Leerplannen Leerplandoelen
IT.014 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6

Tonen hun kennis over digitale systemen en digitale informatieverwerking in verschillende contexten.

ICT Computationeel denken Inzicht in digitale systemen

Leeftijd
5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Tonen
Verwerkingsaspect
Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
Minimumdoelen
L4 8.1.1; L6 8.1.1; L6 8.1.2
In de PDF
pagina 6

Leerlijn

Tonen hun kennis over digitale systemen en digitale informatieverwerking in
verschillende contexten.

Voorbeelden
• Margriet maakt een foto met haar smartphone en stuurt die via een bericht naar
    haar oma. Ze legt uit dat de camera invoer is, de telefoon de foto verwerkt, dat de
    afbeelding wordt opgeslagen in de galerij en dat het scherm de uitvoer toont.
• Jowannes werkt aan een presentatie op de computer. Hij begrijpt dat hij typt met
    het toetsenbord (hardware), de presentatie maakt in een app (software) en het
    document opgeslagen wordt op de harde schijf zodat hij later kan verder werken.
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Computationeel denken”
KO

L4

De leerlingen kunnen
8.1.1 de volgende begrippen gebruiken: digitaal, het
internet, de hardware, de software, de invoer, de
verwerking, de uitvoer, de opslag, verzenden, ontvangen,
offline, online.
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.

L6

De leerlingen kennen
8.1.1 het proces van digitale informatieverwerking en
begrijpen hoe digitale systemen met elkaar verbonden
kunnen worden om te communiceren:
• samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en
    opslag;
• gegevensuitwisseling tussen digitale systemen;
• verbinding tussen systemen;
    < bv. via kabel, wifi of mobiel internet >
• verwerking en opslag van gegevens op een andere
    locatie dan het eigen digitale apparaat.
    < bv. * Leerlingen begrijpen dat een tablet een
    bericht verwerkt: je typt iets (invoer), het toestel
    verwerkt dit en toont het bericht op het scherm
    (uitvoer). * Leerlingen begrijpen dat bij online gamen
    meerdere spelers tegelijk in verbinding staan via het
    internet, zodat ze samen kunnen spelen en
    communiceren (realtime gegevensuitwisseling). >
8.1.2 de volgende begrippen: de invoer, de uitvoer, de
opslag, de informatieverwerking, het netwerk, de
verbinding.
KO

L4

De leerlingen kennen
8.1.2 het volgende begrip: het algoritme.

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een lineair algoritme te ontwerpen,

L6

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een algoritme te ontwerpen, testen
en debuggen om tot een werkende oplossing te komen:
• opbouw van algoritme: combinatie van
sequentie, herhaling, keuze.
testen en debuggen om tot een werkende oplossing te
komen:
• de principes van computationeel denken: abstractie,
    decompositie, patroonherkenning, algoritme;
    < * abstractie: het focussen op wat belangrijk is en
    het weglaten van overbodige details *decompositie:
    het opdelen van een groot probleem in kleinere,
    hanteerbare delen
    * patroonherkenning: het zien van gelijkenissen en
    herhalingen in gegevens of opdrachten, bv. in
    reeksen, ritmes, bewegingen en
    programmeeropdrachten * algoritme: een expliciete
    reeks eenduidige instructies die stapsgewijs moeten
    worden uitgevoerd, waarbij zowel de instructies als
    hun volgorde essentieel zijn om het gewenste
    resultaat te bereiken om zowel een niet-digitaal als
    digitaal probleem op te lossen >
• opbouw van algoritme: sequentie.