Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

93 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: IT ✕

  1. IT.001 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen de globale werking van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    relatie invoer en uitvoer

    Voorbeelden

    Digitale systemen:
    • Kleuters begrijpen dat wanneer ze op een tablet een puzzel aanraken of
        verschuiven (invoer), de afbeelding op het scherm mee verandert (uitvoer).
    • Kleuters begrijpen dat als ze een tekening maken op de computer (invoer), deze via
        de printer op papier verschijnt (uitvoer).
  2. IT.002 Begrijpen L1 L4 8.1.1

    Herkennen de globale werking van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    • internetgebruik
    • digitaal: iets dat werkt met een computer, tablet of ander elektronisch systeem dat
        informatie verwerkt

    Te hanteren begrippen

    het internet, digitaal

    Voorbeelden

    Digitale systemen:
    Leerlingen begrijpen dat wanneer ze videobellen met een andere klas en praten of
    zwaaien (invoer), de andere klas hen kan zien en horen op een scherm (uitvoer). Ze
    begrijpen dat dit contact tot stand komt via het internet.
  3. IT.003 Begrijpen L1 L2 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • invoer (input): Alles wat jij aan het systeem geeft.
    • verwerking (processing): Wat het systeem doet met de informatie die jij geeft.
    • uitvoer (output): Wat het systeem aan jou teruggeeft.

    Te hanteren begrippen

    de invoer (input), de uitvoer (output), de verwerking (processing), verwerken

    Voorbeelden

    • Milsa gebruikt een tablet om een foto te maken. Ze begrijpt dat het indrukken van
        de cameraknop de invoer is, dat de tablet de afbeelding verwerkt en dat de uitvoer
        de foto is die op het scherm verschijnt.
    • Bavo typt een som in op een rekenmachine: 8 + 4. Hij benoemt het getypte als de
        invoer (input), het rekenen binnenin het toestel als de verwerking, en het antwoord
        12 op het scherm als de uitvoer (output).
  4. IT.004 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 8.2.2

    Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

  5. IT.005 Begrijpen L3 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • opslag: Waar informatie wordt bewaard, zodat je die later nog kan terugvinden.
    • hardware : Alle onderdelen van een computer of tablet die je kan aanraken.
    • software : De programma’s of apps die je gebruikt op een digitaal toestel.
    • Hardware betreft de fysieke componenten, terwijl software de programma’s en
        instructies zijn die de hardware aansturen.

    Te hanteren begrippen

    de opslag, de hardware, de software, opslaan

    Voorbeelden

    • Klara weet dat opslag betekent dat gegevens worden bewaard, bijvoorbeeld op een
        USB-stick (hardware) of op de harde schijf van een laptop.
    • Saskia opent het bestand in een tekstverwerkingsprogramma (software).
  6. IT.006 Gebruiken L3 L4 L4 8.1.1

    Classificeren hardware en software.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hardware en software:
    Onderscheid en belang hiervan:
    • probleemoplossend denken: Wanneer een apparaat niet goed werkt, helpt het
        onderscheid tussen hardware en software bij het vinden van de oorzaak.
    • digitale geletterdheid: In een wereld waarin technologie overal aanwezig is, helpen
        de begrippen om bewuster en vaardiger om te gaan met digitale apparaten.

    Voorbeelden

    Probleemoplossend denken:
    Is het een defecte harde schijf (hardware) of een fout in het besturingssysteem
    (software)?
    Digitale geletterdheid:
    Een computer kan sneller werken door betere hardware, software-updates zijn
    belangrijk voor beveiliging en prestaties.
  7. IT.007 Begrijpen L4 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • verzenden (send): Informatie of berichten naar iemand of iets anders sturen via een
        digitaal toestel.
    • ontvangen (receive): Informatie of berichten krijgen via een digitaal toestel.
    • offline: Je toestel is niet verbonden met het internet.
    • online: Je toestel is verbonden met het internet.

    Te hanteren begrippen

    het internet, digitaal, online, offline, verzenden (send), ontvangen (receive)

    Voorbeelden

    Bouwstenen:
    • verzenden: een e-mail versturen, een foto doorsturen via chat
    • ontvangen: een berichtje ontvangen op je tablet, een bestand dat binnenkomt
    • offline: Je speelt een spel op je tablet zonder wifi of mobiele data.
    • online: Je doet een zoekopdracht in je browser.
  8. IT.008 Gebruiken L4 L4 8.1.1; L4 8.2.2

    Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Keuze voor offline of online gebruik

    Voorbeelden

    • Gebruiksgemak: Noor verkiest het antwoord via een zoekmachine te zoeken omdat
        dit sneller gaat dan via een encyclopedie.
    • Plezier en voldoening: Sanne beleeft meer plezier en voldoening aan het tekenen
        op papier dan het digitaal tekenen
    • Beschikbaarheid: Jesse maakt zijn huiswerk offline omdat de laptop niet
        beschikbaar is.
  9. IT.009 Begrijpen L5 L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale informatieverwerking:
    op één apparaat

    Te hanteren begrippen

    de digitale informatieverwerking

    Voorbeelden

    Digitale informatieverwerking:
    Een tablet verwerkt een bericht: je typt iets (invoer), het toestel verwerkt dit, en toont
    het bericht op het scherm (uitvoer).
  10. IT.010 Begrijpen L5 L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Beschrijven hoe digitale systemen met elkaar verbonden kunnen worden om te communiceren.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Communiceren:
    • samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en opslag
    • gegevensuitwisseling tussen digitale systemen
    • verbinding tussen systemen

    Te hanteren begrippen

    de gegevensuitwisseling, de verbinding, het digitale systeem, het netwerk, de invoer, de
    uitvoer, de opslag

    Voorbeelden

    Gegevensuitwisseling tussen digitale systemen:
    Bij online gamen staan meerdere spelers tegelijk in verbinding via het internet, zodat ze
    samen kunnen spelen en communiceren (realtime gegevensuitwisseling).
    Verbinding tussen systemen:
    via kabel, wifi of mobiel internet
  11. IT.011 Begrijpen L6 L6 8.1.1

    Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking en opslag.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatieverwerking en opslag:
    op een andere locatie dan het eigen digitale apparaat

    Te hanteren begrippen

    de cloud, de cloudopslag

    Voorbeelden

    Informatieverwerking en opslag:
    • Bij het invullen van een digitaal formulier op een website, worden de gegevens via
        het internet verzonden, verwerkt op een andere computer en een bevestiging
        wordt teruggestuurd (invoer → verwerking → uitvoer → communicatie).
    • Bij het bewaren van foto's of documenten in de Cloud, worden bestanden op een
        externe server opgeslagen om later op een ander toestel te kunnen worden
        geopend (opslag en communicatie tussen systemen).
  12. IT.012 Begrijpen L6 L6 8.1.1

    Beschrijven de mogelijkheden van opslag in de Cloud.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opslag in de Cloud:
    • toegang vanaf meerdere apparaten: Met cloudopslag kun je bestanden en
        applicaties openen vanaf elk apparaat met internet. Dit betekent dat je niet
        afhankelijk bent van één specifieke computer of harde schijf. Ook handig als je
        laptop kapotgaat, je kan dan op een andere nog aan je bestanden.
    • automatische synchronisatie en back-ups: Cloudservices zorgen ervoor dat je
        bestanden automatisch worden bijgewerkt en gesynchroniseerd tussen apparaten.
        Dit voorkomt dat je per ongeluk een verouderde versie gebruikt en beschermt je
        gegevens tegen verlies bij een crash of diefstal van een apparaat.
    • samenwerking en delen: De Cloud maakt het eenvoudig om samen te werken met
        anderen, zelfs op afstand. Je kunt documenten delen, in real-time bewerken en
        opmerkingen toevoegen zonder dat je bestanden heen en weer hoeft te sturen via
        e-mail. Dit is vooral handig voor het efficiënt samenwerken.
  13. IT.013 Gebruiken L5 L6 L6 8.1.1

    Bepalen de opslag van digitale informatieverwerking.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opslag:
    Kiezen voor:
    • één apparaat
    • verbonden
    • opslag in de Cloud (cloudopslag)
  14. IT.014 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 8.1.1; L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Tonen hun kennis over digitale systemen en digitale informatieverwerking in verschillende contexten.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Margriet maakt een foto met haar smartphone en stuurt die via een bericht naar
        haar oma. Ze legt uit dat de camera invoer is, de telefoon de foto verwerkt, dat de
        afbeelding wordt opgeslagen in de galerij en dat het scherm de uitvoer toont.
    • Jowannes werkt aan een presentatie op de computer. Hij begrijpt dat hij typt met
        het toetsenbord (hardware), de presentatie maakt in een app (software) en het
        document opgeslagen wordt op de harde schijf zodat hij later kan verder werken.
  15. IT.015 Begrijpen K3 L1 L2 GO!-doel

    Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
        niet toe doen.
    • decompositie: Het verdelen van een van een eenvoudige en concrete taak of
        probleem in kleinere, haalbare stukjes.
    • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
    • algoritmisch denken: stap voor stap een oplossing opbouwen

    Voorbeelden

    Digitaal:
    • Fieke herkent de deelstappen die nodig zijn om de Bee-bot een bepaalde route te
        laten afleggen (decompositie)
    • Mona merkt op dat om een robot zijn route te laten afleggen we voor de richting
        pijlen gebruiken en voor het aantal stappen getallen (abstractie). Ze merkt ook op
        dat er enkele stappen terugkeren: driemaal “vooruit, naar links”
        (patroonherkenning)
    • Mila merkt op dat om een huis juist te kunnen tekenen eenduidige instructies
        stapsgewijs moeten worden uitgevoerd in het digitale tekenprogramma
        (algoritmisch denken).
  16. IT.016 Begrijpen L3 L4 L4 8.1.3

    Herkennen hoe een lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
        niet toe doen.
    • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare
        stukjes.
    • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
           lus/ loop
    • algoritmisch denken:
           Sequentie

    Te hanteren begrippen

    het algoritme

    Voorbeelden

    Digitaal:
    De leerlingen willen de Bee-Bot naar een schat laten rijden.
    Ze verdelen de opdracht in kleinere stappen (decompositie): eerst vooruitrijden, daarna
    draaien, vervolgens opnieuw vooruitrijden, ... tot slot: stoppen bij de schat.
    De leerlingen kijken daarbij alleen naar belangrijke informatie (abstractie): hoeveel
    vakjes vooruit, waar de Bee-Bot moet draaien, waar het eindpunt ligt.
    De kleur van de mat of tekeningen naast het parcours zijn niet belangrijk.
    De Bee-Bot moet drie keer hetzelfde uitvoeren: vooruit, vooruit, draai rechts.
    De leerlingen merken dat dit patroon telkens terugkomt en herkennen hierin een lus
    (loop).
    De Bee-Bot bereikt het doel alleen wanneer de opdrachten in de juiste sequentie staan
    (algoritmisch denken): 1.vooruit 2.vooruit 3.draai links 4.vooruit. Wanneer de volgorde
    verandert, rijdt de Bee-Bot fout.
  17. IT.017 Begrijpen L5 L6 L6 8.1.3

    Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
        niet toe doen.
    • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare
        stukjes.
    • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
           lus/ loop
    • algoritmisch denken:
           sequentie
           keuze/voorwaarde: “als/dan”: beslissing binnen een (niet lineair) algoritme
              waarbij het resultaat afhangt van een voorwaarde
           herhaling
           combinatie van sequentie, herhaling, keuze

    Voorbeelden

    Digitaal:
    • Milan denkt na over welke deelstappen er nodig zijn om een eenvoudige game in
        Scratch te programmeren (decompositie)
    • Lena herkent in Scratch dat enkel de positie van het personage, de score en de
        botsingen belangrijk zijn voor het spel. De kleur van de achtergrond is minder
        belangrijk. Ze onderscheidt ook enkele ‘abstracte’ instructies die nodig zijn bij het
        programmeren (abstractie)
    • Noor weet dat om een virtueel personage voortdurend dezelfde beweging te laten
        uitvoeren een lus/loop nodig is (patroonherkenning; algoritmisch denken)
    • Adam herkent in een eenvoudig Scratchprogramma een algoritme met een
        combinatie van sequentie, herhaling en keuze: ‘START het spel, HERHAAL
        voortdurend de beweging, ALS de speler een vijand raakt, DAN stopt het spel.’
        (algoritmisch denken)
  18. IT.018 Begrijpen L3 L4 L4 8.1.3

    Beschrijven mogelijkheden om algoritmen te optimaliseren.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Algoritmen:
    • Digitaal (plugged)
    
    Mogelijkheden:
    • Testen en debuggen: fouten opsporen en corrigeren.
    • Iteratief denken

    Te hanteren begrippen

    testen, debuggen

    Voorbeelden

    Testen en debuggen:
    • Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te
        controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals
        een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment,
        passen ze het programma aan om de fout te verbeteren.
    • Julie en Mateo programmeren de Bee-Bot om een schat te bereiken. Tijdens het
        testen rijdt de robot één vakje te ver. Ze ontdekken dat er een extra ‘vooruit’-
        opdracht in hun programma staat en verwijderen die fout.”
    Iteratief denken:
    Iets steeds opnieuw proberen en verbeteren, in kleine stappen naar een oplossing
    toewerken, een proces meerdere keren doorlopen om het te verbeteren, een
    gestructureerde aanpak volgen waarbij je steeds aanpassingen maakt
  19. IT.019 Gebruiken K3 L1 L2 GO!-doel

    Ontwerpen een eenvoudig lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpen:
    • onder begeleiding
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • decompositie: eenvoudig en concreet

    Voorbeelden

    Bart en Heike krijgen de opdracht om de verschillende deelstappen te bedenken die
    nodig zijn om de Bee-bot te laten bewegen van de start naar de aankomst. Ze noteren
    alle verschillende opeenvolgende stappen die moeten gezet worden (decompositie):
    “Vooruit, stop, links, vooruit, stop, rechts.”
  20. IT.020 Gebruiken L3 L4 L4 8.1.3

    Ontwerpen een lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpen:
    • onder begeleiding
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • decompositie: groter en meer complex
    • patroonherkenning
    • abstractie
    • algoritmisch denken: met aandacht voor sequentie

    Voorbeelden

    Jeroom ontwerpt een stappenplan om een virtueel personage te laten bewegen.
  21. IT.021 Gebruiken L5 L6 L6 8.1.3

    Ontwerpen een algoritme volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpen:
    • onder begeleiding
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie
    • decompositie: groter en meer complex
    • patroonherkenning
    • algoritmisch denken: met aandacht voor de combinatie van sequentie, herhaling en
        keuze

    Voorbeelden

    • Hugo en Ayden programmeren een virtueel personage om die door een doolhof te
        sturen. Ze hebben aandacht voor het plannen van de route in stappen (sequentie),
        het herhalen van eenzelfde commando (herhaling) en beslissingen bij splitsingen
        (keuze). Als ze het virtueel personage naar rechts sturen moet hij over een balk
        springen, als ze het naar links sturen moet het een rondje dansen.
    • Camille en Luna bouwen een virtuele escaperoom. Ze zorgen ervoor dat de puzzels
        in de juiste volgorde kunnen opgelost worden (sequentie). Ze zorgen voor
        herhaalde opgaven en acties (herhaling). Ze zorgen ook voor zijpaden bij foute
        keuzes.
  22. IT.022 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 8.1.3; L6 8.1.3

    Sturen een algoritme bij.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te
        controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals
        een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment,
        passen ze het programma aan om de fout te verbeteren.
    • Noémie en Jade testen of de robot/het personage doet wat ze willen en verbeteren
        de volgorde indien nodig.
  23. IT.023 Begrijpen K1 K2 GO!-doel

    Illustreren elementaire handelingen om diverse digitale apparaten te bedienen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Elementaire handelingen:
    • aanzetten, uitzetten, een app openen, sluiten
    • starten, stoppen
  24. IT.024 Begrijpen K3 GO!-doel

    Benoemen courante digitale apparaten.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de tablet, de smartphone, de computer, de laptop, de televisie, de printer, de
    afstandsbediening, het fototoestel, de camera, de microfoon, de robot
  25. IT.025 Begrijpen K3 GO!-doel

    Illustreren elementaire handelingen om diverse digitale apparaten te bedienen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Elementaire handelingen:
    • aanzetten, uitzetten, een app openen, sluiten
    • starten, stoppen
    • tikken, slepen
    • vegen (swipen)
    • (Digitale) knoppen bedienen van courante digitale apparaten

    Te hanteren begrippen

    starten, stoppen, aanzetten, uitzetten, vegen (swipen), openen, sluiten, tikken, slepen

    Voorbeelden

    Elementaire handelingen:
    • Een digitale tv bedienen via een afstandsbediening door op play, pauze of
        volumeknop te duwen bij een filmpje of verhaal.
    • Een programmeerbare robot bedienen door op de juiste pijltjes te duwen.
  26. IT.026 Gebruiken K1 K2 K3 GO!-doel

    Gebruiken elementaire digitale vaardigheden bij courante digitale apparaten.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

  27. IT.027 Begrijpen L1 L2 L4 8.2.2

    Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    • invoer- en uitvoerapparaten
    • pictogrammen (geluid, batterij)
    Eenvoudige handelingen:
    • functioneel gebruik

    Voorbeelden

    Functioneel gebruik:
    • Mia typt met het virtueel toetsenbord of ze gebruikt het touchscreen.
    • Joost gebruikt een koptelefoon bij het bekijken van een muziekfilmpje: hij ziet wat
        er gebeurt op het scherm, hij hoort geluid via koptelefoon. Hij weet hoe hij het
        filmpje moet starten, pauzeren en stoppen.
    • Jes weet hoe ze de app moet openen en sluiten.
    • Tamara merkt dankzij het batterijpictogram dat de batterij bijna leeg is
  28. IT.028 Begrijpen L2 L4 8.2.1

    Herkennen een bestand.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestand:
    Digitale informatie die je kunt opslaan, openen of bewerken.

    Te hanteren begrippen

    het bestand, de informatie, de tekst, het beeld, de video, het geluid, het programma
  29. IT.029 Gebruiken L2 L3 L4 L6 8.2.4

    Bepalen het bestandstype.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestandstype:
    • tekst
    • beeld
    • geluid
    • video
    • programma
    
    Bepalen:
    via openen van bestand
  30. IT.030 Begrijpen L2 L4 8.2.3

    Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    werken met bestanden:
    • openen, opslaan, sluiten, verwijderen
    • duidelijke, herkenbare bestandsnaam
  31. IT.031 Begrijpen L3 L4 L4 8.2.3

    Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    eenvoudig bestandsbeheer in bestaande mappenstructuur van het systeem:
    • bestanden en mappen zoeken
    • kopiëren
    • exporteren
    • terugvinden
  32. IT.032 Begrijpen L4 L4 8.2.3

    Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    werken met bestanden: downloaden, uploaden
  33. IT.033 Begrijpen L5 L6 8.2.3

    Illustreren het belang van frequent gebruikte extensies.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Extensies:
    Een bestandsextensie is een reeks letters die aan het einde van een bestandsnaam
    staat, gescheiden door een punt. Deze extensie geeft aan wat voor soort bestand het is
    en welk programma het kan openen.

    Voorbeelden

    Extensies:
    • .docx: Microsoft Word-document
    • .pdf: PDF-bestand (Portable Document Format)
    • .pptx: Microsoft PowerPoint-presentatie
    • .xlsx: Microsoft Excel-spreadsheet
    • .zip: gecomprimeerd archiefbestand
    • .mp4: veelgebruikt videobestand
    • .jpg: veelgebruikt afbeeldingsformaat
    • .gif: geanimeerde afbeelding
  34. IT.034 Begrijpen L5 L6 L6 8.2.2; L6 8.2.3

    Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    eenvoudig bestandsbeheer in aangereikte mappenstructuur:
    • duidelijke bestandsnamen gebruiken
    • bestanden opslaan in de juiste map of cloudmap
    • verwijderen van overbodige of foute bestanden
    • aanmaken van mappen
    • hernoemen van mappen en bestanden
    • terughalen van verwijderde bestanden
  35. IT.035 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 8.2.3; L6 8.2.2; L6 8.2.3

    Gebruiken eenvoudige handelingen bij digitale systemen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

  36. IT.036 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Illustreren het basisgebruik van een toetsenbord.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsenbord:
    een fysiek of virtueel
    
    Basisgebruik:
    • letters
    • cijfers

    Te hanteren begrippen

    de letter, het cijfer
  37. IT.037 Begrijpen L1 L2 L4 8.2.2

    Illustreren het basisgebruik van een toetsenbord.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsenbord:
    een fysiek of virtueel
    
    Basisgebruik:
    • letters
    • cijfers
    • leestekens: ! ? .

    Te hanteren begrippen

    het leesteken, het punt, het vraagteken, het uitroepteken, het toetsenbord
  38. IT.038 Begrijpen L3 L4 L4 8.2.2

    Illustreren het basisgebruik van een toetsenbord.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsenbord:
    een fysiek of virtueel
    
    Basisgebruik:
    • letters
    • cijfers
    • leestekens: ! ? . , : ; < > = + -

    Te hanteren begrippen

    de komma, het dubbele punt, de puntkomma
  39. IT.039 Begrijpen L5 L6 L6 8.2.1

    Illustreren het vlot gebruik van een toetsenbord.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsenbord:
    een fysiek of virtueel
    
    Vlot gebruik:
    • letters: ç, ë, é, è, ê, à
    • cijfers
    • leestekens: ! ? . , : ; < > = + - “ ‘
    • speciale tekens: @, #, /, (, ), €, %
    • toetsencombinaties

    Te hanteren begrippen

    het apenstaartje (at), het hekje (hashtag), het accent, de apostrof, de schuine streep
    (slash), de dubbele aanhalingstekens

    Voorbeelden

    Toetsencombinaties:
    Ctrl A (alles selecteren), Ctrl C (kopiëren), Ctrl X (knippen), Ctrl V (plakken), Ctrl Z
    (ongedaan maken)
  40. IT.040 Begrijpen L6 L6 8.2.1; L6 8.2.4

    Illustreren het aanpassen van eenvoudige systeeminstellingen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Systeeminstellingen:
    • taalinstellingen aanpassen
    • wifi aan/uit zetten
    • weergave- instellingen aanpassen (bv. volume harder of zachter zetten, helderheid
        van het scherm aanpassen, lettergrootte aanpassen, ‘mute’ aan/uitzetten, camera
        of telefoon selecteren in app)
  41. IT.041 Gebruiken L6 L6 8.2.1; L6 8.2.4

    Passen eenvoudige systeeminstellingen aan.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanpassen:
    volgens eigen behoefte
  42. IT.042 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L4 8.2.2

    Gebruiken invoer- en uitvoerapparaten, met inbegrip van het toetsenbord, functioneel.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • basisgebruik van het toetsenbord
    • basisgebruik van invoer- en uitvoerapparaten

    Voorbeelden

    Functioneel basisgebruik van het toetsenbord:
    Anja maakt enkele wiskunde-oefeningen op haar tablet.
    Functioneel basisgebruik van invoer- en uitvoerapparaten
    • Stef, Lisa en Kadir gebruiken een microfoon om hun muzikale creatie op te nemen
        en regelen het volume.
    • Sam gebruikt een koptelefoon om naar het luisterverhaal te luisteren
    • De klas bekijkt een instructiefilmpje op het smartboard.
    • Selim scant een QR-code met een tablet
    • De leraar projecteert een film via de beamer op een witte muur.
  43. IT.043 Gebruiken L5 L6 L6 8.2.1

    Gebruiken invoer- en uitvoerapparaten, met inbegrip van het toetsenbord, doelgericht.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • vlot gebruik van toetsenbord: voldoende snel en voldoende nauwkeurig
    • vlot gebruik van invoer- en uitvoerapparaten
    • Instellen van invoer- en uitvoerapparaten

    Voorbeelden

    Doelgericht en vlot gebruik toetsenbord:
    Jonathan werkt aan een spreekbeurt. Terwijl hij informatie uit een bron verwerkt,
    gebruikt hij vlot Ctrl+C en Ctrl+V om relevante tekstfragmenten te kopiëren en te
    plakken. Wanneer hij merkt dat hij per ongeluk een stuk tekst heeft verwijderd, herstelt
    hij dit met Ctrl+Z. Hij selecteert tekst met behulp van het toetsenbord om woorden
    vet of schuin te zetten.
    Doelgericht en vlot gebruik invoer- en uitvoerapparaten:
    • Liesl gebruikt een touchscreen om sneller iets te kunnen tekenen en een
        toetsenbord om een langere tekst te typen.
    • Reduan gebruikt een printer om een affiche af te drukken.
    • Zeger kiest ervoor om zijn foto’s op het smartboard te tonen zodat iedereen het
        goed kan zien.
    • Patricia gebruikt een scanner om een pagina uit een boek snel naar haar vriendin te
        kunnen sturen.
    Instellen van invoer- en uitvoerapparaten:
    principe van ‘plug and play':
    • een hoofdtelefoon aansluiten (en controleren of het werkt)
    • een externe camera of microfoon aansluiten (en controleren of het werkt)
    • een toetsenbord aansluiten (en controleren of het werkt)
  44. IT.044 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 8.2.2; L6 8.2.1

    Hanteren invoer- en uitvoerapparaten zorgzaam.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid

  45. IT.045 Begrijpen L1 L4 8.2.4

    Begrijpen de functie van een digitale zoektool.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Zoektools:
    Google, DuckduckGo, Ecosia, Wikipedia, YouTube, webshop
  46. IT.046 Gebruiken L1 L2 L4 8.2.4

    Gebruiken een digitale zoektool om informatie te verzamelen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    met aangereikte zoektermen
  47. IT.047 Begrijpen L3 L4 L4 8.2.4

    Illustreren zoekstrategieën om digitale bronnen te raadplegen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zoekstrategie:
    zonder gebruik van taalmodel/prompt
    • formuleren van zoekvraag: weten dat je eerst moet weten wat je zoekt en waarom
        je het zoekt
    • kiezen van zoektool: weten dat er verschillende zoektools bestaan om informatie te
        vinden
    • formuleren van zoekopdracht: weten dat je een zoekopdracht duidelijk en gericht
        moet formuleren
    • beoordelen van zoekresultaten: weten dat niet alle zoekresultaten bruikbaar en
        correct zijn en kennismaken met een aantal criteria voor selectie

    Te hanteren begrippen

    de zoekmachine, de zoekvraag, de zoekopdracht, het zoekresultaat
  48. IT.048 Begrijpen L4 L4 8.2.4

    Illustreren mogelijkheden bij de formulering van een digitale zoekopdracht.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Formulering:
    zoeken met:
    • trefwoorden
    • combinaties van trefwoorden
    • filters
    • afbeeldingen
    • klikken op links

    Te hanteren begrippen

    het trefwoord, de link, de filter, de afbeelding
  49. IT.049 Gebruiken L3 L4 L4 8.2.5

    Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • onder begeleiding
    • ontwerpen
    • toepassen

    Voorbeelden

    Senne kiest een lievelingsdier waar hij informatie moet over opzoeken: de dolfijn. Aan
    de hand van het bordschema kiest hij volgende 3 deelvragen (‘decompositie’): Wat eten
    dolfijnen? Waar leven ze? Hoe communiceren ze? Samen met de leraar schrijft hij de
    verschillende stappen op die hij in een logische volgorde moet zetten (‘algoritmisch
    denken’). De leraar helpt ook bij het verfijnen van de zoektermen (geen zinnen maar
    termen: ‘abstractie’) en bij het afbakenen van zoekplekken: kindvriendelijke websites en
    zoekmachine. Wanneer Senne op een deelvraag geen goed antwoord vindt, helpt de
    leraar nadenken over hoe Senne het anders zou kunnen aanpakken (‘iteratief denken’).
  50. IT.050 Begrijpen L5 L6 8.2.5

    Beschrijven artificiële intelligentie.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Artificiële intelligentie (AI):
    Een systeem dat menselijke intelligentie nabootst: het vermogen om te leren,
    redeneren, problemen op te lossen en beslissingen te nemen.
    AI wordt vaak aangedreven door ‘machine learning’, waarbij algoritmen patronen in
    grote hoeveelheden gegevens (input) herkennen (processing) en voorspellingen
    (output) doen.

    Te hanteren begrippen

    de artificiële intelligentie
  51. IT.051 Gebruiken L5 L6 L6 8.2.8

    Geven toepassingen van artificiële intelligentie.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassingen:
    • spraakherkenning
    • vertaaltools
    • aanbevelingssysteem

    Voorbeelden

    Toepassingen:
    • Spraakherkenning: Ondertitels die automatisch gegenereerd worden bij een
        filmpje.
    • Vertaaltools: Zinnen in het Engels naar het Nederlands vertalen via een vertaaltool
    • Aanbevelingssyteem: Muziek die automatisch wordt voorgesteld omdat die lijkt op
        hun favoriete nummers.
  52. IT.052 Begrijpen L5 L6 L6 8.2.6

    Illustreren zoekstrategieën voor het verfijnen van de digitale zoekopdracht in functie van het beoogde zoekresultaat.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale zoekopdracht:
    • Via een ‘zoekmachine’
    • Via een AI-tool/taalmodel (door de school ter beschikking gesteld)
    • Bijsturen

    Te hanteren begrippen

    bijsturen, de zoekstrategie, de prompt, de AI-assistent

    Voorbeelden

    Via een zoekmachine of via een AI-tool:
    • Samira zoekt een recept voor tiramisu via een zoekmachine
    • Chloë vraagt op basis van de ingrediënten in de koelkast aan een AI-tool om een
        recept samen te stellen
    • Javier zoekt via een zoekmachine verschillende mooie afbeeldingen ter illustratie
        van zijn spreekbeurt “waarom zijn bijen belangrijk?”.
    • Fairous formuleert een specifieke prompt voor een AI-tool omdat ze een icoon
        nodig heeft van een groene hond waarvan een oor en een staart ontbreekt.
  53. IT.053 Gebruiken L5 L6 L6 8.2.6

    Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • zelfstandig
    • ontwerpen
    • toepassen
    • bijsturen indien nodig

    Voorbeelden

    Jonas moet info zoeken voor een spreekbeurt over vulkanen. Hij denkt na over welke
    zoekmachine (Google) en welke zoektermen hij zal gebruiken. Hij splitst hiertoe de taak
    op in 3 delen (‘decompositie’): wat zijn vulkanen, hoe werken ze en waar ze komen ze
    voor? Als blijkt dat de zoektermen te breed zijn gaat hij die versmallen. Jonas typt bv.
    niet zomaar ‘vulkaan’ als zoekopdracht maar kiest de kern van de vraag (“hoe werkt een
    vulkaan”) en laat overbodige woorden weg (‘abstractie’). Bij de resultaten zitten enkele
    te moeilijke teksten en verkeerde info (‘debuggen’). Die gebruikt hij niet.
  54. IT.054 Engageren L5 L6 L6 8.2.8

    Reflecteren op artificieel gegenereerde antwoorden.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Artificieel gegenereerde antwoorden:
    • verkregen informatie
    • gehanteerde prompt/ gehanteerd taalmodel
    • wanneer AI inzetten en wanneer niet

    Voorbeelden

    Esra weet dat je niet zomaar voor om het even welke zoekopdracht beroep moet doen
    op AI omdat dit veel energie verbruikt en dus een grotere ecologische impact heeft dan
    opzoeken via een zoekmachine. Ze gebruikt AI enkel bij complexe vragen die anders
    tientallen zoekopdrachten zouden vereisen.
  55. IT.055 Begrijpen K3 L1 L2 L4 8.2.4

    Herkennen digitale bronnen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    bruikbaarheid
  56. IT.056 Begrijpen L3 L4 L4 8.2.4

    Herkennen digitale bronnen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • bruikbaarheid
    • correctheid
  57. IT.057 Begrijpen L5 L6 L6 8.2.7

    Herkennen digitale bronnen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • bruikbaarheid
    • correctheid
    • betrouwbaarheid
  58. IT.058 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 8.2.4; L6 8.2.7

    Evalueren digitale bronnen.

    ICT Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid

  59. IT.059 Begrijpen K3 GO!-doel

    Illustreren het gezond gebruik van digitale media.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale media:
    impact van digitale media op eigen leefwereld
    
    Gezond gebruik:
    • Te lang naar een scherm kijken is niet goed voor de ogen.
    • Je moet rechtop zitten of staan bij het gebruik van een scherm.
    • Het scherm bevindt zich best op ooghoogte.
    • Digitale media zijn leuk, maar niet de hele dag nodig.
  60. IT.060 Gebruiken K1 K2 K3 GO!-doel

    Gebruiken digitale media op een gezonde manier.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale media:
    impact van digitale media op eigen leefwereld
    • schermtijd
    • lichaamshouding
    • gehoorbescherming
    • kiezen voor natuurlijk spel boven digitaal spel
  61. IT.061 Begrijpen L1 L2 L6 8.3.4

    Illustreren het gezond gebruik van digitale media.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale media:
    impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen
    
    Gezond gebruik:
    met aandacht voor:
    • gezondheidsaspecten: Hoe digitaal gedrag je lichaam en geest beïnvloedt.
    • Reconstrueren ervaringen uit hun eigen leven waarbij digitale media stress of
        onrust gaven en uitwisselen hoe dat voelde en waarom.
    • Elkaars schermgewoontes bespreken en tips formuleren voor gezondere routines.

    Voorbeelden

    • Anita verbeeldt hoe een week zonder schermen eruitziet.
    • Nicole vertelt welke apps zij verslavend vindt. Zij zoekt uit waarom deze tools dit
        effect bij haar veroorzaken.
  62. IT.062 Begrijpen L3 L4 L6 8.3.4

    Illustreren het gezond gebruik van digitale media.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale media:
    impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen
    
    Gezond gebruik:
    met aandacht voor:
    • ethische aspecten: wat is juist of fout, eerlijk of oneerlijk, respectvol of kwetsend in
        een online context?
    • sociale aspecten: Wat is het effect op mensen en de maatschappij?

    Voorbeelden

    Gezond gebruik:
    • ethische aspecten: Je mag geen kwetsende reacties online plaatsen; Je mag niet
        oneerlijk spelen in online games; Je mag niet iemand buitensluiten uit een groep
    • sociale aspecten: Jef zegt: “"Als ik te veel met mijn tablet bezig ben, speel ik minder
        vaak buiten met vrienden.” Anita zegt: "Mensen kunnen snel nieuws delen en veel
        mensen tegelijkertijd bereiken als er ergens hulp nodig is." Semira zegt: “Sommige
        mensen plaatsen kwetsende berichten online, waardoor anderen zich slecht
        voelen.”
  63. IT.063 Begrijpen L5 L6 L6 8.3.4

    Illustreren het gezond gebruik van digitale media.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale media:
    impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen
    
    Gezond gebruik:
    met aandacht voor:
    • regelgevende aspecten: Wat je mag doen? Wat je moet doen? Wat is wettelijk
        toegestaan of verboden?
    • veiligheidsaspecten: Hoe je jezelf en anderen online beschermt?
          o tweestapsverificatie
          o wachtwoordzinnen
          o profielpagina: openbare en niet openbare informatie
          o vertrouwenspersonen bij online problemen
    • kritisch omgaan met de invloed van influencers en reclame

    Voorbeelden

    Gezond gebruik:
    • Sam en Louis stellen een online gedragscode op waarbij ze rechten en plichten van
        gebruikers opnemen: Wat moet elke gebruiker weten en doen?
    • In groep 5B gaan de kinderen na of zij zelf of anderen ooit iets gedaan hebben dat
        wettelijk niet mocht, foto's verspreiden zonder toestemming. De groep bespreekt
        wat daarvan de gevolgen kunnen zijn.
    • Wiebe en Nele maken een klasposter met tips om jezelf en anderen online te
        beschermen.
    • Joppe en Saskia onderzoeken welk schoonheidsideaal reclame en
        sommige influencers promoten en wat het effect daarvan is op sommige jongeren.
  64. IT.064 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 8.3.4

    Gebruiken digitale media op een gezonde manier.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    met aandacht voor impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen
    (ethische, sociale, regelgevende, gezondheids- en veiligheidsaspecten)
  65. IT.065 Begrijpen L3 L4 8.3.1

    Illustreren online veiligheid.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Online veiligheid:
    • online privacy: Je mag zelf kiezen welke informatie je deelt en met wie.
    • online veiligheid: gaat over jezelf en anderen beschermen op het internet
    • persoonlijke gegevens: je naam, adres, geboortedatum, telefoonnummer of school

    Te hanteren begrippen

    de (online) privacy, de persoonlijke gegevens, beschermen

    Voorbeelden

    • Lotje deelt niet zomaar persoonlijke informatie op internet.
    • Lucas weet dat hij moet oppassen voor gevaarlijke berichten, vreemde links of
        onbekende mensen online.
  66. IT.066 Begrijpen L4 L4 8.3.1

    Beschrijven de functie van een account.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie:
    online veiligheid
    
    Account:
    • Iets waarmee je kan inloggen op een website of spel, vaak met een gebruikersnaam
        en wachtwoord.
    • Een account bevat vaak je persoonlijke gegevens.
    • Je bent verantwoordelijk voor wat er met je account gebeurt.

    Te hanteren begrippen

    het account, de gebruikersnaam, het wachtwoord, de online veiligheid
  67. IT.067 Begrijpen L4 L4 8.3.1

    Illustreren het gebruik van een sterk wachtwoord.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sterk wachtwoord:
    online veiligheid
    • lengte: Een sterk wachtwoord moet minimaal 11 tekens lang zijn.
    • variatie in tekens: Gebruik een combinatie van hoofdletters, kleine letters, cijfers en
        symbolen
    • geen echte woorden: Vermijd gewone woorden of namen, omdat deze makkelijker
        te raden zijn.
    • uniek voor elke account: Gebruik nooit hetzelfde wachtwoord voor meerdere
        accounts.
    • geen persoonlijke informatie: Vermijd namen, geboortedata of andere makkelijk te
        achterhalen gegevens.

    Voorbeelden

    Sterk wachtwoord:
    • gebruik van touch ID
    • H@nd!g3Wachtw00rd
    • gebruik van dubbele identificatie
  68. IT.068 Gebruiken L4 L5 L6 L4 8.3.1; L6 8.3.3

    Ontwerpen een sterk wachtwoord.

    ICT Mediawijsheid

  69. IT.069 Gebruiken L4 L5 L6 L4 8.3.1; L6 8.3.3

    Maken een account.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Account:
    online veiligheid
    
    Maken:
    binnen een aangereikte omgeving
  70. IT.070 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren phishing.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Phishing:
    online veiligheid
    Een vorm van online misleiding waarbij iemand probeert je persoonlijke gegevens of
    geld te stelen.
  71. IT.071 Begrijpen L5 GO!-doel

    Illustreren cyberpesten.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Cyberpesten:
    online veiligheid
    Het herhaaldelijk kwetsen, uitsluiten of bedreigen van iemand via het internet of sociale
    media.

    Te hanteren begrippen

    cyberpesten, sociale media
  72. IT.072 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren sexting.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sexting:
    online veiligheid
    Het versturen of delen van naaktbeelden of intieme berichten, wat risico’s meebrengt,
    zeker als het zonder toestemming gebeurt.
  73. IT.073 Begrijpen L5 L6 8.3.3

    Beschrijven mogelijkheden om zichzelf en anderen online te beschermen.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Online beschermen:
    online grenzen stellen
    • “privacybewustzijn”
    • weten met wie je omgaat
    • risicoherkenning en actie: ongepast gedrag of pestgedrag herkennen; weten hoe je
        iets kunt melden of blokkeren
    • problemen of twijfels bespreken met een volwassene

    Te hanteren begrippen

    (online) grenzen stellen, pesten, iemand of iets blokkeren
  74. IT.074 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 8.3.1; L6 8.3.3

    Passen de principes van online veiligheid toe.

    ICT Mediawijsheid

  75. IT.075 Begrijpen L6 L6 8.3.1; L6 8.3.4

    Illustreren nepnieuws.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nepnieuws:
    impact van digitale media op eigen leefwereld
    • nepnieuws: informatie die opzettelijk fout of verzonnen is en die mensen kan
        misleiden
    • Weten dat je niet alles moet geloven wat online staat.
    • Weten dat je altijd mag vragen of iets echt is en dat je informatie best in meerdere
        bronnen checkt.

    Te hanteren begrippen

    het nepnieuws (fake news), de gekleurde informatie, de objectieve informatie
  76. IT.076 Gebruiken L6 L6 8.3.4

    Analyseren digitale content.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    Met argumenten kunnen aangeven waarom een nieuwsbericht, filmpje, foto of bericht
    op sociale media waarschijnlijk betrouwbaar of onbetrouwbaar is.
  77. IT.077 Begrijpen L4 L6 8.3.4

    Illustreren het respectvol online communiceren.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Respectvol online communiceren:
    • altijd beleefd en vriendelijk blijven
    • niet pesten of buitensluiten
    • eerst nadenken, dan verzenden
    • respect voor privacy
    • iedereen mag zijn mening geven
    • afspraken van de school volgen

    Te hanteren begrippen

    met respect, de nettiquette
  78. IT.078 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een respectvolle houding en taal bij het online communiceren en interageren.

    ICT Mediawijsheid

  79. IT.079 Begrijpen L5 L6 L6 8.3.2

    Beschrijven de basisprincipes van auteursrecht en portretrecht.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Auteursrecht en portretrecht:
    • Wat iemand zelf maakt, mag niet zomaar door anderen gebruikt of gekopieerd
        worden.
    • Iemand mag niet gefotografeerd of gefilmd worden zonder goedkeuring van die
        persoon.
    • Een foto of video waarop iemand herkenbaar afgebeeld staat mag enkel
        gepubliceerd of gedeeld worden als die persoon toestemming geeft.

    Te hanteren begrippen

    het auteursrecht, het portretrecht, de toestemming, om toestemming vragen
  80. IT.080 Gebruiken L5 L6 L6 8.3.2

    Passen de basisprincipes van auteursrecht en portretrecht toe.

    ICT Mediawijsheid

  81. IT.081 Engageren L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen zich mediawijs bij online interacties.

    ICT Mediawijsheid

  82. IT.082 Begrijpen L5 L6 L6 8.3.4

    Illustreren de eigen digitale voetafdruk.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale voetafdruk:
    het geheel van alles wat je online achterlaat

    Te hanteren begrippen

    de digitale voetafdruk
  83. IT.083 Gebruiken L5 L6 L6 8.3.4

    Verminderen de eigen digitale voetafdruk.

    ICT Mediawijsheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jef beheert consequent de cookie- instellingen.
    • Kurt laadt geen foto’s op van zijn vrienden via AI.
  84. IT.084 Engageren L5 L6 L6 8.3.4

    Gaan bewust om met de eigen digitale voetafdruk.

    ICT Mediawijsheid

  85. IT.085 Begrijpen L3 L6 8.4.1

    Herkennen mogelijkheden van digitale tools om te communiceren.

    ICT Digitale creatie › Communiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het bericht, de e-mail, de chat, het videogesprek

    Voorbeelden

    Communiceren:
    • Typen in een klassikale groepschat, bijvoorbeeld tijdens een quiz, brainstorm of
        online opdracht.
    • In duo of groepje samenwerken in een gedeeld document door tekst toe te voegen,
        te bewerken of te reageren met kleur of commentaar.
    • Oefenen met videobellen via een veilige tool, door samen in te loggen, elkaar te
        begroeten, te luisteren en kort iets te zeggen.
  86. IT.086 Begrijpen L3 L6 8.4.1

    Illustreren het type tool bij verschillende vormen van communicatie.

    ICT Digitale creatie › Communiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Type tool:
    • korte boodschap: een chatapp
    • langere boodschap: een e-mailprogramma
    • gesprekken op afstand: videobeltool
  87. IT.087 Begrijpen L4 L6 8.4.1

    Duiden verschillende vormen van digitale communicatie.

    ICT Digitale creatie › Communiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale communicatie:
    Realtime verwijst naar een systeem dat onmiddellijk reageert op input, zonder
    merkbare vertraging.

    Te hanteren begrippen

    de realtime

    Voorbeelden

    Realtime:
    Papa Dirk volgt een sportapp waarbij tijdens de koers de posities van de renners direct
    weergegeven worden.
  88. IT.088 Begrijpen L5 L6 8.4.1

    Duiden verschillende vormen van digitale communicatie.

    ICT Digitale creatie › Communiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende vormen digitale communicatie:
    Het verschil ligt in de manier waarop informatie wordt verwerkt en gedeeld:
    • Synchroon betekent dat een proces of communicatie gelijktijdig plaatsvindt tussen
        meerdere partijen.
    • Asynchroon betekent dat iets niet gelijktijdig plaatsvindt, het gebeurt op
        verschillende tijdstippen.

    Te hanteren begrippen

    asynchroon, synchroon, sociale media, het profiel

    Voorbeelden

    Synchroon:
    Valérie neemt deel aan een live videogesprek waarbij deelnemers direct met elkaar
    praten en reageren.
    Asynchroon:
    • Het bericht van Elise wordt op een later moment gelezen en beantwoord door
        Mira.
    • Stef plaatst een korte post op het klasplatform en reageert met emoji’s op eerder
        geplaatste berichten.
    • Stefanie vertelt dat haar oudere broer zelf ‘coole edits’ maakt en op Instagram en
        TikTok post. Zijn volgers bekijken dit op een zelfgekozen tijdstip.
  89. IT.089 Gebruiken L5 L6 L6 8.4.1

    Bepalen welke tools geschikt zijn voor synchrone en voor asynchrone communicatie.

    ICT Digitale creatie › Communiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Synchrone communicatie:
    videobellen, chatten
    Asynchrone communicatie:
    e-mail, online leeromgevingen, sociale media
  90. IT.090 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 8.4.1

    Bepalen een passende digitale communicatiewijze.

    ICT Digitale creatie › Communiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Passende digitale communicatiewijze:
    op basis van:
    • het doel
    • realtime of niet
    • de situatie
    • de ontvanger
  91. IT.091 Engageren L3 L4 L5 L6 L6 8.4.1

    Tonen hun kennis over content en verschillende digitale communicatievormen in verschillende contexten.

    ICT Digitale creatie › Communiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Clarice stuurt een spraakbericht naar haar oma via een berichtenapp omdat haar
        oma moeite heeft met lezen. Ze kiest bewust voor audio als communicatievorm.
    • Jaak maakt een korte video om aan zijn klasgenoten uit te leggen hoe je een
        vogelhuisje maakt. Hij gebruikt beeld en gesproken uitleg om duidelijker over te
        brengen wat hij bedoelt.
  92. IT.092 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Beschrijven de mogelijkheden van digitale tools.

    ICT Digitale creatie › Content creëren

  93. IT.093 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken het juiste type digitale tools voor specifieke digitale taken.

    ICT Digitale creatie › Content creëren