BU.119
Begrijpen
L5
L6
GO!-doel
Illustreren het verschil tussen geslacht en gender.
Burgerschap › Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Illustreren
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 38
Leerlijn
Illustreren het verschil tussen geslacht en gender.
MIA
Verschil:
• geslacht of sekse: de biologische en fysieke kenmerken van een persoon: man,
vrouw.
• gender:
o identiteit: hoe iemand zichzelf ziet en identificeert (als man, vrouw, non-binair)
o rol: de gedragingen, normen en verwachtingen die binnen een bepaalde
cultuur worden geassocieerd met mannelijkheid of vrouwelijkheid
o expressie: hoe iemand zijn gender uitdrukt via kledij, gedrag en uiterlijk
Te hanteren begrippen
het geslacht, het gender
Hangt samen met
- Vlag BU.101 Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit. L5,L6
- Vlag WT.258 Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de vrouw. L5,L6
- Vlag WT.259 Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de man. L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag BU.101 Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit. L5,L6
- Vlag GE.193 Interpreteren een stamboom van twee generaties. L5,L6
- Vlag WT.258 Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de vrouw. L5,L6
- Vlag WT.259 Herkennen de delen van het voortplantingsstelsel bij de man. L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Identiteit en diversiteit”
KO De kleuters weten 9.1.5 dat iedereen meetelt en uniek is, met eigen sterktes, talenten en voorkeuren. 9.1.6 dat mensen kunnen verschillen in sekse, etniciteit, geloof, uiterlijk en geaardheid. De kleuters kunnen L4 De leerlingen kennen 9.1.11 de volgende begrippen: racisme, discriminatie en diversiteit. De leerlingen weten 9.1.12 hoe racisme en discriminatie mensen schaadt. L6 De leerlingen kennen 9.1.7 de volgende begrippen: het vooroordeel, de gelijkwaardigheid. De leerlingen weten 9.1.8 hoe racisme en discriminatie in de (sociale) media voorkomen.
9.1.7 respectvol omgaan met verschillen tussen mensen in hun omgeving en op school. 9.1.8 gelijkenissen benoemen tussen mensen. 9.1.13 dat persoonlijke identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.15 positieve en negatieve manieren van omgaan met diversiteit herkennen. 9.1.16 incidenten van racisme en discriminatie aangeven aan een verantwoordelijke volwassene. 9.1.9 dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.13 illustreren hoe diversiteit het samenleven verrijkend en uitdagend maakt.