93 doelen
-
Herkennen de globale werking van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: relatie invoer en uitvoer
Voorbeelden
Digitale systemen: • Kleuters begrijpen dat wanneer ze op een tablet een puzzel aanraken of verschuiven (invoer), de afbeelding op het scherm mee verandert (uitvoer). • Kleuters begrijpen dat als ze een tekening maken op de computer (invoer), deze via de printer op papier verschijnt (uitvoer). -
Herkennen de globale werking van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: • internetgebruik • digitaal: iets dat werkt met een computer, tablet of ander elektronisch systeem dat informatie verwerktTe hanteren begrippen
het internet, digitaal
Voorbeelden
Digitale systemen: Leerlingen begrijpen dat wanneer ze videobellen met een andere klas en praten of zwaaien (invoer), de andere klas hen kan zien en horen op een scherm (uitvoer). Ze begrijpen dat dit contact tot stand komt via het internet.
-
Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bouwstenen: • invoer (input): Alles wat jij aan het systeem geeft. • verwerking (processing): Wat het systeem doet met de informatie die jij geeft. • uitvoer (output): Wat het systeem aan jou teruggeeft.
Te hanteren begrippen
de invoer (input), de uitvoer (output), de verwerking (processing), verwerken
Voorbeelden
• Milsa gebruikt een tablet om een foto te maken. Ze begrijpt dat het indrukken van de cameraknop de invoer is, dat de tablet de afbeelding verwerkt en dat de uitvoer de foto is die op het scherm verschijnt. • Bavo typt een som in op een rekenmachine: 8 + 4. Hij benoemt het getypte als de invoer (input), het rekenen binnenin het toestel als de verwerking, en het antwoord 12 op het scherm als de uitvoer (output). -
Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
-
Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bouwstenen: • opslag: Waar informatie wordt bewaard, zodat je die later nog kan terugvinden. • hardware : Alle onderdelen van een computer of tablet die je kan aanraken. • software : De programma’s of apps die je gebruikt op een digitaal toestel. • Hardware betreft de fysieke componenten, terwijl software de programma’s en instructies zijn die de hardware aansturen.Te hanteren begrippen
de opslag, de hardware, de software, opslaan
Voorbeelden
• Klara weet dat opslag betekent dat gegevens worden bewaard, bijvoorbeeld op een USB-stick (hardware) of op de harde schijf van een laptop. • Saskia opent het bestand in een tekstverwerkingsprogramma (software). -
Classificeren hardware en software.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hardware en software: Onderscheid en belang hiervan: • probleemoplossend denken: Wanneer een apparaat niet goed werkt, helpt het onderscheid tussen hardware en software bij het vinden van de oorzaak. • digitale geletterdheid: In een wereld waarin technologie overal aanwezig is, helpen de begrippen om bewuster en vaardiger om te gaan met digitale apparaten.Voorbeelden
Probleemoplossend denken: Is het een defecte harde schijf (hardware) of een fout in het besturingssysteem (software)? Digitale geletterdheid: Een computer kan sneller werken door betere hardware, software-updates zijn belangrijk voor beveiliging en prestaties.
-
Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bouwstenen: • verzenden (send): Informatie of berichten naar iemand of iets anders sturen via een digitaal toestel. • ontvangen (receive): Informatie of berichten krijgen via een digitaal toestel. • offline: Je toestel is niet verbonden met het internet. • online: Je toestel is verbonden met het internet.Te hanteren begrippen
het internet, digitaal, online, offline, verzenden (send), ontvangen (receive)
Voorbeelden
Bouwstenen: • verzenden: een e-mail versturen, een foto doorsturen via chat • ontvangen: een berichtje ontvangen op je tablet, een bestand dat binnenkomt • offline: Je speelt een spel op je tablet zonder wifi of mobiele data. • online: Je doet een zoekopdracht in je browser.
-
Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Keuze voor offline of online gebruik
Voorbeelden
• Gebruiksgemak: Noor verkiest het antwoord via een zoekmachine te zoeken omdat dit sneller gaat dan via een encyclopedie. • Plezier en voldoening: Sanne beleeft meer plezier en voldoening aan het tekenen op papier dan het digitaal tekenen • Beschikbaarheid: Jesse maakt zijn huiswerk offline omdat de laptop niet beschikbaar is. -
Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale informatieverwerking: op één apparaat
Te hanteren begrippen
de digitale informatieverwerking
Voorbeelden
Digitale informatieverwerking: Een tablet verwerkt een bericht: je typt iets (invoer), het toestel verwerkt dit, en toont het bericht op het scherm (uitvoer).
-
Beschrijven hoe digitale systemen met elkaar verbonden kunnen worden om te communiceren.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Communiceren: • samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en opslag • gegevensuitwisseling tussen digitale systemen • verbinding tussen systemen
Te hanteren begrippen
de gegevensuitwisseling, de verbinding, het digitale systeem, het netwerk, de invoer, de uitvoer, de opslag
Voorbeelden
Gegevensuitwisseling tussen digitale systemen: Bij online gamen staan meerdere spelers tegelijk in verbinding via het internet, zodat ze samen kunnen spelen en communiceren (realtime gegevensuitwisseling). Verbinding tussen systemen: via kabel, wifi of mobiel internet
-
Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking en opslag.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatieverwerking en opslag: op een andere locatie dan het eigen digitale apparaat
Te hanteren begrippen
de cloud, de cloudopslag
Voorbeelden
Informatieverwerking en opslag: • Bij het invullen van een digitaal formulier op een website, worden de gegevens via het internet verzonden, verwerkt op een andere computer en een bevestiging wordt teruggestuurd (invoer → verwerking → uitvoer → communicatie). • Bij het bewaren van foto's of documenten in de Cloud, worden bestanden op een externe server opgeslagen om later op een ander toestel te kunnen worden geopend (opslag en communicatie tussen systemen). -
Beschrijven de mogelijkheden van opslag in de Cloud.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Opslag in de Cloud: • toegang vanaf meerdere apparaten: Met cloudopslag kun je bestanden en applicaties openen vanaf elk apparaat met internet. Dit betekent dat je niet afhankelijk bent van één specifieke computer of harde schijf. Ook handig als je laptop kapotgaat, je kan dan op een andere nog aan je bestanden. • automatische synchronisatie en back-ups: Cloudservices zorgen ervoor dat je bestanden automatisch worden bijgewerkt en gesynchroniseerd tussen apparaten. Dit voorkomt dat je per ongeluk een verouderde versie gebruikt en beschermt je gegevens tegen verlies bij een crash of diefstal van een apparaat. • samenwerking en delen: De Cloud maakt het eenvoudig om samen te werken met anderen, zelfs op afstand. Je kunt documenten delen, in real-time bewerken en opmerkingen toevoegen zonder dat je bestanden heen en weer hoeft te sturen via e-mail. Dit is vooral handig voor het efficiënt samenwerken. -
Bepalen de opslag van digitale informatieverwerking.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Opslag: Kiezen voor: • één apparaat • verbonden • opslag in de Cloud (cloudopslag)
-
Tonen hun kennis over digitale systemen en digitale informatieverwerking in verschillende contexten.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Margriet maakt een foto met haar smartphone en stuurt die via een bericht naar haar oma. Ze legt uit dat de camera invoer is, de telefoon de foto verwerkt, dat de afbeelding wordt opgeslagen in de galerij en dat het scherm de uitvoer toont. • Jowannes werkt aan een presentatie op de computer. Hij begrijpt dat hij typt met het toetsenbord (hardware), de presentatie maakt in een app (software) en het document opgeslagen wordt op de harde schijf zodat hij later kan verder werken. -
Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er niet toe doen. • decompositie: Het verdelen van een van een eenvoudige en concrete taak of probleem in kleinere, haalbare stukjes. • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen. • algoritmisch denken: stap voor stap een oplossing opbouwenVoorbeelden
Digitaal: • Fieke herkent de deelstappen die nodig zijn om de Bee-bot een bepaalde route te laten afleggen (decompositie) • Mona merkt op dat om een robot zijn route te laten afleggen we voor de richting pijlen gebruiken en voor het aantal stappen getallen (abstractie). Ze merkt ook op dat er enkele stappen terugkeren: driemaal “vooruit, naar links” (patroonherkenning) • Mila merkt op dat om een huis juist te kunnen tekenen eenduidige instructies stapsgewijs moeten worden uitgevoerd in het digitale tekenprogramma (algoritmisch denken). -
Herkennen hoe een lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er niet toe doen. • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare stukjes. • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen. lus/ loop • algoritmisch denken: SequentieTe hanteren begrippen
het algoritme
Voorbeelden
Digitaal: De leerlingen willen de Bee-Bot naar een schat laten rijden. Ze verdelen de opdracht in kleinere stappen (decompositie): eerst vooruitrijden, daarna draaien, vervolgens opnieuw vooruitrijden, ... tot slot: stoppen bij de schat. De leerlingen kijken daarbij alleen naar belangrijke informatie (abstractie): hoeveel vakjes vooruit, waar de Bee-Bot moet draaien, waar het eindpunt ligt. De kleur van de mat of tekeningen naast het parcours zijn niet belangrijk. De Bee-Bot moet drie keer hetzelfde uitvoeren: vooruit, vooruit, draai rechts. De leerlingen merken dat dit patroon telkens terugkomt en herkennen hierin een lus (loop). De Bee-Bot bereikt het doel alleen wanneer de opdrachten in de juiste sequentie staan (algoritmisch denken): 1.vooruit 2.vooruit 3.draai links 4.vooruit. Wanneer de volgorde verandert, rijdt de Bee-Bot fout.
-
Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er niet toe doen. • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare stukjes. • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen. lus/ loop • algoritmisch denken: sequentie keuze/voorwaarde: “als/dan”: beslissing binnen een (niet lineair) algoritme waarbij het resultaat afhangt van een voorwaarde herhaling combinatie van sequentie, herhaling, keuzeVoorbeelden
Digitaal: • Milan denkt na over welke deelstappen er nodig zijn om een eenvoudige game in Scratch te programmeren (decompositie) • Lena herkent in Scratch dat enkel de positie van het personage, de score en de botsingen belangrijk zijn voor het spel. De kleur van de achtergrond is minder belangrijk. Ze onderscheidt ook enkele ‘abstracte’ instructies die nodig zijn bij het programmeren (abstractie) • Noor weet dat om een virtueel personage voortdurend dezelfde beweging te laten uitvoeren een lus/loop nodig is (patroonherkenning; algoritmisch denken) • Adam herkent in een eenvoudig Scratchprogramma een algoritme met een combinatie van sequentie, herhaling en keuze: ‘START het spel, HERHAAL voortdurend de beweging, ALS de speler een vijand raakt, DAN stopt het spel.’ (algoritmisch denken) -
Beschrijven mogelijkheden om algoritmen te optimaliseren.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Algoritmen: • Digitaal (plugged) Mogelijkheden: • Testen en debuggen: fouten opsporen en corrigeren. • Iteratief denken
Te hanteren begrippen
testen, debuggen
Voorbeelden
Testen en debuggen: • Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment, passen ze het programma aan om de fout te verbeteren. • Julie en Mateo programmeren de Bee-Bot om een schat te bereiken. Tijdens het testen rijdt de robot één vakje te ver. Ze ontdekken dat er een extra ‘vooruit’- opdracht in hun programma staat en verwijderen die fout.” Iteratief denken: Iets steeds opnieuw proberen en verbeteren, in kleine stappen naar een oplossing toewerken, een proces meerdere keren doorlopen om het te verbeteren, een gestructureerde aanpak volgen waarbij je steeds aanpassingen maakt -
Ontwerpen een eenvoudig lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpen: • onder begeleiding • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • decompositie: eenvoudig en concreet
Voorbeelden
Bart en Heike krijgen de opdracht om de verschillende deelstappen te bedenken die nodig zijn om de Bee-bot te laten bewegen van de start naar de aankomst. Ze noteren alle verschillende opeenvolgende stappen die moeten gezet worden (decompositie): “Vooruit, stop, links, vooruit, stop, rechts.”
-
Ontwerpen een lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpen: • onder begeleiding • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • decompositie: groter en meer complex • patroonherkenning • abstractie • algoritmisch denken: met aandacht voor sequentie
Voorbeelden
Jeroom ontwerpt een stappenplan om een virtueel personage te laten bewegen.
-
Ontwerpen een algoritme volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpen: • onder begeleiding • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie • decompositie: groter en meer complex • patroonherkenning • algoritmisch denken: met aandacht voor de combinatie van sequentie, herhaling en keuzeVoorbeelden
• Hugo en Ayden programmeren een virtueel personage om die door een doolhof te sturen. Ze hebben aandacht voor het plannen van de route in stappen (sequentie), het herhalen van eenzelfde commando (herhaling) en beslissingen bij splitsingen (keuze). Als ze het virtueel personage naar rechts sturen moet hij over een balk springen, als ze het naar links sturen moet het een rondje dansen. • Camille en Luna bouwen een virtuele escaperoom. Ze zorgen ervoor dat de puzzels in de juiste volgorde kunnen opgelost worden (sequentie). Ze zorgen voor herhaalde opgaven en acties (herhaling). Ze zorgen ook voor zijpaden bij foute keuzes. -
Sturen een algoritme bij.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment, passen ze het programma aan om de fout te verbeteren. • Noémie en Jade testen of de robot/het personage doet wat ze willen en verbeteren de volgorde indien nodig. -
Illustreren elementaire handelingen om diverse digitale apparaten te bedienen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elementaire handelingen: • aanzetten, uitzetten, een app openen, sluiten • starten, stoppen
-
Benoemen courante digitale apparaten.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de tablet, de smartphone, de computer, de laptop, de televisie, de printer, de afstandsbediening, het fototoestel, de camera, de microfoon, de robot
-
Illustreren elementaire handelingen om diverse digitale apparaten te bedienen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elementaire handelingen: • aanzetten, uitzetten, een app openen, sluiten • starten, stoppen • tikken, slepen • vegen (swipen) • (Digitale) knoppen bedienen van courante digitale apparaten
Te hanteren begrippen
starten, stoppen, aanzetten, uitzetten, vegen (swipen), openen, sluiten, tikken, slepen
Voorbeelden
Elementaire handelingen: • Een digitale tv bedienen via een afstandsbediening door op play, pauze of volumeknop te duwen bij een filmpje of verhaal. • Een programmeerbare robot bedienen door op de juiste pijltjes te duwen. -
Gebruiken elementaire digitale vaardigheden bij courante digitale apparaten.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
-
Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: • invoer- en uitvoerapparaten • pictogrammen (geluid, batterij) Eenvoudige handelingen: • functioneel gebruik
Voorbeelden
Functioneel gebruik: • Mia typt met het virtueel toetsenbord of ze gebruikt het touchscreen. • Joost gebruikt een koptelefoon bij het bekijken van een muziekfilmpje: hij ziet wat er gebeurt op het scherm, hij hoort geluid via koptelefoon. Hij weet hoe hij het filmpje moet starten, pauzeren en stoppen. • Jes weet hoe ze de app moet openen en sluiten. • Tamara merkt dankzij het batterijpictogram dat de batterij bijna leeg is -
Herkennen een bestand.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestand: Digitale informatie die je kunt opslaan, openen of bewerken.
Te hanteren begrippen
het bestand, de informatie, de tekst, het beeld, de video, het geluid, het programma
-
Bepalen het bestandstype.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestandstype: • tekst • beeld • geluid • video • programma Bepalen: via openen van bestand
-
Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: werken met bestanden: • openen, opslaan, sluiten, verwijderen • duidelijke, herkenbare bestandsnaam
-
Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: eenvoudig bestandsbeheer in bestaande mappenstructuur van het systeem: • bestanden en mappen zoeken • kopiëren • exporteren • terugvinden
-
Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: werken met bestanden: downloaden, uploaden
-
Illustreren het belang van frequent gebruikte extensies.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Extensies: Een bestandsextensie is een reeks letters die aan het einde van een bestandsnaam staat, gescheiden door een punt. Deze extensie geeft aan wat voor soort bestand het is en welk programma het kan openen.
Voorbeelden
Extensies: • .docx: Microsoft Word-document • .pdf: PDF-bestand (Portable Document Format) • .pptx: Microsoft PowerPoint-presentatie • .xlsx: Microsoft Excel-spreadsheet • .zip: gecomprimeerd archiefbestand • .mp4: veelgebruikt videobestand • .jpg: veelgebruikt afbeeldingsformaat • .gif: geanimeerde afbeelding
-
Illustreren eenvoudige handelingen bij digitale systemen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: eenvoudig bestandsbeheer in aangereikte mappenstructuur: • duidelijke bestandsnamen gebruiken • bestanden opslaan in de juiste map of cloudmap • verwijderen van overbodige of foute bestanden • aanmaken van mappen • hernoemen van mappen en bestanden • terughalen van verwijderde bestanden
-
Gebruiken eenvoudige handelingen bij digitale systemen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
-
Illustreren het basisgebruik van een toetsenbord.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsenbord: een fysiek of virtueel Basisgebruik: • letters • cijfers
Te hanteren begrippen
de letter, het cijfer
-
Illustreren het basisgebruik van een toetsenbord.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsenbord: een fysiek of virtueel Basisgebruik: • letters • cijfers • leestekens: ! ? .
Te hanteren begrippen
het leesteken, het punt, het vraagteken, het uitroepteken, het toetsenbord
-
Illustreren het basisgebruik van een toetsenbord.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsenbord: een fysiek of virtueel Basisgebruik: • letters • cijfers • leestekens: ! ? . , : ; < > = + -
Te hanteren begrippen
de komma, het dubbele punt, de puntkomma
-
Illustreren het vlot gebruik van een toetsenbord.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsenbord: een fysiek of virtueel Vlot gebruik: • letters: ç, ë, é, è, ê, à • cijfers • leestekens: ! ? . , : ; < > = + - “ ‘ • speciale tekens: @, #, /, (, ), €, % • toetsencombinaties
Te hanteren begrippen
het apenstaartje (at), het hekje (hashtag), het accent, de apostrof, de schuine streep (slash), de dubbele aanhalingstekens
Voorbeelden
Toetsencombinaties: Ctrl A (alles selecteren), Ctrl C (kopiëren), Ctrl X (knippen), Ctrl V (plakken), Ctrl Z (ongedaan maken)
-
Illustreren het aanpassen van eenvoudige systeeminstellingen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Systeeminstellingen: • taalinstellingen aanpassen • wifi aan/uit zetten • weergave- instellingen aanpassen (bv. volume harder of zachter zetten, helderheid van het scherm aanpassen, lettergrootte aanpassen, ‘mute’ aan/uitzetten, camera of telefoon selecteren in app) -
Passen eenvoudige systeeminstellingen aan.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aanpassen: volgens eigen behoefte
-
Gebruiken invoer- en uitvoerapparaten, met inbegrip van het toetsenbord, functioneel.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • basisgebruik van het toetsenbord • basisgebruik van invoer- en uitvoerapparaten
Voorbeelden
Functioneel basisgebruik van het toetsenbord: Anja maakt enkele wiskunde-oefeningen op haar tablet. Functioneel basisgebruik van invoer- en uitvoerapparaten • Stef, Lisa en Kadir gebruiken een microfoon om hun muzikale creatie op te nemen en regelen het volume. • Sam gebruikt een koptelefoon om naar het luisterverhaal te luisteren • De klas bekijkt een instructiefilmpje op het smartboard. • Selim scant een QR-code met een tablet • De leraar projecteert een film via de beamer op een witte muur. -
Gebruiken invoer- en uitvoerapparaten, met inbegrip van het toetsenbord, doelgericht.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • vlot gebruik van toetsenbord: voldoende snel en voldoende nauwkeurig • vlot gebruik van invoer- en uitvoerapparaten • Instellen van invoer- en uitvoerapparaten
Voorbeelden
Doelgericht en vlot gebruik toetsenbord: Jonathan werkt aan een spreekbeurt. Terwijl hij informatie uit een bron verwerkt, gebruikt hij vlot Ctrl+C en Ctrl+V om relevante tekstfragmenten te kopiëren en te plakken. Wanneer hij merkt dat hij per ongeluk een stuk tekst heeft verwijderd, herstelt hij dit met Ctrl+Z. Hij selecteert tekst met behulp van het toetsenbord om woorden vet of schuin te zetten. Doelgericht en vlot gebruik invoer- en uitvoerapparaten: • Liesl gebruikt een touchscreen om sneller iets te kunnen tekenen en een toetsenbord om een langere tekst te typen. • Reduan gebruikt een printer om een affiche af te drukken. • Zeger kiest ervoor om zijn foto’s op het smartboard te tonen zodat iedereen het goed kan zien. • Patricia gebruikt een scanner om een pagina uit een boek snel naar haar vriendin te kunnen sturen. Instellen van invoer- en uitvoerapparaten: principe van ‘plug and play': • een hoofdtelefoon aansluiten (en controleren of het werkt) • een externe camera of microfoon aansluiten (en controleren of het werkt) • een toetsenbord aansluiten (en controleren of het werkt) -
Hanteren invoer- en uitvoerapparaten zorgzaam.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
-
Begrijpen de functie van een digitale zoektool.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Zoektools: Google, DuckduckGo, Ecosia, Wikipedia, YouTube, webshop
-
Gebruiken een digitale zoektool om informatie te verzamelen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: met aangereikte zoektermen
-
Illustreren zoekstrategieën om digitale bronnen te raadplegen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zoekstrategie: zonder gebruik van taalmodel/prompt • formuleren van zoekvraag: weten dat je eerst moet weten wat je zoekt en waarom je het zoekt • kiezen van zoektool: weten dat er verschillende zoektools bestaan om informatie te vinden • formuleren van zoekopdracht: weten dat je een zoekopdracht duidelijk en gericht moet formuleren • beoordelen van zoekresultaten: weten dat niet alle zoekresultaten bruikbaar en correct zijn en kennismaken met een aantal criteria voor selectieTe hanteren begrippen
de zoekmachine, de zoekvraag, de zoekopdracht, het zoekresultaat
-
Illustreren mogelijkheden bij de formulering van een digitale zoekopdracht.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Formulering: zoeken met: • trefwoorden • combinaties van trefwoorden • filters • afbeeldingen • klikken op links
Te hanteren begrippen
het trefwoord, de link, de filter, de afbeelding
-
Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • onder begeleiding • ontwerpen • toepassen
Voorbeelden
Senne kiest een lievelingsdier waar hij informatie moet over opzoeken: de dolfijn. Aan de hand van het bordschema kiest hij volgende 3 deelvragen (‘decompositie’): Wat eten dolfijnen? Waar leven ze? Hoe communiceren ze? Samen met de leraar schrijft hij de verschillende stappen op die hij in een logische volgorde moet zetten (‘algoritmisch denken’). De leraar helpt ook bij het verfijnen van de zoektermen (geen zinnen maar termen: ‘abstractie’) en bij het afbakenen van zoekplekken: kindvriendelijke websites en zoekmachine. Wanneer Senne op een deelvraag geen goed antwoord vindt, helpt de leraar nadenken over hoe Senne het anders zou kunnen aanpakken (‘iteratief denken’).
-
Beschrijven artificiële intelligentie.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Artificiële intelligentie (AI): Een systeem dat menselijke intelligentie nabootst: het vermogen om te leren, redeneren, problemen op te lossen en beslissingen te nemen. AI wordt vaak aangedreven door ‘machine learning’, waarbij algoritmen patronen in grote hoeveelheden gegevens (input) herkennen (processing) en voorspellingen (output) doen.
Te hanteren begrippen
de artificiële intelligentie
-
Geven toepassingen van artificiële intelligentie.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassingen: • spraakherkenning • vertaaltools • aanbevelingssysteem
Voorbeelden
Toepassingen: • Spraakherkenning: Ondertitels die automatisch gegenereerd worden bij een filmpje. • Vertaaltools: Zinnen in het Engels naar het Nederlands vertalen via een vertaaltool • Aanbevelingssyteem: Muziek die automatisch wordt voorgesteld omdat die lijkt op hun favoriete nummers. -
Illustreren zoekstrategieën voor het verfijnen van de digitale zoekopdracht in functie van het beoogde zoekresultaat.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale zoekopdracht: • Via een ‘zoekmachine’ • Via een AI-tool/taalmodel (door de school ter beschikking gesteld) • Bijsturen
Te hanteren begrippen
bijsturen, de zoekstrategie, de prompt, de AI-assistent
Voorbeelden
Via een zoekmachine of via een AI-tool: • Samira zoekt een recept voor tiramisu via een zoekmachine • Chloë vraagt op basis van de ingrediënten in de koelkast aan een AI-tool om een recept samen te stellen • Javier zoekt via een zoekmachine verschillende mooie afbeeldingen ter illustratie van zijn spreekbeurt “waarom zijn bijen belangrijk?”. • Fairous formuleert een specifieke prompt voor een AI-tool omdat ze een icoon nodig heeft van een groene hond waarvan een oor en een staart ontbreekt. -
Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • zelfstandig • ontwerpen • toepassen • bijsturen indien nodig
Voorbeelden
Jonas moet info zoeken voor een spreekbeurt over vulkanen. Hij denkt na over welke zoekmachine (Google) en welke zoektermen hij zal gebruiken. Hij splitst hiertoe de taak op in 3 delen (‘decompositie’): wat zijn vulkanen, hoe werken ze en waar ze komen ze voor? Als blijkt dat de zoektermen te breed zijn gaat hij die versmallen. Jonas typt bv. niet zomaar ‘vulkaan’ als zoekopdracht maar kiest de kern van de vraag (“hoe werkt een vulkaan”) en laat overbodige woorden weg (‘abstractie’). Bij de resultaten zitten enkele te moeilijke teksten en verkeerde info (‘debuggen’). Die gebruikt hij niet.
-
Reflecteren op artificieel gegenereerde antwoorden.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Artificieel gegenereerde antwoorden: • verkregen informatie • gehanteerde prompt/ gehanteerd taalmodel • wanneer AI inzetten en wanneer niet
Voorbeelden
Esra weet dat je niet zomaar voor om het even welke zoekopdracht beroep moet doen op AI omdat dit veel energie verbruikt en dus een grotere ecologische impact heeft dan opzoeken via een zoekmachine. Ze gebruikt AI enkel bij complexe vragen die anders tientallen zoekopdrachten zouden vereisen.
-
Herkennen digitale bronnen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: bruikbaarheid
-
Herkennen digitale bronnen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • bruikbaarheid • correctheid
-
Herkennen digitale bronnen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • bruikbaarheid • correctheid • betrouwbaarheid
-
Evalueren digitale bronnen.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
-
Illustreren het gezond gebruik van digitale media.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale media: impact van digitale media op eigen leefwereld Gezond gebruik: • Te lang naar een scherm kijken is niet goed voor de ogen. • Je moet rechtop zitten of staan bij het gebruik van een scherm. • Het scherm bevindt zich best op ooghoogte. • Digitale media zijn leuk, maar niet de hele dag nodig.
-
Gebruiken digitale media op een gezonde manier.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale media: impact van digitale media op eigen leefwereld • schermtijd • lichaamshouding • gehoorbescherming • kiezen voor natuurlijk spel boven digitaal spel
-
Illustreren het gezond gebruik van digitale media.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale media: impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen Gezond gebruik: met aandacht voor: • gezondheidsaspecten: Hoe digitaal gedrag je lichaam en geest beïnvloedt. • Reconstrueren ervaringen uit hun eigen leven waarbij digitale media stress of onrust gaven en uitwisselen hoe dat voelde en waarom. • Elkaars schermgewoontes bespreken en tips formuleren voor gezondere routines.Voorbeelden
• Anita verbeeldt hoe een week zonder schermen eruitziet. • Nicole vertelt welke apps zij verslavend vindt. Zij zoekt uit waarom deze tools dit effect bij haar veroorzaken. -
Illustreren het gezond gebruik van digitale media.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale media: impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen Gezond gebruik: met aandacht voor: • ethische aspecten: wat is juist of fout, eerlijk of oneerlijk, respectvol of kwetsend in een online context? • sociale aspecten: Wat is het effect op mensen en de maatschappij?Voorbeelden
Gezond gebruik: • ethische aspecten: Je mag geen kwetsende reacties online plaatsen; Je mag niet oneerlijk spelen in online games; Je mag niet iemand buitensluiten uit een groep • sociale aspecten: Jef zegt: “"Als ik te veel met mijn tablet bezig ben, speel ik minder vaak buiten met vrienden.” Anita zegt: "Mensen kunnen snel nieuws delen en veel mensen tegelijkertijd bereiken als er ergens hulp nodig is." Semira zegt: “Sommige mensen plaatsen kwetsende berichten online, waardoor anderen zich slecht voelen.” -
Illustreren het gezond gebruik van digitale media.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale media: impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen Gezond gebruik: met aandacht voor: • regelgevende aspecten: Wat je mag doen? Wat je moet doen? Wat is wettelijk toegestaan of verboden? • veiligheidsaspecten: Hoe je jezelf en anderen online beschermt? o tweestapsverificatie o wachtwoordzinnen o profielpagina: openbare en niet openbare informatie o vertrouwenspersonen bij online problemen • kritisch omgaan met de invloed van influencers en reclameVoorbeelden
Gezond gebruik: • Sam en Louis stellen een online gedragscode op waarbij ze rechten en plichten van gebruikers opnemen: Wat moet elke gebruiker weten en doen? • In groep 5B gaan de kinderen na of zij zelf of anderen ooit iets gedaan hebben dat wettelijk niet mocht, foto's verspreiden zonder toestemming. De groep bespreekt wat daarvan de gevolgen kunnen zijn. • Wiebe en Nele maken een klasposter met tips om jezelf en anderen online te beschermen. • Joppe en Saskia onderzoeken welk schoonheidsideaal reclame en sommige influencers promoten en wat het effect daarvan is op sommige jongeren. -
Gebruiken digitale media op een gezonde manier.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: met aandacht voor impact van digitale media op eigen leefwereld en die van anderen (ethische, sociale, regelgevende, gezondheids- en veiligheidsaspecten)
-
Illustreren online veiligheid.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Online veiligheid: • online privacy: Je mag zelf kiezen welke informatie je deelt en met wie. • online veiligheid: gaat over jezelf en anderen beschermen op het internet • persoonlijke gegevens: je naam, adres, geboortedatum, telefoonnummer of school
Te hanteren begrippen
de (online) privacy, de persoonlijke gegevens, beschermen
Voorbeelden
• Lotje deelt niet zomaar persoonlijke informatie op internet. • Lucas weet dat hij moet oppassen voor gevaarlijke berichten, vreemde links of onbekende mensen online. -
Beschrijven de functie van een account.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie: online veiligheid Account: • Iets waarmee je kan inloggen op een website of spel, vaak met een gebruikersnaam en wachtwoord. • Een account bevat vaak je persoonlijke gegevens. • Je bent verantwoordelijk voor wat er met je account gebeurt.Te hanteren begrippen
het account, de gebruikersnaam, het wachtwoord, de online veiligheid
-
Illustreren het gebruik van een sterk wachtwoord.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sterk wachtwoord: online veiligheid • lengte: Een sterk wachtwoord moet minimaal 11 tekens lang zijn. • variatie in tekens: Gebruik een combinatie van hoofdletters, kleine letters, cijfers en symbolen • geen echte woorden: Vermijd gewone woorden of namen, omdat deze makkelijker te raden zijn. • uniek voor elke account: Gebruik nooit hetzelfde wachtwoord voor meerdere accounts. • geen persoonlijke informatie: Vermijd namen, geboortedata of andere makkelijk te achterhalen gegevens.Voorbeelden
Sterk wachtwoord: • gebruik van touch ID • H@nd!g3Wachtw00rd • gebruik van dubbele identificatie
-
Ontwerpen een sterk wachtwoord.
ICT › Mediawijsheid
-
Maken een account.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Account: online veiligheid Maken: binnen een aangereikte omgeving
-
Illustreren phishing.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Phishing: online veiligheid Een vorm van online misleiding waarbij iemand probeert je persoonlijke gegevens of geld te stelen.
-
Illustreren cyberpesten.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Cyberpesten: online veiligheid Het herhaaldelijk kwetsen, uitsluiten of bedreigen van iemand via het internet of sociale media.
Te hanteren begrippen
cyberpesten, sociale media
-
Illustreren sexting.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sexting: online veiligheid Het versturen of delen van naaktbeelden of intieme berichten, wat risico’s meebrengt, zeker als het zonder toestemming gebeurt.
-
Beschrijven mogelijkheden om zichzelf en anderen online te beschermen.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Online beschermen: online grenzen stellen • “privacybewustzijn” • weten met wie je omgaat • risicoherkenning en actie: ongepast gedrag of pestgedrag herkennen; weten hoe je iets kunt melden of blokkeren • problemen of twijfels bespreken met een volwasseneTe hanteren begrippen
(online) grenzen stellen, pesten, iemand of iets blokkeren
-
Passen de principes van online veiligheid toe.
ICT › Mediawijsheid
-
Illustreren nepnieuws.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Nepnieuws: impact van digitale media op eigen leefwereld • nepnieuws: informatie die opzettelijk fout of verzonnen is en die mensen kan misleiden • Weten dat je niet alles moet geloven wat online staat. • Weten dat je altijd mag vragen of iets echt is en dat je informatie best in meerdere bronnen checkt.Te hanteren begrippen
het nepnieuws (fake news), de gekleurde informatie, de objectieve informatie
-
Analyseren digitale content.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Analyseren: Met argumenten kunnen aangeven waarom een nieuwsbericht, filmpje, foto of bericht op sociale media waarschijnlijk betrouwbaar of onbetrouwbaar is.
-
Illustreren het respectvol online communiceren.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Respectvol online communiceren: • altijd beleefd en vriendelijk blijven • niet pesten of buitensluiten • eerst nadenken, dan verzenden • respect voor privacy • iedereen mag zijn mening geven • afspraken van de school volgen
Te hanteren begrippen
met respect, de nettiquette
-
Gebruiken een respectvolle houding en taal bij het online communiceren en interageren.
ICT › Mediawijsheid
-
Beschrijven de basisprincipes van auteursrecht en portretrecht.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Auteursrecht en portretrecht: • Wat iemand zelf maakt, mag niet zomaar door anderen gebruikt of gekopieerd worden. • Iemand mag niet gefotografeerd of gefilmd worden zonder goedkeuring van die persoon. • Een foto of video waarop iemand herkenbaar afgebeeld staat mag enkel gepubliceerd of gedeeld worden als die persoon toestemming geeft.Te hanteren begrippen
het auteursrecht, het portretrecht, de toestemming, om toestemming vragen
-
Passen de basisprincipes van auteursrecht en portretrecht toe.
ICT › Mediawijsheid
-
Tonen zich mediawijs bij online interacties.
ICT › Mediawijsheid
-
Illustreren de eigen digitale voetafdruk.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale voetafdruk: het geheel van alles wat je online achterlaat
Te hanteren begrippen
de digitale voetafdruk
-
Verminderen de eigen digitale voetafdruk.
ICT › Mediawijsheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jef beheert consequent de cookie- instellingen. • Kurt laadt geen foto’s op van zijn vrienden via AI.
-
Gaan bewust om met de eigen digitale voetafdruk.
ICT › Mediawijsheid
-
Herkennen mogelijkheden van digitale tools om te communiceren.
ICT › Digitale creatie › Communiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het bericht, de e-mail, de chat, het videogesprek
Voorbeelden
Communiceren: • Typen in een klassikale groepschat, bijvoorbeeld tijdens een quiz, brainstorm of online opdracht. • In duo of groepje samenwerken in een gedeeld document door tekst toe te voegen, te bewerken of te reageren met kleur of commentaar. • Oefenen met videobellen via een veilige tool, door samen in te loggen, elkaar te begroeten, te luisteren en kort iets te zeggen. -
Illustreren het type tool bij verschillende vormen van communicatie.
ICT › Digitale creatie › Communiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Type tool: • korte boodschap: een chatapp • langere boodschap: een e-mailprogramma • gesprekken op afstand: videobeltool
-
Duiden verschillende vormen van digitale communicatie.
ICT › Digitale creatie › Communiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale communicatie: Realtime verwijst naar een systeem dat onmiddellijk reageert op input, zonder merkbare vertraging.
Te hanteren begrippen
de realtime
Voorbeelden
Realtime: Papa Dirk volgt een sportapp waarbij tijdens de koers de posities van de renners direct weergegeven worden.
-
Duiden verschillende vormen van digitale communicatie.
ICT › Digitale creatie › Communiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende vormen digitale communicatie: Het verschil ligt in de manier waarop informatie wordt verwerkt en gedeeld: • Synchroon betekent dat een proces of communicatie gelijktijdig plaatsvindt tussen meerdere partijen. • Asynchroon betekent dat iets niet gelijktijdig plaatsvindt, het gebeurt op verschillende tijdstippen.Te hanteren begrippen
asynchroon, synchroon, sociale media, het profiel
Voorbeelden
Synchroon: Valérie neemt deel aan een live videogesprek waarbij deelnemers direct met elkaar praten en reageren. Asynchroon: • Het bericht van Elise wordt op een later moment gelezen en beantwoord door Mira. • Stef plaatst een korte post op het klasplatform en reageert met emoji’s op eerder geplaatste berichten. • Stefanie vertelt dat haar oudere broer zelf ‘coole edits’ maakt en op Instagram en TikTok post. Zijn volgers bekijken dit op een zelfgekozen tijdstip. -
Bepalen welke tools geschikt zijn voor synchrone en voor asynchrone communicatie.
ICT › Digitale creatie › Communiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Synchrone communicatie: videobellen, chatten Asynchrone communicatie: e-mail, online leeromgevingen, sociale media
-
Bepalen een passende digitale communicatiewijze.
ICT › Digitale creatie › Communiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Passende digitale communicatiewijze: op basis van: • het doel • realtime of niet • de situatie • de ontvanger
-
Tonen hun kennis over content en verschillende digitale communicatievormen in verschillende contexten.
ICT › Digitale creatie › Communiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Clarice stuurt een spraakbericht naar haar oma via een berichtenapp omdat haar oma moeite heeft met lezen. Ze kiest bewust voor audio als communicatievorm. • Jaak maakt een korte video om aan zijn klasgenoten uit te leggen hoe je een vogelhuisje maakt. Hij gebruikt beeld en gesproken uitleg om duidelijker over te brengen wat hij bedoelt. -
Beschrijven de mogelijkheden van digitale tools.
ICT › Digitale creatie › Content creëren
-
Gebruiken het juiste type digitale tools voor specifieke digitale taken.
ICT › Digitale creatie › Content creëren