FR.051
Engageren
L5
L6
GO!-doel
Tonen hun kennis van elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies in gesprekken in verschillende contexten.
Frans › Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Tonen
- Verwerkingsaspect
- Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 13
Leerlijn
Tonen hun kennis van elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies in
gesprekken in verschillende contexten.
Voorbeelden
• Tijdens een gesprek met de directeur over een schoolproject spreekt Hans beleefd
en gebruikt hij gepaste aanspreekvormen zoals ‘monsieur’ en ‘mademoiselle’. Hij
wacht tot de ander is uitgesproken voordat hij zelf iets zegt.
• Elsa begroet de buschauffeur met een vriendelijke “bonjour” en bedankt hem bij
het uitstappen. Ze weet dat kleine beleefdheden belangrijk zijn in dagelijkse
interacties.
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Mondeling interageren”
KO L4 L6 De leerlingen kunnen 10.4.1 ja-neevragen stellen. 10.4.2 een vraag met een vragend voornaamwoord of met een vragend bijwoord stellen. 10.4.3 op een ja-neevraag met een zin bevestigend antwoorden. 10.4.4 op een ja-neevraag ontkennend antwoorden met gebruik van een bijwoord van ontkenning. 10.4.5 op een vraag met een vragend voornaamwoord of vragend bijwoord passend antwoorden. 10.4.6 deelnemen aan een gesprek door vragen, antwoorden en uitspraken te begrijpen, erop te reageren, zelf vragen te stellen, antwoorden te geven en uitspraken te doen.