Leerplannen Leerplandoelen
IT.018 Begrijpen L3 L4

Beschrijven mogelijkheden om algoritmen te optimaliseren.

ICT Computationeel denken Principes van computationeel denken

Leeftijd
8-9,9-10 jaar
Handelingswerkwoord
Beschrijven
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
L4 8.1.3
In de PDF
pagina 9,10

Leerlijn

Beschrijven mogelijkheden om algoritmen te optimaliseren.
MIA
Algoritmen:
• Digitaal (plugged)

Mogelijkheden:
• Testen en debuggen: fouten opsporen en corrigeren.
• Iteratief denken

Te hanteren begrippen
testen, debuggen

Voorbeelden
Testen en debuggen:
• Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te
    controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals
    een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment,
    passen ze het programma aan om de fout te verbeteren.
• Julie en Mateo programmeren de Bee-Bot om een schat te bereiken. Tijdens het
    testen rijdt de robot één vakje te ver. Ze ontdekken dat er een extra ‘vooruit’-
    opdracht in hun programma staat en verwijderen die fout.”
Iteratief denken:
Iets steeds opnieuw proberen en verbeteren, in kleine stappen naar een oplossing
toewerken, een proces meerdere keren doorlopen om het te verbeteren, een
gestructureerde aanpak volgen waarbij je steeds aanpassingen maakt

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Computationeel denken”
KO

L4

De leerlingen kunnen
8.1.1 de volgende begrippen gebruiken: digitaal, het
internet, de hardware, de software, de invoer, de
verwerking, de uitvoer, de opslag, verzenden, ontvangen,
offline, online.
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.

L6

De leerlingen kennen
8.1.1 het proces van digitale informatieverwerking en
begrijpen hoe digitale systemen met elkaar verbonden
kunnen worden om te communiceren:
• samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en
    opslag;
• gegevensuitwisseling tussen digitale systemen;
• verbinding tussen systemen;
    < bv. via kabel, wifi of mobiel internet >
• verwerking en opslag van gegevens op een andere
    locatie dan het eigen digitale apparaat.
    < bv. * Leerlingen begrijpen dat een tablet een
    bericht verwerkt: je typt iets (invoer), het toestel
    verwerkt dit en toont het bericht op het scherm
    (uitvoer). * Leerlingen begrijpen dat bij online gamen
    meerdere spelers tegelijk in verbinding staan via het
    internet, zodat ze samen kunnen spelen en
    communiceren (realtime gegevensuitwisseling). >
8.1.2 de volgende begrippen: de invoer, de uitvoer, de
opslag, de informatieverwerking, het netwerk, de
verbinding.
KO

L4

De leerlingen kennen
8.1.2 het volgende begrip: het algoritme.

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een lineair algoritme te ontwerpen,

L6

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een algoritme te ontwerpen, testen
en debuggen om tot een werkende oplossing te komen:
• opbouw van algoritme: combinatie van
sequentie, herhaling, keuze.
testen en debuggen om tot een werkende oplossing te
komen:
• de principes van computationeel denken: abstractie,
    decompositie, patroonherkenning, algoritme;
    < * abstractie: het focussen op wat belangrijk is en
    het weglaten van overbodige details *decompositie:
    het opdelen van een groot probleem in kleinere,
    hanteerbare delen
    * patroonherkenning: het zien van gelijkenissen en
    herhalingen in gegevens of opdrachten, bv. in
    reeksen, ritmes, bewegingen en
    programmeeropdrachten * algoritme: een expliciete
    reeks eenduidige instructies die stapsgewijs moeten
    worden uitgevoerd, waarbij zowel de instructies als
    hun volgorde essentieel zijn om het gewenste
    resultaat te bereiken om zowel een niet-digitaal als
    digitaal probleem op te lossen >
• opbouw van algoritme: sequentie.