IT.015
Begrijpen
K3
L1
L2
GO!-doel
Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
- Leeftijd
- 5-6,6-7,7-8 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 7,8
Leerlijn
Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van
computationeel denken.
MIA
Herkennen:
• digitaal (plugged)
Principes van computationeel denken:
• abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
niet toe doen.
• decompositie: Het verdelen van een van een eenvoudige en concrete taak of
probleem in kleinere, haalbare stukjes.
• patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
• algoritmisch denken: stap voor stap een oplossing opbouwen
Voorbeelden
Digitaal:
• Fieke herkent de deelstappen die nodig zijn om de Bee-bot een bepaalde route te
laten afleggen (decompositie)
• Mona merkt op dat om een robot zijn route te laten afleggen we voor de richting
pijlen gebruiken en voor het aantal stappen getallen (abstractie). Ze merkt ook op
dat er enkele stappen terugkeren: driemaal “vooruit, naar links”
(patroonherkenning)
• Mila merkt op dat om een huis juist te kunnen tekenen eenduidige instructies
stapsgewijs moeten worden uitgevoerd in het digitale tekenprogramma
(algoritmisch denken).
Hangt samen met
- Vlag WI.971 Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken. K3,L1,L2
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WI.971 Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken. K3,L1,L2
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Computationeel denken”
KO
L4
De leerlingen kunnen
8.1.1 de volgende begrippen gebruiken: digitaal, het
internet, de hardware, de software, de invoer, de
verwerking, de uitvoer, de opslag, verzenden, ontvangen,
offline, online.
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.
L6
De leerlingen kennen
8.1.1 het proces van digitale informatieverwerking en
begrijpen hoe digitale systemen met elkaar verbonden
kunnen worden om te communiceren:
• samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en
opslag;
• gegevensuitwisseling tussen digitale systemen;
• verbinding tussen systemen;
< bv. via kabel, wifi of mobiel internet >
• verwerking en opslag van gegevens op een andere
locatie dan het eigen digitale apparaat.
< bv. * Leerlingen begrijpen dat een tablet een
bericht verwerkt: je typt iets (invoer), het toestel
verwerkt dit en toont het bericht op het scherm
(uitvoer). * Leerlingen begrijpen dat bij online gamen
meerdere spelers tegelijk in verbinding staan via het
internet, zodat ze samen kunnen spelen en
communiceren (realtime gegevensuitwisseling). >
8.1.2 de volgende begrippen: de invoer, de uitvoer, de
opslag, de informatieverwerking, het netwerk, de
verbinding.
KO L4 De leerlingen kennen 8.1.2 het volgende begrip: het algoritme. De leerlingen kunnen 8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel denken toepassen om een lineair algoritme te ontwerpen, L6 De leerlingen kunnen 8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel denken toepassen om een algoritme te ontwerpen, testen en debuggen om tot een werkende oplossing te komen: • opbouw van algoritme: combinatie van sequentie, herhaling, keuze.
testen en debuggen om tot een werkende oplossing te
komen:
• de principes van computationeel denken: abstractie,
decompositie, patroonherkenning, algoritme;
< * abstractie: het focussen op wat belangrijk is en
het weglaten van overbodige details *decompositie:
het opdelen van een groot probleem in kleinere,
hanteerbare delen
* patroonherkenning: het zien van gelijkenissen en
herhalingen in gegevens of opdrachten, bv. in
reeksen, ritmes, bewegingen en
programmeeropdrachten * algoritme: een expliciete
reeks eenduidige instructies die stapsgewijs moeten
worden uitgevoerd, waarbij zowel de instructies als
hun volgorde essentieel zijn om het gewenste
resultaat te bereiken om zowel een niet-digitaal als
digitaal probleem op te lossen >
• opbouw van algoritme: sequentie.