BU.116
Begrijpen
L3
L4
L5
L6
Illustreren gelijkenissen en verschillen tussen mensen.
Burgerschap › Identiteit en diversiteit › Duurzaam samenleven › Positief omgaan met diversiteit
- Leeftijd
- 8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Illustreren
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 9.1.7
- In de PDF
- pagina 37
Leerlijn
Illustreren gelijkenissen en verschillen tussen mensen. MIA Mensen: in de eigen samenleving en wereldwijd Te hanteren begrip de gelijkwaardigheid
Hangt samen met
- Vlag AA.141 Herkennen de diversiteit van de bevolking. L3
- Vlag AA.144 Beschrijven patronen van bevolkingsspreiding. L4
- Vlag AA.147 Maken vergelijkingen binnen en tussen landen op basis van aardrijkskundige indicatoren. L5,L6
- Vlag BU.100 Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit. L3,L4
- Vlag BU.101 Illustreren verschillende aspecten van persoonlijke identiteit. L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag AA.141 Herkennen de diversiteit van de bevolking. L3
- Vlag GE.233 Illustreren het belang van erfgoed. L5,L6
- Vlag WT.144 Beschrijven gelijkenissen en verschillen tussen ouders en nakomelingen. L4,L5
- Vlag WT.145 Herkennen dat mensen en dieren bij het voortplanten erfelijke kenmerken doorgeven. L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Identiteit en diversiteit”
KO De kleuters weten 9.1.5 dat iedereen meetelt en uniek is, met eigen sterktes, talenten en voorkeuren. 9.1.6 dat mensen kunnen verschillen in sekse, etniciteit, geloof, uiterlijk en geaardheid. De kleuters kunnen L4 De leerlingen kennen 9.1.11 de volgende begrippen: racisme, discriminatie en diversiteit. De leerlingen weten 9.1.12 hoe racisme en discriminatie mensen schaadt. L6 De leerlingen kennen 9.1.7 de volgende begrippen: het vooroordeel, de gelijkwaardigheid. De leerlingen weten 9.1.8 hoe racisme en discriminatie in de (sociale) media voorkomen.
9.1.7 respectvol omgaan met verschillen tussen mensen in hun omgeving en op school. 9.1.8 gelijkenissen benoemen tussen mensen. 9.1.13 dat persoonlijke identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.15 positieve en negatieve manieren van omgaan met diversiteit herkennen. 9.1.16 incidenten van racisme en discriminatie aangeven aan een verantwoordelijke volwassene. 9.1.9 dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft. De leerlingen kunnen 9.1.13 illustreren hoe diversiteit het samenleven verrijkend en uitdagend maakt.