Leerplannen Leerplandoelen
BU.114 Begrijpen K2 K3

Benoemen gelijkenissen tussen mensen.

Burgerschap Identiteit en diversiteit Duurzaam samenleven Positief omgaan met diversiteit

Leeftijd
4-5,5-6 jaar
Handelingswerkwoord
Benoemen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
KO 9.1.8
In de PDF
pagina 37

Leerlijn

Benoemen gelijkenissen tussen mensen.

Voorbeeld
Gelijkenissen:
Wij zijn allemaal kinderen, kleuters, meisjes en jongens, wij leren dezelfde dingen zoals
veters knopen, tellen, letters... en wij wonen allemaal in dezelfde stad/gemeente.

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Identiteit en diversiteit”
KO

De kleuters weten
9.1.5 dat iedereen meetelt en uniek is, met eigen sterktes,
talenten en voorkeuren.
9.1.6 dat mensen kunnen verschillen in sekse, etniciteit,
geloof, uiterlijk en geaardheid.

De kleuters kunnen

L4

De leerlingen kennen
9.1.11 de volgende begrippen: racisme, discriminatie en
diversiteit.

De leerlingen weten
9.1.12 hoe racisme en discriminatie mensen schaadt.

L6

De leerlingen kennen
9.1.7 de volgende begrippen: het vooroordeel, de
gelijkwaardigheid.

De leerlingen weten
9.1.8 hoe racisme en discriminatie in de (sociale) media
voorkomen.
9.1.7 respectvol omgaan met verschillen tussen mensen
in hun omgeving en op school.
9.1.8 gelijkenissen benoemen tussen mensen.

9.1.13 dat persoonlijke identiteit een gelaagd en
dynamisch karakter heeft.

De leerlingen kunnen
9.1.15 positieve en negatieve manieren van omgaan met
diversiteit herkennen.
9.1.16 incidenten van racisme en discriminatie aangeven
aan een verantwoordelijke volwassene.

9.1.9 dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch
karakter heeft.

De leerlingen kunnen
9.1.13 illustreren hoe diversiteit het samenleven
verrijkend en uitdagend maakt.