor voetgangers (D11)
    • verbodsborden:
        o verboden toegang voor voetgangers (C19)
        o verboden toegang voor fietsers (C11)
        o verboden toegang voor iedere bestuurder in beide richtingen (C3)
    • aanwijsborden:
        o oversteekplaats voor fietsers en bromfietsers (F50)
        o oversteekplaats voor voetgangers (F49)

    Te hanteren begrippen

    de voorrang, de oversteekplaats, de fietser, de bromfietser, de verkeersdrempel, het
    verkeerslicht, de werken, de richting
  41. BU.041 Begrijpen L3 L4 L6 9.1.1

    Herkennen de betekenis van verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • gevaarsborden:
        o oversteekplaats voor voetgangers (A21)
        o opgelet kinderen (A23)
        o rijbaanversmalling (A7a)
        o overgang met slagbomen (A41)
        o overgang met twee of meer sporen (A47)
        o openbare weg kruist met een of meer in de rijbaan aangelegde sporen (A49)
    • voorrangsborden:
        o voorrangsbord (B1)
        o voorrangsweg (B9)
        o einde voorrangsweg (B11)
        o voorrang op de kruisende zijwegen (B15a)
        o kruispunt waar voorrang van rechts geldt (B17)
        o smalle doorgang voorrang verlenen aan de bestuurders die uit de
          tegenovergestelde richting komen (B19)
        o smalle doorgang voorrang ten opzichte van de bestuurders die uit de
          tegenovergestelde richting komen (B21)
        o doorrijden of afslaan toegestaan tijdens rood licht of oranje knipperlicht (B22 en
          B23) mits verlenen voorrang andere weggebruikers
    • verbodsborden:
        o verboden richting voor iedere bestuurder (C1)
        o verbod rechts af te slaan (C31b)
    • gebodsborden:
        o verplicht rechtdoor (D1a)
        o verplicht rechts afslaan (D1b)
        o verplicht rondgaand verkeer (D5)
    • aanwijsborden:
        o begin van een bebouwde kom (F1b)
        o einde van een bebouwde kom (F3b)
        o zone 30 km/u (F4a)
        o einde zone 30 km/u (F4b)
        o opstelvlak voor fietsers en bromfietsen (F14)
        o fietsstraat (F111)
        o einde fietsstraat (F113)
        o doodlopende weg (F45)
    • onderborden betreffende fietsen en bromfietsen:
        o uitgezonderd fietsers (M2)
        o fietsers, bromfietsers klasse A, B en speedpedelecs mogen in 2 richtingen (M5bis)

    Te hanteren begrippen

    de versmalling, de slagboom, het spoor, het voorrangsbord, de voorrangsweg, de zijweg,
    verplicht, de bebouwde kom, het verbod, de fietsstraat, de doodlopende weg, de
    speedpedelec, de bestuurder, het kruispunt, de weggebruiker, het opstelvlak
  42. BU.042 Begrijpen K1 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

  43. BU.043 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • Verkeerslichten voor voetgangers en fietsers
    • Stop bij een stopbord.
    • Speel niet op of bij de straat.
    • Blijf als voetganger op het voetpad of de berm.
    • Stap als voetganger langs de huizenkant.
    • Je mag op het voetpad en de verhoogde berm fietsen als je jonger dan 10 jaar bent*.
    • Steek over op een veilige plaats. Regel: Steek altijd over op een zebrapad of bij een
        verkeerslicht, en wacht tot het licht groen is of tot het veilig is om over te steken.
        Maak altijd oogcontact met aankomende bestuurders voor je oversteekt.
    • Kijk goed bij het oversteken. Regel: Voordat je de straat oversteekt, moet je eerst naar
        links, dan naar rechts, en opnieuw naar links kijken om te controleren of er geen
        voertuigen aankomen.
    • In de auto moet je in het kinderzitje zitten en de veiligheidsgordel om hebben.

    Te hanteren begrippen

    het rood licht, het groen licht, het zebrapad, oversteken, stoppen
    
    * vanaf 1 juni 2027: als je jonger dan 12 jaar bent
  44. BU.044 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.1

    Illustreren verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • fietsen op het fietspad rechts in de rijrichting of het voetpad
    • auditieve signalen: fietsbel, bel tram, claxon
    • handgebaren van een gemachtigd opzichter
    • bel- en lichtsignalen van hulpdiensten (brandweer, ambulance, politie)
    • Op een fietspad heeft een fietser voorrang ten opzichte van een voetganger.
    • Op de rijbaan links wandelen.
    • Een straat of kruispunt oversteken als voetganger: Wachten op een veilige plek.
        Rechtstreeks oogcontact zoeken en bevestigen met andere weggebruikers alvorens
        over te steken. Eerst links kijken, dan rechts, en dan nog eens links voordat ze
        oversteken. Tijdens het oversteken nogmaals naar rechts kijken.

    Te hanteren begrippen

    de stoeprand, de rijbaan, de berm, het voetpad, het zebrapad, de weg oversteken, het
    fietspad
  45. BU.045 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L4 9.1.4

    Gaan veilig naar de overkant van een straat of kruispunt.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gaan:
    onder toezicht
    
    Straat of kruispunt:
    • met zebrapad of lichten of gemachtigd opzichter of agent
    • met verkeerslichten
    
    Veilig naar de overkant:
    op een zebrapad
  46. BU.046 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.1

    Illustreren verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • hoe veilig oversteken als er geen voorzieningen zijn
    • fluitsignaal en armgebaren van een politieagent
    • voorrangsregels voor de hulpdiensten
    • waarschuwingssignalen op een spoorwegovergang: knipperende rode lichten en een
        belgeluid
    • voorrangsregels in een fietsstraat

    Te hanteren begrippen

    de fietsstraat
  47. BU.047 Gebruiken L3 L4 L4 9.1.4

    Gaan veilig naar de overkant van een straat of kruispunt.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gaan:
    onder toezicht
    
    Straat of kruispunt:
    • met zebrapad of lichten of gemachtigd opzichter of agent
    • zonder voorzieningen
    
    Veilig naar de overkant:
    kiezen voor een zebrapad als dit dichtbij is
  48. BU.048 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.1

    Illustreren verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • Het is veiliger om over te steken met de fiets aan de hand.
    • Voetgangers op het zebrapad hebben voorrang, maar moeten wel goed uitkijken en
        oogcontact maken met bestuurders alvorens over te steken.
    • Passagiers van een bus of tram hebben bij het uit- of instappen voorrang.
    • Een bus, die de bushalte verlaat, heeft voorrang.
    • de algemene voorrangsregel: voorrang van rechts
    • de wegmarkeringen: stopstreep, haaientanden, fietsoversteekplaats, fietsopstelvlak
  49. BU.049 Gebruiken L5 L6 L4 9.1.4

    Gaan veilig naar de overkant van een straat of kruispunt.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gaan:
    onder toezicht
    
    Straat of kruispunt:
    • zonder voorzieningen
    • T-kruispunt zonder voorzieningen
  50. BU.050 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.1; L4 9.1.4; L6 9.1.1

    Verplaatsen zich veilig op de openbare weg.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zich verplaatsen:
    als voetganger en fietser
    onder begeleiding
    
    Veilig:
    dankzij kennis van de verkeersborden, -regels en -signalen
  51. BU.051 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.1; L4 9.1.4; L6 9.1.1

    Tonen hun kennis van verkeersborden, -regels en signalen bij het zich verplaatsen in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

  52. BU.052 Begrijpen K1 KO 9.1.2

    Herkennen een veilige verkeersuitrusting.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

  53. BU.053 Begrijpen K2 K3 L1 KO 9.1.2

    Beschrijven een veilige voetgangers- en fietsuitrusting.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    het belang
    
    Veilige voetgangers-en fietsuitrusting:
    • reflecterende en fluorescerende kleding
    • fietshelm
    • kinderzitje en veiligheidsgordel

    Te hanteren begrippen

    veilig, fluo, de (fiets)helm, de gordel, het kinderzitje
  54. BU.054 Begrijpen L2 L3 L4 L4 9.1.2

    Beschrijven een veilige voetgangers-en fietsuitrusting.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    het belang
    
    Veilige voetgangers-en fietsuitrusting:
    • geen koptelefoon dragen: horen van het verkeer
    • reflecterende en fluorescerende kleding en rugzakhoes
    • fietshelm die voldoet aan de veiligheidsnormen (CE markering)
    • een fiets met minimale uitrusting
  55. BU.055 Begrijpen K2 K3 L4 9.1.3

    Herkennen de minimale uitrusting voor de fiets.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Minimale uitrusting voor de fiets:
    • goed werkende verlichting en remmen
    • reflectoren
    • fietsbel

    Te hanteren begrippen

    het licht, de rem, de reflector, de (fiets)bel
  56. BU.056 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.3

    Beschrijven de minimale uitrusting voor de fiets.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Minimale uitrusting voor de fiets:
    • fietsbel
    • twee goed werkende remmen
    • goed werkende verlichting
    • reflectoren

    Te hanteren begrippen

    de verlichting
  57. BU.057 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.3

    Beschrijven de verplichte minimale uitrusting voor de fiets.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verplichte minimale uitrusting voor de fiets:
    • fietsbel: hoorbaar op 20 meter
    • twee goed werkende remmen: één op het voorwiel en één op het achterwiel
    • reflectoren: vooraan wit, achteraan rood, aan weerszijden van de pedalen wit of geel,
        op de spaken en/of banden minstens 2 gele of oranje dubbelzijdige reflectoren en/of
        een witte reflecterende strook aan weerszijden van elke band
    • goed werkende verlichting en remmen: witte voorlicht, rode achterlicht, de lichten
        mogen knipperen, lichten moeten bevestigd worden op de fiets of op het lichaam
  58. BU.058 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.2

    Illustreren het belang van veiligheidsmaatregelen in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidsmaatregelen in het verkeer:
    veilige voetgangers- en fietsuitrusting
    
    Belang:
    • voorkomen van ongelukken, beschermen van jezelf en anderen
    • zien en gezien worden, horen en gehoord worden
  59. BU.059 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.2; L4 9.1.2; L4 9.1.3

    Gebruiken een veilige uitrusting in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    controle voor vertrek
  60. BU.060 Begrijpen K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Herkennen de basisregels voor busveiligheid.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Busveiligheid:
    • Blijven zitten tijdens het rijden.
    • Het gangpad vrijhouden van boekentassen en andere spullen.
    • Gebruik geen harde stemmen of afleidende acties die de chauffeur kunnen storen.
    • Als de bus is uitgerust met gordels, moeten deze altijd correct worden gedragen.
  61. BU.061 Gebruiken K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Interpreteren de basisregels voor busveiligheid.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

  62. BU.062 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 9.1.5

    Evalueren risicovolle verkeerssituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle verkeerssituaties:
    • de dode hoek
    • de tram, bus en hulpdiensten die altijd voorrang hebben
  63. BU.063 Gebruiken L2 L3 L4 9.1.1

    Evalueren risicovolle verkeerssituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle verkeerssituaties:
    • gevaarlijke kruispunten
    • oversteken tussen geparkeerde voertuigen of nabij heuvel of bocht
    • ontbreken van een fietspad: rechts rijden op de rijbaan
  64. BU.064 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Evalueren risicovolle verkeerssituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle verkeerssituaties:
    • uit- en inrijdende voertuigen bij opritten of garages
    • deur van een geparkeerde auto die opengaat
    • afleiding door een gsm en muziek beluisteren
    • slecht verlichte gebieden
    • gladde wegen
    • slechte zichtbaarheid door weersomstandigheden
  65. BU.065 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 9.1.5

    Reageren gepast op risicovolle situaties in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast reageren:
    anticiperen
  66. BU.066 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.4

    Tonen hun kennis over het zich veilig verplaatsen in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Ook al is Freya gehaast, ze loopt niet op de rijbaan om iemand voorbij te steken.
    • Viggo draagt altijd zijn fietshelm.
  67. BU.067 Begrijpen K2 K3 L1 KO 9.1.3

    Herkennen noodsituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Noodsituatie:
    acute, ernstige situatie met direct gevaar voor mens, dier of materiaal. Vaak is hulp
    meteen nodig.

    Voorbeelden

    Noodsituaties:
    brand, iemand die valt of gewond raakt, iemand die bewusteloos is
  68. BU.068 Begrijpen L2 L3 L4 KO 9.1.3

    Herkennen risicovolle situaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle situatie:
    • een mogelijk gevaarlijke situatie, er is nog geen direct gevaar. Het kan wel gevaarlijk
        worden als er niets gebeurt of iemand een fout maakt.
    • Het nemen van voorzorgen vermindert de kans op ongevallen.

    Te hanteren begrippen

    het gevaar, het risico

    Voorbeelden

    Risicovolle situaties:
    spelen bij water, afstand tot een treinspoor, losse kabels
  69. BU.069 Gebruiken K2 K3 L1 KO 9.1.3

    Reageren gepast op noodsituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast:
    • signaleren aan een volwassene wanneer er gevaar dreigt of iemand in gevaar is
    • kalm blijven
    • zichzelf en anderen uit gevaarlijke situaties houden
  70. BU.070 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.3

    Reageren gepast op noodsituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast:
    • inschatten van risico’s
    • signaleren aan een volwassene wanneer er gevaar dreigt of iemand in gevaar is
    • kalm blijven
    • zichzelf en anderen uit gevaarlijke situaties houden
  71. BU.071 Gebruiken L2 L3 L4 KO 9.1.3

    Reageren gepast op risicovolle situaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast reageren:
    anticiperen
  72. BU.072 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.6

    Beschrijven het noodnummer 112.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Noodnummer:
    • Je mag dit nummer bellen als er met spoed politie, brandweer of ambulance nodig is.
    • Je belt dit nummer in geval van levensbedreigende situaties of ernstige ongelukken.
  73. BU.073 Gebruiken L3 L4 L4 9.1.10

    Voeren een noodoproep uit.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    in een gesimuleerde omgeving
    
    Een noodoproep:
    • hulp inroepen bij een noodgeval: volwassene verwittigen en/of 112 bellen
    • beschrijven wat er gebeurd is: wie, wat, waar
    • kalm blijven en duidelijk spreken
  74. BU.074 Begrijpen K1 L6 9.1.5

    Herkennen veiligheidsvoorschriften en gevarenpictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gevarenpictogrammen:
    van materialen en substanties
  75. BU.075 Begrijpen K2 K3 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • gebodspictogrammen
          o handen wassen verplicht
          o afvalbak verplicht gebruiken
    • verbodspictogrammen
          o geen doorgang voor voetgangers
          o verboden te klimmen
          o eten en drinken verboden
          o kinderen niet toegestaan

    Te hanteren begrippen

    het pictogram, ik moet, ik mag hier niet, opgelet
  76. BU.076 Begrijpen L1 L2 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • reddingspictogrammen
          o nooduitgang
          o richtingspijl links
          o richtingspijl rechts
          o richtingspijl rechtdoor
          o uitgang
          o verzamelplaats
          o EHBO
          o drinkwater
    • gebodspictogrammen
    • verbodspictogrammen
          o geen drinkwater
          o niet betreden
    • waarschuwingspictogrammen
          o waarschuwing struikelgevaar
          o waarschuwing valgevaar
          o waarschuwing elektrische spanning
  77. BU.077 Begrijpen L3 L4 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • brandbestrijdingspictogrammen:
          o de brandblusser
          o de brandslang
          o de brandladder
    • reddingspictogrammen
          o uitgang
          o de noodhamer
          o de dokter/ de arts
    • gebodspictogrammen
    • verbodspictogrammen
          o lift niet gebruiken voor personen
          o verboden te fotograferen
          o verboden te duiken
    • waarschuwingspictogrammen
          o waarschuwing voor diep water
          o waarschuwing voor ondiep water
          o waarschuwing voor plotselinge diepte in het zwembad
  78. BU.078 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • brandbestrijdingspictogrammen:
          o het branddeken
    • reddingspictogrammen
          o de brancard
          o eerste hulpverlener
          o medische verbandtas
          o automatische defibrilator
    • verbodspictogrammen
          o roken en open vuur verboden
          o verboden de mobiele telefoon te gebruiken
    • waarschuwingspictogrammen
          o waarschuwing giftige stoffen
          o waarschuwing heet oppervlak
          o waarschuwing ontvlambare stoffen
  79. BU.079 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 9.1.5

    Passen hun handelen aan in functie van aanwezige veiligheidsvoorschriften en gevarenpictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

  80. BU.080 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Passen EHBO toe in gesimuleerde situaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassen:
    • bij brandwonden: eerst water, de rest komt later; 20,20,20-regel
    • kleine wonden verzorgen: schoonmaken met water, pleister/verband aanbrengen
    • neusbloeding stoppen
    • alarm slaan en hulp inschakelen
    • veilige omgeving creëren
  81. BU.081 Engageren L3 L4 L5 L6 L6 9.1.5

    Tonen hun kennis van risicovolle en noodsituaties in verschillende contexten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Loes ziet een vriend te ver het water in gaan zonder te kunnen zwemmen. Ze roept:
        "Kom terug, dat is te diep!" en waarschuwt een volwassene in plaats van zelf het
        water in te gaan.
    • Tijdens een fietstocht valt Mustafa en blijft op de grond liggen. Anika zegt: "Blijf stil
        liggen en probeer niet te bewegen. Ik haal hulp."
  82. BU.082 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.17; L4 9.1.19; L6 9.1.15

    Komen op voor de rechten van anderen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

  83. BU.083 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.17; L4 9.1.19; L6 9.1.15

    Tonen hun kennis over rechten en plichten in verschillende contexten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Akram legt tijdens een sportles uit dat elke speler recht heeft op gelijke speelkansen
        en dat iedereen de plicht heeft om de spelregels te respecteren.
    • Leyla bespreekt in een les natuur dat iedereen recht heeft op een schone en gezonde
        leefomgeving maar ook de verantwoordelijkheid draagt om goed voor de natuur te
        zorgen.
  84. BU.084 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Herkennen het belang van het verdelen van taken en verantwoordelijkheden in een groep.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verdelen van taken en verantwoordelijkheden:
    • bij groepswerk: in wisselende rollen
    • bij klastaken

    Voorbeelden

    • Dina merkt op dat samenwerken aangenamer en vlotter verloopt wanneer iedereen
        zijn taak en verantwoordelijkheid binnen de groep opneemt, inclusief de rol van
        leider, waardoor het resultaat beter en eerlijk verdeeld is.
    • Michel ervaart tijdens een groepsopdracht dat het verdelen van rollen ervoor zorgt
        dat iedereen efficiënt kan werken en het werk sneller af is.
  85. BU.085 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen een verantwoordelijke houding in een groep.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verantwoordelijke houding:
    • opnemen van taken en verantwoordelijkheden
    • in functie van het leer- en leefklimaat
    • op klas- en schoolniveau

    Voorbeelden

    Verantwoordelijke houding op niveau van de klas:
    klastaken, een taak bij een groepswerk.
    Verantwoordelijke houding op niveau van de school:
    zorg voor dieren, onderhouden van de moestuin, het ‘milieuteam’, de redactie van de
    schoolkrant, het klasdoorbrekend lezen, een buddysysteem voor nieuwe leerlingen, DJ’s
    tijdens de middagspeeltijd, het opruimteam
  86. BU.086 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Geven voorstellen om het samenleven op school en in de buurt te bevorderen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

  87. BU.087 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Dragen bij aan initiatieven die het samenleven op school en in de buurt willen bevorderen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Initiatieven:
    het schoolfeest, voorlezen in een kinderdagverblijf, zingen in het rust- en
    verzorgingstehuis, een opruimactie in het park, een klas- of schoolactie voor een goed
    doel
  88. BU.088 Begrijpen L3 GO!-doel

    Illustreren de bevoegdheden van de steden en de gemeenten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • minstens twee bevoegdheden
    • gemeenschappelijke voorzieningen in de eigen gemeente of stad
    Steden en gemeenten:
    • De burgemeester en schepenen besturen de gemeente of stad.

    Te hanteren begrippen

    de burgemeester, de schepen

    Voorbeelden

    Bevoegdheden van de gemeente:
    openbare werken, sociale bijstand, ordehandhaving, huisvesting, onderwijs
    Gemeenschappelijke voorzieningen in de gemeente:
    de bibliotheek, het containerpark, het speelbos, het zwembad, het cultuurhuis, de
    huisvuilophaling
  89. BU.089 Begrijpen L3 GO!-doel

    Illustreren de bevoegdheden van de provincies.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • minstens één bevoegdheid
    • gemeenschappelijke voorzieningen in de eigen provincie

    Voorbeelden

    Bevoegdheden van de provincie:
    ruimtelijke ordening, cultuur, mobiliteit.
    Gemeenschappelijke voorzieningen in een provincie:
    provinciale wegen en fietsverbindingen, provinciaal recreatiedomein
  90. BU.090 Begrijpen L4 L6 9.1.6

    Beschrijven de Belgische federale staatsstructuur.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belgische federale staatsstructuur:
    • drie gemeenschappen: de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de
        Duitstalige Gemeenschap
    • drie gewesten: Het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Waals
        Gewest

    Te hanteren begrippen

    de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige
    Gemeenschap, Het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Waals Gewest
  91. BU.091 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.6

    Illustreren de bevoegdheden van de federale staat.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • minstens twee bevoegdheden
    • gemeenschappelijke voorzieningen
    
    De federale staat:
    • de federale regering: de eerste minister en ministerraad
    • het federaal parlement
    • de rol van de koning: ondertekent wetten en vertegenwoordigt België in het
        buitenland

    Te hanteren begrippen

    de regering, de eerste minister, de ministerraad, het parlement, de koning

    Voorbeelden

    Bevoegdheden van de federale staat:
    justitie, sociale zekerheid, defensie en volksgezondheid.
    Gemeenschappelijke voorzieningen in de federale staat:
    de rechtbanken, de sociale bescherming zoals de werkloosheidsuitkering en de
    pensioenen, het leger, de federale politie.
  92. BU.092 Begrijpen L6 GO!-doel

    Herkennen erkende symbolen van België.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Erkende symbolen:
    • feestdag
    • vlag
    • wapen
    • memoriaal
    • volkslied
  93. BU.093 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.6

    Illustreren de bevoegdheden van de regionale overheden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • minstens twee bevoegdheden van de Vlaamse regering
    • gemeenschappelijke voorzieningen
    
    Regionale overheden:
    • de Vlaamse regering (minister-president en ministers) en het Vlaams parlement
        besturen Vlaanderen
    • In Brussel zijn er het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse en de Franse
        Gemeenschapscommissie.

    Te hanteren begrippen

    de minister-president, de minister, het parlement

    Voorbeelden

    Bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap:
    onderwijs, cultuur en sport, gezinsbeleid, integratiebeleid
    Gemeenschappelijke voorzieningen van de Vlaamse Gemeenschap:
    GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, bescherming van erfgoed, onderhoud van
    de snelwegen
  94. BU.094 Begrijpen L6 L6 9.1.10

    Herkennen erkende symbolen van de Vlaamse gemeenschap.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Erkende symbolen:
    • feestdag
    • vlag
    • wapen
    • memoriaal
    • volkslied
  95. BU.095 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Duiden wat de Europese Unie is.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Europese Unie:
    • België maakt samen met een aantal andere lidstaten deel uit van de Europese Unie.
    • De verschillende lidstaten werken samen op vlak van onder andere economie, milieu,
        gezondheid.
    • Europese wetten hebben invloed op Belgische wetgeving.

    Te hanteren begrippen

    de Europese Unie, de lidstaten
  96. BU.096 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren de bevoegdheden van de Europese Unie.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    minstens twee bevoegdheden

    Voorbeelden

    Bevoegdheden Europese Unie:
    samenwerking op vlak van economie (gezamenlijke munteenheid euro), milieu
    (klimaatwetten), gezondheid (toegelaten voedingssupplementen)
  97. BU.097 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven het belang van nationale en internationale samenwerkingen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    • samenwerking voor uitdagingen waarvoor een regio of land te klein is of niet genoeg
        impact heeft
    
    Nationale en internationale samenwerkingen:
    • Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), Verenigde Naties (VN), Europese Unie
        (EU)
    
    Samenwerkingen:
    • handelsmissies, staatsbezoeken van staatshoofden

    Voorbeelden

    (inter)nationale samenwerkingen:
    • De Verenigde Naties zorgen voor hulp bij grote natuurrampen en voor de organisatie
        van de klimaatconferenties.
    • De Maas stroomt door Wallonië en Vlaanderen, dus nationale samenwerking in
        functie van waterkwaliteit en overstromingspreventie is noodzakelijk.
  98. BU.098 Engageren L3 L4 L5 L6 L6 9.1.6

    Tonen hun kennis over de politieke structuur van België in verschillende contexten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Politieke instellingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens een activiteit drama speelt de klas van Alexandra een rollenspel waarin ze een
        regering vormen en de rollen van minister-president en ministers verdelen en
        beslissen over een fictief land.
    • Francis vertelt in het kader van de actualiteit over defensie in Europa en de NAVO, dat
        dit in ons land de taak is van de federale overheid.
  99. BU.099 Begrijpen K2 K3 L1 L2 KO 9.1.5; KO 9.1.6; L4 9.1.13

    Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aspecten van persoonlijke identiteit:
    naam
    leeftijd
    uiterlijk
    sekse
    geaardheid
    gezinssamenstelling
    interesses (voorkeuren)
    vaardigheden (sterktes, talenten)

    Voorbeelden

    • Sanne beschrijft Amir: “Hij heet Amir (naam), woont naast mij bij zijn papa
        (gezinssamenstelling), is ook 4 jaar (leeftijd), heeft zwart haar (uiterlijk), is een
        jongen (sekse).”
    • Jens beschrijft Roos in het prentenboek ‘Twee mama’s’: “Dit is Roos (naam). Ze is
        een vrouw (sekse). Ze woont samen met Femke (geaardheid). Femke en Roos
        hebben vier kinderen (gezinssamenstelling).”
    • Jop beschrijft zichzelf: “Ik heet Jop (naam), ben 7 jaar (leeftijd), heb 2 zussen
        (gezinssamenstelling), hou van zwemmen (interesses), eet graag spaghetti
        (voorkeuren) en kan goed tekenen (vaardigheden).”
  100. BU.100 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.13

    Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aspecten van persoonlijke identiteit:
    naam
    leeftijd
    uiterlijk
    sekse
    gender
    geaardheid
    gezinssamenstelling
    interesses
    vaardigheden
    karaktereigenschappen

    Te hanteren begrippen

    de identiteit

    Voorbeelden

    karaktereigenschappen:
    geduldig, ongeduldig, koppig, behulpzaam
  101. BU.101 Begrijpen L5 L6 L4 9.1.13

    Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aspecten van persoonlijke identiteit:
    naam
    leeftijd
    uiterlijk
    sekse
    gender
    geaardheid/seksuele oriëntatie
    gezinssamenstelling
    interesses
    vaardigheden
    karaktereigenschappen

    Te hanteren begrippen

    het gender
  102. BU.102 Begrijpen L3 L4 KO 9.1.6; L6 9.1.9

    Illustreren verschillende aspecten van sociale en collectieve identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aspecten van sociale en collectieve identiteit:
    • lid zijn van één of meerdere groepen (vriendengroep en/of vereniging)
    • nationaliteit, etniciteit
    • levensbeschouwing
    • talenkennis
    • land of regio

    Te hanteren begrippen

    de nationaliteit
  103. BU.103 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.9

    Illustreren verschillende aspecten van sociale en collectieve identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aspecten van sociale en collectieve identiteit:
    • waarden en normen
    • lid zijn van één of meerdere groepen (vriendengroep en/of vereniging)
    • nationaliteit, etniciteit
    • levensbeschouwing
    • talenkennis
    • land of regio
    • geschiedenis

    Te hanteren begrippen

    de levensbeschouwing
  104. BU.104 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.13

    Geven persoonlijke identiteit weer.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

  105. BU.105 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 9.1.9

    Geven sociale en collectieve identiteit weer.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

  106. BU.106 Begrijpen L5 L6 L4 9.1.13; L6 9.1.9

    Illustreren meervoudige identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meervoudige identiteit:
    • persoonlijke, collectieve en sociale identiteit
    • Mensen hebben meerdere identiteiten tegelijkertijd (persoonlijke, collectieve en
        sociale identiteiten). Hierdoor heeft identiteit een gelaagdheid.
    • Collectieve identiteit verbindt mensen, maar kan ook uitsluiting veroorzaken als
        men niet openstaat voor verschillen.
    • In een democratische samenleving is het belangrijk dat verschillende identiteiten
        naast elkaar kunnen bestaan.

    Voorbeelden

    Meervoudige identiteit:
    • Jouw mama is niet alleen jouw mama maar is ook het kind van jouw grootouders,
        vriendin van haar vrienden en een vrouw. Ze is misschien ook een zus, kunstenares
        en partner van haar geliefde.
    • Thomas is een fiere Mechelaar en spreekt vloeiend het Mechels dialect.
    • Jouw opa is jouw familielid, is een actief lid van de wandelclub en is vrijwilliger bij
        de brandweer.
    • Inge is niet alleen ‘vrouw’ of ‘student’ of ‘mama’, maar kan al deze dingen tegelijk
        zijn.
  107. BU.107 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.13

    Illustreren het dynamisch karakter van persoonlijke identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dynamisch karakter:
    • veranderingen van vroeger t.o.v. nu
    • veranderingen door evoluties in vaardigheden, interesses, persoonlijke groei
    • veranderingen door invloed van gewoonten en levensomstandigheden

    Te hanteren begrippen

    de verandering, groeien, leren, de interesse, de vaardigheid, de gewoonte, de identiteit,
    het verleden, het heden

    Voorbeelden

    • Vorig jaar kon Joris nog niet fietsen, maar nu wel.
    • Vroeger hield Filip niet van boeken, maar nu leest hij graag verhalen over dieren.
  108. BU.108 Begrijpen L5 L6 L4 9.1.13

    Illustreren het dynamisch karakter van persoonlijke identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dynamisch karakter:
    • veranderingen door nieuwe ervaringen
    • veranderingen door hoe anderen naar je kijken en hoe je daarop reageert
    • veranderingen door interactie met sociale, culturele, en technologische
        veranderingen
    • veranderingen door jezelf beter te leren kennen

    Te hanteren begrippen

    de ervaring, de sociale invloed, de interactie, de reflectie, de persoonlijke groei

    Voorbeelden

    • Door lid te zijn van een sportclub heeft Bob geleerd hoe hij goed kan samenwerken.
    • Dankzij sociale media ontdekt Raymi andere culturen, wat zijn respect voor
        diversiteit heeft vergroot.
  109. BU.109 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.9

    Illustreren het dynamisch karakter van collectieve identiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dynamisch karakter:
    • veranderingen van vroeger t.o.v. nu
    • veranderingen door invloed van gewoonten en levensomstandigheden
  110. BU.110 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.13; L6 9.1.9

    Tonen hun kennis over identiteit in verschillende contexten.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens een klasgesprek vertelt Mahmed hoe zijn hobby’s bijdragen aan het maken
        van nieuwe vrienden.
    • Bij een groepsproject kiest Pim een rol die past bij zijn interesses, vaardigheden en
        karaktereigenschappen.
  111. BU.111 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 GO!-doel

    Illustreren gedeelde waarden en normen in de klas.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Waarde:
    We vinden het allemaal belangrijk dat we eerlijk zijn.
    Norm:
    We verwachten van elkaar dat we goed samenwerken bij gemeenschappelijke taken.
  112. BU.112 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren gedeelde waarden en normen in de samenleving.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de waarde, de norm

    Voorbeelden

    Waarde:
    In onze samenleving vinden we het belangrijk dat iedereen gelijke rechten en kansen
    verdient, ongeacht geslacht, ras, of sociale achtergrond.
    Norm:
    In onze samenleving verwachten we dat we beleefdheidsvormen naleven, zoals elkaar
    begroeten, bedanken en op een respectvolle manier communiceren.
  113. BU.113 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.5; KO 9.1.6

    Herkennen dat mensen op verschillende manieren uniek zijn.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uniek zijn:
    • met eigen sterktes, talenten en voorkeuren
    • iedereen telt mee, ongeacht verschillen
    • mensen kunnen verschillen in sekse, uiterlijk, geaardheid, etniciteit en geloof

    Te hanteren begrippen

    samen, hetzelfde, anders
  114. BU.114 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.8

    Benoemen gelijkenissen tussen mensen.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Gelijkenissen:
    Wij zijn allemaal kinderen, kleuters, meisjes en jongens, wij leren dezelfde dingen zoals
    veters knopen, tellen, letters... en wij wonen allemaal in dezelfde stad/gemeente.
  115. BU.115 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.15

    Illustreren mogelijke effecten van op verschillende manieren uniek te zijn.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Mogelijke effecten:
    • uitsluiting
    • waardering

    Te hanteren begrippen

    anders-zijn, waardering, buitensluiten, samen spelen

    Voorbeelden

    Negatief effect:
    Annabel voelt zich verdrietig en eenzaam omdat ze niet mag meespelen omdat ze een
    andere taal spreekt.
    Positief effect:
    Raphaëlle bewondert de mooie donkere huid van haar beste vriendin Esmé.
  116. BU.116 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L6 9.1.7

    Illustreren gelijkenissen en verschillen tussen mensen.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Mensen:
    in de eigen samenleving en wereldwijd

    Te hanteren begrippen

    de gelijkwaardigheid
  117. BU.117 Begrijpen K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Illustreren dat verliefdheid kan verschillen in uitingsvorm, leeftijd en geaardheid.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verliefdheid:
    • Sommige mensen worden verliefd op mensen van hetzelfde geslacht, anderen op
        mensen van het ander geslacht. Ze gaan soms een duurzame relatie aan en krijgen
        kinderen of niet.
    • verschillende uitingen van verliefdheid
    • verliefdheid is van alle leeftijden

    Te hanteren begrippen

    de verliefdheid
  118. BU.118 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Illustreren verschillen in geaardheid.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    hetero, homo, lesbisch
  119. BU.119 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren het verschil tussen geslacht en gender.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschil:
    • geslacht of sekse: de biologische en fysieke kenmerken van een persoon: man,
        vrouw.
    • gender:
        o identiteit: hoe iemand zichzelf ziet en identificeert (als man, vrouw, non-binair)
        o rol: de gedragingen, normen en verwachtingen die binnen een bepaalde
          cultuur worden geassocieerd met mannelijkheid of vrouwelijkheid
        o expressie: hoe iemand zijn gender uitdrukt via kledij, gedrag en uiterlijk

    Te hanteren begrippen

    het geslacht, het gender
  120. BU.120 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Analyseren verschillende manieren van reageren op de seksuele oriëntatie en genderexpressie van mensen.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

  121. BU.121 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen respect voor iedereen, ongeacht de genderidentiteit of genderexpressie.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

  122. BU.122 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.15

    Herkennen manieren van omgaan met diversiteit.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren van omgaan met:
    • positieve
    • negatieve
  123. BU.123 Begrijpen L5 L6 L4 9.1.11; L6 9.1.13

    Illustreren hoe diversiteit het samenleven verrijkend en uitdagend maakt.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de diversiteit

    Voorbeelden

    • Barbara merkt op dat verschillende voedingsgewoonten een verrijking kunnen zijn.
        Maar voor een kok kan het echter een uitdaging zijn om met al deze verschillen
        rekening te houden.
    • Louis-Phillip ervaart tijdens een groepsproject dat samenwerken met klasgenoten
        met verschillende meningen en ideeën het resultaat beter maakt, maar ook extra
        overleg en compromissen vraagt om tot een gezamenlijke beslissing te komen.
  124. BU.124 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.6; KO 9.1.7; L6 9.1.7; L6 9.1.13

    Tonen een houding van openheid en respect naar anderen.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Houding van openheid en respect:
    • actief luisteren
    • respect tonen voor verschillen in interesses, (culturele) gewoonten, tradities, geloof
    • de andere als gelijkwaardig behandelen
    • interesse tonen in gelijkenissen en verschillen met anderen: in de ruimere omgeving
        en in andere landen
  125. BU.125 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L4 9.1.15; L4 9.1.16

    Signaleren wanneer uitsluiting optreedt.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

  126. BU.126 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.12; L6 9.1.8

    Illustreren de mechanismen, vormen en impact van uitsluiting en pesten.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Mechanismen:
    link tussen racisme/discriminatie en uitsluiting
    Vormen:
    fysiek, verbaal, relationeel
    Impact:
    schadelijke gevolgen voor het slachtoffer

    Te hanteren begrippen

    de bijstander, de omstander, de pester, de gepeste, de groepsdruk, de groepsidentiteit,
    het gerucht, de roddel, de rivaliteit
  127. BU.127 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.7

    Duiden het effect van stereotypen en vooroordelen.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Effect:
    • hoe stereotypen leiden tot vooroordelen
    • hoe vooroordelen leiden tot uitsluiting of discriminatie

    Te hanteren begrippen

    het stereotype, het vooroordeel, de uitsluiting
  128. BU.128 Gebruiken L5 L6 L6 9.1.7; L6 9.1.8

    Analyseren situaties om stereotypen en vooroordelen te herkennen.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Situaties:
    • eigen ervaringen
    • (sociale) media
    
    Analyseren:
    • herkennen van stereotypen en vooroordelen
    • nadenken over hoe stereotypen en vooroordelen vermijden
  129. BU.129 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.11

    Herkennen vormen van discriminatie.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Discriminatie op basis van:
    • taal
    • gender: m/v/x
    • leeftijd
    • beperking of ziekte
    • zogenaamd ras, huidskleur, nationaliteit en/of etniciteit = racisme

    Te hanteren begrippen

    het racisme, de discriminatie, de diversiteit
  130. BU.130 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.8

    Herkennen vormen van racisme en discriminatie.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Discriminatie op basis van:
    • socio-economische status: arm/rijk
    • geaardheid/seksuele oriëntatie
    • fysieke verschijning
    • geloof
    • overtuiging of ideologie
    • culturele minderheden
    
    Herkennen:
    • in de (sociale) media

    Voorbeelden

    Fysieke verschijning:
    littekens, zwaarlijvigheid, tatoeages
    Culturele minderheden:
    Roma, Koerden, Jezidi
  131. BU.131 Begrijpen L5 L6 L4 9.1.11

    Duiden het effect van discriminatie.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

  132. BU.132 Gebruiken L5 L6 L6 9.1.8

    Analyseren situaties om racisme en discriminatie te herkennen.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Situaties:
    • in de (sociale) media
    
    Analyseren:
    • herkennen van (racisme en) discriminatie
    • nadenken over hoe (racisme en) discriminatie voorkomen
  133. BU.133 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 9.1.16

    Reageren op incidenten van racisme en discriminatie.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reageren:
    het incident aangeven aan een verantwoordelijke volwassene
  134. BU.134 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.7

    Illustreren gelijkwaardigheid.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de gelijkwaardigheid

    Voorbeelden

    • Vrouwen verdienen voor hetzelfde werk evenveel als mannen.
    • Elk mens is gelijkwaardig, ongeacht de afkomst, overtuiging, geloof, taal, beperking
        en geaardheid.
  135. BU.135 Gebruiken L5 L6 L6 9.1.13

    Analyseren hoe inclusiviteit bevorderd kan worden in de klas en daarbuiten.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inclusiviteit:
    voorbeelden van inclusieve praktijken in de klas, school en buurt

    Te hanteren begrippen

    samenleven, inclusief

    Voorbeelden

    Inclusiviteit:
    • Als klasgroep zorgen we er samen voor dat ons klasgenootje in een rolstoel vlot kan
        deelnemen aan de activiteiten in de klas en op uitstap.
    • We nemen een geduldige houding aan wanneer we in contact komen met de
        rusthuisbewoners. We laten hen in hun waardigheid en bieden enkel hulp indien
        nodig.
  136. BU.136 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis over een inclusieve mindset in verschillende contexten.

    Burgerschap Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Structuren van uitsluiting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Noah vindt dat de groepssamenstelling voor de zeeklas moet worden bepaald op
        basis van duidelijke en objectieve criteria.
    • Fatima komt tijdens de speeltijd op voor Johan die uitgesloten wordt.
  137. BU.137 Begrijpen L5 GO!-doel

    Illustreren de gevolgen van de ongelijke verdeling van de welvaart op het samenleven.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gevolgen:
    • in de eigen samenleving
    • in de wereld
    • armoede in eigen samenleving en wereldwijd creëert (sociale) ongelijkheid
  138. BU.138 Begrijpen L4 L5 L6 GO!-doel

    Illustreren migratie in onze samenleving.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Migratie:
    • Migratie is een fenomeen van alle tijden.
    • redenen om te migreren: economisch, ecologisch, familiehereniging
    • redenen om te vluchten: oorlog, klimaat, vervolging omwille van gender, politieke,
        religieuze of etnische achtergrond

    Te hanteren begrippen

    immigreren, emigreren , de migratie, de vluchteling, vluchten
  139. BU.139 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren het principe van eerlijke handel (fairtrade).

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eerlijke handel (fairtrade):
    • Boeren en arbeiders in ontwikkelingslanden krijgen een eerlijke prijs voor hun
        producten. Zo kunnen ze hun gezin onderhouden, hun kinderen naar school sturen
        en een beter leven opbouwen. Het is een manier om ervoor te zorgen dat de
        mensen die onze spullen maken, ook een eerlijk deel van de opbrengst krijgen.
    • Door de keten tussen producent en consument te verkleinen krijgt de producent
        een betere prijs voor zijn grondstof/product.
    • Eerlijke handel is een manier om de rijkdom/welvaart in de wereld eerlijker te
        verdelen.
    • Eerlijke handelsorganisaties willen producenten uit het zuiden ondersteunen en de
        consument bewust maken van de manier waarop internationale handel gevoerd
        wordt.

    Te hanteren begrippen

    de fairtrade, de eerlijke handel

    Voorbeelden

    Fairtrade:
    De koffieboer in Tanzania krijgt een eerlijke prijs voor het pakje koffie dat Boas in de
    wereldwinkel koopt, terwijl de koffieboer voor een pakje zonder fairtrade-label uit de
    supermarkt minder ontvangt.
  140. BU.140 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Participeren aan initiatieven die welvaart eerlijker helpen te verdelen.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Initiatieven:
    met de klas een aankoop doen in de plaatselijke Oxfam wereldwinkel, een
    solidariteitsactie op school in het kader van 11.11.11, inzamelactie voor de voedselbank,
    een actie armoedebestrijding voor De Warmste Week
  141. BU.141 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Illustreren gebeurtenissen uit de actualiteit.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

  142. BU.142 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Analyseren gebeurtenissen uit de actualiteit.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    Wat is er gebeurd, wie is betrokken en waarom is het belangrijk?
  143. BU.143 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Onderbouwen hun mening bij gebeurtenissen uit de actualiteit.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Actualiteit:
    • uit het regionaal nieuws
    • uit het nationaal nieuws
    • uit het wereldnieuws
  144. BU.144 Gebruiken L6 GO!-doel

    Analyseren een maatschappelijk vraagstuk.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstuk:
    • maatschappelijk vraagstuk naar keuze
    
    Analyseren:
    • huidige stand van zaken, wenselijke situatie, mogelijk te zetten stappen en wat
        hiervoor nodig is
    • gebruik makend van opgedane kennis uit andere vakken

    Voorbeelden

    Maatschappelijke vraagstukken:
    mobiliteit in de stad, veiligheid in onze buurt, leeftijdsbeperking voor toegang tot sociale
    media
  145. BU.145 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van de maatschappij in verschillende contexten.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Wereldburgerschap en mondiaal bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Inneke bespreekt tijdens de les over de Grieken hoe democratie werkt en waarom
        stemmen belangrijk is.
    • Tijdens een klasuitstap merkt Virginie op dat openbare voorzieningen zoals
        bibliotheken, parken en openbaar vervoer door de overheid worden beheerd en
        legt uit waarom deze belangrijk zijn voor de samenleving.
  146. BU.146 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Onderzoeken een situatie vanuit verschillende perspectieven.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Kritisch denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderzoeken:
    vanuit eigen referentiekader en dat van een ander
    input vanuit verschillende vakken

    Voorbeelden

    Pablo bekijkt de vernieuwing van de speelplaats vanuit verschillende perspectieven
    waaronder die van de leerkrachten, de directeur, de ouders, sportieve leerlingen en
    leerlingen die liever rustige activiteiten doen.
  147. BU.147 Engageren L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren kritisch over situaties.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Kritisch denken

  148. BU.148 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van conflicthantering in verschillende contexten.

    Burgerschap Zelfstandig kritisch denken en constructief dialogeren › Maatschappelijke vraagstukken › Omgaan met conflicten en spanningen – constructief dialogeren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Rudi en John hebben ruzie tijdens de speeltijd over welk spel ze willen spelen. John
        zegt: “Weet je wat, vandaag spelen we jouw spel en morgen het mijne”.
    • Tijdens het groepswerk merkt Annie op dat Sam en Fleur steeds door elkaar praten.
        Ze stelt voor: “Zullen we om de beurt praten dan kan iedereen zijn idee uitleggen?”