Leerplannen Leerplandoelen
IT.016 Begrijpen L3 L4

Herkennen hoe een lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.

ICT Computationeel denken Principes van computationeel denken

Leeftijd
8-9,9-10 jaar
Handelingswerkwoord
Herkennen
Verwerkingsaspect
Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
Minimumdoelen
L4 8.1.3
In de PDF
pagina 8,9

Leerlijn

Herkennen hoe een lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van
computationeel denken.

MIA
Herkennen:
• digitaal (plugged)

Principes van computationeel denken:
• abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
    niet toe doen.
• decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare
    stukjes.
• patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
       lus/ loop
• algoritmisch denken:
       Sequentie

Te hanteren begrip
het algoritme

Voorbeelden
Digitaal:
De leerlingen willen de Bee-Bot naar een schat laten rijden.
Ze verdelen de opdracht in kleinere stappen (decompositie): eerst vooruitrijden, daarna
draaien, vervolgens opnieuw vooruitrijden, ... tot slot: stoppen bij de schat.
De leerlingen kijken daarbij alleen naar belangrijke informatie (abstractie): hoeveel
vakjes vooruit, waar de Bee-Bot moet draaien, waar het eindpunt ligt.
De kleur van de mat of tekeningen naast het parcours zijn niet belangrijk.
De Bee-Bot moet drie keer hetzelfde uitvoeren: vooruit, vooruit, draai rechts.
De leerlingen merken dat dit patroon telkens terugkomt en herkennen hierin een lus
(loop).
De Bee-Bot bereikt het doel alleen wanneer de opdrachten in de juiste sequentie staan
(algoritmisch denken): 1.vooruit 2.vooruit 3.draai links 4.vooruit. Wanneer de volgorde
verandert, rijdt de Bee-Bot fout.

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Computationeel denken”
KO

L4

De leerlingen kunnen
8.1.1 de volgende begrippen gebruiken: digitaal, het
internet, de hardware, de software, de invoer, de
verwerking, de uitvoer, de opslag, verzenden, ontvangen,
offline, online.
8.2.2 aangereikte invoer- en uitvoerapparaten functioneel
gebruiken met inbegrip van basisgebruik van een
toetsenbord.

L6

De leerlingen kennen
8.1.1 het proces van digitale informatieverwerking en
begrijpen hoe digitale systemen met elkaar verbonden
kunnen worden om te communiceren:
• samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en
    opslag;
• gegevensuitwisseling tussen digitale systemen;
• verbinding tussen systemen;
    < bv. via kabel, wifi of mobiel internet >
• verwerking en opslag van gegevens op een andere
    locatie dan het eigen digitale apparaat.
    < bv. * Leerlingen begrijpen dat een tablet een
    bericht verwerkt: je typt iets (invoer), het toestel
    verwerkt dit en toont het bericht op het scherm
    (uitvoer). * Leerlingen begrijpen dat bij online gamen
    meerdere spelers tegelijk in verbinding staan via het
    internet, zodat ze samen kunnen spelen en
    communiceren (realtime gegevensuitwisseling). >
8.1.2 de volgende begrippen: de invoer, de uitvoer, de
opslag, de informatieverwerking, het netwerk, de
verbinding.
KO

L4

De leerlingen kennen
8.1.2 het volgende begrip: het algoritme.

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een lineair algoritme te ontwerpen,

L6

De leerlingen kunnen
8.1.3 onder begeleiding de principes van computationeel
denken toepassen om een algoritme te ontwerpen, testen
en debuggen om tot een werkende oplossing te komen:
• opbouw van algoritme: combinatie van
sequentie, herhaling, keuze.
testen en debuggen om tot een werkende oplossing te
komen:
• de principes van computationeel denken: abstractie,
    decompositie, patroonherkenning, algoritme;
    < * abstractie: het focussen op wat belangrijk is en
    het weglaten van overbodige details *decompositie:
    het opdelen van een groot probleem in kleinere,
    hanteerbare delen
    * patroonherkenning: het zien van gelijkenissen en
    herhalingen in gegevens of opdrachten, bv. in
    reeksen, ritmes, bewegingen en
    programmeeropdrachten * algoritme: een expliciete
    reeks eenduidige instructies die stapsgewijs moeten
    worden uitgevoerd, waarbij zowel de instructies als
    hun volgorde essentieel zijn om het gewenste
    resultaat te bereiken om zowel een niet-digitaal als
    digitaal probleem op te lossen >
• opbouw van algoritme: sequentie.