BU.100
Begrijpen
L3
L4
Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit.
Burgerschap › Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming
- Leeftijd
- 8-9,9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Illustreren
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L4 9.1.13
- In de PDF
- pagina 32,33
Leerlijn
Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit. MIA Aspecten van persoonlijke identiteit: naam leeftijd uiterlijk sekse gender geaardheid gezinssamenstelling interesses vaardigheden karaktereigenschappen Te hanteren begrip de identiteit Voorbeelden karaktereigenschappen: geduldig, ongeduldig, koppig, behulpzaam
Hangt samen met
- Vlag BU.118 Illustreren verschillen in geaardheid. L3,L4
- Vlag GE.240 Illustreren hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden. L3,L4
- Vlag SV.011 Benoemen de eigen sterktes en groeikansen. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag BU.115 Illustreren mogelijke effecten van op verschillende manieren uniek te zijn. L1,L2
- Vlag BU.116 Illustreren gelijkenissen en verschillen tussen mensen. L3,L4,L5,L6
- Vlag BU.118 Illustreren verschillen in geaardheid. L3,L4
- Vlag GE.240 Illustreren hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden. L3,L4
- Vlag NL.583 Duiden hun boekkeuze. L2,L3,L4
- Vlag NL.602 Drukken de eigen beleving bij het lezen van teksten uit. L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag SV.011 Benoemen de eigen sterktes en groeikansen. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.144 Beschrijven gelijkenissen en verschillen tussen ouders en nakomelingen. L4,L5
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Identiteit en diversiteit”
KO De kleuters weten 9.1.5 dat iedereen meetelt en uniek is, met eigen sterktes, talenten en voorkeuren. 9.1.6 dat mensen kunnen verschillen in sekse, etniciteit, geloof, uiterlijk en geaardheid. De kleuters kunnen L4 De leerlingen kennen 9.1.11 de volgende begrippen: racisme, discriminatie en diversiteit. De leerlingen weten 9.1.12 hoe racisme en discriminatie mensen schaadt. L6 De leerlingen kennen 9.1.7 de volgende begrippen: het vooroordeel, de gelijkwaardigheid. De leerlingen weten 9.1.8 hoe racisme en discriminatie in de (sociale) media voorkomen.
9.1.7 respectvol omgaan met verschillen tussen mensen in hun omgeving en op school. 9.1.8 gelijkenissen benoemen tussen mensen. 9.1.13 dat persoonlijke identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.15 positieve en negatieve manieren van omgaan met diversiteit herkennen. 9.1.16 incidenten van racisme en discriminatie aangeven aan een verantwoordelijke volwassene. 9.1.9 dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.13 illustreren hoe diversiteit het samenleven verrijkend en uitdagend maakt.