Leerplannen Leerplandoelen
IT.021 Gebruiken L5 L6

Ontwerpen een algoritme volgens de principes van computationeel denken.

ICT Computationeel denken Principes van computationeel denken

Leeftijd
10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Ontwerpen
Verwerkingsaspect
Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
Minimumdoelen
L6 8.1.3
In de PDF
pagina 11

Leerlijn

Ontwerpen een algoritme volgens de principes van computationeel denken.

MIA
Ontwerpen:
• onder begeleiding
• digitaal (plugged)

Principes van computationeel denken:
• abstractie
• decompositie: groter en meer complex
• patroonherkenning
• algoritmisch denken: met aandacht voor de combinatie van sequentie, herhaling en
    keuze

Voorbeelden

• Hugo en Ayden programmeren een virtueel personage om die door een doolhof te
    sturen. Ze hebben aandacht voor het plannen van de route in stappen (sequentie),
    het herhalen van eenzelfde commando (herhaling) en beslissingen bij splitsingen
    (keuze). Als ze het virtueel personage naar rechts sturen moet hij over een balk
    springen, als ze het naar links sturen moet het een rondje dansen.
• Camille en Luna bouwen een virtuele escaperoom. Ze zorgen ervoor dat de puzzels
    in de juiste volgorde kunnen opgelost worden (sequentie). Ze zorgen voor
    herhaalde opgaven en acties (herhaling). Ze zorgen ook voor zijpaden bij foute
    keuzes.

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Computationeel denken”
KO

L4

De leerlingen kunnen
8.1.1 de volgende begrippen gebruiken: digitaal, het
internet, de hardware, de software, de invoer, de
verwerking, de uitvoer, de opslag, verzenden, ontvangen,
offline, online.
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.

L6

De leerlingen kennen
8.1.1 het proces van digitale informatieverwerking en
begrijpen hoe digitale systemen met elkaar verbonden
kunnen worden om te communiceren:
• samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en
    opslag;
• gegevensuitwisseling tussen digitale systemen;
• verbinding tussen systemen;
    < bv. via kabel, wifi of mobiel internet >
• verwerking en opslag van gegevens op een andere
    locatie dan het eigen digitale apparaat.
    < bv. * Leerlingen begrijpen dat een tablet een
    bericht verwerkt: je typt iets (invoer), het toestel
    verwerkt dit en toont het bericht op het scherm
    (uitvoer). * Leerlingen begrijpen dat bij online gamen
    meerdere spelers tegelijk in verbinding staan via het
    internet, zodat ze samen kunnen spelen en
    communiceren (realtime gegevensuitwisseling). >
8.1.2 de volgende begrippen: de invoer, de uitvoer, de
opslag, de informatieverwerking, het netwerk, de
verbinding.
KO

L4

De leerlingen kennen
8.1.2 het volgende begrip: het algoritme.

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een lineair algoritme te ontwerpen,

L6

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een algoritme te ontwerpen, testen
en debuggen om tot een werkende oplossing te komen:
• opbouw van algoritme: combinatie van
sequentie, herhaling, keuze.
testen en debuggen om tot een werkende oplossing te
komen:
• de principes van computationeel denken: abstractie,
    decompositie, patroonherkenning, algoritme;
    < * abstractie: het focussen op wat belangrijk is en
    het weglaten van overbodige details *decompositie:
    het opdelen van een groot probleem in kleinere,
    hanteerbare delen
    * patroonherkenning: het zien van gelijkenissen en
    herhalingen in gegevens of opdrachten, bv. in
    reeksen, ritmes, bewegingen en
    programmeeropdrachten * algoritme: een expliciete
    reeks eenduidige instructies die stapsgewijs moeten
    worden uitgevoerd, waarbij zowel de instructies als
    hun volgorde essentieel zijn om het gewenste
    resultaat te bereiken om zowel een niet-digitaal als
    digitaal probleem op te lossen >
• opbouw van algoritme: sequentie.