Leerplannen Leerplandoelen
IT.003 Begrijpen L1 L2

Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

ICT Computationeel denken Inzicht in digitale systemen

Leeftijd
6-7,7-8 jaar
Handelingswerkwoord
Herkennen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
L4 8.1.1
In de PDF
pagina 2

Leerlijn

Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

MIA
Bouwstenen:
• invoer (input): Alles wat jij aan het systeem geeft.
• verwerking (processing): Wat het systeem doet met de informatie die jij geeft.
• uitvoer (output): Wat het systeem aan jou teruggeeft.

Te hanteren begrippen
de invoer (input), de uitvoer (output), de verwerking (processing), verwerken

Voorbeelden
• Milsa gebruikt een tablet om een foto te maken. Ze begrijpt dat het indrukken van
    de cameraknop de invoer is, dat de tablet de afbeelding verwerkt en dat de uitvoer
    de foto is die op het scherm verschijnt.
• Bavo typt een som in op een rekenmachine: 8 + 4. Hij benoemt het getypte als de
    invoer (input), het rekenen binnenin het toestel als de verwerking, en het antwoord
    12 op het scherm als de uitvoer (output).
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Computationeel denken”
KO

L4

De leerlingen kunnen
8.1.1 de volgende begrippen gebruiken: digitaal, het
internet, de hardware, de software, de invoer, de
verwerking, de uitvoer, de opslag, verzenden, ontvangen,
offline, online.
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.

L6

De leerlingen kennen
8.1.1 het proces van digitale informatieverwerking en
begrijpen hoe digitale systemen met elkaar verbonden
kunnen worden om te communiceren:
• samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en
    opslag;
• gegevensuitwisseling tussen digitale systemen;
• verbinding tussen systemen;
    < bv. via kabel, wifi of mobiel internet >
• verwerking en opslag van gegevens op een andere
    locatie dan het eigen digitale apparaat.
    < bv. * Leerlingen begrijpen dat een tablet een
    bericht verwerkt: je typt iets (invoer), het toestel
    verwerkt dit en toont het bericht op het scherm
    (uitvoer). * Leerlingen begrijpen dat bij online gamen
    meerdere spelers tegelijk in verbinding staan via het
    internet, zodat ze samen kunnen spelen en
    communiceren (realtime gegevensuitwisseling). >
8.1.2 de volgende begrippen: de invoer, de uitvoer, de
opslag, de informatieverwerking, het netwerk, de
verbinding.
KO

L4

De leerlingen kennen
8.1.2 het volgende begrip: het algoritme.

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een lineair algoritme te ontwerpen,

L6

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een algoritme te ontwerpen, testen
en debuggen om tot een werkende oplossing te komen:
• opbouw van algoritme: combinatie van
sequentie, herhaling, keuze.
testen en debuggen om tot een werkende oplossing te
komen:
• de principes van computationeel denken: abstractie,
    decompositie, patroonherkenning, algoritme;
    < * abstractie: het focussen op wat belangrijk is en
    het weglaten van overbodige details *decompositie:
    het opdelen van een groot probleem in kleinere,
    hanteerbare delen
    * patroonherkenning: het zien van gelijkenissen en
    herhalingen in gegevens of opdrachten, bv. in
    reeksen, ritmes, bewegingen en
    programmeeropdrachten * algoritme: een expliciete
    reeks eenduidige instructies die stapsgewijs moeten
    worden uitgevoerd, waarbij zowel de instructies als
    hun volgorde essentieel zijn om het gewenste
    resultaat te bereiken om zowel een niet-digitaal als
    digitaal probleem op te lossen >
• opbouw van algoritme: sequentie.