IT.049
Gebruiken
L3
L4
Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
- Leeftijd
- 8-9,9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Gebruiken
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L4 8.2.5
- In de PDF
- pagina 21
Leerlijn
Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken. MIA Gebruiken: • onder begeleiding • ontwerpen • toepassen Voorbeeld Senne kiest een lievelingsdier waar hij informatie moet over opzoeken: de dolfijn. Aan de hand van het bordschema kiest hij volgende 3 deelvragen (‘decompositie’): Wat eten dolfijnen? Waar leven ze? Hoe communiceren ze? Samen met de leraar schrijft hij de verschillende stappen op die hij in een logische volgorde moet zetten (‘algoritmisch denken’). De leraar helpt ook bij het verfijnen van de zoektermen (geen zinnen maar termen: ‘abstractie’) en bij het afbakenen van zoekplekken: kindvriendelijke websites en zoekmachine. Wanneer Senne op een deelvraag geen goed antwoord vindt, helpt de leraar nadenken over hoe Senne het anders zou kunnen aanpakken (‘iteratief denken’).
Hangt samen met
- Vlag LL.068 Verwoorden vakspecifieke leerstrategieën. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LL.108 Maken een ontwerp. K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag NL.279 Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden. L2,L3,L4
- Vlag NL.384 Verzamelen inhoud voor hun spreektaak.* L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag NL.600 Gebruiken verschillende (digitale) bronnen om informatie te verzamelen over kinder- en jeugdliteratuur. L3,L4,L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Digitale informatievaardigheid”
KO L4 De leerlingen kennen 8.2.1 het volgende begrip: het bestand. < een bestand: digitale informatie zoals tekst, beeld, geluid, video of programma dat je kunt opslaan, openen of bewerken > De leerlingen kunnen 8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een toetsenbord. 8.2.3 bestanden gebruiken via de bestaande mappenstructuur van het systeem. L6 De leerlingen kunnen 8.2.1 doelgericht invoer- en uitvoerapparaten gebruiken en instellen met inbegrip van vlot gebruik van een toetsenbord. 8.2.2 bestanden openen, downloaden, opslaan, uploaden en sluiten. 8.2.3 bestanden beheren via een aangereikte structuur. < bv. * duidelijke bestandsnamen gebruiken * bestanden opslaan in de juiste map * verwijderen van overbodige of foute bestanden * aanmaken van mappen * hernoemen van mappen en bestanden * terughalen van verwijderde bestanden > 8.2.4 eenvoudige systeeminstellingen aanpassen. < bv. * taalinstellingen aanpassen * wifi aan/uit zetten * weergave-instellingen aanpassen >
KO L4 De leerlingen kennen 8.2.4 zoekstrategieën om digitale bronnen te vinden en raadplegen: • formuleren van zoekvraag; • kiezen van zoektool; • formuleren van zoekopdracht; • beoordelen van zoekresultaten. De leerlingen kunnen 8.2.5 onder begeleiding een zoekstrategie uitwerken en toepassen vanuit de principes van computationeel denken. L6 De leerlingen kennen 8.2.5 het volgende begrip: de artificiële intelligentie. De leerlingen kunnen 8.2.6 een zoekstrategie uitwerken, toepassen en indien nodig bijsturen vanuit de principes van computationeel denken. < bv. een eenvoudige en effectieve prompt formuleren in een door de school beschikbaar gestelde AI-tool om content/informatie te verkrijgen > 8.2.7 aan de hand van aangereikte criteria digitale bronnen beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en correctheid. 8.2.8 voorbeelden geven van toepassingen waarin AI gebruikt wordt. < bv. spraakherkenning, vertaaltools, aanbevelingssysteem >