Leerplannen Leerplandoelen
IT.024 Begrijpen K3 GO!-doel

Benoemen courante digitale apparaten.

ICT Digitale informatievaardigheid Digitale geletterdheid

Leeftijd
5-6 jaar
Handelingswerkwoord
Benoemen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
geen — GO!-doel op populatieniveau
In de PDF
pagina 13

Leerlijn

Benoemen courante digitale apparaten.

Te hanteren begrippen
de tablet, de smartphone, de computer, de laptop, de televisie, de printer, de
afstandsbediening, het fototoestel, de camera, de microfoon, de robot
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Digitale informatievaardigheid”
KO

L4

De leerlingen kennen
8.2.1 het volgende begrip: het bestand.
< een bestand: digitale informatie zoals tekst, beeld,
geluid, video of programma dat je kunt opslaan, openen
of bewerken >

De leerlingen kunnen
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.
8.2.3 bestanden gebruiken via de bestaande
mappenstructuur van het systeem.

L6

De leerlingen kunnen
8.2.1 doelgericht invoer- en uitvoerapparaten gebruiken
en instellen met inbegrip van vlot gebruik van een
toetsenbord.
8.2.2 bestanden openen, downloaden, opslaan, uploaden
en sluiten.
8.2.3 bestanden beheren via een aangereikte structuur.
< bv.
* duidelijke bestandsnamen gebruiken
* bestanden opslaan in de juiste map
* verwijderen van overbodige of foute bestanden
* aanmaken van mappen
* hernoemen van mappen en bestanden
* terughalen van verwijderde bestanden >
8.2.4 eenvoudige systeeminstellingen aanpassen.
< bv.
* taalinstellingen aanpassen
* wifi aan/uit zetten
* weergave-instellingen aanpassen >
KO

L4

De leerlingen kennen
8.2.4 zoekstrategieën om digitale bronnen te vinden en
raadplegen:
• formuleren van zoekvraag;
• kiezen van zoektool;
• formuleren van zoekopdracht;
• beoordelen van zoekresultaten.

De leerlingen kunnen
8.2.5 onder begeleiding een zoekstrategie uitwerken en
toepassen vanuit de principes van computationeel
denken.

L6

De leerlingen kennen
8.2.5 het volgende begrip: de artificiële intelligentie.

De leerlingen kunnen
8.2.6 een zoekstrategie uitwerken, toepassen en indien
nodig bijsturen vanuit de principes van computationeel
denken.
< bv. een eenvoudige en effectieve prompt formuleren in
een door de school beschikbaar gestelde AI-tool om
content/informatie te verkrijgen >
8.2.7 aan de hand van aangereikte criteria digitale
bronnen beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid
en correctheid.
8.2.8 voorbeelden geven van toepassingen waarin AI
gebruikt wordt.
< bv. spraakherkenning, vertaaltools,
aanbevelingssysteem >