BU.102
Begrijpen
L3
L4
Illustreren verschillende aspecten van sociale en collectieve identiteit.
Burgerschap › Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Identiteitsvorming
- Leeftijd
- 8-9,9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Illustreren
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- KO 9.1.6; L6 9.1.9
- In de PDF
- pagina 33,34
Leerlijn
Illustreren verschillende aspecten van sociale en collectieve identiteit. MIA Aspecten van sociale en collectieve identiteit: • lid zijn van één of meerdere groepen (vriendengroep en/of vereniging) • nationaliteit, etniciteit • levensbeschouwing • talenkennis • land of regio Te hanteren begrip de nationaliteit
Hangt samen met
- Schakel GE.237 Herkennen collectieve identiteit. L3,L4
Wordt verwezen vanuit
- Schakel GE.237 Herkennen collectieve identiteit. L3,L4
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Identiteit en diversiteit”
KO De kleuters weten 9.1.5 dat iedereen meetelt en uniek is, met eigen sterktes, talenten en voorkeuren. 9.1.6 dat mensen kunnen verschillen in sekse, etniciteit, geloof, uiterlijk en geaardheid. De kleuters kunnen L4 De leerlingen kennen 9.1.11 de volgende begrippen: racisme, discriminatie en diversiteit. De leerlingen weten 9.1.12 hoe racisme en discriminatie mensen schaadt. L6 De leerlingen kennen 9.1.7 de volgende begrippen: het vooroordeel, de gelijkwaardigheid. De leerlingen weten 9.1.8 hoe racisme en discriminatie in de (sociale) media voorkomen.
9.1.7 respectvol omgaan met verschillen tussen mensen in hun omgeving en op school. 9.1.8 gelijkenissen benoemen tussen mensen. 9.1.13 dat persoonlijke identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.15 positieve en negatieve manieren van omgaan met diversiteit herkennen. 9.1.16 incidenten van racisme en discriminatie aangeven aan een verantwoordelijke volwassene. 9.1.9 dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.13 illustreren hoe diversiteit het samenleven verrijkend en uitdagend maakt.