IT.043
Gebruiken
L5
L6
Gebruiken invoer- en uitvoerapparaten, met inbegrip van het toetsenbord, doelgericht.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Digitale geletterdheid
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Gebruiken
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L6 8.2.1
- In de PDF
- pagina 18,19
Leerlijn
Gebruiken invoer- en uitvoerapparaten, met inbegrip van het toetsenbord, doelgericht.
MIA
Gebruiken:
• vlot gebruik van toetsenbord: voldoende snel en voldoende nauwkeurig
• vlot gebruik van invoer- en uitvoerapparaten
• Instellen van invoer- en uitvoerapparaten
Voorbeelden
Doelgericht en vlot gebruik toetsenbord:
Jonathan werkt aan een spreekbeurt. Terwijl hij informatie uit een bron verwerkt,
gebruikt hij vlot Ctrl+C en Ctrl+V om relevante tekstfragmenten te kopiëren en te
plakken. Wanneer hij merkt dat hij per ongeluk een stuk tekst heeft verwijderd, herstelt
hij dit met Ctrl+Z. Hij selecteert tekst met behulp van het toetsenbord om woorden
vet of schuin te zetten.
Doelgericht en vlot gebruik invoer- en uitvoerapparaten:
• Liesl gebruikt een touchscreen om sneller iets te kunnen tekenen en een
toetsenbord om een langere tekst te typen.
• Reduan gebruikt een printer om een affiche af te drukken.
• Zeger kiest ervoor om zijn foto’s op het smartboard te tonen zodat iedereen het
goed kan zien.
• Patricia gebruikt een scanner om een pagina uit een boek snel naar haar vriendin te
kunnen sturen.
Instellen van invoer- en uitvoerapparaten:
principe van ‘plug and play':
• een hoofdtelefoon aansluiten (en controleren of het werkt)
• een externe camera of microfoon aansluiten (en controleren of het werkt)
• een toetsenbord aansluiten (en controleren of het werkt)
Hangt samen met
- Vlag LL.068 Verwoorden vakspecifieke leerstrategieën. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Schakel NL.176 Schrijven digitale teksten. L5,L6
- Vlag NL.299 Illustreren presentatievormen voor schrijfproducten. L3,L4,L5,L6
- Schakel NL.302 Schrijven teksten met een verzorgde opmaak. L5,L6
- Schakel NL.303 Gebruiken digitale middelen om geschreven teksten vorm te geven. L5,L6
- Vlag NL.307 Schrijven teksten met aandacht voor schrijfconventies. L4,L5,L6
- Vlag NL.405 Gebruiken hulpmiddelen bij mondeling presenteren*. L3,L4,L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Digitale informatievaardigheid”
KO L4 De leerlingen kennen 8.2.1 het volgende begrip: het bestand. < een bestand: digitale informatie zoals tekst, beeld, geluid, video of programma dat je kunt opslaan, openen of bewerken > De leerlingen kunnen 8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een toetsenbord. 8.2.3 bestanden gebruiken via de bestaande mappenstructuur van het systeem. L6 De leerlingen kunnen 8.2.1 doelgericht invoer- en uitvoerapparaten gebruiken en instellen met inbegrip van vlot gebruik van een toetsenbord. 8.2.2 bestanden openen, downloaden, opslaan, uploaden en sluiten. 8.2.3 bestanden beheren via een aangereikte structuur. < bv. * duidelijke bestandsnamen gebruiken * bestanden opslaan in de juiste map * verwijderen van overbodige of foute bestanden * aanmaken van mappen * hernoemen van mappen en bestanden * terughalen van verwijderde bestanden > 8.2.4 eenvoudige systeeminstellingen aanpassen. < bv. * taalinstellingen aanpassen * wifi aan/uit zetten * weergave-instellingen aanpassen >
KO L4 De leerlingen kennen 8.2.4 zoekstrategieën om digitale bronnen te vinden en raadplegen: • formuleren van zoekvraag; • kiezen van zoektool; • formuleren van zoekopdracht; • beoordelen van zoekresultaten. De leerlingen kunnen 8.2.5 onder begeleiding een zoekstrategie uitwerken en toepassen vanuit de principes van computationeel denken. L6 De leerlingen kennen 8.2.5 het volgende begrip: de artificiële intelligentie. De leerlingen kunnen 8.2.6 een zoekstrategie uitwerken, toepassen en indien nodig bijsturen vanuit de principes van computationeel denken. < bv. een eenvoudige en effectieve prompt formuleren in een door de school beschikbaar gestelde AI-tool om content/informatie te verkrijgen > 8.2.7 aan de hand van aangereikte criteria digitale bronnen beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en correctheid. 8.2.8 voorbeelden geven van toepassingen waarin AI gebruikt wordt. < bv. spraakherkenning, vertaaltools, aanbevelingssysteem >