FR.039
Begrijpen
L5
L6
Verwoorden de inhoud van een tekst mondeling.
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Verwoorden
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L6 10.3.9
- In de PDF
- pagina 10
Leerlijn
Verwoorden de inhoud van een tekst mondeling.
MIA
Verwoorden
• met een vorm van ondersteuning
• met gebruik van taal uit de tekst
Voorbeelden
Met een vorm van ondersteuning:
• Een reeks zinnen die de leerlingen in de juiste volgorde moeten zetten of waaruit ze
moeten kiezen.
• Trefwoorden van waaruit de leerlingen korte zinnen kunnen maken.
• Tekeningen/ prenten/ voorwerpen waarbij ze een zin moeten maken.
• gerichte vragen/opdrachten
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Spreken”
KO L4 L6 De leerlingen kunnen 10.3.1 een tweemaal beluisterde zin van 5 à 7 aangeleerde woorden na 1 à 2 seconden vlot nazeggen als bevestiging van begrip en automatisering. 10.3.2 geschreven zinnen van elk 6 à 8 aangeleerde woorden vlot luidop lezen. 10.3.3 vanuit een context zinnen vormen vanuit opgegeven woorden. 10.3.4 zinnen vormen met aanpassing van opgegeven woorden (genus, getal, persoonsvorm). 10.3.5 zinnen omvormen van bevestigend naar ontkennend en omgekeerd. 10.3.6 zinnen omvormen qua tijden – tegenwoordige tijd (indicatif présent), verleden tijd (passé composé), nabije toekomst (futur proche). 10.3.7 beluisterde of gelezen Nederlandse zinnen van een 3 à 5 woorden vlot mondeling naar het Frans vertalen. 10.3.8 met een vorm van ondersteuning de gegevens van een tekst mondeling opsommen. 10.3.9 met een vorm van ondersteuning de inhoud van een tekst mondeling beschrijven. 10.3.10 zinnen vormen op basis van een afbeelding of uitbeelding.