IT.053
Gebruiken
L5
L6
Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken.
ICT › Digitale informatievaardigheid › Informatiegeletterdheid
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Gebruiken
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L6 8.2.6
- In de PDF
- pagina 22,23
Leerlijn
Gebruiken een zoekstrategie vanuit de principes van computationeel denken. MIA Gebruiken: • zelfstandig • ontwerpen • toepassen • bijsturen indien nodig Voorbeeld Jonas moet info zoeken voor een spreekbeurt over vulkanen. Hij denkt na over welke zoekmachine (Google) en welke zoektermen hij zal gebruiken. Hij splitst hiertoe de taak op in 3 delen (‘decompositie’): wat zijn vulkanen, hoe werken ze en waar ze komen ze voor? Als blijkt dat de zoektermen te breed zijn gaat hij die versmallen. Jonas typt bv. niet zomaar ‘vulkaan’ als zoekopdracht maar kiest de kern van de vraag (“hoe werkt een vulkaan”) en laat overbodige woorden weg (‘abstractie’). Bij de resultaten zitten enkele te moeilijke teksten en verkeerde info (‘debuggen’). Die gebruikt hij niet.
Hangt samen met
- Vlag LL.012 Gebruiken strategieën om de executieve functies te versterken. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag LL.068 Verwoorden vakspecifieke leerstrategieën. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag NL.266 Schrijven teksten op basis van informatie, verzameld uit verschillende bronnen (synthese). L5,L6
- Vlag NL.280 Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden. L5,L6
- Vlag NL.384 Verzamelen inhoud voor hun spreektaak.* L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag NL.600 Gebruiken verschillende (digitale) bronnen om informatie te verzamelen over kinder- en jeugdliteratuur. L3,L4,L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Digitale informatievaardigheid”
KO L4 De leerlingen kennen 8.2.1 het volgende begrip: het bestand. < een bestand: digitale informatie zoals tekst, beeld, geluid, video of programma dat je kunt opslaan, openen of bewerken > De leerlingen kunnen 8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een toetsenbord. 8.2.3 bestanden gebruiken via de bestaande mappenstructuur van het systeem. L6 De leerlingen kunnen 8.2.1 doelgericht invoer- en uitvoerapparaten gebruiken en instellen met inbegrip van vlot gebruik van een toetsenbord. 8.2.2 bestanden openen, downloaden, opslaan, uploaden en sluiten. 8.2.3 bestanden beheren via een aangereikte structuur. < bv. * duidelijke bestandsnamen gebruiken * bestanden opslaan in de juiste map * verwijderen van overbodige of foute bestanden * aanmaken van mappen * hernoemen van mappen en bestanden * terughalen van verwijderde bestanden > 8.2.4 eenvoudige systeeminstellingen aanpassen. < bv. * taalinstellingen aanpassen * wifi aan/uit zetten * weergave-instellingen aanpassen >
KO L4 De leerlingen kennen 8.2.4 zoekstrategieën om digitale bronnen te vinden en raadplegen: • formuleren van zoekvraag; • kiezen van zoektool; • formuleren van zoekopdracht; • beoordelen van zoekresultaten. De leerlingen kunnen 8.2.5 onder begeleiding een zoekstrategie uitwerken en toepassen vanuit de principes van computationeel denken. L6 De leerlingen kennen 8.2.5 het volgende begrip: de artificiële intelligentie. De leerlingen kunnen 8.2.6 een zoekstrategie uitwerken, toepassen en indien nodig bijsturen vanuit de principes van computationeel denken. < bv. een eenvoudige en effectieve prompt formuleren in een door de school beschikbaar gestelde AI-tool om content/informatie te verkrijgen > 8.2.7 aan de hand van aangereikte criteria digitale bronnen beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en correctheid. 8.2.8 voorbeelden geven van toepassingen waarin AI gebruikt wordt. < bv. spraakherkenning, vertaaltools, aanbevelingssysteem >