Leerplannen Leerplandoelen
BU.099 Begrijpen K2 K3 L1 L2

Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit.

Burgerschap Identiteit en diversiteit Duurzaam samenleven Identiteitsvorming

Leeftijd
4-5,5-6,6-7,7-8 jaar
Handelingswerkwoord
Illustreren
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
KO 9.1.5; KO 9.1.6; L4 9.1.13
In de PDF
pagina 32

Leerlijn

Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit.

MIA
Aspecten van persoonlijke identiteit:
naam
leeftijd
uiterlijk
sekse
geaardheid
gezinssamenstelling
interesses (voorkeuren)
vaardigheden (sterktes, talenten)

Voorbeelden
• Sanne beschrijft Amir: “Hij heet Amir (naam), woont naast mij bij zijn papa
    (gezinssamenstelling), is ook 4 jaar (leeftijd), heeft zwart haar (uiterlijk), is een
    jongen (sekse).”
• Jens beschrijft Roos in het prentenboek ‘Twee mama’s’: “Dit is Roos (naam). Ze is
    een vrouw (sekse). Ze woont samen met Femke (geaardheid). Femke en Roos
    hebben vier kinderen (gezinssamenstelling).”
• Jop beschrijft zichzelf: “Ik heet Jop (naam), ben 7 jaar (leeftijd), heb 2 zussen
    (gezinssamenstelling), hou van zwemmen (interesses), eet graag spaghetti
    (voorkeuren) en kan goed tekenen (vaardigheden).”

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Identiteit en diversiteit”
KO

De kleuters weten
9.1.5 dat iedereen meetelt en uniek is, met eigen sterktes,
talenten en voorkeuren.
9.1.6 dat mensen kunnen verschillen in sekse, etniciteit,
geloof, uiterlijk en geaardheid.

De kleuters kunnen

L4

De leerlingen kennen
9.1.11 de volgende begrippen: racisme, discriminatie en
diversiteit.

De leerlingen weten
9.1.12 hoe racisme en discriminatie mensen schaadt.

L6

De leerlingen kennen
9.1.7 de volgende begrippen: het vooroordeel, de
gelijkwaardigheid.

De leerlingen weten
9.1.8 hoe racisme en discriminatie in de (sociale) media
voorkomen.
9.1.7 respectvol omgaan met verschillen tussen mensen
in hun omgeving en op school.
9.1.8 gelijkenissen benoemen tussen mensen.

9.1.13 dat persoonlijke identiteit een gelaagd en
dynamisch karakter heeft.

De leerlingen kunnen
9.1.15 positieve en negatieve manieren van omgaan met
diversiteit herkennen.
9.1.16 incidenten van racisme en discriminatie aangeven
aan een verantwoordelijke volwassene.

9.1.9 dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch
karakter heeft.

De leerlingen kunnen
9.1.13 illustreren hoe diversiteit het samenleven
verrijkend en uitdagend maakt.