Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

112 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: FR ✕

  1. FR.001 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.1

    Herkennen de uitspraak van woorden in het Frans.

    Frans Luisteren › Technisch luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitspraak:
    • klanken en klankencombinaties
    • woordklemtoon
    • articulatie en intonatie
  2. FR.002 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.1

    Onderscheiden aangeleerde woorden en structuren in zinnen.

    Frans Luisteren › Technisch luisteren

  3. FR.003 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.2

    Begrijpen een beluisterde zin.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
  4. FR.004 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.2

    Vertellen de betekenis van een beluisterde zin in het Nederlands.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
    
    Vertellen:
    in eigen woorden
  5. FR.005 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.2; L6 10.1.6

    Vertalen een beluisterde zin naar het Nederlands.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden

    Voorbeelden

    Vertalen :
    Il y a du soleil. Er is zon./ De zon schijnt./ Het is zonnig.
  6. FR.006 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.2

    Begrijpen instructies van de leraar binnen de klascontext.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Instructie:
    • enkelvoudige instructie
    • eenvoudig samengestelde instructies

    Voorbeelden

    Eenvoudig samengestelde instructies:
    • Prenez votre livre et un stylo.
    • Lisez le texte et écrivez une phrase.
  7. FR.007 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.2

    Reageren op instructies van de leraar binnen de klascontext.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

  8. FR.008 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.3; L6 10.1.4

    Herkennen informatie in een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp: waar de tekst over gaat
    • de hoofdgedachte: wat de schrijver over het onderwerp wil zeggen
    • de gedachtegang: hoe de ideeën van de schrijver in de tekst zijn opgebouwd
  9. FR.009 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.3; L6 10.1.4

    Geven informatie uit een beluisterde tekst weer.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp
    • de hoofdgedachte
    • de gedachtegang

    Te hanteren begrippen

    le sujet, l’idée principale, la question, la réponse
  10. FR.010 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.5

    Herkennen specifieke informatie uit een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie :
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: qui, quoi, quand, où, combien,
    comment, quel(le)(s), qu’est-ce que, que
  11. FR.011 Begrijpen L6 L6 10.1.5

    Herkennen specifieke informatie uit een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: pourquoi
  12. FR.012 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.5

    Geven specifieke informatie uit een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • letterlijk in de tekst weergegeven
    • niet letterlijk in de tekst weergegeven
  13. FR.013 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.5

    Leiden eenvoudige relaties en verbanden af in een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak-gevolg
    • vergelijking
    • tegenstelling
    • opeenvolging
    
    Afleiden:
    • aan de hand van structuuraanduiders: verwijs- en signaalwoorden

    Voorbeelden

    Oorzaak-gevolg:
    Het verhaal gaat over een meisje dat verdrietig is omdat ze de weg niet meer vindt.
  14. FR.014 Begrijpen L5 L6 L6 10.2.1

    Herkennen de relatie tussen klank- en schriftbeeld.

    Frans Lezen › Technisch lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Relatie tussen klank- en schriftbeeld:
    • Tijdens de Franse les hoort Gabriël de klank [o] in woorden zoals l’ hôtel en beau en
        merkt hij op dat deze klank op verschillende manieren geschreven kan worden.
    • Louise ontdekt dat de klank [s] op meerdere manieren kan voorkomen in het Frans,
        zoals in la leçon (ç), six (x) en le centre (c).
  15. FR.015 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.1

    Verklanken woorden.

    Frans Lezen › Technisch lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woorden:
    • vooraf beluisterde woorden
    • woorden en structuren vermeld in de woordenlijst Frans
    
    Verklanken:
    • De uitspraak van aangeleerde woorden is correct.
  16. FR.016 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.1

    Lezen een tekst luidop.

    Frans Lezen › Technisch lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekst:
    een vooraf beluisterde tekst
  17. FR.017 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken hun kennis om woorden en structuren die niet vermeld zijn in de woordenlijst Frans verstaanbaar uit te spreken.

    Frans Lezen › Technisch lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kennis:
    van woorden, letters en klanken
    
    Verstaanbaar:
    met enige inspanning
  18. FR.018 Begrijpen L5 L6 L6 10.2.2

    Begrijpen een gelezen zin.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
  19. FR.019 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.2

    Vertellen de betekenis van een gelezen zin in het Nederlands.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
    
    Vertellen:
    in eigen woorden
  20. FR.020 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.2; L6 10.2.6

    Vertalen een gelezen zin naar het Nederlands.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden

    Voorbeelden

    Vertalen :
    Il y a du soleil. => Er is zon./ De zon schijnt./ Het is zonnig.
  21. FR.021 Begrijpen L5 L6 L6 10.2.3; L6 10.2.4

    Herkennen informatie in een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp: Waar de tekst over gaat.
    • de hoofdgedachte: Wat de schrijver over het onderwerp wil zeggen.
    • de gedachtegang: Hoe de ideeën van de schrijver in de tekst zijn opgebouwd.
  22. FR.022 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.3; L6 10.2.4

    Geven informatie uit een gelezen tekst weer.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp
    • de hoofdgedachte
    • de gedachtegang
    
    Weergeven:
    met woorden uit de tekst

    Te hanteren begrippen

    le sujet, l’idée principale, la question, la réponse
  23. FR.023 Begrijpen L5 L6 L6 10.2.5

    Herkennen specifieke informatie uit een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: qui, quoi, quand, où, combien,
    comment, quel(le)(s), qu’est-ce que, que
  24. FR.024 Begrijpen L6 L6 10.2.5

    Herkennen specifieke informatie uit een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: pourquoi
  25. FR.025 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.5

    Geven specifieke informatie uit een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • letterlijk in de tekst weergegeven
    • niet letterlijk in de tekst weergegeven
  26. FR.026 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.5

    Leiden eenvoudige relaties en verbanden af in een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak en gevolg
    • probleem en oplossing
    • middel-doel
    • deel-geheel
    
    Afleiden:
    • aan de hand van structuuraanduiders: verwijs- en signaalwoorden
  27. FR.027 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.1; L6 10.3.2

    Verklanken vooraf beluisterde woorden correct.

    Frans Spreken › Herhalend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woorden:
    • geïsoleerde woorden
    • de meest frequente woorden
    • woordcombinaties en vaste uitdrukkingen
  28. FR.028 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.1

    Zeggen een tweemaal beluisterde zin na.

    Frans Spreken › Herhalend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 5 à 7 aangeleerde woorden
    
    Nazeggen:
    na 1 à 2 seconden na het beluisteren van de zin
  29. FR.029 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.2

    Lezen geschreven zinnen vlot luidop.

    Frans Spreken › Herhalend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen
    van elk 6 à 8 aangeleerde woorden
  30. FR.030 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.3

    Vormen zinnen vanuit een context.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vormen:
    mondeling
    vanuit opgegeven woorden
    
    Zinnen:
    met minimaal een onderwerp en een persoonsvorm

    Voorbeelden

    Zinnen vormen:
    • zin bouwen met aangereikte woorden: Acheter/maman/pommes - Maman achète
        des pommes.
    • maak de zin af : Je mange … - Je mange un œuf.
    • zin uitbreiden : Nous sommes en France. (visiter/ un château/ aujourd’hui) -
        Aujourd’hui nous sommes en France pour visiter un château.
  31. FR.031 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.4

    Vormen zinnen met aanpassing van opgegeven woorden.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanpassing van opgegeven woorden:
    • genus
    • getal
    • persoonsvorm
  32. FR.032 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.5

    Vormen zinnen om.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omvormen:
    • van bevestigend naar ontkennend
    • van ontkennend naar bevestigend
  33. FR.033 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.6

    Vormen zinnen om qua tijden.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omvormen van tijden:
    • van tegenwoordige tijd (indicatif présent) naar verleden tijd (passé composé)
    • van tegenwoordige tijd (indicatif présent) naar nabije toekomst (futur proche)
    • van verleden tijd (passé composé) naar tegenwoordige tijd (indicatif présent)
    • van verleden tijd (passé composé) naar nabije toekomst (futur proche)
    • van nabije toekomst (futur proche) naar tegenwoordige tijd (indicatif présent)
    • van nabije toekomst (futur proche) naar verleden tijd (passé composé)
  34. FR.034 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.7

    Vertalen beluisterde zinnen in het Nederlands mondeling naar het Frans.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 3 à 5 aangeleerde woorden
  35. FR.035 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.7

    Vertalen gelezen zinnen in het Nederlands mondeling naar het Frans.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 3 à 5 aangeleerde woorden
  36. FR.036 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.10

    Vertellen over een afbeelding of uitbeelding.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vertellen:
    via een beschrijving
  37. FR.037 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.10

    Vertellen over zichzelf en hun leefwereld.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vertellen:
    • met een vorm van ondersteuning
    • met aandacht voor verstaanbare uitspraak
    • met aandacht voor eenvoudige zinsconstructie
    • met concrete inhoud
    • in enkele enkelvoudige zinnen

    Voorbeelden

    Onderwerpen om over te vertellen of te presenteren:
    • een gebeurtenis zoals een ontmoeting, een uitstap, een ongeluk, een
        sportevenement, een feest
    • beschrijving van iets of iemand zoals de verschillende delen van een huis, een
        medeleerling
    Met een vorm van ondersteuning:
    • zinnen, vaste structuren (il/elle est ..., il a les cheveux …)
    • trefwoorden om korte zinnen mee te maken
    • gerichte vragen/ opdrachten
  38. FR.038 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.8

    Vertellen gegevens van een tekst na.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Navertellen:
    • in een opsomming
    • met een vorm van ondersteuning
  39. FR.039 Begrijpen L5 L6 L6 10.3.9

    Verwoorden de inhoud van een tekst mondeling.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verwoorden
    • met een vorm van ondersteuning
    • met gebruik van taal uit de tekst

    Voorbeelden

    Met een vorm van ondersteuning:
    • Een reeks zinnen die de leerlingen in de juiste volgorde moeten zetten of waaruit ze
        moeten kiezen.
    • Trefwoorden van waaruit de leerlingen korte zinnen kunnen maken.
    • Tekeningen/ prenten/ voorwerpen waarbij ze een zin moeten maken.
    • gerichte vragen/opdrachten
  40. FR.040 Gebruiken L5 L6 10.4.1

    Formuleren ja-nee vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ja-nee vragen:
    • intonatievraag
    • est-ce que + gewone zin
  41. FR.041 Gebruiken L6 L6 10.4.1

    Formuleren ja-nee vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ja-nee vragen:
    inversievraag
  42. FR.042 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.2

    Formuleren vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    • vraag met een vragend voornaamwoord: wie (qui), wat (quoi), wat (que/qu’), welke
        (van de) (quel/quelle/quels/quelles)
    • vragen met de intonatievorm, met ‘est-ce que’, met een vraagwoord
    • vragen met een vragend bijwoord: waar (où), wanneer (quand), hoe (comment),
          hoeveel (combien (de))
  43. FR.043 Gebruiken L6 L6 10.4.2

    Formuleren vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    vragen met een vragend bijwoord: waarom (pourquoi)
  44. FR.044 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.3; L6 10.4.4

    Beantwoorden ja-nee vragen met een zin.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling antwoorden geven op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beantwoorden:
    • bevestigend antwoorden
    • ontkennend antwoorden met gebruik van een bijwoord van ontkenning
  45. FR.045 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.5

    Beantwoorden vragen met een zin.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling antwoorden geven op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    • positief en negatief geformuleerde vragen
    • vraag met een vragend voornaamwoord: wie (qui), wat (quoi), wat (que/qu’), welke
        (van de) (quel/quelle/quels/quelles)
    • vragen met de intonatievorm, met ‘est-ce que’, met een vraagwoord
    • vragen met een vragend bijwoord: waar (où), wanneer (quand), hoe (comment),
        hoeveel (combien (de))
  46. FR.046 Gebruiken L6 L6 10.4.5

    Beantwoorden vragen met een zin.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling antwoorden geven op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    Vragen met een vragend bijwoord: waarom (pourquoi)
  47. FR.047 Begrijpen L5 L6 L6 10.4.6

    Begrijpen gesprekken.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Begrijpen:
    • vragen
    • antwoorden
    • uitspraken
  48. FR.048 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.6

    Voeren gesprekken*.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gesprekken:
    • informele gesprekken
    • formele gesprekken
    • reageren op vragen en uitspraken door te antwoorden en uitspraken te doen
    • stellen zelf vragen

    Voorbeelden

    Gespreksonderwerpen:
    als spreker zeggen hoe je heet, wat je (niet) graag doet in je vrije tijd, de weg vragen,
    vragen hoeveel iets kost, gepast reageren op een vraag of uitspraak
    
    *in een variatie aan gespreksvormen
  49. FR.049 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Herkennen elementaire om gangsvormen en beleefdheidsconventies bij het voeren van gesprekken.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies:
    aanspreekvormen gebruiken (Bonjour, Bonjour tous le monde, Bonjour Mademoiselle,
    Bonjour Monsieur), bedanken de luisteraars, gebruiken ‘je voudrais…’ als ze graag iets
    willen, gebruiken ‘s’il vous plaît’ als ze iets vragen, gebruiken gepast ‘tu’ of ‘vous’.
  50. FR.050 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies bij het voeren van gesprekken.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

  51. FR.051 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies in gesprekken in verschillende contexten.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens een gesprek met de directeur over een schoolproject spreekt Hans beleefd
        en gebruikt hij gepaste aanspreekvormen zoals ‘monsieur’ en ‘mademoiselle’. Hij
        wacht tot de ander is uitgesproken voordat hij zelf iets zegt.
    • Elsa begroet de buschauffeur met een vriendelijke “bonjour” en bedankt hem bij
        het uitstappen. Ze weet dat kleine beleefdheden belangrijk zijn in dagelijkse
        interacties.
  52. FR.052 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.1

    Gebruiken markeerders correct.

    Frans Schrijven › Spellingsgericht schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Markeerders:
    • voor vrouwelijk (geslacht)
    • voor meervoud (getal)
  53. FR.053 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.1

    Gebruiken markeerders correct.

    Frans Schrijven › Spellingsgericht schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werkwoordsvormen:
    uitgangen van werkwoordsvormen (persoon en tijd)
  54. FR.054 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.2

    Schrijven een zin uit het geheugen.

    Frans Schrijven › Herhalend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uit het geheugen:
    na aandachtig lezen van een zin
    
    Zinnen:
    van 5 à 7 aangeleerde woorden
  55. FR.055 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.3

    Vullen een geschreven zin aan.

    Frans Schrijven › Bewerkend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanvullen:
    • met een vorm van ondersteuning
    • schriftelijk
  56. FR.056 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.3

    Schrijven een tekst.

    Frans Schrijven › Bewerkend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • met een vorm van ondersteuning
    • door aan te vullen
    • door samen te stellen
  57. FR.057 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.3

    Schrijven zinnen.

    Frans Schrijven › Bewerkend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    niet vooraf aangeleerde zinnen aan de hand van aangeboden, gekende woorden
  58. FR.058 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.4

    Schrijven een tekst in de vorm van een opsomming.

    Frans Schrijven › Bewerkend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een opsomming:
    • van een gebeurtenis
    • van een verhaal
    • van iets of iemand
    
    Schrijven:
    met een vorm van ondersteuning

    Voorbeelden

    Met een vorm van ondersteuning:
    • individueel of samen geschreven teksten
    • willekeurig aangeboden zinnen ordenen in een logische opbouw
    • aan de hand van aangeboden werkwoordsvormen zinnen aanvullen
    • gekende zinnen reconstrueren aan de hand van willekeurig aangeboden woorden
    • hanteren bij het schrijven een stappenplan of aangeboden tekststructuur
  59. FR.059 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.5

    Schrijven een tekst.

    Frans Schrijven › Bewerkend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een tekst:
    • een schriftelijke vraag stellen
    • schriftelijk informatie verstrekken
    
    Schrijven:
    met een vorm van ondersteuning
  60. FR.060 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.6

    Vertalen beluisterde zinnen schriftelijk naar het Frans.

    Frans Schrijven › Bewerkend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 3 à 5 aangeleerde woorden
    
    Vertalen:
    met een vorm van ondersteuning
  61. FR.061 Gebruiken L5 L6 L6 10.5.6

    Vertalen gelezen zinnen schriftelijk naar het Frans.

    Frans Schrijven › Bewerkend schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 3 à 5 aangeleerde woorden
    
    Vertalen:
    met een vorm van ondersteuning
  62. FR.062 Begrijpen L5 L6 L6 10.6.1; L6 10.6.2

    Begrijpen woordenschat en structuren.

    Frans Woordenschat › Woorden en lexicale structuren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordenschat en structuren:
    vermeld in de woordenlijst Frans
    
    Begrijpen:
    • bij het lezen
    • bij het luisteren
  63. FR.063 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.3

    Gebruiken de woordenschat en structuren.

    Frans Woordenschat › Woorden en lexicale structuren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordenschat en structuren:
    vermeld in de woordenlijst Frans
    
    Gebruiken:
    • bij het spreken
    • bij het mondeling interageren
    • bij het schrijven
  64. FR.064 Engageren L5 L6 L6 10.7.1

    Zetten hun kennis van het Nederlandse taalsysteem in bij het leren van het Frans.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Grammaticale termen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kennis van het Nederlandse taalsysteem:
    In het Nederlands de volgende voor het Frans relevante termen gebruiken:
    • klank, klinker, medeklinker, uitspraak
    • alfabet, letter, hoofdletter, kleine letter
    • trema, accent, koppelteken, apostrof
    • leesteken, punt, vraagteken, uitroepteken, komma, dubbele punt, spatie,
        aanhalingsteken
    • afkorting, woord, lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord,
        voornaamwoord, werkwoord, bijwoord
    • enkelvoud, meervoud, mannelijk, vrouwelijk
    • stam, uitgang, persoon, persoonsvorm, infinitief, tijd, tegenwoordige tijd, verleden
        tijd, nabije toekomst
    • zin, zinsdeel, onderwerp, persoonsvorm, woordgroep
    • vervoegen, vervoeging, overeenkomen, overeenkomst

    Te hanteren begrippen

    de klank, de klinker, de medeklinker, de uitspraak, het alfabet, de letter, de hoofdletter,
    de kleine letter, het trema, het accent, het koppelteken, de apostrof, het leesteken, het
    punt, het vraagteken, het uitroepteken, de komma, het dubbele punt, de spatie, het
    aanhalingsteken, de afkorting, het woord, het lidwoord, het zelfstandig naamwoord, het
    bijvoeglijk naamwoord, het voornaamwoord, het werkwoord, het bijwoord, het
    enkelvoud, het meervoud, mannelijk, vrouwelijk, de stam, de uitgang, persoon, de
    persoonsvorm, de infinitief, de tijd, de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, de nabije
    toekomst, de zin, het zinsdeel, het onderwerp, de woordgroep, vervoegen, de
    vervoeging, overeenkomen, de overeenkomst
  65. FR.065 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen verschillende soorten zinnen.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten zinnen:
    • mededelende zin
    • bevestigende zin
    • vraagzin met de intonatievorm
    • vraagzin met ‘est-ce que’
    • vraagzin met vraagwoord
    • ontkennende zin: ne ..pas, ne…plus
  66. FR.066 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Formuleren verschillende soorten zinnen.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • enkelvoudige zinnen
    • samengestelde zinnen
    
    Formuleren:
    zinnen met minimaal een onderwerp en een persoonsvorm
  67. FR.067 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Stemmen onderwerp en persoonsvorm op elkaar af.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afstemmen:
    in persoon en in getal
  68. FR.068 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Passen bij een ontkennende zin het lidwoord aan.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Aanpassing van het lidwoord bij een ontkennende zin:
    • C’est un livre - Ce n’est pas un livre.
    • J’ai un frère - Je n’ai pas de frère.
  69. FR.069 Begrijpen L5 L6 10.7.1; L6 10.7.2

    Herkennen woordsoorten in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    • lidwoorden
    • zelfstandige naamwoorden
    • bijvoeglijke naamwoorden
    • werkwoorden
  70. FR.070 Begrijpen L5 L6 10.7.1; L6 10.7.2; L6 10.7.3

    Herkennen het geslacht van het zelfstandig naamwoord.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • aan de hand van het lidwoord:
        bepaalde lidwoorden: l’, le, la, les
        onbepaalde lidwoorden: un, une, des
    • aan de hand van het bijvoeglijk naamwoord

    Te hanteren begrippen

    l’, le, la, les, un, une, des, le féminin, le masculin, mannelijk, vrouwelijk
  71. FR.071 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Stemmen de vorm van de woordsoort af op het geslacht van het zelfstandig naamwoord in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    • het lidwoord
    • bijvoeglijke naamwoorden
  72. FR.072 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.3

    Herkennen de meest frequente meervoudsvormen.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    aan de hand van het gebruik van lidwoorden of door de schrijfwijze/uitspraak

    Te hanteren begrippen

    het meervoud, het enkelvoud, le singulier, le pluriel
  73. FR.073 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Zetten de zelfstandige naamwoorden om van enkelvoud naar meervoud en omgekeerd.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    • meervouden eindigend op ‘s’ en ‘x’
    • zelfstandig naamwoord met lidwoord
  74. FR.074 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen persoonlijke voornaamwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Persoonlijke voornaamwoorden:
    • als onderwerp (je/j’, tu, il, elle, on, nous, vous, ils, elles)
    • als beklemtoonde vorm (moi, toi, lui, elle, nous, vous, eux, elles)
    • als lijdend voorwerp (enkel derde persoon: le, la, l’, les)
    • overeenkomst tussen persoonlijk voornaamwoord en antecedent (il, elle, ils, elles)

    Te hanteren begrippen

    je, j’, tu, il, elle, on, nous, vous, ils, elles, moi, toi, lui, elle, nous, vous, eux, elles, le, la, les
  75. FR.075 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken persoonlijke voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  76. FR.076 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen bezittelijke voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bezittelijke voornaamwoorden:
    • mon, ma, mes, ton, ta, tes, son, sa, ses, notre, nos, votre, vos, leur, leurs
    • uitzonderingen: mon, ton, son gebruiken bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden
        die beginnen met een klinker

    Te hanteren begrippen

    mon, ma, mes, ton, ta, tes, son, sa, ses, notre, nos, votre, vos, leur, leurs
  77. FR.077 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken het bezittelijk voornaamwoord in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bezittelijk voornaamwoord:
    het geslacht van het naamwoord is gegeven of gekend
  78. FR.078 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen aanwijzende voornaamwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    ce, cet, cette, ces
  79. FR.079 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken aanwijzende voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  80. FR.080 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen vragende voornaamwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    qui, quoi, que
  81. FR.081 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen vraagwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    qui, quoi, que, qu’est-ce que, comment, quand, où, combien, quel, quelle, pourquoi
  82. FR.082 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken vragende voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  83. FR.083 Begrijpen L5 L6 10.6.1; L6 10.7.1

    Herkennen bijwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bijwoorden:
    ici, là, beaucoup, un peu, très, bien, mal, vite, oui, non
  84. FR.084 Begrijpen L6 L6 10.6.1; L6 10.7.1

    Herkennen bijwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    ici, là, beaucoup, un peu, très, bien, mal, vite, oui, non, déjà, tôt, tard, toujours, souvent,
    parfois, presque, tout de suite, assez, trop, plus, moins, mieux, encore, aussi
  85. FR.085 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1; L6 10.7.1

    Gebruiken bijwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  86. FR.086 Begrijpen L5 L6 10.6.1

    Herkennen signaal- en verwijswoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Signaal- en verwijswoorden:
    opsomming : et, ou
  87. FR.087 Begrijpen L6 L6 10.6.1

    Herkennen signaal- en verwijswoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Signaal- en verwijswoorden:
    • oorzaak-gevolg: parce que, donc, alors, si
    • vergelijking: comme, plus que, moins que
    • tegenstelling: mais
    • opeenvolging: d’abord, puis, après, enfin
    • opsomming: et, ou

    Te hanteren begrippen

    parce que, donc, alors, si, comme, plus que, moins que, mais, d’abord, puis, après, enfin,
    et, ou
  88. FR.088 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1

    Gebruiken signaal- en verwijswoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  89. FR.089 Begrijpen L5 L6 10.6.1

    Herkennen voorzetsels.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voorzetsels:
    dans, sur, sous, devant, derrière, à, en, avec, pour
  90. FR.090 Begrijpen L6 L6 10.6.1

    Herkennen voorzetsels.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    dans, sur, sous, devant, derrière, à, en, avec, pour, à côté de, près de, loin de, entre,
    contre, avant, pendant, après, jusqu’à, pour, de, chez, sans
  91. FR.091 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1

    Gebruiken voorzetsels in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  92. FR.092 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken samengetrokken lidwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samengetrokken lidwoord:
    • met à
    • met de

    Voorbeelden

    Samengetrokken lidwoorden:
    • Je vais au magasin. (à + le => au)
    • Je viens du magasin. (de + le => du)
  93. FR.093 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken deelaanduidende lidwoorden en lidwoorden na een hoeveelheid in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Deelaanduidend lidwoord :
    Nous mangeons du fromage.
    Je bois beaucoup de l’eau.
  94. FR.094 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.4; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Beschrijven werkwoorden in de tegenwoordige tijd (l’indicatif présent).

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de infinitief, de persoon, de vervoeging, de uitgang, de tegenwoordige tijd

    Voorbeelden

    Beschrijven:
    Nous sommes à l’école: être, tegenwoordige tijd, 1ste persoon meervoud.
  95. FR.095 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Vervoegen werkwoorden in de tegenwoordige tijd (lindicatif présent) in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

  96. FR.096 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1

    Gebruiken de structuren c’est’ en ‘ce sont’, ‘il y a’ in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

  97. FR.097 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.4; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Beschrijven werkwoorden in de nabije toekomst (le futur proche).

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de nabije toekomst

    Voorbeelden

    Beschrijven:
    Tu vas jouer?: jouer, nabije toekomst, 2de persoon enkelvoud.
  98. FR.098 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Vervoegen werkwoorden in de nabije toekomst (le futur proche) in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

  99. FR.099 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.4; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Beschrijven werkwoorden in de verleden tijd (le passé composé).

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de verleden tijd

    Voorbeelden

    Beschrijven:
    Le prof n’est pas venu: venir, verleden tijd, 3de persoon enkelvoud.
  100. FR.100 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Vervoegen werkwoorden in de verleden tijd (le passé composé) in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werkwoorden:
    • werkwoorden op -ER
    • onregelmatige werkwoorden : aller, avoir, boire, dire, écrire, fair, lire, mettre,
        prendre, venir, voir
  101. FR.101 Begrijpen L5 L6 10.8.1

    Illustreren het Frans als wereldtaal.

    Frans Cultuur › De Franse taal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wereldtaal:
    • geografische verspreiding
    • (inter)nationale betekenis
  102. FR.102 Begrijpen L5 L6 10.8.2

    Verwoorden het Frans als officiële taal van België.

    Frans Cultuur › De Franse taal

  103. FR.103 Begrijpen L5 L6 10.8.2

    Illustreren het belang van het Frans in de samenleving.

    Frans Cultuur › De Franse taal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang
    • communicatie in België
    • wereldburgerschap
    • werk en studies
    • culturele verrijking
    • dagelijkse situaties
  104. FR.104 Begrijpen L5 L6 L6 10.8.3

    Illustreren inhouden uit de francofone cultuur.

    Frans Cultuur › De francofone cultuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inhouden:
    • geschiedenis
    • kunst
    • maatschappij
    • volkse en culinaire tradities
  105. FR.105 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.5; L6 10.9.1

    Illustreren strategieën voor teksten met aangeleerde woorden.

    Frans Strategieën › Strategieën voor teksten › Strategieën voor teksten met aangeleerde woorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Strategieën:
    • visuele elementen gebruiken
    • vragen om te vertalen
    • vragen om trager te spreken
    • vragen om te herhalen
    • beknopt grammaticaal overzicht gebruiken: logisch terugvinden van een
      grammaticaal onderwerp
  106. FR.106 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.5; L6 10.9.1

    Passen strategieën voor teksten met aangeleerde woorden toe.

    Frans Strategieën › Strategieën voor teksten › Strategieën voor teksten met aangeleerde woorden

  107. FR.107 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.5; L6 10.9.2

    Illustreren strategieën voor teksten met nog niet aangeleerde woorden.

    Frans Strategieën › Strategieën voor teksten › Strategieën voor teksten met aangeleerde woorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Strategieën:
    • een woordenlijst of woordenboek raadplegen
    • de vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden uit de context
  108. FR.108 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.5; L6 10.9.2

    Illustreren strategieën voor teksten met nog niet aangeleerde woorden.

    Frans Strategieën › Strategieën voor teksten › Strategieën voor teksten met aangeleerde woorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Teksten:
    • in een vlotte luister- of leestekst bedoeld voor hun niveau
    • de ratio van de niet gekende woorden is niet hoger dan 2 %
    
    Strategie:
    • de vermoedelijke betekenis van nog niet aangeleerde, niet-transparante woorden
        afleiden uit de context
  109. FR.109 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.5; L6 10.9.2

    Passen strategieën voor teksten met nog niet aangeleerde woorden toe.

    Frans Strategieën › Strategieën voor teksten › Strategieën voor teksten met aangeleerde woorden

  110. FR.110 Engageren L5 L6 L6 10.9.1; L6 10.9.2

    Tonen hun kennis van strategieën in verschillende contexten.

    Frans Strategieën › Strategieën voor teksten › Strategieën voor teksten met aangeleerde woorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Amandine leest een kort verhaaltje in het Frans en begrijpt het woord fromage niet.
        Ze kijkt naar de prent van een stuk kaas en leidt uit de context af wat het woord
        betekent.
    • Rayan wil in een Waalse winkel een pen kopen. Hij zegt: “Je veux acheter …” Hij
        weet het Franse woord voor pen niet, maar toont een schrijfbeweging voor, zodat
        de winkelier begrijpt wat hij bedoelt.
  111. FR.111 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Tonen waardering voor de meertalige identiteit bij zichzelf en anderen.

    Frans Talige diversiteit › Talige diversiteit tussen talen

  112. FR.112 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Hanteren de Franse taal.

    Frans Talige diversiteit › Talige diversiteit binnen Frans

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hanteren:
    • durven te communiceren in het Frans
    • geven niet op ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen
    • verzorgen de Franse taal bij het schrijven, het spreken en het voeren van
        gesprekken