IT.017
Begrijpen
L5
L6
Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 8.1.3
- In de PDF
- pagina 9
Leerlijn
Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel
denken.
MIA
Herkennen:
• digitaal (plugged)
Principes van computationeel denken:
• abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
niet toe doen.
• decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare
stukjes.
• patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
lus/ loop
• algoritmisch denken:
sequentie
keuze/voorwaarde: “als/dan”: beslissing binnen een (niet lineair) algoritme
waarbij het resultaat afhangt van een voorwaarde
herhaling
combinatie van sequentie, herhaling, keuze
Voorbeelden
Digitaal:
• Milan denkt na over welke deelstappen er nodig zijn om een eenvoudige game in
Scratch te programmeren (decompositie)
• Lena herkent in Scratch dat enkel de positie van het personage, de score en de
botsingen belangrijk zijn voor het spel. De kleur van de achtergrond is minder
belangrijk. Ze onderscheidt ook enkele ‘abstracte’ instructies die nodig zijn bij het
programmeren (abstractie)
• Noor weet dat om een virtueel personage voortdurend dezelfde beweging te laten
uitvoeren een lus/loop nodig is (patroonherkenning; algoritmisch denken)
• Adam herkent in een eenvoudig Scratchprogramma een algoritme met een
combinatie van sequentie, herhaling en keuze: ‘START het spel, HERHAAL
voortdurend de beweging, ALS de speler een vijand raakt, DAN stopt het spel.’
(algoritmisch denken)
Hangt samen met
- Vlag WI.973 Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken. L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WI.973 Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken. L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Computationeel denken”
KO
L4
De leerlingen kunnen
8.1.1 de volgende begrippen gebruiken: digitaal, het
internet, de hardware, de software, de invoer, de
verwerking, de uitvoer, de opslag, verzenden, ontvangen,
offline, online.
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.
L6
De leerlingen kennen
8.1.1 het proces van digitale informatieverwerking en
begrijpen hoe digitale systemen met elkaar verbonden
kunnen worden om te communiceren:
• samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en
opslag;
• gegevensuitwisseling tussen digitale systemen;
• verbinding tussen systemen;
< bv. via kabel, wifi of mobiel internet >
• verwerking en opslag van gegevens op een andere
locatie dan het eigen digitale apparaat.
< bv. * Leerlingen begrijpen dat een tablet een
bericht verwerkt: je typt iets (invoer), het toestel
verwerkt dit en toont het bericht op het scherm
(uitvoer). * Leerlingen begrijpen dat bij online gamen
meerdere spelers tegelijk in verbinding staan via het
internet, zodat ze samen kunnen spelen en
communiceren (realtime gegevensuitwisseling). >
8.1.2 de volgende begrippen: de invoer, de uitvoer, de
opslag, de informatieverwerking, het netwerk, de
verbinding.
KO L4 De leerlingen kennen 8.1.2 het volgende begrip: het algoritme. De leerlingen kunnen 8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel denken toepassen om een lineair algoritme te ontwerpen, L6 De leerlingen kunnen 8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel denken toepassen om een algoritme te ontwerpen, testen en debuggen om tot een werkende oplossing te komen: • opbouw van algoritme: combinatie van sequentie, herhaling, keuze.
testen en debuggen om tot een werkende oplossing te
komen:
• de principes van computationeel denken: abstractie,
decompositie, patroonherkenning, algoritme;
< * abstractie: het focussen op wat belangrijk is en
het weglaten van overbodige details *decompositie:
het opdelen van een groot probleem in kleinere,
hanteerbare delen
* patroonherkenning: het zien van gelijkenissen en
herhalingen in gegevens of opdrachten, bv. in
reeksen, ritmes, bewegingen en
programmeeropdrachten * algoritme: een expliciete
reeks eenduidige instructies die stapsgewijs moeten
worden uitgevoerd, waarbij zowel de instructies als
hun volgorde essentieel zijn om het gewenste
resultaat te bereiken om zowel een niet-digitaal als
digitaal probleem op te lossen >
• opbouw van algoritme: sequentie.